
Lees het Blogbericht:
https://paulrigolle.wordpress.com/2026/02/26/els-snick-op-bezoek-in-de-brugse-bib/

Paul Rigolle houdt de dingen en de dagen bij.
"Of toch iets wat daar sterk op lijkt…"
Woensdag 17 December 2025
Over ‘De Grens’ van Jeanne Boden

Blogbericht van dinsdag 17/12/2025
Facebook-bericht van dinsdag 17/12/2025
Nu we weer met rasse schreden op weg zijn naar alweer een nieuw jaareinde worden we naar gewoonte her en der overspoeld door mensen, magazines en websites die met allerhande jaarlijstjes in de weer zijn. We houden nu eenmaal van overzichten die ons het gevoel geven dat we een flink deel van ons lezend, kijkend en luisterend leven onder controle kunnen houden. En eigenlijk – waarom het niet toegegeven – ben ik zelf nauwelijks een haar beter. Achteromkijkend merk ik dat ik in het voorbije jaar alweer flink wat bij elkaar gelezen heb. Al is dat vanwege allerhande persoonlijke schrijf- en andere activiteiten toch altijd weer minder dan ik had gehoopt.
Niettemin, niettemin, zijn er een aantal boeken die ik dit jaar met veel toenemend leesplezier heb gelezen. En ook op die manier wil onthouden. Ik som graag een aantal titels op die mij zijn bijgebleven en die mij zullen bijblijven. Ik las ‘De kroon met de twee pieken’ van Guido van Heulendonk, ‘Wolf’ van Lara Taveirne en zeker niet te vergeten ‘Victoriestad’ van Salmon Rushdie waarvan ik eigenlijk nog niet zoveel had gelezen maar van wie ik in de toekomst alles wil lezen.
Ik kwam thuis in ‘Dius ‘ van Stefan Hertmans, ‘Lessen’ van Ian Mc Ewan, ‘Waak over haar’ van Jean Baptiste Andrea, ‘De Wedstrijd’ van Koen Dhaene, ‘De lange droogte’ van Cynan Jones en verbleef lange tijd in het ‘Paradijs’ van Abdulrazak Gurnah … Ik las in enkele inhaalbewegingen klassiekers als ‘Verdriet is het ding met veren’ en ‘De jongen in de gestreepte pyama’ van Jon Boyne.
Onder de indruk was ik ook van de dunne maar wel uitstekende recente nieuwe roman ‘In het wit’ van Roderik Six. En uiteraard ontbrak in het jaar dat ik zelf nog ’s een dichtbundel publiceerde (‘Het Omber en het Oker’) geenszins de poëzie. Veel namen, teveel om op te noemen maar ik stip wel met een stip de navolgende drie bundels aan: ‘De leer van de orchidee’ van Jan Lauwereyns, de ‘Troostpogingen’ van Twan Vet en het typoscript van de bundel waarvan ik hoop dat hij ooit wordt gepubliceerd van Frans Deschoemaeker ‘Oude duivelse maan’.
In dit zeer onvolledig overzicht is er wel één boek waarbij ik hier absoluut wat uitgebreider wil ingaan. Dat is een boek dat wat verrassend op mijn leespad kwam maar mij tijdens mijn lezing nauw aan het hart is gaan liggen. Ik heb het over ‘De Grens’ van de sinologe Jeanne Boden. In een zacht-biografisch getint boek van 305 bladzijden gaat ze in op haar lange persoonlijke geschiedenis met China, het land waar ze haar hart en ziel aan verloren heeft maar waar ze ondertussen zo goed als niet meer welkom is. Maar ook de ijkpunten die haar in haar eigen leven getekend hebben gaat ze niet uit de weg.
De ondertitel van ‘De Grens’ luidt zeer ter verduidelijking: “Een reflectie over de dood, rusteloosheid, schoonheid, Europa en China” en dat is ook wat het boek voor mij zo boeiend maakt. Je kunt ‘De Grens’ lezen zoals je een roman leest, maar netzogoed lees je een biografisch verslag over een leven als een licht politiek getint pamflet over China en wat er onder Xi van geworden is. Jeanne Boden die eerder al talloze essayistische boeken over China schreef geeft je een inkijk in haar vele verblijven en ervaringen en maakt in dit boek met groeiende gemengde gevoelens een balans op van een liefde voor een land die ondanks alles nooit is overgegaan.
‘De Grens’ is een boek dat veel mensen kan aanspreken die ervan houden om te reflecteren over leven en dood. Het boek is dan wel gepubliceerd in 2024 maar het blijft, wat mij betreft, een absolute aanrader.
Als illustratie het stukje waarmee het boek eindigt:
“Misschien groeit er op een dag een twijg uit mijn arm en word ik een boom met een hoge stam en knoestige, knobbelige, kronkelende vertakkingen en een hoge weidse kruin tot in de hemel, zo hoog dat ik heel diep kan ademen en mijn takken kan uitstrekken tot aan de einder. Of misschien ben ik dat al.”
Jeanne Boden, De Grens, Uitgeverij Punct, 2024, ISBN 9789464590357
Website Jeanne Boden: www.jeanneboden.com
De auteur is ook actief als plastisch kunstenaar: www.jeanneboden.art





*** *** *** *** *** ***
Over ‘Het Jaagpad‘ van Paul Verrept
Op het leeslijstje (21)
‘Un beau soir l’ avenir s’ appelle le passé’ van Louis Aragon

De onafhankelijke boekhandels reiken met de Confituur-Boekhandelsprijs elk jaar een prijs uit aan een boek dat meer aandacht verdient dan het (tot hiertoe misschien) gekregen heeft. Komende woensdag 23 april 2025 op ‘Wereldboekendag’ weten we wie de opvolger wordt van Rik Van Puymbroeck die verleden jaar geheel en al terecht de prijs kreeg voor ‘Treurwil‘, zijn eerste literaire roman. Vijf auteurs bevolken voor 2025 de shortlist: Marieke De Maré met ‘Ik ga naar de schapen‘, Tim ’s Jongers met ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld‘, Safae El Khannoussi met ‘Oroppa‘ (eerder al laureaat van de Boon-prijs), Paul Verrept met ‘Het Jaagpad‘ en de dichter-romancier Tomas Lieske met zijn roman “Wij van de Ripetta“. Eén voor één zijn het boeken die de prijs best wel zouden verdienen.
Zelf loop ik meer dan gewoon warm voor ‘Het Jaagpad’ van Paul Verrept. Het was het eerste boek dat ik las van deze schrijver die ook bekendheid geniet als illustrator en grafisch ontwerper en ook betrokken is bij ‘Bebuquin’, een uitgever van toneelteksten. En zeker is: het zal niet het laatste boek zijn dat ik in de toekomst van hem zal lezen.
Ik las ‘Het Jaagpad’ tijdens een koude decemberavond van 2024 op een Blankenbergse hotelkamer (in Hotel José), net groot genoeg om twee mensen een warme tijd te bezorgen. En zoals dat gaat met plaatsen waar je iets las dat je midscheeps wist te raken zal dat hotel voor mij persoonlijk wel voor lange tijd met dit boek verbonden blijven.
‘Het Jaagpad’ zorgt van meet af aan voor een sfeer waarin je helemaal wordt ondergedompeld. Het boek vangt aan met een cursief gedrukt sfeerbeeld, een poëtische proloog zo je wil, die al een beetje de contouren schetst van waar de schrijver met de lezer heen wil.
“De stad is zoals alle steden. Ze is verzadigd, opgeladen, draagt in zich wat was, wat is en wat gaat komen. Ze is betoverd, zoals alle steden.” (Pagina 7)
Het is in die betoverde en toch naamloze stad (met heel veel herkenbare Brusselse accenten) waar Paul Verrept zijn twee hoofdfiguren laat bewegen. De gepensioneerde oudere Lucas brengt zijn dagen wat uitzichtloos door op een flat gelegen aan een groot kruispunt in de stad. Op een dag neemt hij de trein terug naar zijn verleden.
Ongeveer simultaan verlaat Claus, een student van achttien, zelf ook zijn dorp om vol jeugdig verlangen en enthousiasme het volle leven in ‘de grote stad’ te gaan ontdekken.
Rondom de beide figuren ontspint er zich een fijnmazig netwerk van “schijn en werkelijkheid”. Lucas is gefascineerd door Claus (de namen zijn elkaars anagram!) die op zijn beurt erg aangetrokken wordt door het meisje ‘Maria’, net als Claus een eerstejaarsstudent. De figuren raken in het verhaal met elkaar verstrengeld. Identiteiten neigen naar elkaar. Heden en verleden vloeien in elkaar over, intens gekleurd door eenzaamheid, menselijk verlangen en begeerte. Het Jaagpad is een subtiele kleine roman – het boek telt ‘slechts’ 120 pagina’s – waarin er vooral ook voor “de stad” een hoofdrol is weggelegd. Heel regelmatig voel je je daarin als lezer zowaar een voyeur.
In korte zinnen – er zit vaart in dit dunne boekje – lijkt ‘Het Jaagpad’ op een milde koortsdroom.
“Onder hem ligt de stad. De zon hangt al lager. Claus stelt zichzelf voor, daar, in de stad, in allerlei gedaantes loopt hij er rond. Als kunstenaar, schrijver, minnaar, in drukke gesprekken gewikkeld. In cafés en theaters, rokend, drinkend.” (Pagina 76)
In een tweede cursief gedrukt prozastuk op het einde van het boek lees je:
“De stad is een schrift, waarin elke beweging, elk gebaar, elk woord en elke gedachte onuitwisbaar wordt opgeschreven en bewaard’.
De stad slaat op, houdt vast.” (Pagina 113)
‘Het Jaagpad‘ is een fascinerend en fijnzinnig boekje dat blijft nazinderen met hoofdfiguren die in elkaar lijken te willen vloeien en die je lang na lezing niet los willen laten.
‘Hij denkt dat hij de jongen ziet nu.
Hij is er. Hij is er niet. Hij komt dichterbij.
Hij is nu vlakbij.’
Paul Verrept – Het jaagpad. Koppernik – Amsterdam. 120 blz. €19,50
Update van 23/4/2025
De Confituur-prijs voor 2025 gaat naar de fijne roman “Ik ga naar de schapen” van de Brugse schrijfster Marieke de Maré. En hét spreekt dat we ons ook in deze keuze perfect kunnen vinden! Alvast onze gelukwensen!
Meer info via dit VRT-Nws-bericht.
#desmaakvanconfituur #confituurboekhandelsprijs #shortlist #literaireprijs #confituurboekhandels #onafhankelijkeboekhandels #samenonafhankelijk
#paulverrept #uitgeverijkoppernik
Recensie André Keikes – Tzum
Uitgeverij Bebuquin
Website Paul Verrept
Wie droedelt, die blijft: auteur Paul Verrept over schrijvers die tekenen in de marge (Art De Standaard)
Wereldboekendag 23 April

Foto: Bert Bevers – https://detafelvan1.blogspot.com/2013/05/paul-verrept.html
Over lezen tout court.
Blogbericht van zondag 19/1/2025
Leesnotities en andere aantekeningen
Facebook-bericht van 20/1/2025

Lezen! Het blijft een fantastisch feest! Maar dan wellicht enkel en alleen voor wie het sowieso al niet missen kan. Aan zij die om joostweetwelkobscurereden nooit tot lezen komen moet je niet proberen uit te leggen waaruit precies het genoegen, de gratie, het genot én de genade van het lezen bestaat. Alsof je zo’n onverbeterlijke extreem-rechtse rakker diets zou willen maken waarom papierloze mensen het in geen geval verdienen om zonder mededogen als kansloos grensvee gedeporteerd te worden. Of aan iemand die zweert bij Crodino en andere non-alcoholische dranken proberen duidelijk te maken dat ook een Gin-tonic bij tijd en stond wel iets hebben kan. Dat komt in beide gevallen neer – daar ben je na al die jaren ondertussen al wel achter – op bij manier van spreken “water gieten op een hete steen”… Van een pluviometer kun je immers niet verwachten dat hij ook nog ‘ns de uren zon gaat registreren…
Ha, die mondvoorraad van de boeken!!! En het feest van het lezen… Van de fantasy en sciencefiction-schrijver George R.R. Martin, bekend van de “Game of thrones”-televisieserie, is de wel vaker geciteerde quote: “A reader lives a thousand lives before he dies… The man (or woman) who never reads lives only one…”
Stichtend toch! Ik ben meteen bereid om de gevleugelde uitdrukking van de heer Martin zonder aarzelen als “helemaal en maar al te waar” te labelen. Al weet ik anderzijds dat er – nu ik toch aan het citeren ben – minstens evenveel waarheid zit in wat James Joyce ooit ‘s liet noteren: “Life is too short to read a bad book“…
Quotes over lezen genoeg trouwens. Deze van His masters voice Arthur Schopenhauer over wie ik laatst het schitterende gelijknamige toneelstuk zag van Stefaan Van Brabandt is een mooie om te onthouden ook: “Lezen is denken met andermans hoofd“… Ook al heel vaak geciteerd, die Schopenhauer. Een evergreen van hem die ook in het stuk van Stefaan Van Brabandt naar voor kwam was ook zijn “algemeen vrolijk zure” manier om tegen het leven aan te kijken: “Het leven is een hachelijke zaak. Ik heb besloten er de rest van mijn leven over na te denken.“
Afijn, dit alles maar om te zeggen dat ik in de voorbije weken en maanden wat kans heb gezien om wat bij te lezen. Heuglijke uren waren dat. Even het venijn van die draaiende wereld en die alomtegenwoordige bitsige Netanyahu’s vergeten en met volle overtuiging wegduiken in die andere magische realiteit die het boek en de poëzie ons te bieden hebben. Alleen heeft mij dat zoveel leesnotities en dubbelgevouwen A4-tjes opgeleverd dat ik niet meer weet hoe ik ze moet bewaren. En of ik hoedanook nog de nodige tijd moet zoeken om ze uit te tikken om ze te bewaren… Ik heb hier op deze bladzijden ooit ’s het hooggegrepen en licht-ambitieuze plan opgevat om van elk boek of dichtbundel die ik las een aardig leesverslagje te plaatsen. “Op het leeslijstje” heet de pagina die met heel onregelmatige tussenpozen mijn verslagjes verzamelt en zich bijgevolg constant in opperste staat van “in progress” bevindt. Onbegonnen werk natuurlijk om alles keurig en tijdig bij te houden… Zeker als je zelf nog iets wil schrijven…
Laat ik voor deze “leeslijstjes-keer” dus maar volstaan met … het posten van bovenstaande foto. Als een soort losse flodder uit de camera van mijn smartphone geplugd. Wie in het stapeltje een boek van zichzelf herkent mag zichzelf alvast koesteren in het warme licht van mijn opperste waardering.
#overlezen #demanmetdeleesbril
Voor de volledigheid bij de foto: ‘Het lijstje met de titels’, van links naar rechts:
* Max Hermens: Het verdwijnen van Freddy Heijen
* Zevenblad n° 7
* Koen Broucke: Rivierverloren
* Anne Provoost: Decem
* Piet Devos: Innerlijke lichtval
* Lara Taveirne: Wolf
* Alain Delmotte: Breedschrift
* Johan Clarysse: Het geduld van water
* Vera Steenput: Sterke schoenen
* Chantal Akerman: Mijn moeder lacht
* Geert Jan Beeckman: Archipel
* Herman Vuijsje en Anneke Groen: Eindeloos ouderschap
* Paul Rigolle: Wij worden erts dat niemand delft
* Mark Kinet: Psychologie vaan de kunst
* Anneke Brassinga: Ontij
* Anneke Brassinga: Crudités
* Paul Verrept: Het Jaagpad
* Stefaan Van Brabandt: Schopenhauer
* Charles Baudelaire: Mijn hoofd is een zieke vulkaan
* Maxime Rovere: Klootzakken, hufters en eikels
* Roger Arteel: Beperkt houdbaar
* Dichterscollectief Obsidiaan: Veelvoud van een eiland
* Frank Pollet: Polletanië!
* Guido Van Heulendonk: De kroon met twee pieken
* Elise Vos: Bolster
* Werner Herzog: Het schemeren van de wereld
* Patrick Lateur: Minuscula

Voor ieder van ons
die lijdt & leert
en ervoor kiest
door te gaan
© Amanda Gorman
Amerika…
Amerika… Begrijpe wie begrijpen kan. Ik ben nog steeds een zoekende. Ik taal en ik gis en ik raad naar de onderliggende beweegredenen van al die mensen over die verre Oceaan die zich – van oorsprong en afkomstig uit alle continenten – een Amerikaan willen & mogen noemen… Wat bezielt hen, wat doet hen radicaliseren en naar het vuige vege huiswapen van de angst en de rancune grijpen? En hier ja, hoe kan de tijdsgeest ons o.a. mede daardoor verlammen zoals hij ons nooit eerder verlammen kon…
En kijk ik sla het dikke boek “Noem ons wat we dragen” (oorspronkelijke titel uit 2021: Call Us What We carry) met niks dan gedichten en poëtisch proza van Amanda Gorman , Amerikaans dichter en spoken word-artiest, open (uitg. Meulenhoff, 2023, vertaald door Zaïre Krieger in 2023) met vooraan de opdracht “Voor ieder van ons/ die lijdt & leert/en ervoor kiest/door te gaan”. en laat het appelblauwzeegroene leeslint tussen pagina 300 en pagina 301 steken. Bij het gedicht… Amerika. Al uit 2021 maar wel brandend actueel. Dat kan géén toeval zijn natuurlijk:
Amerika
Vertaling van Zaïre Krieger
Een huis dat verdeeld is kan niet blijven bestaan. Verdeeld zijn betekent
dan ook Verwoest worden. Het zit namelijk zo: in ons land telt
zelden iedereen die ertoe Doet. Daarom druipt er rood van onze vlag.
We zullen nogmaals zeggen dat Taal ertoe doet. Al vanaf het begin
zijn de gekoloniseerden kenningen: Afro-Amerikaan.
Aziatische Amerikaan. Oorspronkelijke Amerikaan
(er is blijkbaar Geen Witte Amerikaan). Amerikaan &
bijvoeglijk naamwoord. Amerikaan & Bepalend woord. De term
opgesplitst (I) en ontmanteld, gestript & gestreept.
Uitwissing vergt een leven lang repeteren. Begrijp je echt wat
het betekent om dit overtollige lichaam te zijn. We zien
de Snikken nu als de vlaggen die ze waren. De ruk
van ons hoofd, alsof we wakker werden uit een droom –
of een nachtmerrie: Beslis jij maar. Dit is niet de natie
die door ons gebouwd is, in het beste geval niet de natie
die ons bekend was. Kennen. O nee! Dit is de natie die we hebben
gefabriceerd. Het is ons recht om te wenen om de wond die we
altijd zijn geweest. Uit het niets een Stille schok: een hand in
een andere hand of een hoofd op een schouder is zo veel meer
waard dan alles wat we ooit hebben Verworven of verlangd.
Ook als ons wordt gezegd dat we geen
verschillen kunnen maken, zullen we nog geluid maken.
© Amanda Gorman
© Zaïre Krieger Vertaling
Op het leeslijstje – Totaal




Op mijn weblog schreef ik een recensie over wat ik misschien nu al mijn boek van het jaar wil noemen: “Het lied van ooievaar en dromedaris” van Anjet Daanje.
De mondvoorraad van de boeken, de grilligheid van het lezen

De ontdekking van een schrijver!
Leesnotities – Op het leeslijstje (14 en 15)
Over ‘de Mitsukoshi Troostbaby Company’ en ‘Kinderen van het ruige land’ van Auke Hulst
Maandag 22 Januari 2024
“We zijn kamers met de lakens over de meubels”

Er zijn veel manieren om kennis te maken met een auteur die je om godweetwelkeredenenofomstandigheden niet eerder las of zelfs nauwelijks kende. De verdienste van een initiatief als het onvolprezen “Het Penhuis” is dat het op mooie zondagvoormiddagen auteurs naar “het verre Kortrijk” weet te halen waarvan je amper nog een woord had gelezen. Naar aanleiding van de komst van de Groningse auteur en muzikant en zanger Auke Hulst op zondag 12/11/2023 las ik zijn tot hiertoe meest bekende boek met die vreemde en bijna niet te onthouden titel dat in 2022 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs stond: ‘De Mitsukoshi Troostbaby Company’ uit december 2021. Het is een omvangrijk boek van 600 pagina’s dat op geen enkel ogenblik verveelt. Het boek heet een toekomstroman te zijn. Dat is ook zo maar het is nog veel méér dan dat. Anderen noemen het dan weer graag een ‘dystopie’ zoals dat tegenwoordig in deze warrige en onwaarschijnlijke tijden mag heten. Een dystopie voor het jaar 2032? Nee, hoor, wat mij betreft is ‘de Mitsukoshi’ gewoon een ijzersterke roman die hier en daar misschien wat te uitgebreid overkomt maar er zijn zoveel passages over onder meer het schrijven zelf die alles goed maken. Alleen al om de metafoor “We zijn kamers met lakens over de meubels” op pagina 514 zal ik deze schrijver blijven memoreren:
“Ik zei dat in jezelf praten belangrijk is. Dat mensen van dieren verschillen omdat ze aan zelfreflectie doen, hoewel we zelfs dan onszelf niet goed kunnen zien. ‘We zijn kamers met lakens over de meubels – je kunt ongeveer raden wat er onder de lakens zit, maar niet precies. Een piano, maar wat voor piano? Een stoel, maar welke stof? Snap je?” (pagina 514).
…/…
Op zondag 12 november 2023 was Auke Hulst dus te gast in Het Penhuis in Kortrijk (zie foto). In een aangenaam kabbelend gesprek met Karel Alleene, afgewisseld met door Hulst akoestisch gebrachte eigen songs, werd het voor veel Vlaamse lezers een zeer fijne kennismaking met een auteur (én met zijn boeken én zijn gitaar) die hier nog al te weinig bekend is.
In het verlengde van het gesprek, en zeer geïntrigeerd door wat de auteur daarin aan biografische elementen prijsgaf, las ik een andere roman van Auke Hulst van tien jaar eerder (2011): ‘Kinderen van het ruige land’ dat wellicht zijn meest autobiografische boek genoemd kan worden en dat in 2013 bekroond werd met de Cutting Edge Award en het Beste Groninger Boek. Ergens in een gebied in het Noorden van Groningen dat ‘het Ruige Land’ genoemd wordt groeien vier kinderen Kurt, Kai (die onmiskenbaar trekken en trekjes heeft van de auteur zelf), Shirley Jane en Deedee op zonder veel toezicht van een zo goed als altijd afwezige moeder. De vader is al heel vroeg overleden. Het boek is een prachtige wordingsgeschiedenis van kinderen die moeten opgroeien in een gebied waarin het ruige landschap meer is dan een metafoor.
Het Penhuis Kortrijk
Website Auke Hulst
Wikipedia-pagina Auke Hulst
Podcast – De Mitsukoshi Troostbaby Company
Juryrapport Shortlist Libris Literatuur Prijs 2022
Instagram-bericht Paul Rigolle
Auke Hulst, De Mitsukoshi Troostbaby Company, Uitgeverij Ambo/Anthos, 2021, 608 pagina’s
Auke Hulst, Kinderen van het ruige land, Uitgeverij J.M. Meulenhoff bv, 2012, 334 pagina’s,
“Wie De Mitsukoshi Troostbaby Company na zeshonderd pagina’s dichtslaat, hangt uitgeteld in de touwen maar heeft wel een onvergetelijke literaire reis gemaakt.”
(Libris-Shortlist-pagina 2022)


Leesnotities – Op het leeslijstje (13)
Over ‘Mauk’ van Jan Vantoortelboom
“De nacht bestaat om het duister wakker te houden” (p20)

Schrijvers zijn er om te volgen! Of ze al dan niet ooit of nooit geconsacreerd worden of niet, dat speelt nauwelijks een rol; hun werk spreekt immers altijd voor zichzelf. Letterlijk: het werk spreekt boekdelen! En je houdt er van of je houdt er minder van. Of je houdt er zelfs helemaal niet van, maar in dat geval blijf je ze natuurlijk niet lezen en haak je af.
Ik hou ondertussen zéér van de boeken van Jan Vantoortelboom waarin ‘la Flandre Profonde’ boek per boek veel meer dan een lokale Westhoek-rariteit geworden is. Omdat Jan Vantoortelboom afkomstig is uit een dorp in de Westhoek, Elverdinge, dat ik zelf erg goed ken, was ik al vanaf zijn debuut uit 2011 ‘De verzonken jongen’ geïntrigeerd wat die Westhoekroots met de schrijver hebben en hadden gedaan. En nog zouden doen!
De verzonken jongen was al van in het begin een boek dat je als lezer en als recensent meteen als een flinke belofte kon beschouwen voor wat nog uit de pen of uit de laptop van Jan Vantoortelboom zou voortkomen. En dat was niet gering. In het jaar 2019 was Vantoortelboom met ‘Jagersmaan’ al aan zijn vijfde roman toe! Over die vijf boeken schreef ik voor ‘Jaarwerk MMXX’, het Jaarboek 2020 van de Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers een overzichtsartikel dat je via deze link kunt nalezen: ‘Een peloton schrijvers gevangen in een en hetzelfde hoofd”.
Mijn slotsom was toen:
“Benieuwd wat de man die veel schrijvers in hetzelfde hoofd met zich meedraagt de komende decennia nog voor ons in petto heeft. En welk soort schrijver hij uiteindelijk zal worden.”
En kijk vandaag de dag is er na een wat langere pauze die we van Vantoortelboom gewoon zijn, verband houdend met een schrijversdipje na de dood van zijn vader, sinds eind mei de nieuwe roman ‘Mauk’.
En daar heeft de schrijver – die ondertussen in de buurt van de Westerschelde woont – alle zeilen voor bijgezet. Zijn stijl is in zijn zesde boek helemaal de zijne geworden. Meer nog dan in zijn vorig werk: uitgepuurd en fijngeslepen. Er staan maar weinig woorden in Mauk die er niet horen te staan. Het boek vertelt het verhaal van een man die ziek en in een bed in een opgekalefaterd huisje bij een raam verblijft en terugblikt op zijn leven. Dat leven is getekend is door onder meer een tragische gebeurtenis in zijn jeugd en bittere herinneringen aan een tirannieke vader die van hem een getroebleerd kind en later ook een getraumatiseerde volwassene hebben gemaakt die maar moeilijk zijn weg kon vinden in de grote wirwar van de wereld. Gelukkig kon Mauk – een samentrekking van Maurice K. – terecht in zijn fantasiewereld van pioniers – “Mauk Tomahawk” – geholpen door Henri, zijn grote broer. Vantoortelboom beweegt zich in dit boek met kennis van zaken én auteursmétier tussen wat werkelijk is en wat verzonnen.
Af en toe zijn er nog echo’s die aan de (Westhoek-)locaties van vroegere romans herinneren maar het geheel is een boek waarin geografische grenzen geen of nauwelijks belang meer hebben.
Ergens op zijn website zegt Vantoortelboom het zelf: “Al mijn boeken hielpen mij en anderen, zoals alleen waarachtige verhalen dat kunnen”.
Het is uiteraard niet de bedoeling dat we hier veel over de inhoud verklappen. Mauk is een boek dat gelezen moet worden en dat bewijst dat de schrijver ervan tot volle maturiteit gekomen is.
Niet voor niets staat Vantoortelboom – de aanhouder wint – met Mauk te pronken op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2023.
En als je het ons vraagt maakt het boek best wel een goeie kans. Ook al is de concurrentie met de boeken van Saskia de Coster (Net echt, Das Mag), Tiemen Hiemstra (W.,Das Mag), Roxane van Iperen (Dat beloof ik, Thomas Rap) en Richard Osinga (Munt, Wereldbibliotheek) gerust pittig te noemen.
Op donderdag 9 november 2023 weten we of Jan Vantoortelboom een eerste grote literaire prijs mee mag meenemen richting het lieflijke Ossenisse in de buurt van de Westerscheldestranden.
Een afspraak als een klein Sinterklaasgeschenk om naar uit te kijken is ook het interview in de Bib van Ieper dat die andere Getalenteerde Westhoeker Roderik Six met de auteur zal hebben op 6 december 2023 e.k.
Fragment:
“Niemand begreep ooit de hitte in mijn hart, de zwarte rot in de baksteen van ons huis, dat wat deze bekende en tegelijkertijd onbekende man, deze intieme vreemdeling die voor me zit, deed ontstaan, ontvlammen en zorgde dat het met zijn adem werd aangeblazen als het op uitdoven stond. Dat is wat mijn woede is: een onuitroeibare koestering. Het bloed van mijn lichaam heet woede; de lucht van mijn longen heet woede. Dat ik je hier, bange, beschaamde, verminkte man, zou willen grijpen, dat weet je. Daarom staar je naar de grond; om die reden buig je je hoofd.” (Pagina 119)
Jan Vantoortelboom, Mauk, Atlas Contact, 2023, 192 p., 24,99 euro.
Bericht op Facebook (3/11/2023)
Website Jan Vantoortelboom
Mauk bij uitgeverij Atlas Contact
Bespreking Mauk door Jan Stoel op Bazarow
Boekenbon Literatuurprijs 2023
Een peloton schrijvers in een en hetzelfde hoofd – Paul Rigolle
Op het leeslijstje – Paul Rigolle
Interview Roderik Six met Jan Vantoortelboom – Bib Ieper op 6 december 2023




Leesnotities – Op het leeslijstje (12 )
Over ‘Ik=Cartograaf‘ van Jeroen Theunissen
Vrijdag 28 april 2023
“De wereld is een tekening die te lang in de zon heeft gelegen.” (p256)

De voorbije dagen en weken las ik een van de beste boeken die ik dit jaar al gelezen heb. In ‘Ik=Cartograaf’, zijn zeer aangenaam verrassend boek uit 2022, stapt de Gentse auteur en dichter Jeroen Theunissen in zes maanden tijd vanuit Caherciveen, het uiterst zuidwestelijke punt van Ierland naar Istanbul, het einddoel van zijn wandelreis. Omdat zijn leven en huwelijk in 2017 op een dwaalspoor zijn geraakt – met ademnood en paniekaanvallen toe – besluit Theunissen, onvervaard als hij zich voorneemt te kunnen zijn, om in 180 dagen voor zichzelf alle muizenissen uit zijn leven weg te wandelen. In zijn tocht beweegt hij als geboren cartofiel en zonder gps van links naar rechts op de kaart van Europa. Traagheid en verdieping zijn het doel. Een ode aan de nutteloosheid en een boek dat veel meer is dan een reisverslag tussen Ierland en de Bosporus zijn het intense resultaat. Achtereenvolgens doorkruist hij Ierland, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Polen, Oekraïne (toen nog niet in een vernietigende oorlog gewikkeld), Roemenië, Bulgarije en Turkije.
We vinden hem terug praatjes makend in de uitgangsbuurt van Istanbul, stappend door de bossen van Europa, beren vermijdend en we zien hem in Roemenië aan de Donau een ‘droomvogel’ ontmoeten. In Bulgarije ziet hij bevestigd hoe het kapitalisme naar tabak ruikt. Hij vertelt zijn twee zoontjes het inslaapverhaaltje van Franske, het neefslaafje van Dikke Oom Jan die niet eens zijn echte oom is, en een zwaluw als enige beste vriend heeft.
Met kunstenaar en amateurornitholoog O.C. Hooymeijer mijmert hij mee over het bestaan van alle mogelijke niet-bestaande vogels, bezoekt in het tegenwoordig felbelaagde Brody-Liviv de geboorteplaats in Oekraïne van Joseph Roth, filosofeert online met een Gentse filosoof terwijl hij mits veel handenwerk van zijn nieuwe beluikje in het centrum van Gent een aardig optrekje maakt. Hij raakt op zijn wandelreis levens aan, beschouwt ze maar intervenieert nauwelijks terwijl hij zich de vraag stelt of hij een boek aan het schrijven is over zijn thuisloosheid in Europa. (p181).
Maar vooral en uiteindelijk maakt hij een kaart van woorden, zijn hoogsteigen en niet-versagende manier om een cartograaf te zijn. Dit zeer lucide en stilistisch knap tegen de achtergrond van een veranderde technologische wereld. Bovendien weet Theunissen daarbij zorgvuldig de valkuilen van al te veel anekdotiek te vermijden.
Ik=Cartograaf is uiteindelijk een erg gelaagd, én geslaagd, literair verslag over een louterende reis geworden. Een reflectie over de huidige stand van Europa en de wereld. Tegelijkertijd is het een getuigenis afleggende existentiële denk- en stapoefening van het leven van een schrijver.
Je krijgt zowaar zin om het zelf op een wandelen te zetten.
Een gesprek over het boek bijwonen met de auteur die ook nog een erg minzaam causeur blijkt te zijn, zorgt voor bijkomende pigmenten bij het boek. Dat bleek gisterenavond uitvoerig in de Bib van Tielt waar Jeroen Theunissen in gesprek trad met Xavier Roelens.
Ik=Cartograaf is pas het allereerste boek dat ik van Jeroen Theunissen las. Na lezing is het een voortreffelijk idee om alles wat deze auteur geschreven heeft of nog gaat schrijven op de voet (!) te blijven volgen.

Fragment:
“En misschien, stelde ik mij voor terwijl ik naar de Donau keek, zijn we in Europa allemaal Kelten. Misschien zijn we allemaal migranten. Het is maar een verhaal. Natuurlijk. Maar ik wens het te houden. De verenigende verhalen – bijvoorbeeld dat een rivier die in de Zwarte Zee uitmondt verwant is aan een heuvel in West-Ierland – wil ik behouden, en de andere verhalen, de verhalen die verdelen, over bier drinkende Germanen en wijn drinkende Romanen, over luie zuiderlingen en stramme noordelingen, over Noord-Italianen en Zuid-Italianen, over Vlamingen en Walen, over Duitsers en Oostenrijkers, over protestanten en katholieken en moslims en niet-moslims, over Roemenen en Bulgaren, over Turken en Europeanen, over Oekraïners en Russen, over Britten en Fransen, over Roma en Gosj, zou ik liefst vergeten. Is die gedachte naïef? Best, dan is die gedachte naïef.” (p152)
Jeroen Theunissen, Ik = cartograaf, De Bezige Bij, 2022, 432 p., 24,99 euro.
Website Jeroen Theunissen
Ik=Cartograaf-website Jeroen Theunissen
Bezige Bij-Link
Zie ook deze link op Facebook
#ik=cartograaf #jeroentheunissen #xavierroelens
Leesnotities – Op het leeslijstje (11)
Over ‘Dit is mijn moeder‘ van Tommy Wieringa
“Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen”

Een van de allermooiste moederportretten die ik de voorbije dagen, én zeg zelfs maar jaren, gelezen heb is het uitgepuurde monument dat Tommy Wieringa optrekt voor zijn overleden moeder in ‘Dit is mijn moeder’.
Wieringa, in zijn vroegste jeugd teruggekeerd uit Aruba, is en blijft wat mij betreft een van de Nederlandstalige auteurs van wie je als lezer alles wil lezen wat je maar van hem onder handen kunt krijgen. Dit uiteraard alweer ‘tot spijt van wie het benijdt‘. Ooit was hij, naar het heet, ‘aanstekerverkoper op de openbare markt’, maar nu durven we hem hier zonder dralen een van de allergrootste aansteker-stilisten noemen die onze literatuur momenteel rijk is. Ooit liet hij zich, aan het eind van de vorige eeuw, in een interview in het tijdschrift ‘Vooys’ de gevleugelde woorden ontvallen: “Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen.” Het typeerde hem zeer en het typeert hem twee decennia later nog altijd. Het is ook exact de reden waarom ‘Dit is mijn moeder’ zo’n warm en intiem lezend moederportret is geworden. In korte hoofdstukken, waarin hij het niet alleen over zijn moeder heeft maar ook over eigen herinneringen aan haar, schetst hij tot in haar laatste levensdagen, verteerd als ze is door kanker, een beeld van zijn complexe en woelige relatie met de vrouw die hem al “halvelings in de steek liet” toen Tommy pas twaalf was.
Het boek dateert al van 2019 en is geschreven “Ter nagedachtenis aan Lia Wiersema (1942-2015)” zoals het vooraan vermeld staat. Met Wieringa zit je mee aan haar sterfbed ‘met het opschrijfboekje in de hand om de woorden uit haar mond op te vangen’. Uiteraard: ‘Een vruchteloze bezwering. ‘Niet één woord dat ik opschrijf vervangt ook maar een ademtocht van dat onstuimige, tegenstrijdige leven van haar.’ (In het hoofdstukje ‘Totaal oranje kamer’). Na lezing van ‘Dit is mijn moeder’ ga je het bijna betreuren dat je die onbuigzame stijlvolle dame nooit persoonlijk hebt mogen kennen. Al zal het voor de kleine Tommy Wieringa niet zo vanzelfsprekend geweest zijn om in haar buurt op te groeien. Ook al was hij, naar blijkt uit dit liefdevol geschreven boek, sterk genoeg om al van jongs af aan haar recht op excentriciteit te verdedigen.
Fragment:
“Bij het ontbijt in de tuin vertel ik mijn neefje over de Struikelrover, een rover in het bos die je altijd hoort aankomen omdat hij de hele tijd ergens over struikelt. Aan het eind van het verhaaltje geeft iedereen de Struikelrover altijd vrijwillig wat hij wil hebben omdat het anders zo zielig is voor hem. De Struikelrover en zijn vrienden Bloedige Ernst en Houten Dief worden vaak op de hielen gezeten door Generaal Pardon en zijn mannen; nou ja, ik heb er zelf in elk geval veel plezier van. Wanneer de zon op zijn hoogtepunt is brengen ze me naar de boot. We zwaaien alsof we elkaar heel lang niet zullen zien.”
(Fragment ‘de Struikelrover’, p 22 – Dit is mijn moeder)
De volgende Wieringa op mijn leeslijstje is wellicht zijn meest recente boek ‘Gedachten over deze tijd’ uit 2020, een verzameling essay’s en columns die eerder verschenen in NRC.
“De roes van vrijheid boven aan die waterval“
Een volle Gentse Vier Nul Vier-zaal enkel en alleen voor de literatuur? Ja hoor, dat kan! Ook in deze tijden van likes en vluchtigheid… De Georgische schrijfster Nino Haratischwili (van de niets ontziende en onverbiddelijke bestseller ‘Het achtste leven’) is dan ook niet zomaar een schrijfster! Haar nieuwe boek “Het schaarse licht” werd gisterenavond voorgesteld tijdens een uitgebreid interview met Marnix Verplancke.

Het leeslijstje is met ‘Het schaarse licht’ alweer een ‘kasseisteen’ van een boek rijker.
Een quote uit het gesprek die zowat iedereen liet glimlachen gisterenavond: ‘Men are the head, women are the neck, you can turn it in all directions’.
Nino Haratischwili, Het schaarse licht, Meridiaan Uitgevers, 832 p., 34,99 euro. Vertaling Jantsje Post en Elly Schippers. RV
#ninoharatischwilli #viernulvier #ophetleeslijstje #boekhandellimerick #georigië #leesnotities
Nino Harataschwilli / Boekvoorstelling ‘Het schaarse licht’ | VIERNULVIER
