Inleiding van Tania Verhelst op ‘Het Omber en het Oker’ op de VWS-site ‘Dun lied donkere draad’


Op de VWS-site ‘Dun lied donkere draad‘ staat intussen dankzij de goede zorgen van Koen D’Haene de inleiding die dichter Tania Verhelst op zondag 23 maart 2025 uitsprak bij de voorstelling van de bundel in het Snuffel-Hostel in Brugge.

Hier volgt de tekst:

Op zondag 23 maart stelde dichter Paul Rigolle in Brugge zijn nieuwe poëziebundel Het omber en het oker voor.

Paul houdt al zowat een halve eeuw de dingen en de dagen bij. Sinds vele jaren is hij bestuurslid van de VWS en mederedacteur van Jaarwerk, het literaire jaarboek van de vereniging. Maar Paul doet nog veel meer. Hij vult dozen met schrijfsels en notities en rapporteert en registreert literaire gebeurtenissen op literaire blogs en sociale media. Er is weinig dat hij niet ziet, niet hoort, niet leest en niet schrijft.

Vaak zijn er gedichten, soms een nieuwe bundel. Paul’s nieuwste bundel Het omber en het oker (uitgeverij P.) kreeg een fijne voorstelling in de Brugse Snuffel. Er was heel veel volk afgezakt naar de stille Brugse binnenstad. Tania Verhelst leidde de bundel in, Paul vertelde over zijn gedachten en gedichten in dialoog met Edward Hoornaert en las en signeerde er vervolgens op los. De warme jazz- en diepe bluestonen van ‘The Caravan Juke Joint Band’ maakten de literaire morgen compleet.

Maar de meeste aandacht moet naar de nieuwe bundel gaan. Hieronder lees je de integrale tekst van de inleiding van dichter Tania Verhelst. Je krijgt meteen een kleine bloemlezing uit de bundel.

” Paul Rigolle vroeg mij zijn bundel in te leiden. Ik zal dat doen aan de hand – hoe anders – van zijn gedichten. Ik ga er geen grote analyses op los laten, dat laat ik over aan de schriftgeleerden, maar vooral die gedichten uitkiezen die ik mooi vind, die mij raken en u laten meegenieten.

Wat mij opviel: Paul Rigolle is een man die kijkt. Hij kijkt naar dingen, mensen en onderzoekt dat kijken in zijn taal.

In ‘Jaagpad’ klinkt

Trage wegen dragen ons als leestekens
in het landschap. Even halt te houden,
even een punt te zetten.

In enkele beelden vangt hij een wereld. Een wereld die voorbij is, of een wereld die zich in al zijn intimiteit toont.

Zo zegt hij in het gedicht met als titel ‘Interieur’:
Badend in het avondlicht plooit het huis ons open,
leest ons gulzig bij elkaar.

Zelfs geluiden worden zichtbaar gemaakt:

Een torenklok morst met klanken, veegt ons de mantel uit
 (‘De tocht van Fibonacci’).

Ook het gedicht ‘Knipmes’ begint met een observatie:

Er stond een torenkraan als een knipmes
boven de stad

Het is een in memoriam gedicht voor iemand die ook door kijken bezeten was, een fotografe.
Het eindigt met:

Vereeuwigd hoeven we niet te worden.
Eén ogenblik lang het licht vast te mogen
houden in de blik van mensen, kan volstaan.

En weten dat wat bij de gratie
van het beeld wordt vastgelegd,
ons al zoveel langer voor ogen staat.

Die gratie van dat ene ogenblik vat hij ook in de act van de wielrenner:

Stuur, asfalt, spieren, oog. Alles afgestemd!
De weg die klimt sloopt wat je voor het laatst
had opgespaard. Het leven hier heeft aan zichzelf
genoeg. Een intens geluk is het om voor eeuwig
en een dag in dit decor een figurant te mogen zijn.

Wat wil je dan met al dat kijken? Misschien klinkt iets van een antwoord in het gedicht ‘Atelier’:

Van de verf de gedaante. In staat tot veel,
bereid tot alles. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.

Hij kijkt naar de wereld en laat de wereld naar hem kijken. En soms lijkt zijn perspectief open te barsten in een ander perspectief.

De dichter plaatst ook vraagtekens bij dit hier en nu. In vele gedichten laat hij een andere werkelijkheid om de hoek kijken. Of in een denkbeeldige toekomst kijkt hij naar een denkbeeldig verleden. Daarbij is de ik-figuur oud, ouder dan de geschiedenis van een mens. Wat te denken van de perspectieven in het volgende gedicht

Evenaar

Elke kier en kamer ken ik, elke vezel
van dit huis. Niet eens zeker of ik
wakker ben of waak herinneren zich
in mij de diepste tijden.

Zoals het dier zichzelf herhaalt, opnieuw
in holtes woont, zich opricht plots
en rechtop gaat lopen verdwijn ik naar waar
ik al jaren werk en woon en schrijf.

En wij beiden als zon en maan, ooit bevriest
ons beeld. Ooit vindt men ons nog wel ‘s
in de boeken van een uitgestorven soort terug:
exemplarisch, rond een tafel geschaard

als aan de beide zijden van een evenaar.

En natuurlijk gaat het om meer dan kijken. Kijken is ook maar een excuus om te zien wat je niet kunt zien. In respijt komen vele thema’s samen. liefde, vergankelijkheid, ouder worden, tijd, zorg, maar dan veel mooier verwoord dan deze grote woorden dat kunnen:

Respijt

Veel rest er het slome, vermoeide lichaam niet.
Op dagen als vandaag legt het zich met zorg
en zonder aarzelen onder jouw handen
en het gestreel van hun vingertoppen neer.

Dit is een dag die niet veel van het leven vraagt.
Weinig om het lijf en tot zachtheid voorbestemd
haal ik adem in een huis dat ons tot schuilplaats dient.
Buiten trekken vrachtboten lijnen in het kanaal.

Af en toe lijkt het alsof je een misthoorn hoort.
Een thuiskomst zonder huis, een bed zonder dons
of lakens, het lieve leven verscheurt ons bij elkaar.
Respijt, dat pas, is een woord waarvan ik hou.

En tot slot lees ik het titelgedicht waar alles samenkomt: schilderen, schrijven, lezen, dankbaar zijn om zoveel leven

Het omber en het oker

‘don’t be afraid of the dark’
The Robert Cray band.

Zoveel dagen zijn er, zoveel nachten
waarop ik niet meer weet hoe, of waar
ik de bergen wil. Er is het blauw waarbij ik
aarzel of ik naar de hemel ga. Er zijn
het omber en het oker, het geel uit Napels.

Er is het schreeuwen van het rood. Wit
dat blind en stom aan al mijn handen likt.
En toch ben ik het niet. Op hun ovaal
ben ik de menger niet, de kleuren mengen mij.

De spiegel maakt geen bezwaar dat ik
in hem mijn ogen doe. En de huizen,
de huizen weten best dat ik in hen
geen wanhoop, geen angst voor het donker wil,
als ik hen met zorg tussen de sneldrogende
heuvels van hun keuze schuif.

Het omber en het oker van Paul Rigolle verscheen bij Uitgeverij P.

(Verslag: Koen D’haene)

Facebook-bericht van 31/3/2025

Roes – Editie Lijfspraak

Fijne ‘Lijfspraak‘-avond van Roes & Obsidiaan gisteren in PTBarn in Roeselare! Met dank aan de Stadsdichter van Roeselare, Steven Van Der Heyden voor de mooie organisatie!

Met de dichters Johan Clarysse, Elke Couchez, Steven Van Der Heyden, Ludwien Veranneman en Paul Rigolle. En voor de muziek: Sam Vandamme van de Bvba Vandamme.

#stadsdichterrsl #ptbarn #stevenvanderheyden #elkecouchez #johanclarysse #ludwienveranneman #paulrigolle #obsidiaan #collectiefObsidiaan #bvbavandamme #samvandamme

Facebook-bericht van 30/3/2025

Lang leve de boekhandel!!!

Kijk ’s aan: ‘Het Omber en het Oker‘ is al opgemerkt op wel héél mooie plaatsen… Lang Leve de Boekhandel!!! Foto’s respectievelijk uit de Limerick in Gent en de boekhandels Raaklijn en De Reyghere in Brugge.

#hetomberenhetoker #boekhandelLimerick #boekhandelRaaklijn #boekhandeldereyghere

“Het Omber en het Oker in de boekhandel” – Resp. Boekhandel Raaklijn in Brugge, Boekhandel Limerick Gent en Boekhandel De Reyghere in Brugge. Waarvoor dank!

Het feestje van het Omber en het Oker

“Ook signeren kan een feest zijn!” – Foto (zoals alle foto’s in dit bericht): © Willy Brandt

Het feestje van het Omber en het Oker

Veel, heel veel dank aan zij die zondag 23/3/2025 om 11:00 uur de weg naar de Snuffel vonden. En naar ‘Het Omber en het Oker’. Blij met de bundel! Blij met de talrijke opkomst! Blij met de logistieke steun ook van de Snuffel! Veel dank aan Willy Brandt voor de schitterende foto’s!!! (Eén voor één om te ‘liken‘). En ook veel dank aan The Caravan Juke Joint Band (Muziek), Tania Verhelst (Inleiding), Edward Hoornaert (Gesprek), Pol Delameillieure (cover vooraan), Goedele Peeters (cover achterflap) en wie ik nog allemaal zou vergeten. Ook veel dank uiteraard aan mijn uitgever Leo Peeraer en Uitgeverij P voor de mooie, verzorgde uitgave. En nu wens ik aan iedereen – ook aan zij die er niet waren – véél poëtisch leesgenot.

In bijlage: een galerij met een flink pak foto’s van ©Willy Brandt, om de mooie voormiddag blijvend te memoreren.
De foto’s en het bericht kun je ook nalezen en bekijken via deze Facebook-link.

Alle foto’s uit deze galerij zijn © Willy Brandt
Deze foto’s kun je ook één voor één bekijken via deze openbare Facebook-post

De Snuffel is er klaar voor (en wij ook)!

Zaterdag 22 Maart 2025
Enkele laatste richtlijnen

Morgen verwelkom ik jullie graag in De Snuffel (Ezelstraat 42, Brugge) voor de voorstelling om 11:00 u. van ‘Het Omber en het Oker’.
Voor wie komt, hier nog wat ‘laatste praktische richtlijnen’:
Met de auto:
De Brugse Ezelstraat is na werken gelukkig opnieuw open. Er is een openbare parking op amper 300 meter van de Snuffel: Hugo Losschaertstraat 5 (zijstraat Ezelstraat aan het Achiel VanAcker-pleintje).

Voor wie met de trein komt is het volgens Google Maps vanuit het Brugse Station een klein halfuurtje stappen (moet te doen zijn, toch?)
Je kunt vanaf het station ook een bus nemen naar het Centrum. Vanaf de Grote Markt is het naar de Snuffel nog 9′ stappen… 🙂

(En met de fiets was je er … al geweest… 🙂 )

Alvast blij om jullie te mogen verwelkomen!

Op het programma: Tania Verhelst (inleiding) – Edward Hoornaert (gesprek) – Paul Rigolle leest 6 gedichten en er is muziek van de Caravan Juke Joint Band. Leo Peeraer van Uitgeverij P reikt de eerste exemplaren uit, waarna drankje(s) en uiteraard het betere signeerwerk.

De Snuffel Hostel, Ezelstraat 42, 8000 Brugge – 32 50 33 31 33
https://snuffel.be/hostel/
https://paulrigolle.be/het-omber-en-het-oker/

Bespreking van het gedicht ‘Interieur’ op Roer:
“Leesbaar licht, hoorbare stilte”
https://www.roer.me/post/leesbaar-licht-hoorbare-stilte

Renaat Ramon over ‘Jaagpad’:
Geluk in de regen
https://paulrigolle.be/geluk-in-de-regen/

Facebook-bericht van zaterdag 22 maart 2025

Kiefer als uithangbord

“Merkaba” – Anselm Kiefer. Foto genomen tijdens de Kiefer-Expo 29/2/2024 in LaM Villeneuve d’Asq

Header
Af en toe moet een mens ’s het “uithangbord“, lees ‘de Header‘ van zijn website wat opfrissen.
Vandaag heb ik een foto van het fantastische werk “Merkaba” van Anselm Kiefer in de bescheiden adelstand van mijn site verheven… De foto dateert van schrikkeldag 29/2/2024 en nam ik tijdens de Kiefer-expo in Musée LaM in Villeneuve-d’Ascq. “Merkaba is een werk uit 2O11.
Op de achtergrond zie je een ander (al even fantastisch) werk van Kiefer uit dezelfde tentoonstelling met als titel “Am Anfang – Au Commencement“. Dit schilderij dateert in de Kiefer-annalen van het jaar 2008. (Dit alles onder de noemer: ‘Kiefer-fan forever‘)

‘Am Anfang – Au commencement’ van Anselm Kiefer – foto 29/2/2024 – Kiefer Expo-LaM

Leesbaar licht, hoorbare stilte

Bij ‘Interieur’, een gedicht van Paul Rigolle
(Voorpublicatie uit ‘Het Omber en het Oker’)

Op het literaire tijdschrift Roer bespreekt Edward Hoornaert onder de mooie titel ‘Leesbaar licht, hoorbare stilte‘ – bij wijze van voorpublicatie – mijn gedicht ‘Interieur‘ dat straks ook in mijn nieuwe bundel ‘Het Omber en het Oker‘ staat. Edward, voormalig stadsdichter van Roeselare, oprichter en redactielid van 1P2, bezieler van het dichterscollectief Obsidiaan en ondertussen ook uitgever bij Uitgeverij Archipel is overigens ook de man waarmee ik straks tijdens de voorstelling van mijn nieuwe bundel op zondag 23/3/2025 om 11:00 u. in de Brugse Snuffel in gesprek mag gaan.

#HetOmberenhetOker #Roer #EdwardHoornaert

Hier volgt de volledige tekst op Roer:

Leesbaar licht, hoorbare stilte

Foto van schrijver: Edward Hoornaert
Edward Hoornaert

Interieur

Buiten legt de regen het weefsel
van de avond bloot, water wast
de ramen. In de kamer waarin wij
leven warmen wij de woorden op, 

leggen ze stil en onbesproken weg voor
later. Jij en ik, wij luisteren naar muziek
die bij dit soort winters past.
Eensgezind scharen de stoelen zich

rond de tafel. Van elke boodschap
halen wij de ruis. Badend in het
avondlicht plooit het huis ons open,
leest ons gulzig bij elkaar.

(Uit: Het Omber en het Oker, Paul Rigolle)

Iedereen kan zich wel een voorstelling maken van een gure winteravond die ons naar binnen drijft of aan een of ander scherm/boek vastgekluisterd houdt. Zo’n avonden kunnen gezellig zijn, maar volgen zich liefst niet te lang na elkaar op. Een mens wil zo af en toe ook wel eens uitbreken. Of wordt er zenuwachtig van. Maar winterse weersomstandigheden hoeven niet per se voor een gevoel van ongemak of troosteloosheid te zorgen. Ze kunnen, zoals in het gedicht Interieur van Paul Rigolle, net zo goed een katalysator zijn voor een huiselijke sfeer en harmonie. De manier waarop deze harmonie in het gedicht tot leven komt is van een buitengewone eenvoud. Alle elementen die hiertoe bijdragen en die door de dichter naar voren geschoven worden sluiten naadloos op elkaar aan en vloeien natuurlijk in elkaar over.

Het gedicht opent met een intrigerend beeld: Buiten legt de regen het weefsel / van de avond bloot. De avond heeft iets dat zichtbaar of voelbaar wordt door de regen, alsof het neerplenzende water structuren, patronen of texturen onthult die anders verborgen zouden blijven. In dezelfde blik naar buiten gericht wordt ook het water dat de ramen wast gevangen. De onthulling krijgt zo haast een louterend effect en wordt de kamer binnengeleid. Het woord weefsel is in dat opzicht erg zorgvuldig gekozen en legt op een enigmatische manier een subtiele verbinding tussen buiten en binnen. De dichter slaagt er vervolgens in intimiteit op te roepen die niet alleen de binnenruimte omhelst, maar ook de onderlinge verhouding tussen de aanwezigen tastbaar maakt.

Het valt ook op hoe woorden in dit gedicht een fysieke aanwezigheid krijgen. Ze worden opgewarmd, stil en onbesproken weggelegd voor later. Taal heeft gewicht en waarde. Woorden die er toe doen hoeven niet meteen uitgesproken, kunnen later de gezamenlijke beleving van het lezen in herinnering brengen, een tweede leven geven. Wanneer de tijd er rijp voor is. Voor nu volstaat de stilte en het samenzijn, een kalm, organisch evenwicht gedragen door muziek die bij dit soort winters past, binnen- en buitenwereld mee op elkaar afstemt.

Het huis is niet alleen een toevluchtsoord of schuilplaats voor het slechte weer maar vooral ook een plek waar de bewoners zichzelf en elkaar naar waarde schatten. In de ogenschijnlijke tegenstelling én eigenlijke wisselwerking tussen de gure buitenwereld en de geborgenheid van de huiselijke kamer ligt de essentie van het gedicht: een moment van verstilde harmonie. Ook het interieur maakt deel uit van dit vreedzaam tafereel. Stoelen komen ingetogen tot leven en scharen zich eensgezind rond de tafel. Het huis beperkt zich evenmin tot een passieve, beschuttende rol, maar draagt de rijkdom van het avondlicht over op haar bewoners die verder openbloeien en ondanks hun afzonderlijke leesactiviteit verder toegroeien naar elkaar.

De regen, de woorden, de muziek, de stoelen – ze maken als vanzelf deel uit van een zorgvuldig gecomponeerd geheel waarin alles en iedereen zich naar elkaar lijkt te voegen, zich lijkt te schikken in een gezamenlijk ritme, waarin er geen ruimte is voor ruis op de boodschap. Toch werpt het slotvers nog een kleine spanning op: het huis leest ons gulzig bij elkaar. Gulzigheid impliceert een honger, een gretigheid, een grote drang naar het zich begerig overgeven aan een moment als dit, een moment dat alleen maar toeneemt aan intensiteit naarmate het weefsel van de avond zich verder uitspant. Een moment dat grenzen tussen binnen en buiten, spreken en zwijgen, mens en ruimte doet vervagen.

(Het gedicht Interieur maakt deel uit van Het Omber en het Oker (Uitgeverij P), de nieuwe bundel van Paul Rigolle die op zondag 23 maart voorgesteld wordt in Snuffel Hostel te Brugge. Het verschijnt hier in voorpublicatie.)

© Edward Hoornaert

Facebook-bericht van 11/3/2025

Het Omber en het Oker – De uitnodiging

Paul Rigolle & Uitgeverij P
i.s.m. het Brugse Snuffel-hostel
nodigen u en uw vrienden graag uit
op zondagmorgen 23 maart 2025 om 11:00 u
in de Snuffel, Ezelstraat 42, 8000 Brugge
op de voorstelling van ‘Het Omber en het Oker’, zijn zesde dichtbundel

Programma

Tania Verhelst, dichter en plastisch kunstenaar, leidt de bundel in
Edward Hoornaert, dichter, spreekt met Paul Rigolle
Paul Rigolle leest een aantal gedichten uit de bundel

Er zijn muzikale intermezzi van “The Caravan Juke Joint Band” (Peter Verberckmoes en Dirk de Cleen)
Na de overhandiging van de eerste exemplaren door uitgever Leo Peeraer wordt een drankje aangeboden
Signeersessie

Toegang gratis. Het is raadzaam vooraf een plaatsje te reserveren via email aan contact@uitgeverijp.be of paul.m.rigolle@gmail.com

Gelieve te antwoorden via onderstaande antwoordkaart voor 21 maart 2025 aan Uitgeverij P, Sint-Antoniusberg, 9, 3000 Leuven

Tel. 016 23 12 45 – E-mail: contact@uitgeverijp.be


Een stem in de tijd

Blindelings het hart van motoren vinden
en in het hout van gevallen bomen
de zwakke plekken aan te wijzen.

Bladwijzers in documenten, stenen
voor de stad, mijn hand op jouw hart,
alles met aandacht aan te brengen.

Ergens even zijn, ergens even blijven.
Een stem te hebben in de tijd
niets meer en niets minder.

Muren slechten, slopen wat uitzicht
op de einder hindert. Waar nodig
de onvertogen woorden laten vallen.

Wijn te drinken uit groene roemers,
weten dat wij – moleculen in een heelal
waar we enkel naar kunnen raden –

niets dan toeval zijn. En nooit, nee nooit
de genade vergeten van dat ene leven
dat het jouwe is en niet dat van een ander.

© Paul Rigolle
(gedicht uit de bundel)

Over Het Omber en het Oker

Het omber en het Oker is de zesde dichtbundel van Paul Rigolle.
In zes cycli haalt hij ook nu weer mét deemoed én met bravoure de onderwerpen die hem dierbaar zijn nader naar zich toe.
 
In Een stem in de tijd onderzoekt hij wat het betekent om als dichter in deze tijd verstrikt te raken in de halsstrik van de taal. De cycli Fragmenten van het huis en Een jaagpad in de regen leggen de sporen vast van huiselijk en ander werelds geluk. In de titelcyclus Het Omber en het Oker geeft hij volop ruimte aan zijn fascinatie voor kunst en schoonheid. Het heimwee van de bladen naar het boek bundelt dan weer een aantal erg persoonlijke dagboekgedichten om met de afsluitende Lamento-cyclus vast te stellen wat het is om alsmaar meer afscheid te moeten nemen van mensen die hem dierbaar zijn.

Net als met zijn eerder werk zorgt Rigolle met deze nieuwe bundel voor een persoonlijke diagnose van het menselijk bestaan in een steeds minder te vatten wereld en voor een eigen plaatsbepaling daarin.

Dichter Frank Pollet daarover: Al zo’n halve eeuw volg ik de poëzie van Paul Rigolle. En nog altijd blijft ze me verrassen met die perfect gekozen woorden, verrassende zinswendingen, subtiliteiten allerhande. Gedichten zoals ik ze graag lees en herlees. Echte Poëzie, dus.”

Okkernoot

Dat we trage dieren zijn met een intellect
dat schrijnt, het wordt beweerd, het staat
geschreven. De okkernoot van ons brein

laat niets aan toeval over. Keer op keer
draaien wij de waarheid om en wachten
op de lessen die het leven ons moet geven.

Steeds hogerop, ladderdrift mijn deel, wuif ik
weg wat ik niet wil weten. In een klassiek
en wild gebaar maak ik van elk plafond

een hemel. Wat er nog niet is zal ik maken,
hoogmoed zit mij als gegoten, past mij zoals
alleen een hoofd kan passen in mijn handen.

© Paul Rigolle
(gedicht uit de bundel)

Paul Rigolle

Paul Rigolle (°Roeselare,1953) schrijft poëzie en proza. Hij publiceerde eerder 5 dichtbundels en de wielerboeken Op de helling en Vélo-Dromen (samen met Patrick Cornillie). 

Rigolle is eindredacteur van De Schaal van Digther en bestuurslid van de VWS (Vereniging van West-Vlaamse auteurs) waarvoor hij cahiers bezorgde over de dichters Philip Hoorne, Magda Castelein en Patrick Cornillie.

In 2024 verscheen zijn essay ‘Wij worden erts dat niemand delft’ over de poëzie van Frank Pollet. Gedichten van hem werden in het verleden gepubliceerd in verschillende tijdschriften en ontvingen diverse literaire prijzen. 

Richard Foqué over Tot het bestaat zijn meest recente dichtbundel: “Elk woord staat waar het moet staan en draagt feilloos bij tot betekenis, vorm en ritme van het geheel. Voor de dichter Rigolle geldt – Descartes parafraserend – “Ik kan het schrijven, dus het bestaat”.

Naar aanleiding van het gedicht Jaagpad dat in Outrijve langs de Schelde staat en ook opgenomen is in deze nieuwe bundel, schreef Renaat Ramon in De Geus: “De poëzie van Paul Rigolle is noch dromerig noch woordspelig. Het is een poëzie waarin vaak kritische leestekens worden gezet.”

ANTWOORDKAART

Naam:……………………………………………………………………………………………………….
Adres:……………………………………………………………………………………………………….
…………………………….. Tel.: ……………………………………………………………………………
E-mail: ……………………………………………………………………………………………………..

° komt met …. pers. naar de Brugse Snuffel op zondagochtend 23 maart e.k.
° bestelt  …. ex. van ‘Het Omber & het Oker’ aan de voorintekenprijs van 18 euro
(vanaf 24 maart: 19,50 euro) en stort het verschuldigde bedrag op rekeningnummer Uitgeverij P: BE08 4310 5290 8113.

° haalt het bestelde op bij de boekpresentatie.
° Wenst het bestelde via de post te ontvangen en betaalt 5 euro portkost per ex.
Gelieve terug te zenden voor 21 maart e.k. naar Uitgeverij P, Sint-Antoniusberg 9 3000 Leuven 
– 016 23 12 45 – contact@uitgeverijp.be

Ook verkrijgbaar in de betere boekhandel.

Pagina: Het Omber en het Oker

Didden & Dylan

Didden & Dylan.

Heb ik hier ooit al ’s prijsgegeven dat ik een grote Marc Didden-fan ben? Welaan dan. Bij deze geef ik mijn ‘outing’ helemaal vrij. In mijn ervaring heb ik van de man van vele muziek- en filmoorlogen nog maar zelden dingen gelezen (of gezien) waarin ik hem niet kon volgen.

Als Dylanfan van het eerste uur was ik zelf (uiteraard) al van plan om in Cinema Lumière naar de biopic ‘A Complete Unknown’ te gaan. Daar hoefde niemand mij voor aan te moedigen. Maar kijk toen Didden in De Morgen van 21 februari laatst zijn recensie liet eindigen met de oproep “Gaat dat zien” was ik hélemaal verkocht.

Eerst somde Didden in zijn recensie al zijn vooroordelen op tegen biopics tout court en tegen de glamour-acteur Chalamet in het bijzonder, die trouwens ook zowat de mijne zijn, en waren…
Maar Didden moest uiteindelijk wel toegeven dat hij die vooroordelen ook één voor één diende te ontkrachten… Hij eindigde zijn recensie dan ook met de volgende slotsom: “Dit verhaal is de soberheid zelf. Een portie eenvoud verpakt in een pak schoonheid. Deze film is zo goed omdat hij gaat over muziek. En over hoe talent de wereld kan veranderen”.

Ik kan dat, nu ik de film zelf heb gezien, en op een vreemde manier vele keren ontroerd werd door o.a. de muziek van Dylan uit de periode 1961-1965 maar vooral ook door de hele sterke vertolking van Timothée Chalamet, alleen bevestigen: “Gaat dat zien!”. Het zou me niet verbazen indien de Oscar-uitreiking van vannacht daar nog wat stevige argumenten aan zou toevoegen…

Ook nog even zeggen dat mij tijdens tijdens de film heel regelmatig ook een intens gevoel van deernis met het huidige Amerika overviel… Het staat helemaal buiten kijf: de wereld heeft tegenwoordig meer dan hoge nood aan jonge Dylan’s in wording. Hier en elders.

Didden-recensie in De Morgen:
https://www.demorgen.be/meningen/a-complete-unknown-gaat-dat-zien~bb0fa475/

De Oscar-uitreiking bij Vogue:
https://www.vogue.nl/cultuur/tv-en-film/oscars-2025/

Facebook-bericht van 2/3/2025