Leesnotities – Op het leeslijstje
Donderdag 26 Februari 2026
Over ‘De feestzaal van mijn ouders’ van Els Snick

Gisteren 25/2/2026 was Els Snick te gast in de Brugse Bibliotheek. Uiteraard ging het dit keer niet over haar fascinerende connectie met Joseph Roth van wie ze al zoveel werk heeft vertaald, maar over haar recente boek “De feestzaal van mijn ouders”.
Ik las haar boek enkele weken geleden en zo’n lezing van een auteur zorgt altijd wel voor net dat ietsje meer. Dat was gisteren zeker het geval. Els Snick zorgde voor een gedreven causerie waarin ze het had over het ontstaan en de intrigerende geschiedenis van de feestzaal (“De Visscherie”) die haar jeugd heeft getekend en die in het landelijke Oostrozebeke voor zoveel huwelijks- en ander Vlaams vertier heeft gezorgd. (Noot: zelfs deze jongen stond in zijn vroege jeugd ooit zelf op een T-dansant in de Visscherie).
Het boek – en dat is het wat het meer dan de moeite waard maakt – zorgt evenwel voor een veel bredere kijk op de geschiedenis van ‘een soort’ Vlaanderen dat we allemaal zo goed kennen. Wat van ‘De feestzaal van mijn ouders’ een sterk semi-biografisch boek maakt is dat de auteur er wonderwel in geslaagd is om mee met een brokje plaatselijke en persoonlijke geschiedenis ook het verhaal van een volk te schrijven dat geprangd zat (en zit) in ‘La Flandre Profonde’. De controversiële geschiedenis van Kapelaan Verschaeve – zeg het maar zoals het is, en was, een collaborateur zonder weerga – die in De Visscherie in Oostrozebeke in de tijd van de Familie Lootens een tweede stek kreeg aangeboden, loopt als een rode draad doorheen het boek wat maakt dat ‘De Feestzaal van mijn ouders’ op het leeslijstje thuishoort van elke lezer die van geschiedenis houdt.
Wie nog meer zou willen lezen over de onverkwikkelijke geschiedenis van Cyriel Verschaeve kan uitstekend terecht bij ‘Kapelaan Verschaeve’ de biografie uit 1998 bij Uitgeverij Lannoo van de hand van Romain Vanlandschoot.
Recent publiceerde ook Paul Bekaert in de Roede van Tielt een stuk over Verschaeve.
Ook in het recente nummer 21 van het jaarboek van de Heemkundige kring Ardooie-Koolskamp (mijn geboortedorp) staat een uitstekend artikel van André D’Halluin ‘over de vlucht en veroordeling van Cyriel Verschaeve 80 jaar geleden.
Extern:
De Feestzaal van mijn ouders bij Uitgeverij Van Oorschot
Wikipedia-pagina Romain Vanlandschoot
Website Heemkundige kring De Roede van Tielt
Website Heemkring Arko-Ardooie – Koolskamp
https://www.facebook.com/openbarebibliotheekbrugge






*** *** *** *** *** ***
Woensdag 17 December 2025
Over ‘De Grens’ van Jeanne Boden

Blogbericht van dinsdag 17/12/2025
Facebook-bericht van dinsdag 17/12/2025
Nu we weer met rasse schreden op weg zijn naar alweer een nieuw jaareinde worden we naar gewoonte her en der overspoeld door mensen, magazines en websites die met allerhande jaarlijstjes in de weer zijn. We houden nu eenmaal van overzichten die ons het gevoel geven dat we een flink deel van ons lezend, kijkend en luisterend leven onder controle kunnen houden. En eigenlijk – waarom het niet toegegeven – ben ik zelf nauwelijks een haar beter. Achteromkijkend merk ik dat ik in het voorbije jaar alweer flink wat bij elkaar gelezen heb. Al is dat vanwege allerhande persoonlijke schrijf- en andere activiteiten toch altijd weer minder dan ik had gehoopt.
Niettemin, niettemin, zijn er een aantal boeken die ik dit jaar met veel toenemend leesplezier heb gelezen. En ook op die manier wil onthouden. Ik som graag een aantal titels op die mij zijn bijgebleven en die mij zullen bijblijven. Ik las ‘De kroon met de twee pieken’ van Guido van Heulendonk, ‘Wolf’ van Lara Taveirne en zeker niet te vergeten ‘Victoriestad’ van Salmon Rushdie waarvan ik eigenlijk nog niet zoveel had gelezen maar van wie ik in de toekomst alles wil lezen.
Ik kwam thuis in ‘Dius ‘ van Stefan Hertmans, ‘Lessen’ van Ian Mc Ewan, ‘Waak over haar’ van Jean Baptiste Andrea, ‘De Wedstrijd’ van Koen Dhaene, ‘De lange droogte’ van Cynan Jones en verbleef lange tijd in het ‘Paradijs’ van Abdulrazak Gurnah … Ik las in enkele inhaalbewegingen klassiekers als ‘Verdriet is het ding met veren’ en ‘De jongen in de gestreepte pyama’ van Jon Boyne.
Onder de indruk was ik ook van de dunne maar wel uitstekende recente nieuwe roman ‘In het wit’ van Roderik Six. En uiteraard ontbrak in het jaar dat ik zelf nog ’s een dichtbundel publiceerde (‘Het Omber en het Oker’) geenszins de poëzie. Veel namen, teveel om op te noemen maar ik stip wel met een stip de navolgende drie bundels aan: ‘De leer van de orchidee’ van Jan Lauwereyns, de ‘Troostpogingen’ van Twan Vet en het typoscript van de bundel waarvan ik hoop dat hij ooit wordt gepubliceerd van Frans Deschoemaeker ‘Oude duivelse maan’.
In dit zeer onvolledig overzicht is er wel één boek waarbij ik hier absoluut wat uitgebreider wil ingaan. Dat is een boek dat wat verrassend op mijn leespad kwam maar mij tijdens mijn lezing nauw aan het hart is gaan liggen. Ik heb het over ‘De Grens’ van de sinologe Jeanne Boden. In een zacht-biografisch getint boek van 305 bladzijden gaat ze in op haar lange persoonlijke geschiedenis met China, het land waar ze haar hart en ziel aan verloren heeft maar waar ze ondertussen zo goed als niet meer welkom is. Maar ook de ijkpunten die haar in haar eigen leven getekend hebben gaat ze niet uit de weg.
De ondertitel van ‘De Grens’ luidt zeer ter verduidelijking: “Een reflectie over de dood, rusteloosheid, schoonheid, Europa en China” en dat is ook wat het boek voor mij zo boeiend maakt. Je kunt ‘De Grens’ lezen zoals je een roman leest, maar netzogoed lees je een biografisch verslag over een leven als een licht politiek getint pamflet over China en wat er onder Xi van geworden is. Jeanne Boden die eerder al talloze essayistische boeken over China schreef geeft je een inkijk in haar vele verblijven en ervaringen en maakt in dit boek met groeiende gemengde gevoelens een balans op van een liefde voor een land die ondanks alles nooit is overgegaan.
‘De Grens’ is een boek dat veel mensen kan aanspreken die ervan houden om te reflecteren over leven en dood. Het boek is dan wel gepubliceerd in 2024 maar het blijft, wat mij betreft, een absolute aanrader.
Als illustratie het stukje waarmee het boek eindigt:
“Misschien groeit er op een dag een twijg uit mijn arm en word ik een boom met een hoge stam en knoestige, knobbelige, kronkelende vertakkingen en een hoge weidse kruin tot in de hemel, zo hoog dat ik heel diep kan ademen en mijn takken kan uitstrekken tot aan de einder. Of misschien ben ik dat al.”
Jeanne Boden, De Grens, Uitgeverij Punct, 2024, ISBN 9789464590357
Website Jeanne Boden: www.jeanneboden.com
De auteur is ook actief als plastisch kunstenaar: www.jeanneboden.art





*** *** *** *** *** ***
Dinsdag 19 Augustus 2025
Over ‘Verdriet is het ding met veren’ van Max Porter
Blogbericht van dinsdag 19/8/2025
Het afvinken van titels

Ha die inhaalbewegingen! In het lezen en in het leven… Ze mogen, wat zeg ik ze moeten er zijn. Net zoals de meeste lezers onder ons hou ik (meer dan mij lief is eigenlijk) ettelijke leeslijstjes bij. Elk jaar noteer ik weer in een apart bestand de titels van het lopende leesjaar.
Zo heb ik er ook eentje dat alle titels van boeken verzamelt die een mens in dit leven – ooit en once in a lifetime – ’s moet of zou moeten lezen. Of dat ie dat werkelijk ook kan – à rato van – ik zeg maar iets – bijvoorbeeld één boek per week – is evenwel een ander paar (lees-)mouwen.
Met de korte roman “Verdriet is het ding met veren” heb ik recent nog een van die noodzakelijke titels afgevinkt.
In de hitte van de Hondsdagen las ik laatst het boek van de Engelse schrijver Max Porter waarmee hij onder de titel “Grief Is the Thing with Feathers” al in 2015 debuteerde.
En homaar, wat een mooi boek over troost, en soelaas voor wie er hard aan toe is, is dit boek!
Het ‘Verdriet is het ding met veren‘ is een vrije korte maar hoogst intense roman die helemaal, jawel, onder je veren kruipt.
In een wisselwerking tussen poëtische passages, prozagedichten, herinneringen, fijne bondige dialogen, fabelachtige tussenkomsten en afgemeten zinnen weet Max Porter “het verdriet over het gemis van iemand die je ontvallen is” voor ons te vatten.
Een paar vluchtige momenten moest ik aan “Wit” van nobelprijswinnares Han Kang denken, maar wat Max Porter in dit boek voor elkaar krijgt is toch nog helemaal wat anders.
Een vader met twee zoontjes heeft net zijn vrouw verloren en de jongens hun moeder.
Het verdriet is een groot zwart ding dat in hun huis en leven plotseling en pardoes binnenvalt en de gestalte van een reuzenkraai aanneemt.
Er ontwikkelt zich een caleidoscopisch verhaal vol troost en rouw waarin om beurten de jongen, Vader en Kraai het woord nemen… Er zijn drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk “Een vlaag nacht” begint met “Er ligt een veer op mijn kussen“. In hoofdstuk 2 “Verdediging van het nest” schrijft de vader onder meer verder aan zijn boek dat hij (voor uitgeverij Parenthese) plant over de bekende dichter Ted Hughes (bekend van, tja natuurlijk Sylvia Plath maar voor mij vooral van zijn fabuleuze gedichtenbundel Crow)… Het verdriet splitst zich ondertussen op in heel veel vormen die in de verschillende afwisselende passages vormt krijgt naargelang de jongens, de vader en Kraai aan het woord komen. In hoofdstuk 3 met als titel “Verlof om te krassen” raakt het verdriet uiteindelijk helemaal benoemd en wordt verzocht om op te krassen… In een pakkende eindsekwens wordt de as van de geliefde door de jongens en de vader uitgestrooid op een plek waar zij van hield…
Ik citeer even uit het slot van het boek (pas op voor spoiler-alert!)
“De as roerde zich, blijkbaar gretig om te gaan, dus ik hield het blik schuin en schreeuwde tegen de wind in Ik hou van je ik hou van je ik hou van je en de as vloog de lucht in, als een wolk, met de ongrijpbaarheid van een wolk, fysiek vluchtig en visueel onbeschrijfelijk, een spikkelige wirwar van verkoolde vogeltjes tegen de grijze lucht, de grijze zee, de witte zon, en weg. En de jongens waren achter me, een vloedkering van gelach en geschreeuw, ze omknelden mijn benen, struikelden en grepen zich vast, sprongen, tolden in het rond, vielen, gierden en schaterden en schreeuwden
ik hou van je ik hou van je ik hou van je
en hun roep was het leven en het lied van hun moeder.
Onvoltooid. Schitterend. Alles. “
In het begin vraagt het wat leestijd voor dit boek je helemaal te pakken krijgt maar reken maar dat het gebeurt! Max Porter schreef een heel beklijvend debuut. De volgende titel van deze Britse schrijver staat al op mijn lijstje. Onder meer vanwege de alweer intrigerende titel “De dood van Francis Bacon” (The death of Francis Bacon, uit 2021), zijn voorlaatste boek. Daarin, zo lees ik, probeert Porter de intensiteit van Bacon’s schilderijen in taal te vangen. Na lezing van ‘Verdriet is het ding met veren’ (waarvan de titel refereert naar Emily Dickinson’s gedicht ‘Hope is the thing wit feathers’, heb ik nauwelijks moeite om dat nog te geloven ook.
© Paul Rigolle
Verdriet is het ding met veren, © Max Porter
Oorspronkelijke titel: Grief is the Thing with Feathers – 2015
Nederlandse vertaling © Saskia van der Lingen – 2016
Max Porter was op 26/3/2023 te gast in Passa Porta in Brussel.

*** *** *** *** ***
Over ‘Het Jaagpad’ van Paul Verrept
Blogbericht van vrijdag 18/4/2025
Een boek als een milde koortsdroom
‘Un beau soir l’avenir s’appelle le passé‘ van Louis Aragon

De onafhankelijke boekhandels reiken met de Confituur-Boekhandelsprijs elk jaar een prijs uit aan een boek dat meer aandacht verdient dan het (tot hiertoe misschien) gekregen heeft. Komende woensdag 23 april 2025 op ‘Wereldboekendag’ weten we wie de opvolger wordt van Rik Van Puymbroeck die verleden jaar geheel en al terecht de prijs kreeg voor ‘Treurwil‘, zijn eerste literaire roman. Vijf auteurs bevolken voor 2025 de shortlist: Marieke De Maré met ‘Ik ga naar de schapen‘, Tim ’s Jongers met ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld‘, Safae El Khannoussi met ‘Oroppa‘ (eerder al laureaat van de Boon-prijs), Paul Verrept met ‘Het Jaagpad‘ en de dichter-romancier Tomas Lieske met zijn roman “Wij van de Ripetta“. Eén voor één zijn het boeken die de prijs best wel zouden verdienen.
Zelf loop ik meer dan gewoon warm voor ‘Het Jaagpad’ van Paul Verrept. Het was het eerste boek dat ik las van deze schrijver die ook bekendheid geniet als illustrator en grafisch ontwerper en ook betrokken is bij ‘Bebuquin’, een uitgever van toneelteksten. En zeker is: het zal niet het laatste boek zijn dat ik in de toekomst van hem zal lezen.
Ik las ‘Het Jaagpad’ tijdens een koude decemberavond van 2024 op een Blankenbergse hotelkamer (in Hotel José), net groot genoeg om twee mensen een warme tijd te bezorgen. En zoals dat gaat met plaatsen waar je iets las dat je midscheeps wist te raken zal dat hotel voor mij persoonlijk wel voor lange tijd met dit boek verbonden blijven.
‘Het Jaagpad’ zorgt van meet af aan voor een sfeer waarin je helemaal wordt ondergedompeld. Het boek vangt aan met een cursief gedrukt sfeerbeeld, een poëtische proloog zo je wil, die al een beetje de contouren schetst van waar de schrijver met de lezer heen wil.
“De stad is zoals alle steden. Ze is verzadigd, opgeladen, draagt in zich wat was, wat is en wat gaat komen. Ze is betoverd, zoals alle steden.” (Pagina 7)
Het is in die betoverde en toch naamloze stad (met heel veel herkenbare Brusselse accenten) waar Paul Verrept zijn twee hoofdfiguren laat bewegen. De gepensioneerde oudere Lucas brengt zijn dagen wat uitzichtloos door op een flat gelegen aan een groot kruispunt in de stad. Op een dag neemt hij de trein terug naar zijn verleden.
Ongeveer simultaan verlaat Claus, een student van achttien, zelf ook zijn dorp om vol jeugdig verlangen en enthousiasme het volle leven in ‘de grote stad’ te gaan ontdekken.
Rondom de beide figuren ontspint er zich een fijnmazig netwerk van “schijn en werkelijkheid”. Lucas is gefascineerd door Claus (de namen zijn elkaars anagram!) die op zijn beurt erg aangetrokken wordt door het meisje ‘Maria’, net als Claus een eerstejaarsstudent. De figuren raken in het verhaal met elkaar verstrengeld. Identiteiten neigen naar elkaar. Heden en verleden vloeien in elkaar over, intens gekleurd door eenzaamheid, menselijk verlangen en begeerte. Het Jaagpad is een subtiele kleine roman – het boek telt ‘slechts’ 120 pagina’s – waarin er vooral ook voor “de stad” een hoofdrol is weggelegd. Heel regelmatig voel je je daarin als lezer zowaar een voyeur.
In korte zinnen – er zit vaart in dit dunne boekje – lijkt ‘Het Jaagpad’ op een milde koortsdroom.
“Onder hem ligt de stad. De zon hangt al lager. Claus stelt zichzelf voor, daar, in de stad, in allerlei gedaantes loopt hij er rond. Als kunstenaar, schrijver, minnaar, in drukke gesprekken gewikkeld. In cafés en theaters, rokend, drinkend.” (Pagina 76)
In een tweede cursief gedrukt prozastuk op het einde van het boek lees je:
“De stad is een schrift, waarin elke beweging, elk gebaar, elk woord en elke gedachte onuitwisbaar wordt opgeschreven en bewaard’.
De stad slaat op, houdt vast.” (Pagina 113)
‘Het Jaagpad‘ is een fascinerend en fijnzinnig boekje dat blijft nazinderen met hoofdfiguren die in elkaar lijken te willen vloeien en die je lang na lezing niet los willen laten. Puntgaaf!
‘Hij denkt dat hij de jongen ziet nu.
Hij is er. Hij is er niet. Hij komt dichterbij.
Hij is nu vlakbij.’
Paul Verrept – Het jaagpad. Koppernik – Amsterdam. 120 blz. €19,50
#desmaakvanconfituur #confituurboekhandelsprijs #shortlist #literaireprijs #confituurboekhandels #onafhankelijkeboekhandels #samenonafhankelijk
#paulverrept #uitgeverijkoppernik
Recensie André Keikes – Tzum
Uitgeverij Bebuquin
Website Paul Verrept
Wie droedelt, die blijft: auteur Paul Verrept over schrijvers die tekenen in de marge (Art De Standaard)
Wereldboekendag 23 April

Foto: Bert Bevers – https://detafelvan1.blogspot.com/2013/05/paul-verrept.html
Leesnotities – Op het leeslijstje
Over lezen tout court
Blogbericht van zondag 19/1/2025
Water gieten op een hete steen

Lezen! Het blijft een fantastisch feest! Maar dan wellicht enkel en alleen voor wie het sowieso al niet missen kan. Aan zij die om joostweetwelkobscurereden nooit tot lezen komen moet je niet proberen uit te leggen waaruit precies het genoegen, de gratie, het genot én de genade van het lezen bestaat. Alsof je zo’n onverbeterlijke extreem-rechtse rakker diets zou willen maken waarom papierloze mensen het in geen geval verdienen om zonder mededogen als kansloos grensvee gedeporteerd te worden. Of aan iemand die zweert bij Crodino en andere non-alcoholische dranken proberen duidelijk te maken dat ook een Gin-tonic bij tijd en stond wel iets hebben kan. Dat komt in beide gevallen neer – daar ben je na al die jaren ondertussen al wel achter – op, bij manier van spreken, “water gieten op een hete steen”… Van een pluviometer kun je immers niet verwachten dat hij ook nog ‘ns de uren zon gaat registreren…
Ha, die mondvoorraad van de boeken!!! En het feest van het lezen… Van de fantasy en sciencefiction-schrijver George R.R. Martin, bekend van de “Game of thrones”-televisieserie, is de wel vaker geciteerde quote: “A reader lives a thousand lives before he dies… The man (or woman) who never reads lives only one…”
Stichtend toch! Ik ben meteen bereid om de gevleugelde uitdrukking van de heer Martin zonder aarzelen als “helemaal en maar al te waar” te labelen. Al weet ik anderzijds dat er – nu ik toch aan het citeren ben – minstens evenveel waarheid zit in wat James Joyce ooit ‘s liet noteren: “Life is too short to read a bad book“…
Quotes over lezen genoeg trouwens. Deze van His masters voice Arthur Schopenhauer over wie ik laatst het schitterende gelijknamige toneelstuk zag van Stefaan Van Brabandt is een mooie om te onthouden ook: “Lezen is denken met andermans hoofd“… Ook al heel vaak geciteerd, die Schopenhauer. Een evergreen van hem die ook in het stuk van Stefaan Van Brabandt naar voor kwam was ook zijn “algemeen vrolijk zure” manier om tegen het leven aan te kijken: “Het leven is een hachelijke zaak. Ik heb besloten er de rest van mijn leven over na te denken.“
Afijn, dit alles maar om te zeggen dat ik in de voorbije weken wat kans heb gezien om wat bij te lezen. Heuglijke uren waren dat. Even het venijn van die draaiende wereld en die alomtegenwoordige bitsige Netanyahu’s vergeten en met volle overtuiging wegduiken in die andere magische realiteit die het boek en de poëzie ons te bieden hebben. Alleen heeft mij dat zoveel leesnotities en dubbelgevouwen A4-tjes opgeleverd dat ik niet meer weet hoe ik ze moet bewaren. En of ik hoedanook nog de nodige tijd moet zoeken om ze uit te tikken om ze te bewaren… Ik heb hier op deze bladzijden ooit ’s het hooggegrepen en licht-ambitieuze plan opgevat om van elk boek of dichtbundel die ik las een aardig leesverslagje te plaatsen. “Op het leeslijstje” heet de pagina die met heel onregelmatige tussenpozen mijn verslagjes verzamelt en zich bijgevolg constant in opperste staat van “in progress” bevindt. Onbegonnen werk natuurlijk om alles keurig en tijdig bij te houden… Zeker als je zelf nog iets wil schrijven…
Laat ik voor deze “leeslijstjes-keer” dus maar volstaan met … het posten van bovenstaande foto. Als een soort losse flodder uit de camera van mijn smartphone geplugd. Wie in het stapeltje een boek van zichzelf herkent mag zichzelf alvast koesteren in het warme licht van mijn opperste waardering.
#overlezen #demanmetdeleesbril
Voor de volledigheid bij de foto: ‘Het lijstje met de titels’, van links naar rechts:
* Max Hermens: Het verdwijnen van Freddy Heijen
* Zevenblad n° 7
* Koen Broucke: Rivierverloren
* Anne Provoost: Decem
* Piet Devos: Innerlijke lichtval
* Lara Taveirne: Wolf
* Alain Delmotte: Breedschrift
* Johan Clarysse: Het geduld van water
* Vera Steenput: Sterke schoenen
* Chantal Akerman: Mijn moeder lacht
* Geert Jan Beeckman: Archipel
* Herman Vuijsje en Anneke Groen: Eindeloos ouderschap
* Paul Rigolle: Wij worden erts dat niemand delft
* Mark Kinet: Psychologie vaan de kunst
* Anneke Brassinga: Ontij
* Anneke Brassinga: Crudités
* Paul Verrept: Het Jaagpad
* Stefaan Van Brabandt: Schopenhauer
* Charles Baudelaire: Mijn hoofd is een zieke vulkaan
* Maxime Rovere: Klootzakken, hufters en eikels
* Roger Arteel: Beperkt houdbaar
* Dichterscollectief Obsidiaan: Veelvoud van een eiland
* Frank Pollet: Polletanië!
* Guido Van Heulendonk: De kroon met twee pieken
* Elise Vos: Bolster
* Werner Herzog: Het schemeren van de wereld
* Patrick Lateur: Minuscula

Leesnotities – Op het leeslijstje
Kopwolven van Martin Knaapen en Marcel Herms op De Schaal van Digther
Donderdag 26 December 2024
Blogbericht van donderdag 26 December 2024
Facebook-bericht van 26 December 2024
Op De Schaal van Digther publiceerde ik een recensie over de omvangrijke dichtbundel ‘Kopwolven‘ van Martin Knaapen, de huidige stadsdichter van Deventer, met héle mooie illustraties van Marcel Herms Art. “Een synergie tussen woord en beeld“.
Hier na te lezen voor wie dat maar wil!


Leesnotities – Op het leeslijstje
‘Noem ons wat we dragen‘ van Amanda Gorman
Dinsdag 19 November 2024
Blogbericht van 19 November 2024
Facebook-bericht van 19 November 2024

Voor ieder van ons
die lijdt & leert
en ervoor kiest
door te gaan
© Amanda Gorman
Amerika…
Amerika… Begrijpe wie begrijpen kan. Ik ben nog steeds een zoekende. Ik taal en ik gis en ik raad naar de onderliggende beweegredenen van al die mensen over die verre Oceaan die zich – van oorsprong en afkomstig uit alle continenten – een Amerikaan willen & mogen noemen… Wat bezielt hen, wat doet hen radicaliseren en naar het vuige vege huiswapen van de angst en de rancune grijpen? En hier ja, hoe kan de tijdsgeest ons o.a. mede daardoor verlammen zoals hij ons nooit eerder verlammen kon…
En kijk ik sla het dikke boek “Noem ons wat we dragen” (oorspronkelijke titel uit 2021: Call Us What We carry) met niks dan gedichten en poëtisch proza van Amanda Gorman , Amerikaans dichter en spoken word-artiest, open (uitg. Meulenhoff, 2023, vertaald door Zaïre Krieger in 2023) met vooraan de opdracht “Voor ieder van ons/ die lijdt & leert/en ervoor kiest/door te gaan”. en laat het appelblauwzeegroene leeslint tussen pagina 300 en pagina 301 steken. Bij het gedicht… Amerika. Al uit 2021 maar wel brandend actueel. Dat kan géén toeval zijn natuurlijk:
Amerika
Vertaling van Zaïre Krieger
Een huis dat verdeeld is kan niet blijven bestaan. Verdeeld zijn betekent
dan ook Verwoest worden. Het zit namelijk zo: in ons land telt
zelden iedereen die ertoe Doet. Daarom druipt er rood van onze vlag.
We zullen nogmaals zeggen dat Taal ertoe doet. Al vanaf het begin
zijn de gekoloniseerden kenningen: Afro-Amerikaan.
Aziatische Amerikaan. Oorspronkelijke Amerikaan
(er is blijkbaar Geen Witte Amerikaan). Amerikaan &
bijvoeglijk naamwoord. Amerikaan & Bepalend woord. De term
opgesplitst (I) en ontmanteld, gestript & gestreept.
Uitwissing vergt een leven lang repeteren. Begrijp je echt wat
het betekent om dit overtollige lichaam te zijn. We zien
de Snikken nu als de vlaggen die ze waren. De ruk
van ons hoofd, alsof we wakker werden uit een droom –
of een nachtmerrie: Beslis jij maar. Dit is niet de natie
die door ons gebouwd is, in het beste geval niet de natie
die ons bekend was. Kennen. O nee! Dit is de natie die we hebben
gefabriceerd. Het is ons recht om te wenen om de wond die we
altijd zijn geweest. Uit het niets een Stille schok: een hand in
een andere hand of een hoofd op een schouder is zo veel meer
waard dan alles wat we ooit hebben Verworven of verlangd.
Ook als ons wordt gezegd dat we geen
verschillen kunnen maken, zullen we nog geluid maken.
© Amanda Gorman
© Zaïre Krieger Vertaling




Leesnotities – Op het leeslijstje
‘Het lied van ooievaar en dromedaris‘ van Anjet Daanje
Maandag 4 November 2024
De mondvoorraad van de boeken, de grilligheid van het lezen.
Enkele leesnotities bij ‘Het lied van ooievaar en dromedaris‘ van Anjet Daanje
Blogbericht van 4 november 2024

Terwijl ondertussen allang bekend is dat Rob van Essen dit jaar voor de tweede keer (!) de Libris-prijs voor literatuur heeft gewonnen heb ik mij een aantal maanden geleden met aangroeiend leesenthousiasme tegoed gedaan aan het boek dat verleden jaar geheel en al terecht de Libris-prijs voor 2023 mocht ontvangen. Zo gaat dat met lezen. En de grilligheid ervan. Afhankelijk van de tijd en de mood waarin je bent ga je met de kleine zachte roskam door de wachtende mondvoorraad van de boeken. En wat je van al die mooie boeken die je eerder met liefde op het leeslijstje achterliet het eerst leest weet je niet altijd. Met romans gaat het er net iets anders dan toe dan met poëzie of pakweg beschouwend proza of biografieën.
In de voorbije maanden las ik dus in vrij korte maar wel dagelijkse happen en hapjes eindelijk ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’, het bekroonde en veelgeprezen boek van Anjet Daanje. En jongens, wat een boek voor absolute fijnproevers is dit! Dit boek is meer dan een land, dit boek is een continent. In een vernuftig spel dat uitwaaiert over niet minder dan 655 pagina’s vertelt Daanje het verhaal van Eliza May Drayden, “fictieve” schrijfster en dichteres, en haar zussen Millicent en Helen waarvoor maar al te duidelijk de zussen Brontë model hebben gestaan. Maar erg rechtlijnig neemt Daanje je niet bij de hand. In niet minder dan twaalf verhalen, geschreven in evenzovele verschillende stijlen en genres schetst ze mozaïeksgewijs het leven van Eliza May en haar zussen, en dat van haar vader, een aantal biografen en verzamelaars van haar werk in een tijdsverloop dat meer dan twee eeuwen omspant.
Het is in het begin wat doorbijten maar wat een genade moet Anjet Daanje te beurt zijn gevallen toen ze Het lied van ooievaar en dromedaris tot een goed, zegmaar briljant einde kon en mocht brengen.
Het lied van ooievaar en dromedaris leest vanwege de vele verhalen in het Grote Verhaal niet altijd even vlot maar da’s absoluut geen reden om dit boek naast je neer te leggen. Heel knap werk is dit! En als leesavontuur zeer aan te bevelen. Voor mij nu al ‘hét boek van het leesjaar 2024’. Wie dit boek gelezen heeft weet dat … het leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Wat denk je, voeg ik nu ook nog maar ‘s ‘Wuthering Heights’ dat mij tot voor kort vooral aan Kate Bush deed denken, toe aan mijn verzamelde leeslijstjes? Enkel en alleen omdat Anjet Daanje het leven van Emily Brontë als basis nam voor haar sublieme boek.
Fragment (en vanwege de vele aangestipte passages, toch nog wat willekeurig gekozen):
“Het is voor het eerst dat Ties iemand ontmoet die net als hij de weerbarstige schoonheid van een mechaniek ziet. Roelof is het helemaal met hem eens als Ties zegt dat het fantastisch is dat het hele uurwerk is gemaakt van raderen, assen, touw en twee keien, en dat je het niet met elektriciteit, gas of benzine hoeft te voeden. Niet voor niets, zo zegt Roelof, staat een uurwerk boven in een kerktoren, hoger dan het altaar, hoger dan de gebrandschilderde ramen, hoger dan het orgel. Alleen de windhaan gaat boven de klok, maar dat is dan ook een vogel, zegt hij, en hij lacht.”
(p. 581)
Anjet Daanje, Het lied van ooievaar en dromedaris, Passage, Groningen, 2022, 654 p.
Tegelijkertijd met de roman verscheen ook een dichtbundel: Dijende gronden, maar daarin gedichten van Emily Brontë, hun vertalingen en ook eigen gedichten van Anjet Daanje geïnspireerd op de gedichten van Emily Brontë.
Recensie op de Reactor
Website Anjet Daanje
Het lied van Ooievaar en Dromedaris op de site van Anjet Daanje
Anjet Daanje – FB Auteurspagina

Leesnotities – Op het leeslijstje
‘Tussen de dagen‘ van Luc Vandromme
Maandag 25 Maart 2024

Vorig weekend werd in het lieflijke Reve-dorp Machelen a/d Leie ‘Tussen de dagen’, de nieuwe roman van Luc Vandromme voorgesteld. De schrijver, die daarmee ondertussen al aan zijn 8° boek toe is, zou Luc Vandromme niet heten als hij van de voorstelling niet een multidisciplinaire gebeurtenis had gemaakt. Zondag stond onder meer een optreden van het Brussels ensemble Bruxell’A Cappella op het programma dat de polyfone muziek uit het boek bracht in de Raveelkapel. In Huis de Leeuw, het mooie galerijhuis in de buurt van het Raveel-museum waar het ook al gonsde van activiteit, liep ondertussen voor het tweede weekend op rij een tentoonstelling met schilderijen van Luc Vandromme (werk dat volledig geënt is op het boek) en keramisch werk van de echtgenote van Luc, Trui Lemaitre.
Ik was er zaterdag en genoot zeer van het werk van beide kunstenaars. Straks hoop ik dat al in even grote mate te kunnen doen met het boek. Ook ons aller grote vriend, warmhartig kunst- en boekenveelvraat Jan Bib was er zaterdag. Voorts blijkt Luc Vandromme een creatieve duizendpoot van je welste te zijn. Hij is behalve schrijver immers ook actief als jazz-zanger, mede-keramieker, fotograaf en beeldend kunstenaar. In bijlage enkele momentopnames van de tentoonstelling op zaterdag 23/3/2024.
Tussen de dagen, Luc Vandromme – Godijn-Publishing 2024 – 506 pg.
www.lucvandromme.be
Bericht over het boek op de website van de auteur
Facebook-bericht P.R. van 25/3/2024 (met meer foto’s)


Leesnotities – Op het leeslijstje
Over ‘de Mitsukoshi Troostbaby Company’ en ‘Kinderen van het ruige land’ van Auke Hulst
Maandag 22 Januari 2024
“We zijn kamers met de lakens over de meubels”

Er zijn veel manieren om kennis te maken met een auteur die je om godweetwelkeredenenofomstandigheden niet eerder las of zelfs nauwelijks kende. De verdienste van een initiatief als het onvolprezen “Het Penhuis” is dat het op mooie zondagvoormiddagen auteurs naar “het verre Kortrijk” weet te halen waarvan je amper nog een woord had gelezen. Naar aanleiding van de komst van de Groningse auteur en muzikant en zanger Auke Hulst op zondag 12/11/2023 las ik zijn tot hiertoe meest bekende boek met die vreemde en bijna niet te onthouden titel dat in 2022 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs stond: ‘De Mitsukoshi Troostbaby Company’ uit december 2021. Het is een omvangrijk boek van 600 pagina’s dat op geen enkel ogenblik verveelt. Het boek heet een toekomstroman te zijn. Dat is ook zo maar het is nog veel méér dan dat. Anderen noemen het dan weer graag een ‘dystopie’ zoals dat tegenwoordig in deze warrige en onwaarschijnlijke tijden mag heten. Een dystopie voor het jaar 2032? Nee, hoor, wat mij betreft is ‘de Mitsukoshi’ gewoon een ijzersterke roman die hier en daar misschien wat te uitgebreid overkomt maar er zijn zoveel passages over onder meer het schrijven zelf die alles goed maken. Alleen al om de metafoor “We zijn kamers met lakens over de meubels” op pagina 514 zal ik deze schrijver blijven memoreren:
“Ik zei dat in jezelf praten belangrijk is. Dat mensen van dieren verschillen omdat ze aan zelfreflectie doen, hoewel we zelfs dan onszelf niet goed kunnen zien. ‘We zijn kamers met lakens over de meubels – je kunt ongeveer raden wat er onder de lakens zit, maar niet precies. Een piano, maar wat voor piano? Een stoel, maar welke stof? Snap je?” (pagina 514).
…/…
Op zondag 12 november 2023 was Auke Hulst dus te gast in Het Penhuis in Kortrijk (zie foto). In een aangenaam kabbelend gesprek met Karel Alleene, afgewisseld met door Hulst akoestisch gebrachte eigen songs, werd het voor veel Vlaamse lezers een zeer fijne kennismaking met een auteur (én met zijn boeken én zijn gitaar) die hier nog al te weinig bekend is.
In het verlengde van het gesprek, en zeer geïntrigeerd door wat de auteur daarin aan biografische elementen prijsgaf, las ik een andere roman van Auke Hulst van tien jaar eerder (2011): ‘Kinderen van het ruige land’ dat wellicht zijn meest autobiografische boek genoemd kan worden en dat in 2013 bekroond werd met de Cutting Edge Award en het Beste Groninger Boek. Ergens in een gebied in het Noorden van Groningen dat ‘het Ruige Land’ genoemd wordt groeien vier kinderen Kurt, Kai (die onmiskenbaar trekken en trekjes heeft van de auteur zelf), Shirley Jane en Deedee op zonder veel toezicht van een zo goed als altijd afwezige moeder. De vader is al heel vroeg overleden. Het boek is een prachtige wordingsgeschiedenis van kinderen die moeten opgroeien in een gebied waarin het ruige landschap meer is dan een metafoor.
Het Penhuis Kortrijk
Website Auke Hulst
Wikipedia-pagina Auke Hulst
Podcast – De Mitsukoshi Troostbaby Company
Juryrapport Shortlist Libris Literatuur Prijs 2022
Instagram-bericht Paul Rigolle
Auke Hulst, De Mitsukoshi Troostbaby Company, Uitgeverij Ambo/Anthos, 2021, 608 pagina’s
Auke Hulst, Kinderen van het ruige land, Uitgeverij J.M. Meulenhoff bv, 2012, 334 pagina’s,
“Wie De Mitsukoshi Troostbaby Company na zeshonderd pagina’s dichtslaat, hangt uitgeteld in de touwen maar heeft wel een onvergetelijke literaire reis gemaakt.”
(Libris-Shortlist-pagina 2022)



Leesnotities – Op het leeslijstje
Over ‘Mauk’ van Jan Vantoortelboom
Vrijdag 3 November 2023
Het werk spreekt boekdelen
“De nacht bestaat om het duister wakker te houden” (p20)

Schrijvers zijn er om te volgen! Of ze al dan niet ooit of nooit geconsacreerd worden of niet, dat speelt nauwelijks een rol; hun werk spreekt immers altijd voor zichzelf. Letterlijk: het werk spreekt boekdelen! En je houdt er van of je houdt er minder van. Of je houdt er zelfs helemaal niet van, maar in dat geval blijf je ze natuurlijk niet lezen en haak je af.
Ik hou ondertussen zéér van de boeken van Jan Vantoortelboom waarin ‘la Flandre Profonde’ boek per boek veel meer dan een lokale Westhoek-rariteit geworden is. Omdat Jan Vantoortelboom afkomstig is uit een dorp in de Westhoek, Elverdinge, dat ik zelf erg goed ken, was ik al vanaf zijn debuut uit 2011 ‘De verzonken jongen’ geïntrigeerd wat die Westhoekroots met de schrijver hebben en hadden gedaan. En nog zouden doen!
De verzonken jongen was al van in het begin een boek dat je als lezer en als recensent meteen als een flinke belofte kon beschouwen voor wat nog uit de pen of uit de laptop van Jan Vantoortelboom zou voortkomen. En dat was niet gering. In het jaar 2019 was Vantoortelboom met ‘Jagersmaan’ al aan zijn vijfde roman toe! Over die vijf boeken schreef ik voor ‘Jaarwerk MMXX’, het Jaarboek 2020 van de Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers een overzichtsartikel dat je via deze link kunt nalezen: ‘Een peloton schrijvers gevangen in een en hetzelfde hoofd”.
Mijn slotsom was toen:
“Benieuwd wat de man die veel schrijvers in hetzelfde hoofd met zich meedraagt de komende decennia nog voor ons in petto heeft. En welk soort schrijver hij uiteindelijk zal worden.”
En kijk vandaag de dag is er na een wat langere pauze die we van Vantoortelboom gewoon zijn, verband houdend met een schrijversdipje na de dood van zijn vader, sinds eind mei de nieuwe roman ‘Mauk’.
En daar heeft de schrijver – die ondertussen in de buurt van de Westerschelde woont – alle zeilen voor bijgezet. Zijn stijl is in zijn zesde boek helemaal de zijne geworden. Meer nog dan in zijn vorig werk: uitgepuurd en fijngeslepen. Er staan maar weinig woorden in Mauk die er niet horen te staan. Het boek vertelt het verhaal van een man die ziek en in een bed in een opgekalefaterd huisje bij een raam verblijft en terugblikt op zijn leven. Dat leven is getekend is door onder meer een tragische gebeurtenis in zijn jeugd en bittere herinneringen aan een tirannieke vader die van hem een getroebleerd kind en later ook een getraumatiseerde volwassene hebben gemaakt die maar moeilijk zijn weg kon vinden in de grote wirwar van de wereld. Gelukkig kon Mauk – een samentrekking van Maurice K. – terecht in zijn fantasiewereld van pioniers – “Mauk Tomahawk” – geholpen door Henri, zijn grote broer. Vantoortelboom beweegt zich in dit boek met kennis van zaken én auteursmétier tussen wat werkelijk is en wat verzonnen.
Af en toe zijn er nog echo’s die aan de (Westhoek-)locaties van vroegere romans herinneren maar het geheel is een boek waarin geografische grenzen geen of nauwelijks belang meer hebben.
Ergens op zijn website zegt Vantoortelboom het zelf: “Al mijn boeken hielpen mij en anderen, zoals alleen waarachtige verhalen dat kunnen”.
Het is uiteraard niet de bedoeling dat we hier veel over de inhoud verklappen. Mauk is een boek dat gelezen moet worden en dat bewijst dat de schrijver ervan tot volle maturiteit gekomen is.
Niet voor niets staat Vantoortelboom – de aanhouder wint – met Mauk te pronken op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2023.
En als je het ons vraagt maakt het boek best wel een goeie kans. Ook al is de concurrentie met de boeken van Saskia de Coster (Net echt, Das Mag), Tiemen Hiemstra (W.,Das Mag), Roxane van Iperen (Dat beloof ik, Thomas Rap) en Richard Osinga (Munt, Wereldbibliotheek) gerust pittig te noemen.
Op donderdag 9 november 2023 weten we of Jan Vantoortelboom een eerste grote literaire prijs mee mag meenemen richting het lieflijke Ossenisse in de buurt van de Westerscheldestranden.
Een afspraak als een klein Sinterklaasgeschenk om naar uit te kijken is ook het interview in de Bib van Ieper dat die andere Getalenteerde Westhoeker Roderik Six met de auteur zal hebben op 6 december 2023 e.k.
Fragment:
“Niemand begreep ooit de hitte in mijn hart, de zwarte rot in de baksteen van ons huis, dat wat deze bekende en tegelijkertijd onbekende man, deze intieme vreemdeling die voor me zit, deed ontstaan, ontvlammen en zorgde dat het met zijn adem werd aangeblazen als het op uitdoven stond. Dat is wat mijn woede is: een onuitroeibare koestering. Het bloed van mijn lichaam heet woede; de lucht van mijn longen heet woede. Dat ik je hier, bange, beschaamde, verminkte man, zou willen grijpen, dat weet je. Daarom staar je naar de grond; om die reden buig je je hoofd.” (Pagina 119)
Jan Vantoortelboom, Mauk, Atlas Contact, 2023, 192 p., 24,99 euro.
Bericht op Facebook (3/11/2023)
Blogtekst ‘Het werk spreekt boekdelen‘
Facebook-bericht va 3/11/2023
Website Jan Vantoortelboom
Mauk bij uitgeverij Atlas Contact
Bespreking Mauk door Jan Stoel op Bazarow
Boekenbon Literatuurprijs 2023
Een peloton schrijvers in een en hetzelfde hoofd – Paul Rigolle
Op het leeslijstje – Paul Rigolle
Interview Roderik Six met Jan Vantoortelboom – Bib Ieper op 6 december 2023




Categorieën De man met de leesbril, Op het leeslijstje TagsDe man met de leesbrilBewerk “Het werk spreekt boekdelen”

Leesnotities – Op het leeslijstje
Over ‘Ik=Cartograaf‘ van Jeroen Theunissen
Vrijdag 28 april 2023
“De wereld is een tekening die te lang in de zon heeft gelegen.” (p256)

De voorbije dagen en weken las ik een van de beste boeken die ik dit jaar al gelezen heb. In ‘Ik=Cartograaf’, zijn zeer aangenaam verrassend boek uit 2022, stapt de Gentse auteur en dichter Jeroen Theunissen in zes maanden tijd vanuit Caherciveen, het uiterst zuidwestelijke punt van Ierland naar Istanbul, het einddoel van zijn wandelreis. Omdat zijn leven en huwelijk in 2017 op een dwaalspoor zijn geraakt – met ademnood en paniekaanvallen toe – besluit Theunissen, onvervaard als hij zich voorneemt te kunnen zijn, om in 180 dagen voor zichzelf alle muizenissen uit zijn leven weg te wandelen. In zijn tocht beweegt hij als geboren cartofiel en zonder gps van links naar rechts op de kaart van Europa. Traagheid en verdieping zijn het doel. Een ode aan de nutteloosheid en een boek dat veel meer is dan een reisverslag tussen Ierland en de Bosporus zijn het intense resultaat. Achtereenvolgens doorkruist hij Ierland, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Polen, Oekraïne (toen nog niet in een vernietigende oorlog gewikkeld), Roemenië, Bulgarije en Turkije.
We vinden hem terug praatjes makend in de uitgangsbuurt van Istanbul, stappend door de bossen van Europa, beren vermijdend en we zien hem in Roemenië aan de Donau een ‘droomvogel’ ontmoeten. In Bulgarije ziet hij bevestigd hoe het kapitalisme naar tabak ruikt. Hij vertelt zijn twee zoontjes het inslaapverhaaltje van Franske, het neefslaafje van Dikke Oom Jan die niet eens zijn echte oom is, en een zwaluw als enige beste vriend heeft.
Met kunstenaar en amateurornitholoog O.C. Hooymeijer mijmert hij mee over het bestaan van alle mogelijke niet-bestaande vogels, bezoekt in het tegenwoordig felbelaagde Brody-Liviv de geboorteplaats in Oekraïne van Joseph Roth, filosofeert online met een Gentse filosoof terwijl hij mits veel handenwerk van zijn nieuwe beluikje in het centrum van Gent een aardig optrekje maakt. Hij raakt op zijn wandelreis levens aan, beschouwt ze maar intervenieert nauwelijks terwijl hij zich de vraag stelt of hij een boek aan het schrijven is over zijn thuisloosheid in Europa. (p181).
Maar vooral en uiteindelijk maakt hij een kaart van woorden, zijn hoogsteigen en niet-versagende manier om een cartograaf te zijn. Dit zeer lucide en stilistisch knap tegen de achtergrond van een veranderde technologische wereld. Bovendien weet Theunissen daarbij zorgvuldig de valkuilen van al te veel anekdotiek te vermijden.
Ik=Cartograaf is uiteindelijk een erg gelaagd, én geslaagd, literair verslag over een louterende reis geworden. Een reflectie over de huidige stand van Europa en de wereld. Tegelijkertijd is het een getuigenis afleggende existentiële denk- en stapoefening van het leven van een schrijver.
Je krijgt zowaar zin om het zelf op een wandelen te zetten.
Een gesprek over het boek bijwonen met de auteur die ook nog een erg minzaam causeur blijkt te zijn, zorgt voor bijkomende pigmenten bij het boek. Dat bleek gisterenavond uitvoerig in de Bib van Tielt waar Jeroen Theunissen in gesprek trad met Xavier Roelens.
Ik=Cartograaf is pas het allereerste boek dat ik van Jeroen Theunissen las. Na lezing is het een voortreffelijk idee om alles wat deze auteur geschreven heeft of nog gaat schrijven op de voet (!) te blijven volgen.

Fragment:
“En misschien, stelde ik mij voor terwijl ik naar de Donau keek, zijn we in Europa allemaal Kelten. Misschien zijn we allemaal migranten. Het is maar een verhaal. Natuurlijk. Maar ik wens het te houden. De verenigende verhalen – bijvoorbeeld dat een rivier die in de Zwarte Zee uitmondt verwant is aan een heuvel in West-Ierland – wil ik behouden, en de andere verhalen, de verhalen die verdelen, over bier drinkende Germanen en wijn drinkende Romanen, over luie zuiderlingen en stramme noordelingen, over Noord-Italianen en Zuid-Italianen, over Vlamingen en Walen, over Duitsers en Oostenrijkers, over protestanten en katholieken en moslims en niet-moslims, over Roemenen en Bulgaren, over Turken en Europeanen, over Oekraïners en Russen, over Britten en Fransen, over Roma en Gosj, zou ik liefst vergeten. Is die gedachte naïef? Best, dan is die gedachte naïef.” (p152)
Jeroen Theunissen, Ik = cartograaf, De Bezige Bij, 2022, 432 p., 24,99 euro.
Website Jeroen Theunissen
Ik=Cartograaf-website Jeroen Theunissen
Bezige Bij-Link
Zie ook deze link op Facebook (Vr 28/4/2023)
#ik=cartograaf #jeroentheunissen #xavierroelens

Een hardnekkig naleven
Leesnotities – Op het leeslijstje
Over ‘Dit is mijn moeder‘ van Tommy Wieringa
Vrijdag 27 januari 2023
“Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen”

Een van de allermooiste moederportretten die ik de voorbije dagen, én zeg zelfs maar jaren, gelezen heb is het uitgepuurde monument dat Tommy Wieringa optrekt voor zijn overleden moeder in ‘Dit is mijn moeder’.
Wieringa, in zijn vroegste jeugd teruggekeerd uit Aruba, is en blijft wat mij betreft een van de Nederlandstalige auteurs van wie je als lezer alles wil lezen wat je maar van hem onder handen kunt krijgen. Dit uiteraard alweer ‘tot spijt van wie het benijdt‘. Ooit was hij, naar het heet, ‘aanstekerverkoper op de openbare markt’, maar nu durven we hem hier zonder dralen een van de allergrootste aansteker-stilisten noemen die onze literatuur momenteel rijk is. Ooit liet hij zich, aan het eind van de vorige eeuw, in een interview in het tijdschrift ‘Vooys’ de gevleugelde woorden ontvallen: “Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen.” Het typeerde hem zeer en het typeert hem twee decennia later nog altijd. Het is ook exact de reden waarom ‘Dit is mijn moeder’ zo’n warm en intiem lezend moederportret is geworden. In korte hoofdstukken, waarin hij het niet alleen over zijn moeder heeft maar ook over eigen herinneringen aan haar, schetst hij tot in haar laatste levensdagen, verteerd als ze is door kanker, een beeld van zijn complexe en woelige relatie met de vrouw die hem al “halvelings in de steek liet” toen Tommy pas twaalf was.
Het boek dateert al van 2019 en is geschreven “Ter nagedachtenis aan Lia Wiersema (1942-2015)” zoals het vooraan vermeld staat. Met Wieringa zit je mee aan haar sterfbed ‘met het opschrijfboekje in de hand om de woorden uit haar mond op te vangen’. Uiteraard: ‘Een vruchteloze bezwering. ‘Niet één woord dat ik opschrijf vervangt ook maar een ademtocht van dat onstuimige, tegenstrijdige leven van haar.’ (In het hoofdstukje ‘Totaal oranje kamer’). Na lezing van ‘Dit is mijn moeder’ ga je het bijna betreuren dat je die onbuigzame stijlvolle dame nooit persoonlijk hebt mogen kennen. Al zal het voor de kleine Tommy Wieringa niet zo vanzelfsprekend geweest zijn om in haar buurt op te groeien. Ook al was hij, naar blijkt uit dit liefdevol geschreven boek, sterk genoeg om al van jongs af aan haar recht op excentriciteit te verdedigen.
Fragment:
“Bij het ontbijt in de tuin vertel ik mijn neefje over de Struikelrover, een rover in het bos die je altijd hoort aankomen omdat hij de hele tijd ergens over struikelt. Aan het eind van het verhaaltje geeft iedereen de Struikelrover altijd vrijwillig wat hij wil hebben omdat het anders zo zielig is voor hem. De Struikelrover en zijn vrienden Bloedige Ernst en Houten Dief worden vaak op de hielen gezeten door Generaal Pardon en zijn mannen; nou ja, ik heb er zelf in elk geval veel plezier van. Wanneer de zon op zijn hoogtepunt is brengen ze me naar de boot. We zwaaien alsof we elkaar heel lang niet zullen zien.”
(Fragment ‘de Struikelrover’, p 22 – Dit is mijn moeder)
De volgende Wieringa op mijn leeslijstje is wellicht zijn meest recente boek ‘Gedachten over deze tijd’ uit 2020, een verzameling essay’s en columns die eerder verschenen in NRC.

Leesnotities – Op het leeslijstje

“De roes van vrijheid boven aan die waterval“
Een volle Gentse Vier Nul Vier-zaal enkel en alleen voor de literatuur? Ja hoor, dat kan! Ook in deze tijden van likes en vluchtigheid… De Georgische schrijfster Nino Haratischwili (van de niets ontziende en onverbiddelijke bestseller ‘Het achtste leven’) is dan ook niet zomaar een schrijfster! Haar nieuwe boek “Het schaarse licht” werd gisterenavond voorgesteld tijdens een uitgebreid interview met Marnix Verplancke.
Het leeslijstje is met ‘Het schaarse licht’ alweer een ‘kasseisteen’ van een boek rijker.
Een quote uit het gesprek die zowat iedereen liet glimlachen gisterenavond: ‘Men are the head, women are the neck, you can turn it in all directions’.
Nino Haratischwili, Het schaarse licht, Meridiaan Uitgevers, 832 p., 34,99 euro. Vertaling Jantsje Post en Elly Schippers. RV
#ninoharatischwilli #hetschaarselicht #viernulvier #ophetleeslijstje #boekhandel #limerick #georgië
Nino Haratischwilli/ Boekvoorstelling ‘Het schaarse licht’ | VIERNULVIER

Leesnotities – Op het leeslijstje
“Ik noemde hem Stropdas. De naam beviel hem. Hij moest erom lachen. Rood-grijze strepen op zijn borst. Zo wil ik hem in mijn herinnering bewaren.” (p.9)
Het gebeurt niet veel, maar het gebeurt: af en toe zet je een boek bij in het kastje van de kleine en net daardoor héél bijzondere pareltjes. Die eer mag, wat mij betreft, zeker ook het romandebuut uit 2012 van de Oostenrijks-Japanse schrijfster Milena Michiko Flašar (St. Pölten, 1980) te beurt vallen.

Dat de Oostenrijkse schrijfster met haar Japanse roots (via haar moeder) door een aantal mensen vergeleken wordt met Haruki Murakami lijkt mij dan weer net iets té véél eer. Maar niettemin is ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ een bijna perfect boek. In een wat karige, ongebonden stijl zet Flašar een jonge ‘Hikikomori’ (een naar verluidt meer dan regelmatig voorkomend Japans fenomeen) die al twee jaar de kamer houdt zonder nog tegen iemand te praten, tegenover een wat grijze salaryman die net zijn job verloren heeft en dat voorlopig niet tegen zijn vrouw Kyoko wil opbiechten. De mannen leren elkaar kennen op een bank in het park. Wat ontstaat is een vriendschap die zonder heel veel woorden steeds intenser wordt. Tot op een ochtend de man niet verschijnt.
Een uittreksel:
“Twee jaar lang had ik geoefend om het spreken te verleren. Toegegeven, het was me niet gelukt. De taal die ik had geleerd drong door me heen, en zelfs als ik zweeg was mijn zwijgen veelzeggend. Ik sprak innerlijke monologen, sprak ononderbroken tegen de sprakeloosheid aan. Maar de klank van mijn stem was mij vreemd geworden. Soms ontwaakte ik ’s nachts badend in het zweet uit een nachtmerrie, alleen maar om de voortzetting daarvan te horen in het rauwe Aaah dat zich uit mijn buik, mijn longen, mijn keel naar buiten drong. Wie schreeuwt daar, vroeg ik me af en viel weer in slaap. Dwaalde door een landschap waarin elk geluid bij zijn ontstaan al wegstierf. De laatste zin die ik had uitgesproken was: Ik kan niets meer. Punt. Een vibrerende punt. Daarna was er iets dichtgeklapt. De moeite die het zou kosten om verder te spreken vanaf het punt waar ik was gestopt stond tegenover de zinloosheid om in woorden te vatten wat niet kon worden uitgedrukt.”
Een bijna volmaakte vriendschap, Milena Michiko Flašar. Uitgeverij Cossee Amsterdam, Vertaling Isabelle Schoepen en Kris Lauwerys, Eerste druk 2015
Oorspronkelijke titel Ich nannte ihn Krawatte, 2012
#demanmetdeleesbril #ophetleeslijstje #leesnotitie
…/…
Leesnotities – Op het leeslijstje


“Het geluid van die motor was voor hem de trompet van de eerste engel. De engel die vuur en bloed vermengde en op de aarde wierp tot al het groen was verbrand.”
pagina 18 – De vlucht
Het leeslijstje? Rechtlijnig is het niet altijd, en da’s maar goed ook. Soms kom je toe tot het lezen van boeken die wel al ergens in de middelste regionen van jouw lijstje terechtgekomen waren maar die nog lang niet bovenaan waren geraakt. Laat staan dat ze daar ooit zouden in slagen. Ooit, als de tijd er klaar voor was zou je al die aangestipte maar niet dringende titels wel ’s gaan lezen. “De weelde van de voorraad” of “De inhoud van een kast“, zoiets. Maar kijk, een beetje gedwongen door de omstandigheden van een onverwacht verlengd ziekenhuisverblijf mag jouw leesgedrag dan toch nog wat onvoorziene kronkels vertonen.
Breng maar mee wat je de voorbije maanden zelf graag gelezen hebt, vroeg ik dus laatst aan zij die mij lief is. Zij bracht mee en ik las. Met het uitzicht op de Assebroekse meersen. En zo kwam het dat ik in de voorbije weken achtereenvolgens – al lang fan van Pfeijffer en Claudel zijnde – Monterosso mon amour en Duitse Fantasie las. Dat ik in functie van wat persoonlijk recensiewerk Wat is er van de nacht? van de Antwerpse dichter Richard Foqué en ‘Aanslag in Antwerpen’ (Boem Boem 1) van Jan Van Der Cruysse tot mij nam. Dat ook het aardige Treindromen van Denis Johnson en Oerhert, de eerste dichtbundel van Astrid Haerens mijn ziekenhuisrevue passeerden.
Maar wat mij vooral een klap gaf die ik niet licht wil vergeten was het romandebuut uit 2013 van de Spaanse auteur Jesús Carrasco (°1972). In “De vlucht” (Intemperie) zet hij een sober en beenhard verhaal neer dat je naar het hart, én de strot grijpt. In een dorre niet nader genoemde landstreek waar de dorpen geen naam hebben – Carrasco kent zelf goed de Spaanse provincie Extremadura – word je deelgenoot van het lot van een aantal naamloze figuren als ‘de jongen’, ‘de geitenhoeder, ‘de rechter’, ‘de rooie’ en ‘de andere’. De dreiging dat ‘de jongen’ die op de vlucht is voor een niet nader omschreven onheil uit het verleden opnieuw zou worden opgepakt door ‘de mannen van het dorp’ zorgt voor een uitermate knap uitgebouwde spanning. Af en toe moest ik zelfs denken aan “De Weg” van Cormac McCarthy; dat ander boek dat evenzogoed een harde streep trekt door een dorre en verwoeste streek vol dreiging. ‘De Vlucht‘ werd inmiddels vertaald in 20 talen. Carrasco heeft zich met de opvolgers van zijn debuut, ‘De grond onder onze voeten’ (2016) en ‘Terug naar huis’ (2021) ondertussen een benijdenswaardige status als Groot Europees auteur in wording bij elkaar geschreven. Een auteur die ik wil blijven volgen.
De vlucht, Jesús Carrasco, Uitgeverij J.M. Meulenhoff, 2013, vertaling Arie van der Wal en Arne van der Wal.
#demanmetdeleesbril #ophetleeslijstje #leesnotities2022 #JesúsCarrasco
“Het geluid van die motor was voor hem de trompet van de eerste engel. De engel die vuur en bloed vermengde en op de aarde wierp tot al het groen was verbrand.”







…/…
Leesnotities – Op het leeslijstje
“Van alle zeedieren bleef alleen bij de dolfijn de glimlach bewaard”
(Uit ‘Appelblauwzeegroen’ van Herlinda Vekemans)
Er zijn in ons taalgebied zoveel dichters op een integere en intense manier bezig met het – vers voor vers -opbouwen van een oeuvre dat – eerder stil en zonder grote kapsones of gebaren – uiteindelijk toch terecht komt waar het moet komen: bij een ruimer poëzieminnend, en vaak zelf schrijvend publiek.
Zo’n dichter is zonder twijfel Herlinda Vekemans.
Komende zaterdag 5 maart 2022 stelt ze in de Leuvense Bib haar nieuwste bundel ‘Appelblauwzeegroen’ voor. (Zie de uitnodiging in bijlage).
Mede-Digther-redacteur Herlinda Vekemans (1961) geeft Engels voor medische en biomedische doeleinden aan de KU Leuven. Ze publiceerde eerder vier bundels bij PoëzieCentrum. Ze debuteerde aldaar in 2005 met ‘Versneden‘. Daarna volgden ‘Buiging‘ (over en mét D.D. Sjostakovitsj) (2006), ‘Schrikdraad‘ (2011) en ‘Kwartet voor het einde van de tijd‘ (over en mét O. Messiaen) (2015). ‘Appelblauwzeegroen’ is bijgevolg al de vijfde bundel op rij die bij het Poëziecentrum verschijnt. Het geeft aan hoe ‘onversaagd’ een dichter als Herlinda Vekemans blijft verderschrijven.
Zelf leerde ik Herlinda op een erg aangename manier kennen toen ik omstreeks het jaar 2007 deel ging uitmaken van de redactie (en eigenlijk ook wel van het gelijknamige collectief) van het literaire tijdschrift ‘Digther’, dat vanuit de Westhoek op papier met de nodige literaire zwier teksten op de wereld losliet. Later vervelde het tijdschrift met ‘De Schaal van Digther’ tot een tijdschrift dat enkel nog in digitale vorm verschijnt. Iets wat het voorbije decennium wel meer literaire tijdschriften is overkomen.
Ik heb dus alle reden van spreken als ik zeg dat ik met Herlinda een aimabele literaire dame van stand heb leren kennen. Haar nieuwe voortreffelijk vormgegeven bundel Appelblauwzeegroen zag ik eind verleden week al in Boekhandel Limerick liggen, en wat had je gedacht, ik kon er onmogelijk aan weerstaan. Ik woog hem op de hand, bladerde, genoot van hoe de gedichten zich een voor een aan mij voorstelden, waardeerde hun uitzicht en taxeerde hen al even vluchtig op hun actuele en vaak prangende inhoud. Kortom: ik zag meteen dat het goed zat.
Ik ben er van overtuigd dat jullie dat komende zaterdag in de Leuvense Bib Tweebronnen met mij zelf zullen kunnen vaststellen. Bart Vonck leidt in, Herlinda leest en er is muziek van Serdar Demirbas (saz en zang) en Ann De Lentacker (clavicymbalum en zang).
Namens Herlinda: Iedereen welkom!
Herlinda Vekemans – Appelblauwzeegroen – Uitg. Poëziecentrum VZW – 2022 – ISBN 978-90-5655-190-2
#ophetleeslijstje #deschaalvandigther #herlindavekemans #uitgeverijPoëziecentrum #nieuwepublicaties #demanmetdeleesbril #leesnotities2022




Leesnotities – Op het leeslijstje
Zaterdag 26 Februari 2022
“Wanneer ik dat maar wil”.
Heeft u dat ook, van die lichte afwijkingen waarover je je met het verstrijken van de jaren niet eens meer schuldig voelt. Aanvankelijk kon je ze nog afdoen als ‘een soort guilty pleasures’, maar nu schroom ik mij er niet meer voor om er ronduit voor uit te komen. Via deze weg geef ik dus vanmorgen nogmaals en héél grif toe dat ik zowat al mijn hele leven een rare ‘crush’ of noem het beter een passionele band heb met de wereld van “de koers” en “het wielrennen”.
Die fascinatie gaat, naar ik mij herinner, bij mij wel heel ver terug in de tijd. Nooit vergeet ik die zomerse namiddag, toen mijn vader en ik – ik was nauwelijks negen – aan de radio, zo’n klein zwart doosje van bakeliet, zaten gekluisterd. Het jaar tweeënzestig! Locatie: Belgisch Kampioenschap op de Citadel van Namen. Moeiteloos kan ik ook nu nog wanneer ik dat maar wil de vibrerende en bevlogen stem oproepen van de reporter waarvan ik later altijd hoopte dat ze aan Jan Wauters had toebehoord. Maar Jan heeft mij ooit zelf gezegd dat hij het waarschijnlijk niet kon zijn geweest. In elk geval weet ik sindsdien hoe mooi radio kan zijn. Vaak véél mooier en intenser dan wanneer je de beelden van de televisie maar voor het binnenhappen hebt.
Dit alles maar om te zeggen dat ik straks weer enkele zoete uren zoet zal en mag zijn met de start van het nieuwe Belgische wielerwegseizoen… Het weze mij vergeven! En mocht de koers het de komende weken wat aan spankracht laten afweten dan is er nog altijd mijn wielerboekenlijstje dat alsmaar aangroeit en waarvan ik – jager, prooi en wielerverzamelaar tezelfdertijd – met zekerheid weet dat er boeken op staan waarvan het zonde is dat ik ze nog altijd niet heb gelezen.
Daniel Dencik: Wielerhart.
Paul Fournel: Anquetil alleen.
Hein Lodewijkx: Tussen geven en nemen
Gunter Segers: Hélène Dutrieu, ‘De vrouw die over de Olympia vloog’
Geert Vandenbon: Koerskalender 2022 (‘aan het lezen uiteraard, met het vorderen van de wielerdagen’)
#heinlodewijkx #danieldencik #paulfournel #anquetilalleen #wielerhart #hethartvanBitossi #hélènedutrieu #guntersegers #geertvandenbon #leesnotities2022
En nog meer wielerdingen:
Hashtag ‘Remco houdt niet van gravé’
Daar komt het voorjaar
Preview van Woud Demasure op Vai Vai Mauro
Omloop het Nieuwsblad-thuisssite
Omloop het Nieuwsblad op Sporza






Leesnotities – Op het leeslijstje
Woensdag 23 Februari 2022
De ‘Nagelaten gedichten‘ van Koenraad Goudeseune
#demanmetdeleesbril

Lees hier het volledige artikel

Leesnotities – Op het leeslijstje
Donderdag 10 Februari 2022
“De Steppewolf van de Uruguayaanse literatuur!“
#demanmetdeleesbril

Van het leesfront is er altijd wel wat nieuws te melden. Ik ben vanmorgen ‘de laatste honderd’ ingegaan van ‘Pluto. Aan het einde van de weg rechtdoor’ van mijn gewezen stadsgenote Lara Taveirne. En laat ik het bij deze maar ruimhartig toegeven en erkennen: ‘Jongens, wat een boek!’. En op haar terrein: ‘Wat een schrijfster’. Het is het eerste boek dat ik lees van Lara Taveirne, en ik weet dat ik, als de tijd het maar toelaat, een inhaalbeweging maak en haar volledig oeuvre (want dat is het inmiddels al) ga lezen. Taveirne geeft ‘la Flandre profonde’ vorm maar dan zonder de oubolligheid die daar vaak bij hoort.
Na Pluto staat dan weer de novelle ‘Afscheid’ (“een dun boekje maar” zo lijkt het) van Juan Carlos Onetti op ‘het leeslijstje’. Zij die mij lief is heeft het net gelezen en ze is er méér dan maar een klein beetje over te spreken. Ik ken Onetti, ‘de steppewolf van de Uruguayaanse literatuur’, niet echt, en het boekje dateert origineel (‘Los adioses’) uit het gezegende jaar … 1954, en is pas verleden jaar vertaald. Onetti (°1909) stierf in 1994 in ballingschap in Madrid en wordt door velen die het kunnen weten samen met Marquez, Borges en Vargas Llosa tot de vier belangrijkste schrijvers van Latijns-Amerika gerekend. Zegt de achterflap: “(Er is) Alle reden voor een herintroductie van Onetti in de vorm van de jaarlijkse uitgave van een van zijn zeven korte romans.” Zo mag ik het horen! Maar eerst even ‘Afscheid’ lezen. Alweer benieuwd!
Juan Carlos Onetti – Afscheid. Uit het Spaans vertaald door Arie van der Wal. Uitgeverij Kievenaar, Amsterdam. 96 blz. € 18.
#demanmetdeleesbril #juancarlosonetti #deachterflaplezer #UitgeverijKievenaar #leesnotities2022
Meer info:
Afscheid bij Uitgeverij Kievenaar:
Recensie Tzum:
https://www.tzum.info/2021/04/recensie-juan-carlos-onetti-afscheid/
Recensie De Tijd:
https://www.tijd.be/cultuur/literatuur/geloven-tegen-beter-weten-in/10282531

Leesnotities – Op het leeslijstje
Dinsdag 1 Februari 2022
“Waar hebben we het laten liggen?“
#demanmetdeleesbril

Die leeslijstjes… Altijd veel uitgebreider zijn ze dan het aantal boeken dat een mens tijdens zo’n doorsneejaar (maar) kan lezen. Of dat erg is? Nee hoor! Helemaal niet want dat is nu eenmaal de functie en zelfs het doel van leeslijstjes als deze: veel beloven aan wat je als lezer kan te wachten staan.
Vandaag sta ik graag even stil bij het nieuwste boek van dichter-essayist Geert Buelens. Ik ken Geert vooral van zijn poëzie die ik zeer waardeer, en vooral ook van dat schitterende boek met perfect geel leeslint van hem ‘De Jaren zestig’. Een cultuurgeschiedenis’ waarin ik – play the blues – regelmatig mag bladeren en lezen. Ook zijn essay-verzameling ‘Oneigenlijk gebruik, over de betekenis van poëzie‘, uit 2008, uitgegeven door Vantilt, ligt nog heel regelmatig binnen het bereik van mijn leestafel. In 2009 was hij met een ander boek uit 2008 Europa Europa!’ al laureaat voor de non-fictie ABN ABN-AMRO Bank Prijs. Daarna volgden onder meer de dichtbundels ‘Thuis‘ (2014) en ‘Ofwa‘ (2020).
En nu is er ‘Wat we toen al wisten. De vergeten groene geschiedenis van 1972’. In het boek flitst de schrijver ons in zijn deskundig en erudiet Buelens-teletijdmachientje terug naar het jaar 1972 toen Het Rapport van de Club van Rome ‘Grenzen aan de groei’ verscheen dat tal van gemoederen wist te beroeren. Toen was ik zelf ook een van de jeugdige lezers.
Over: “Wat we toen al wisten”:
“Aan de hand van films, televisieseries, romans, stripverhalen, nieuwsberichten en officiële rapporten uit het jaar 1972 laat Buelens zien wat we toen al wisten over het uitbuiten van de wereld, wat we ervan geleerd hebben ook – en wat niet. Archieffragmenten en interviews met ‘oud-strijders’ van toen vormen het uitgangspunt voor een avondvullend gesprek. “
Benieuwd waar we het 50 jaar geleden (al dan niet) hebben laten liggen.
Overigens is Geert Buelens vanavond in ‘Meet the writer’ te gast in de Brusselse Bozar.
Meer info daarover: https://www.bozar.be/en/calendar/meet-writer-geert-buelens
Meer info over het boek:
https://www.singeluitgeverijen.nl/…/wat-we-toen-al-wisten/
Geert Buelens- Wikipedia-pagina:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Geert_Buelens
#ophetleeslijstje #demanmetdeleesbril #geertbuelens

Leesnotities – Op het leeslijstje
“Een zee die verbaasd aanrolt“
#demanmetdeleesbril

Vandaag verschijnt bij Uitgeverij Cossee ‘Het einde van de poëzie’, de nieuwe dichtbundel van Mark Boog. Of dit ‘het einde van de poëzie’ is bij Boog mag ik samen met jullie gelukkig zéér betwijfelen. Mark Boog is bij mij, net als dat het geval is bij een aantal geliefde muzikanten of muziekgroepen waarvan je geen song wil mankeren, een dichter waarvan ik geen bundel wil missen. Ooit, omstreeks het gezegende jaar 2008, vatte ik het plan op om voor het ‘Poëzierapport’, het recensieproject van Philip Hoorne – waarvan helaas op internet geen enkele recensiejota meer is terug te vinden – een recensie te schrijven van de verzamelbundel van Boog, “Het eigen oor”. Dat is er toen niet van gekomen, zoals wel meer dingen het om een of andere obscure of triviale reden uiteindelijk laten afweten. Onder meer Erik Jan Harmens schreef toen over die bundel: Mark Boog schrijft zo helder “dat je er kierewiet van wordt”.
En in mijn nota’s van toen vind ik vandaag onder meer dit Marc Van Oostendorp-knipsel terug. Ik kan er mij op vandaag nog altijd helemaal in vinden: “Ik had geen idee wat andere mensen van zijn werk vonden – maar ik meende dat op basis van dit gedicht aan Mark Boog onverwijld alle literaire prijzen moesten worden uitgereikt die er maar bestaan en dat hem van overheidswege alle middelen worden aangereikt zodat hij voort zou blijven schrijven. Mij was elk woord dat hier staat volkomen uit het hart gegrepen. Ik wist meteen: van Mark Boog ga ik elke snipper lezen die ik vinden kan.”
En zo is dat vandaag de dag ook nog altijd met mij. Dit maar om te zeggen dat ik de nieuwe bundel van Mark Boog, al dan niet “het einde van de poëzie” straks in geen geval missen! Op onderstaande foto vind je ook het openingsgedicht van de bundel.

#markboog#erikjanharmens#demanmetdeleesbril#ophetleeslijstje #leesnotities2022

Leesnotities- Op het leeslijstje
Dinsdag 18 Januari 2022
“Dromen zijn sterke dingen!”
#demanmetdeleesbril
Dromen zijn sterke dingen. Je droomde vroeger wel ’s van ‘Willem, die Madocke maecte‘. En dat je er terug was… Terug in de tijd en in het Vlaanderen van het overstroomde Zwin. In jouw droom leek Willem, naar jouw gevoel, altijd wel een beetje op Zeno uit L’oeuvre au Noir van Marguerite Yourcenar. Zeno, mét het onvergetelijke gezicht van Gian Maria Volonte. Al kunnen die twee elkaar in geen geval hebben ontmoet. Drie eeuwen van elkaar verwijderd, als ze zijn. Als ze waren. Bestaan er eigenlijk afbeeldingen van die twee… Nee, en al zeker niet van die onbekende Willem die zijn bestaan enkel bevestigde met een acrostichon…
En kijk daar ligt straks op jouw leestafel dat imponerende boek van Nico Dros. Meteen genomineerd voor de Boon-prijs. “Je hoort de geest van Umberto Eco grinniken” schreef Onno Blom verleden jaar al in de Volkskrant. En “Als de bronnen zwijgen, dan moet de schrijver zijn verbeelding laten spreken.“ Een bibliothriller zowaar… Zwaar benieuwd. Voor de volle 592 pagina’s lang!”

Willem die Madocke maecte Daer hi dicken omme waecte “
Nico Dros: Willem die Madoc maakte. Van Oorschot; 592 pagina’s; € 27,50.
#demanmetdeleesbril#nicodros#willemdiemadocmaakte#ophetleeslijstje #leesnotities2022

