De verantwoordelijkheid van de dichter

Drie gedichten en een recensie in het zomernummer van 2025 van ART04

In het zomernummer van 2025 van het kunsttijdschrift ART04 – nummer 82 al – staan mijn gedichten ‘Passer’, ‘Slang’ en ‘Respijt’. De drie gedichten komen uit ‘Het Omber en het Oker‘ mijn recente bundel. Zij worden met ‘De verantwoordelijkheid van de dichter‘ vergezeld van een recensie van Andreas Van Rompaey.
De volledige recensie kun je nalezen via dit blogbericht.

Op zaterdag 11 Oktober 2025 gaat om 19:00 uur in Cultuurcafé Het Parlement in Harelbeke een Literaire Ontmoeting tussen Noord en Zuid door. Op de affiche staan Noud BlesPaul RigolleArne Deprez en Etienne Colman. Er is muziek van de Caravan Juke Joint Band en Andreas Van Rompaey staat in voor de presentatie. De organisatie is in handen van Kunstkring De Geus die ook, en dat al sinds 2004, het kunsttijdschrift ART04 publiceert.

Grumpy old man

Foto op Sportnieuws.nl

Facebook-bericht van vrijdag 11/7/2025

“Days of tennis”

Eergisteren bracht ‘the grumpy old man’ met de naam Novak ‘Nole’ Djokovic het toch maar weer voor elkaar. In de kwartfinale van Wimbledon, editie 2025, won hij dan toch nog van de Italiaanse sympathieke coming-man Flavio Cobolli waarvoor ik, wat had je gedacht, een absolute voorkeur had. En daar heb je het : het spel van de zich inlevende tenniskijker die zich af en toe – geloof me, het is sterker dan hemzelf – verliest in verregaande sympathieën of onwrikbare anti-pathieën…

Ik wil er hier niet eens een geheim van maken… Maar in de halve eeuw en langer dat ik het tennis volg, heb ik nooit een grotere afkeer gehad van een tennisspeler als ik die door de jaren heen heb opgestapeld tegen die Servische nukkenkampioen Novak Djokovic. Ik moet die man niet. Alleen al zijn gedrag in ontelbare tennismatchen hebben me nooit kunnen bekoren.

De tennisser op zich wel natuurlijk, je zou wel blind moeten zijn als je zijn immense tennistalent zou minimaliseren. Maar als mens, nee… Zijn antivaxer-neigingen, zijn complot-gevoeligheid (het rechtgeaard publiek lust hem niet, en dat beseft hij…), zijn plots opduikende al dan niet reële kwetsuren, zijn woedeaanvallen die zich soms zelfs richten tegen onschuldige ballenjongens… Nee… Hij mag dan in de cijfers de titel van ‘Goat’ (“the greatest of all times”) dragen, als mens het niveau halen van pure tennisstylisten als Bjorn Borg, Roger Federer of Rafa Nadal… nee, dat zit er bij de Serviër, wat mij betreft, helaas niet in… En, o tragedie en wellicht bron van al zijn getormenteerde en soms onvoorspelbare gedragingen, hij beseft het na al die jaren aan de top misschien zelf nog wel het best…

Dat ik, zo merk ik, niet alleen sta, met mijn uitgesproken mening, las ik trouwens vanmorgen nog in een artikel op ‘Sportnieuws.nl‘. Een site die misschien niet vrij is van enig ge-‘clickbait’ in de titels… Maar toch het staat er, ‘loud and clear‘, ‘hij, Novak Djokovic, verkoopt nog liever zijn moeder…

Gedrag van toptennisser Novak Djokovic zorgt voor discussie

Vandaag op Eurosport en andere zenders:
De halve finales op Wimbledon tussen
Fritz – Alcaraz
Sinner – Djokovic
Link Tennisexplorer

Aanvulling – Za 12/7/2025
En de uitslag?
Wel, ik besef ‘leedvermaak’ is een lelijk ding maar de uitslag kon me in dit geval wel enigszins plezieren:

Indringend, hartverscheurend, ontwrichtend…

Zaterdag 17 Mei 2025
Over Khoros van Berlinde De Bruyckere in Bozar.

Na “Nachtreis” van verleden week, het imponerende labyrint van Hans Op de Beeck in het KMSKA, bezochten we donderdag laatst dé tweede absolute blikvanger van het Expo-seizoen, Khoros van Berlinde De Bruyckere. In Bozar maakt de overzichtstentoonstelling van De Bruyckere alle superlatieven waar die je er al over las. Hard, indringend, hartverscheurend, ontwrichtend… Achteraf jezelf terugvindend, amechtig zoekend naar een lichaam dat je past…

Toch had ik er nooit zo bij stilgestaan dat sommige mensen beter een waarschuwing meekrijgen vooraleer ze de tentoonstelling bezoeken: “De tentoonstelling bevat beelden die mogelijks als schokkend of confronterend kunnen worden ervaren. Voor vragen kunt u steeds terecht bij ons personeel”. Wel jammer dat er geen personeel voorhanden is om je zachtjes te begeleiden als je dag in dag uit tijdens het journaal al die dagelijkse hartverscheurende oorlogsbeelden op jouw netvlies ziet passeren…

Facebook-bericht van 17/5/2025 (Voor wat meer uitleg bij de foto’s)

Een boek als een milde koortsdroom

Over ‘Het Jaagpad‘ van Paul Verrept
Op het leeslijstje (21)

Un beau soir l’ avenir s’ appelle le passé’ van Louis Aragon

De onafhankelijke boekhandels reiken met de Confituur-Boekhandelsprijs elk jaar een prijs uit aan een boek dat meer aandacht verdient dan het (tot hiertoe misschien) gekregen heeft. Komende woensdag 23 april 2025 op ‘Wereldboekendag’ weten we wie de opvolger wordt van Rik Van Puymbroeck die verleden jaar geheel en al terecht de prijs kreeg voor ‘Treurwil‘, zijn eerste literaire roman. Vijf auteurs bevolken voor 2025 de shortlist: Marieke De Maré met ‘Ik ga naar de schapen‘, Tim ’s Jongers met ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld‘, Safae El Khannoussi met ‘Oroppa‘ (eerder al laureaat van de Boon-prijs), Paul Verrept met ‘Het Jaagpad‘ en de dichter-romancier Tomas Lieske met zijn roman “Wij van de Ripetta“. Eén voor één zijn het boeken die de prijs best wel zouden verdienen.

Zelf loop ik meer dan gewoon warm voor ‘Het Jaagpad’ van Paul Verrept. Het was het eerste boek dat ik las van deze schrijver die ook bekendheid geniet als illustrator en grafisch ontwerper en ook betrokken is bij ‘Bebuquin’, een uitgever van toneelteksten. En zeker is: het zal niet het laatste boek zijn dat ik in de toekomst van hem zal lezen.

Ik las ‘Het Jaagpad’ tijdens een koude decemberavond van 2024 op een Blankenbergse hotelkamer (in Hotel José), net groot genoeg om twee mensen een warme tijd te bezorgen. En zoals dat gaat met plaatsen waar je iets las dat je midscheeps wist te raken zal dat hotel voor mij persoonlijk wel voor lange tijd met dit boek verbonden blijven.
 ‘Het Jaagpad’ zorgt van meet af aan voor een sfeer waarin je helemaal wordt ondergedompeld. Het boek vangt aan met een cursief gedrukt sfeerbeeld, een poëtische proloog zo je wil, die al een beetje de contouren schetst van waar de schrijver met de lezer heen wil.

De stad is zoals alle steden. Ze is verzadigd, opgeladen, draagt in zich wat was, wat is en wat gaat komen. Ze is betoverd, zoals alle steden.” (Pagina 7)

Het is in die betoverde en toch naamloze stad (met heel veel herkenbare Brusselse accenten) waar Paul Verrept zijn twee hoofdfiguren laat bewegen. De gepensioneerde oudere Lucas brengt zijn dagen wat uitzichtloos door op een flat gelegen aan een groot kruispunt in de stad. Op een dag neemt hij de trein terug naar zijn verleden.
Ongeveer simultaan verlaat Claus, een student van achttien, zelf ook zijn dorp om vol jeugdig verlangen en enthousiasme het volle leven in ‘de grote stad’ te gaan ontdekken.
Rondom de beide figuren ontspint er zich een fijnmazig netwerk van “schijn en werkelijkheid”. Lucas is gefascineerd door Claus (de namen zijn elkaars anagram!) die op zijn beurt erg aangetrokken wordt door het meisje ‘Maria’, net als Claus een eerstejaarsstudent. De figuren raken in het verhaal met elkaar verstrengeld. Identiteiten neigen naar elkaar.  Heden en verleden vloeien in elkaar over, intens gekleurd door eenzaamheid, menselijk verlangen en begeerte. Het Jaagpad is een subtiele kleine roman – het boek telt ‘slechts’ 120 pagina’s – waarin er vooral ook voor “de stad” een hoofdrol is weggelegd. Heel regelmatig voel je je daarin als lezer zowaar een voyeur.

In korte zinnen – er zit vaart in dit dunne boekje – lijkt ‘Het Jaagpad’ op een milde koortsdroom.

Onder hem ligt de stad. De zon hangt al lager. Claus stelt zichzelf voor, daar, in de stad, in allerlei gedaantes loopt hij er rond. Als kunstenaar, schrijver, minnaar, in drukke gesprekken gewikkeld. In cafés en theaters, rokend, drinkend.” (Pagina 76)

In een tweede cursief gedrukt prozastuk op het einde van het boek lees je:
De stad is een schrift, waarin elke beweging, elk gebaar, elk woord en elke gedachte onuitwisbaar wordt opgeschreven en bewaard’.
De stad slaat op, houdt vast.”  (Pagina 113)

Het Jaagpad‘ is een fascinerend en fijnzinnig boekje dat blijft nazinderen met hoofdfiguren die in elkaar lijken te willen vloeien en die je lang na lezing niet los willen laten.

Hij denkt dat hij de jongen ziet nu.
Hij is er. Hij is er niet. Hij komt dichterbij.
Hij is nu vlakbij.’

Paul Verrept – Het jaagpad. Koppernik – Amsterdam. 120 blz. €19,50

Update van 23/4/2025
De Confituur-prijs voor 2025 gaat naar de fijne roman “Ik ga naar de schapen” van de Brugse schrijfster Marieke de Maré. En hét spreekt dat we ons ook in deze keuze perfect kunnen vinden! Alvast onze gelukwensen!

Meer info via dit VRT-Nws-bericht.


#desmaakvanconfituur #confituurboekhandelsprijs #shortlist #literaireprijs #confituurboekhandels #onafhankelijkeboekhandels #samenonafhankelijk
#paulverrept #uitgeverijkoppernik

Recensie André Keikes – Tzum
Uitgeverij Bebuquin
Website Paul Verrept
Wie droedelt, die blijft: auteur Paul Verrept over schrijvers die tekenen in de marge (Art De Standaard)
Wereldboekendag 23 April

Foto: Bert Bevers – https://detafelvan1.blogspot.com/2013/05/paul-verrept.html

Inleiding van Tania Verhelst op ‘Het Omber en het Oker’ op de VWS-site ‘Dun lied donkere draad’


Op de VWS-site ‘Dun lied donkere draad‘ staat intussen dankzij de goede zorgen van Koen D’Haene de inleiding die dichter Tania Verhelst op zondag 23 maart 2025 uitsprak bij de voorstelling van de bundel in het Snuffel-Hostel in Brugge.

Hier volgt de tekst:

Op zondag 23 maart stelde dichter Paul Rigolle in Brugge zijn nieuwe poëziebundel Het omber en het oker voor.

Paul houdt al zowat een halve eeuw de dingen en de dagen bij. Sinds vele jaren is hij bestuurslid van de VWS en mederedacteur van Jaarwerk, het literaire jaarboek van de vereniging. Maar Paul doet nog veel meer. Hij vult dozen met schrijfsels en notities en rapporteert en registreert literaire gebeurtenissen op literaire blogs en sociale media. Er is weinig dat hij niet ziet, niet hoort, niet leest en niet schrijft.

Vaak zijn er gedichten, soms een nieuwe bundel. Paul’s nieuwste bundel Het omber en het oker (uitgeverij P.) kreeg een fijne voorstelling in de Brugse Snuffel. Er was heel veel volk afgezakt naar de stille Brugse binnenstad. Tania Verhelst leidde de bundel in, Paul vertelde over zijn gedachten en gedichten in dialoog met Edward Hoornaert en las en signeerde er vervolgens op los. De warme jazz- en diepe bluestonen van ‘The Caravan Juke Joint Band’ maakten de literaire morgen compleet.

Maar de meeste aandacht moet naar de nieuwe bundel gaan. Hieronder lees je de integrale tekst van de inleiding van dichter Tania Verhelst. Je krijgt meteen een kleine bloemlezing uit de bundel.

” Paul Rigolle vroeg mij zijn bundel in te leiden. Ik zal dat doen aan de hand – hoe anders – van zijn gedichten. Ik ga er geen grote analyses op los laten, dat laat ik over aan de schriftgeleerden, maar vooral die gedichten uitkiezen die ik mooi vind, die mij raken en u laten meegenieten.

Wat mij opviel: Paul Rigolle is een man die kijkt. Hij kijkt naar dingen, mensen en onderzoekt dat kijken in zijn taal.

In ‘Jaagpad’ klinkt

Trage wegen dragen ons als leestekens
in het landschap. Even halt te houden,
even een punt te zetten.

In enkele beelden vangt hij een wereld. Een wereld die voorbij is, of een wereld die zich in al zijn intimiteit toont.

Zo zegt hij in het gedicht met als titel ‘Interieur’:
Badend in het avondlicht plooit het huis ons open,
leest ons gulzig bij elkaar.

Zelfs geluiden worden zichtbaar gemaakt:

Een torenklok morst met klanken, veegt ons de mantel uit
 (‘De tocht van Fibonacci’).

Ook het gedicht ‘Knipmes’ begint met een observatie:

Er stond een torenkraan als een knipmes
boven de stad

Het is een in memoriam gedicht voor iemand die ook door kijken bezeten was, een fotografe.
Het eindigt met:

Vereeuwigd hoeven we niet te worden.
Eén ogenblik lang het licht vast te mogen
houden in de blik van mensen, kan volstaan.

En weten dat wat bij de gratie
van het beeld wordt vastgelegd,
ons al zoveel langer voor ogen staat.

Die gratie van dat ene ogenblik vat hij ook in de act van de wielrenner:

Stuur, asfalt, spieren, oog. Alles afgestemd!
De weg die klimt sloopt wat je voor het laatst
had opgespaard. Het leven hier heeft aan zichzelf
genoeg. Een intens geluk is het om voor eeuwig
en een dag in dit decor een figurant te mogen zijn.

Wat wil je dan met al dat kijken? Misschien klinkt iets van een antwoord in het gedicht ‘Atelier’:

Van de verf de gedaante. In staat tot veel,
bereid tot alles. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.

Hij kijkt naar de wereld en laat de wereld naar hem kijken. En soms lijkt zijn perspectief open te barsten in een ander perspectief.

De dichter plaatst ook vraagtekens bij dit hier en nu. In vele gedichten laat hij een andere werkelijkheid om de hoek kijken. Of in een denkbeeldige toekomst kijkt hij naar een denkbeeldig verleden. Daarbij is de ik-figuur oud, ouder dan de geschiedenis van een mens. Wat te denken van de perspectieven in het volgende gedicht

Evenaar

Elke kier en kamer ken ik, elke vezel
van dit huis. Niet eens zeker of ik
wakker ben of waak herinneren zich
in mij de diepste tijden.

Zoals het dier zichzelf herhaalt, opnieuw
in holtes woont, zich opricht plots
en rechtop gaat lopen verdwijn ik naar waar
ik al jaren werk en woon en schrijf.

En wij beiden als zon en maan, ooit bevriest
ons beeld. Ooit vindt men ons nog wel ‘s
in de boeken van een uitgestorven soort terug:
exemplarisch, rond een tafel geschaard

als aan de beide zijden van een evenaar.

En natuurlijk gaat het om meer dan kijken. Kijken is ook maar een excuus om te zien wat je niet kunt zien. In respijt komen vele thema’s samen. liefde, vergankelijkheid, ouder worden, tijd, zorg, maar dan veel mooier verwoord dan deze grote woorden dat kunnen:

Respijt

Veel rest er het slome, vermoeide lichaam niet.
Op dagen als vandaag legt het zich met zorg
en zonder aarzelen onder jouw handen
en het gestreel van hun vingertoppen neer.

Dit is een dag die niet veel van het leven vraagt.
Weinig om het lijf en tot zachtheid voorbestemd
haal ik adem in een huis dat ons tot schuilplaats dient.
Buiten trekken vrachtboten lijnen in het kanaal.

Af en toe lijkt het alsof je een misthoorn hoort.
Een thuiskomst zonder huis, een bed zonder dons
of lakens, het lieve leven verscheurt ons bij elkaar.
Respijt, dat pas, is een woord waarvan ik hou.

En tot slot lees ik het titelgedicht waar alles samenkomt: schilderen, schrijven, lezen, dankbaar zijn om zoveel leven

Het omber en het oker

‘don’t be afraid of the dark’
The Robert Cray band.

Zoveel dagen zijn er, zoveel nachten
waarop ik niet meer weet hoe, of waar
ik de bergen wil. Er is het blauw waarbij ik
aarzel of ik naar de hemel ga. Er zijn
het omber en het oker, het geel uit Napels.

Er is het schreeuwen van het rood. Wit
dat blind en stom aan al mijn handen likt.
En toch ben ik het niet. Op hun ovaal
ben ik de menger niet, de kleuren mengen mij.

De spiegel maakt geen bezwaar dat ik
in hem mijn ogen doe. En de huizen,
de huizen weten best dat ik in hen
geen wanhoop, geen angst voor het donker wil,
als ik hen met zorg tussen de sneldrogende
heuvels van hun keuze schuif.

Het omber en het oker van Paul Rigolle verscheen bij Uitgeverij P.

(Verslag: Koen D’haene)

Facebook-bericht van 31/3/2025

Kiefer als uithangbord

“Merkaba” – Anselm Kiefer. Foto genomen tijdens de Kiefer-Expo 29/2/2024 in LaM Villeneuve d’Asq

Header
Af en toe moet een mens ’s het “uithangbord“, lees ‘de Header‘ van zijn website wat opfrissen.
Vandaag heb ik een foto van het fantastische werk “Merkaba” van Anselm Kiefer in de bescheiden adelstand van mijn site verheven… De foto dateert van schrikkeldag 29/2/2024 en nam ik tijdens de Kiefer-expo in Musée LaM in Villeneuve-d’Ascq. “Merkaba is een werk uit 2O11.
Op de achtergrond zie je een ander (al even fantastisch) werk van Kiefer uit dezelfde tentoonstelling met als titel “Am Anfang – Au Commencement“. Dit schilderij dateert in de Kiefer-annalen van het jaar 2008. (Dit alles onder de noemer: ‘Kiefer-fan forever‘)

‘Am Anfang – Au commencement’ van Anselm Kiefer – foto 29/2/2024 – Kiefer Expo-LaM

Leesbaar licht, hoorbare stilte

Bij ‘Interieur’, een gedicht van Paul Rigolle
(Voorpublicatie uit ‘Het Omber en het Oker’)

Op het literaire tijdschrift Roer bespreekt Edward Hoornaert onder de mooie titel ‘Leesbaar licht, hoorbare stilte‘ – bij wijze van voorpublicatie – mijn gedicht ‘Interieur‘ dat straks ook in mijn nieuwe bundel ‘Het Omber en het Oker‘ staat. Edward, voormalig stadsdichter van Roeselare, oprichter en redactielid van 1P2, bezieler van het dichterscollectief Obsidiaan en ondertussen ook uitgever bij Uitgeverij Archipel is overigens ook de man waarmee ik straks tijdens de voorstelling van mijn nieuwe bundel op zondag 23/3/2025 om 11:00 u. in de Brugse Snuffel in gesprek mag gaan.

#HetOmberenhetOker #Roer #EdwardHoornaert

Hier volgt de volledige tekst op Roer:

Leesbaar licht, hoorbare stilte

Foto van schrijver: Edward Hoornaert
Edward Hoornaert

Interieur

Buiten legt de regen het weefsel
van de avond bloot, water wast
de ramen. In de kamer waarin wij
leven warmen wij de woorden op, 

leggen ze stil en onbesproken weg voor
later. Jij en ik, wij luisteren naar muziek
die bij dit soort winters past.
Eensgezind scharen de stoelen zich

rond de tafel. Van elke boodschap
halen wij de ruis. Badend in het
avondlicht plooit het huis ons open,
leest ons gulzig bij elkaar.

(Uit: Het Omber en het Oker, Paul Rigolle)

Iedereen kan zich wel een voorstelling maken van een gure winteravond die ons naar binnen drijft of aan een of ander scherm/boek vastgekluisterd houdt. Zo’n avonden kunnen gezellig zijn, maar volgen zich liefst niet te lang na elkaar op. Een mens wil zo af en toe ook wel eens uitbreken. Of wordt er zenuwachtig van. Maar winterse weersomstandigheden hoeven niet per se voor een gevoel van ongemak of troosteloosheid te zorgen. Ze kunnen, zoals in het gedicht Interieur van Paul Rigolle, net zo goed een katalysator zijn voor een huiselijke sfeer en harmonie. De manier waarop deze harmonie in het gedicht tot leven komt is van een buitengewone eenvoud. Alle elementen die hiertoe bijdragen en die door de dichter naar voren geschoven worden sluiten naadloos op elkaar aan en vloeien natuurlijk in elkaar over.

Het gedicht opent met een intrigerend beeld: Buiten legt de regen het weefsel / van de avond bloot. De avond heeft iets dat zichtbaar of voelbaar wordt door de regen, alsof het neerplenzende water structuren, patronen of texturen onthult die anders verborgen zouden blijven. In dezelfde blik naar buiten gericht wordt ook het water dat de ramen wast gevangen. De onthulling krijgt zo haast een louterend effect en wordt de kamer binnengeleid. Het woord weefsel is in dat opzicht erg zorgvuldig gekozen en legt op een enigmatische manier een subtiele verbinding tussen buiten en binnen. De dichter slaagt er vervolgens in intimiteit op te roepen die niet alleen de binnenruimte omhelst, maar ook de onderlinge verhouding tussen de aanwezigen tastbaar maakt.

Het valt ook op hoe woorden in dit gedicht een fysieke aanwezigheid krijgen. Ze worden opgewarmd, stil en onbesproken weggelegd voor later. Taal heeft gewicht en waarde. Woorden die er toe doen hoeven niet meteen uitgesproken, kunnen later de gezamenlijke beleving van het lezen in herinnering brengen, een tweede leven geven. Wanneer de tijd er rijp voor is. Voor nu volstaat de stilte en het samenzijn, een kalm, organisch evenwicht gedragen door muziek die bij dit soort winters past, binnen- en buitenwereld mee op elkaar afstemt.

Het huis is niet alleen een toevluchtsoord of schuilplaats voor het slechte weer maar vooral ook een plek waar de bewoners zichzelf en elkaar naar waarde schatten. In de ogenschijnlijke tegenstelling én eigenlijke wisselwerking tussen de gure buitenwereld en de geborgenheid van de huiselijke kamer ligt de essentie van het gedicht: een moment van verstilde harmonie. Ook het interieur maakt deel uit van dit vreedzaam tafereel. Stoelen komen ingetogen tot leven en scharen zich eensgezind rond de tafel. Het huis beperkt zich evenmin tot een passieve, beschuttende rol, maar draagt de rijkdom van het avondlicht over op haar bewoners die verder openbloeien en ondanks hun afzonderlijke leesactiviteit verder toegroeien naar elkaar.

De regen, de woorden, de muziek, de stoelen – ze maken als vanzelf deel uit van een zorgvuldig gecomponeerd geheel waarin alles en iedereen zich naar elkaar lijkt te voegen, zich lijkt te schikken in een gezamenlijk ritme, waarin er geen ruimte is voor ruis op de boodschap. Toch werpt het slotvers nog een kleine spanning op: het huis leest ons gulzig bij elkaar. Gulzigheid impliceert een honger, een gretigheid, een grote drang naar het zich begerig overgeven aan een moment als dit, een moment dat alleen maar toeneemt aan intensiteit naarmate het weefsel van de avond zich verder uitspant. Een moment dat grenzen tussen binnen en buiten, spreken en zwijgen, mens en ruimte doet vervagen.

(Het gedicht Interieur maakt deel uit van Het Omber en het Oker (Uitgeverij P), de nieuwe bundel van Paul Rigolle die op zondag 23 maart voorgesteld wordt in Snuffel Hostel te Brugge. Het verschijnt hier in voorpublicatie.)

© Edward Hoornaert

Facebook-bericht van 11/3/2025

Didden & Dylan

Didden & Dylan.

Heb ik hier ooit al ’s prijsgegeven dat ik een grote Marc Didden-fan ben? Welaan dan. Bij deze geef ik mijn ‘outing’ helemaal vrij. In mijn ervaring heb ik van de man van vele muziek- en filmoorlogen nog maar zelden dingen gelezen (of gezien) waarin ik hem niet kon volgen.

Als Dylanfan van het eerste uur was ik zelf (uiteraard) al van plan om in Cinema Lumière naar de biopic ‘A Complete Unknown’ te gaan. Daar hoefde niemand mij voor aan te moedigen. Maar kijk toen Didden in De Morgen van 21 februari laatst zijn recensie liet eindigen met de oproep “Gaat dat zien” was ik hélemaal verkocht.

Eerst somde Didden in zijn recensie al zijn vooroordelen op tegen biopics tout court en tegen de glamour-acteur Chalamet in het bijzonder, die trouwens ook zowat de mijne zijn, en waren…
Maar Didden moest uiteindelijk wel toegeven dat hij die vooroordelen ook één voor één diende te ontkrachten… Hij eindigde zijn recensie dan ook met de volgende slotsom: “Dit verhaal is de soberheid zelf. Een portie eenvoud verpakt in een pak schoonheid. Deze film is zo goed omdat hij gaat over muziek. En over hoe talent de wereld kan veranderen”.

Ik kan dat, nu ik de film zelf heb gezien, en op een vreemde manier vele keren ontroerd werd door o.a. de muziek van Dylan uit de periode 1961-1965 maar vooral ook door de hele sterke vertolking van Timothée Chalamet, alleen bevestigen: “Gaat dat zien!”. Het zou me niet verbazen indien de Oscar-uitreiking van vannacht daar nog wat stevige argumenten aan zou toevoegen…

Ook nog even zeggen dat mij tijdens tijdens de film heel regelmatig ook een intens gevoel van deernis met het huidige Amerika overviel… Het staat helemaal buiten kijf: de wereld heeft tegenwoordig meer dan hoge nood aan jonge Dylan’s in wording. Hier en elders.

Didden-recensie in De Morgen:
https://www.demorgen.be/meningen/a-complete-unknown-gaat-dat-zien~bb0fa475/

De Oscar-uitreiking bij Vogue:
https://www.vogue.nl/cultuur/tv-en-film/oscars-2025/

Facebook-bericht van 2/3/2025

Water gieten op een hete steen

Leesnotities – Op het leeslijstje (20)

Over lezen tout court.
Blogbericht van zondag 19/1/2025
Leesnotities en andere aantekeningen
Facebook-bericht van 20/1/2025

De mondvoorraad van de boeken en het lezen… Anno januari 2025

Lezen! Het blijft een fantastisch feest! Maar dan wellicht enkel en alleen voor wie het sowieso al niet missen kan. Aan zij die om joostweetwelkobscurereden nooit tot lezen komen moet je niet proberen uit te leggen waaruit precies het genoegen, de gratie, het genot én de genade van het lezen bestaat.  Alsof je zo’n onverbeterlijke extreem-rechtse rakker diets zou willen maken waarom papierloze mensen het in geen geval verdienen om zonder mededogen als kansloos grensvee gedeporteerd te worden. Of aan iemand die zweert bij Crodino en andere non-alcoholische dranken proberen duidelijk te maken dat ook een Gin-tonic bij tijd en stond wel iets hebben kan. Dat komt in beide gevallen neer – daar ben je na al die jaren ondertussen al wel achter – op bij manier van spreken “water gieten op een hete steen”… Van een pluviometer kun je immers niet verwachten dat hij ook nog ‘ns de uren zon gaat registreren…

Ha, die mondvoorraad van de boeken!!! En het feest van het lezen… Van de fantasy en sciencefiction-schrijver George R.R. Martin, bekend van de “Game of thrones”-televisieserie, is de wel vaker geciteerde quote: “A reader lives a thousand lives before he dies… The man (or woman) who never reads lives only one…
Stichtend toch! Ik ben meteen bereid om de gevleugelde uitdrukking van de heer Martin zonder aarzelen als “helemaal en maar al te waar” te labelen. Al weet ik anderzijds dat er – nu ik toch aan het citeren ben – minstens evenveel waarheid zit in wat James Joyce ooit ‘s liet noteren: “Life is too short to read a bad book“…

Quotes over lezen genoeg trouwens. Deze van His masters voice Arthur Schopenhauer over wie ik laatst het schitterende gelijknamige toneelstuk zag van Stefaan Van Brabandt is een mooie om te onthouden ook: “Lezen is denken met andermans hoofd“… Ook al heel vaak geciteerd, die Schopenhauer.  Een evergreen van hem die ook in het stuk van Stefaan Van Brabandt naar voor kwam was ook zijn “algemeen vrolijk zure” manier om tegen het leven aan te kijken: “Het leven is een hachelijke zaak. Ik heb besloten er de rest van mijn leven over na te denken.

Afijn, dit alles maar om te zeggen dat ik in de voorbije weken en maanden wat kans heb gezien om wat bij te lezen. Heuglijke uren waren dat. Even het venijn van die draaiende wereld en die alomtegenwoordige bitsige Netanyahu’s vergeten en met volle overtuiging wegduiken in die andere magische realiteit die het boek en de poëzie ons te bieden hebben. Alleen heeft mij dat zoveel leesnotities en dubbelgevouwen A4-tjes opgeleverd dat ik niet meer weet hoe ik ze moet bewaren. En of ik hoedanook nog de nodige tijd moet zoeken om ze uit te tikken om ze te bewaren… Ik heb hier op deze bladzijden ooit ’s het hooggegrepen en licht-ambitieuze plan opgevat om van elk boek of dichtbundel die ik las een aardig leesverslagje te plaatsen. “Op het leeslijstje” heet de pagina die met heel onregelmatige tussenpozen mijn verslagjes verzamelt en zich bijgevolg constant in opperste staat van “in progress” bevindt. Onbegonnen werk natuurlijk om alles keurig en tijdig bij te houden… Zeker als je zelf nog iets wil schrijven…

Laat ik voor deze “leeslijstjes-keer” dus maar volstaan met … het posten van bovenstaande foto. Als een soort losse flodder uit de camera van mijn smartphone geplugd. Wie in het stapeltje een boek van zichzelf herkent mag zichzelf alvast koesteren in het warme licht van mijn opperste waardering.

#overlezen #demanmetdeleesbril

Voor de volledigheid bij de foto: ‘Het lijstje met de titels’, van links naar rechts:

* Max Hermens: Het verdwijnen van Freddy Heijen
* Zevenblad n° 7
* Koen Broucke: Rivierverloren
* Anne Provoost: Decem
* Piet Devos: Innerlijke lichtval
* Lara Taveirne: Wolf
* Alain Delmotte: Breedschrift
* Johan Clarysse: Het geduld van water
* Vera Steenput: Sterke schoenen
* Chantal Akerman: Mijn moeder lacht
* Geert Jan Beeckman: Archipel
* Herman Vuijsje en Anneke Groen: Eindeloos ouderschap
* Paul Rigolle: Wij worden erts dat niemand delft
* Mark Kinet: Psychologie vaan de kunst
* Anneke Brassinga: Ontij
* Anneke Brassinga: Crudités
* Paul Verrept: Het Jaagpad
* Stefaan Van Brabandt: Schopenhauer
* Charles Baudelaire: Mijn hoofd is een zieke vulkaan
* Maxime Rovere: Klootzakken, hufters en eikels
* Roger Arteel: Beperkt houdbaar
* Dichterscollectief Obsidiaan: Veelvoud van een eiland
* Frank Pollet: Polletanië!
* Guido Van Heulendonk: De kroon met twee pieken
* Elise Vos: Bolster
* Werner Herzog: Het schemeren van de wereld
* Patrick Lateur: Minuscula

All we have is now!

All we have is now!”

(Terug van even weggeweest!)

Het licht in de Blankenbergse Vissersstraat – Geregistreerd vanuit Hotel José.

Mag ik jullie één voor één allemaal hartelijk bedanken met die veelheid van verjaardagswensen van gisteren! Ze waren er tot mijn vreugde in alle vormen en maten. In Sms-jes, What’s app-jes, Facebook-attensies, Instragramdingen en andere mailberichten.

En kijk, aan verjaren – ik herhaal het jaarlijks wel ’s keer – heeft een mens op zich maar heel weinig verdiensten. Jaren komen en gaan. Zo gaat dat. En zo hoort het ook. Toch wil ik mild zijn voor wat achter mij ligt. En daarom beste vrienden, mag je er – vind ik – ook wel ’s een festijn van maken van dat verjaren.

Dit jaar trokken we voor de gelegenheid voor een tweedaagse naar … Blankenberge, zoals we allanger weten “Parel van de kust”… Het was dezer dagen bitter koud in Blankenberge maar ons bezoek was meer dan hartverwarmend. Werd ons deel: een leuke overnachting in Hotel José 2.0, Hotel José oud huis van veel vertrouwen dat al dateert uit 1914 (!) en vooral ook was er dat fenomenaal etentje in het onvolprezen tapas-restaurant ‘Onism’. ONISM. Wat een plek! En wat een fantastische keuken! Zowaar een smaakavontuur zonder weerga onder het motto: ‘All we have is now’!

De naam ‘Onism’ staat voor ‘het besef dat je in jouw leven maar een klein deeltje van de wereld zult zien’…En ja, de chef neemt ons dus maar mee – alsof het niks was – op een ware tapascarrousel van verrassende smaken en ‘flavours’: “Onism: inspired by Spanish cuisine fused by the world”.

Het hele Onism-team weze bij deze onmetelijk veel lof toegezwaaid. Een adresje dat je zeker ook ’s moet proberen. In bijlage zowaar een kleine Blankenbergse fotoreportage met, zo merk ik, niet minder dan zeventien kiekjes van de jarige amateurfotograaf van dienst.

#restaurantonism #hoteljoséblankenberge #Blankenberge

www.onism.be
www.hotel-jose.be

Facebook-bericht van donderdag 12/12/2024.