Renaat Ramon, al sinds ik hem in het gezegende jaar 1976 mocht leren kennen meer dan een man naar mijn hart, schreef voor het blad ‘De Geus’ dat driemaandelijks verschijnt een ‘poëstille’ over mijn gedicht ‘Jaagpad’.
Het gedicht dat deel uitmaakt van het “Poëziepad van A tot Z” staat sinds oktober van verleden jaar langs het Jaagpad van de Schelde tussen Escanaffles en Bossuit. Op de grens van twee talen, op de grens van wie het verbindt.
Gejaagd is de dichter Paul Rigolle (°1953) niet. Zijn recentste bundel Tot het bestaat verscheen in 2013. Sindsdien publiceert hij zijn gedichten vooral in Digther, een tijdschrift waarvan hij omtrent de eeuwwisseling een van de wroede vaders was en dat, teken des tijds, sinds 2012 onder de naam De schaal van Digther in digitale vorm overleeft. Onder leiding van Paul Rigolle. Het gedicht Jaagpad is sinds vorig jaar op het scherm te lezen.
Jaagpad opent met een originele metafoor. De ‘ons’ in de eerste versregel, dat zijn de wandelaars en de fietsers die het landschap lezen. Het landschap en de rivier. Die zich als tekens, als leestekens bewegen. Die pauzeren, die reflecteren over wat geweest (gelezen) is, die vragen stellen over wat komt. Op het ritme van de ademhaling. Tijd en ruimte liggen open en worden overbrugd. Je wordt herinnerd aan het klassieke beeld van de natuur, van het heelal als boek.
De wandelaar, de fietsers – de mensen – volgen de stroom: zij leven. Met alle geluid, met alle geweld van dien.
Maar het kolken en klokken – in de verte hoor je de zee van Willem Kloos: ‘de Zee klotst voort in de eindeloze deining’ – blijken arcadisch te zijn, met als climax, aangegeven door een dubbelpunt, de openbaring, het ultieme besef: ‘Geluk is een jaagpad in de regen’.
Veel vroeger, in de bundel Mond- en Clownzeer (1980) had Rigolle, in een stad geboren zijnde, het zebrapad geprezen, wellicht ook met enige ironie: ‘Een zebrapad is een weelde! Elk denken verloopt er licht’ en, welwillend en veilig van achter een raam, ook de regen: ‘God, zie hoe het regent, midden juni, waar/ik zit en weet: Hoe vanavond laat,/voor dit raam, de stadlichten zullen openbloeien/ als hangende tuilen goedkope bloemen.’
Jaagpad, dat je rustig een pastorale mag noemen, telt precies honderd woorden, evenwichtig verdeeld over vijf terzinen. De dichter toont zijn vakmanschap. In de tweede regel van de eerste strofe verschijnt, bijna halverwege, het eerste leesteken: een punt. Er wordt even halt gehouden. Ook de dichter houd even halt – om een punt te zetten.
De derde regel enjambeert functioneel: de versregel die begint met ‘Kijkend naar’ verwijst naar ‘wat achter ons ligt’ in de volgende strofe – ook letterlijk dus.
Ook in de derde strofe worden adequate punten gezet: ‘Adempauze. Pas op de plaats.’ – waarna beweging volgt, drie strofen ver. Ook de ritmische deining van kolken en klokken wordt typografisch getoond.
Het ontbreken van specifieke geografische gegevens – het jaagpad is ‘Een rivier op aarde’ – zorgt er voor dat het gedicht het regionale, de anekdotiek, overschrijdt en de aandacht geheel naar de sensitieve belevenis gaat.
Fietsen is niet altijd een feest. De hel van het Noorden (1982) is een titel die de wielerfanaten enigszins misleidt – de bundel gaat niet over keien – maar heeft Rigolle wel de reputatie van ‘dichtende Flandrien’ bezorgd. Het heeft hem niet belet aan de Waalse coureur Claude Criquielion aandacht te bestenden (Op de Helling, 1990). Op de tandem met Patrick Cornillie heeft hij de bloemezing ‘Het wielrennen in de Nederlandse Literatuur’ samengesteld onder de woordspelige titel Vélo-Dromen (1991).
Overigens is de poëzie van Paul Rigolle dromerig noch woordspelig. Het is een poëzie waarin vaak kritische leestekens worden gezet.
Het was gisteren bijzonder fijn om op poëtische wijze (net als de renners in de Ronde komende zondag) “aan te komen” in Oudenaarde. Met dank aan het talrijk opgekomen publiek en iedereen die meehielp om er een biezondere Verlate Gedichtendag van te maken! Mijn dank is groot en veelvuldig! Dank aan Geert Joris van het Centrum Ronde Van Vlaanderen en Els De Vos van de Bibliotheek Oudenaarde. Dank aan Stefaan Vercamer die mij namens de Stad een drinkbus… in chocolade schonk! (Ik beloof om ze nog wat te bewaren vooraleer er maar even een vinger naar te durven uitsteken).
Veel dank aan Nils De Caster & Sara De Smedt die bijgestaan door Bart Vervaeck de pannen van het Centrum speelden (“It takes a believer!”). Ze gaan nooit meer uit mijn muzikale voorkeurlijstjes weg! Vooral dank ook aan de Aimabele Heer van de Poëzie die in Oudenaarde Andre Vansteenbrugge heet, voor de uitnodiging! En o ja, ook B&B J21 Jezuiëtenplein 21 mag hier niet onvermeld blijven. Het nachtelijk verblijf en het ontbijt waren voortreffelijk!
Je mag van de sociale media zeggen wat je wil. Je haar mag er van recht komen. Of dat op je armen. Je kan vloeken om er wat er staat, en je kan tieren om wat er niet staat en verzwegen wordt.
Hackers en criminelen zoeken naar het kleinste lek. Intimidatie, riooljournalistiek, manipulatie, het sturen van jouw gedachten die, let op, nauwelijks nog je eigen gedachten zijn… Je kunt niet genoeg op je hoede zijn. Elk moment op je qui-vive… Er is geen andere attitude mogelijk. Let op wat je prijsgeeft… Let op waaraan je zin geeft… Let op…
Wat je ook mag beweren: er zullen veel dingen van waar zijn. En er zullen een pak andere dingen zijn die niet in de verste verte met de waarheid stroken. Of kunnen stroken… Maar niettemin zul je mij, after all, nooit een abjecte en totale tegenstander van ‘dit soort media‘ kunnen noemen. Niet zoals sommigen zichzelf, niet zonder een pak hautain en afstandelijk voorbehoud, al van vooraf met veel aplomb als een rabiate non-believer wensen te profileren. Daarvoor stoot ik – minstens al twee decennia lang een internaut vanjewelste – te veel en te vaak en her en der, en dikwijls ook dankzij een vreemd toeval, op hele mooie hartverwarmende dingen, beelden, teksten, stemmen en sites…
Iemand die ik graag blijf volgen op Instagram en elders is de fotograaf die zichzelf “Augustusfarmer” noemt . Ik weet niet goed wie achter de benaming schuilgaat… Dat hoeft ook helemaal niet. Zolang ‘Augustusfarmer‘ zijn identiteit niet verder prijsgeeft of die wenst prijs te geven heb ik daar géén enkele moeite mee. Het mag en kan: verscholen blijven! Op Internet. Of elders. Respect, diep respect daarvoor. Zelfs respect voor wie er in het leven het zwijgen toe doet. En daarvoor kiest.
En zo kom ik, om dit alles een beetje te duiden, uit bij een instagram-post die ik vanmorgen integraal heb overgeschreven. En die ik wens te onthouden en te bewaren:
Today i have awoken with mega head pain that financial admin worries have compounded. So i’m going to get on one of those bikes and ride it nowhere but still get somewhere.
Ik ken warempel zelf dat gevoel: je fiets nemen om nergens heen te rijden en tenslotte beseffen dat je aan het eind van de weg toch ergens bent uitgekomen.
Dit soort fietsen, het is een zachte daad die ook mij regelmatig, meer dan wat ook, en zeker ook in tijden van ontij en oorlog, mag opvrolijken in het leven!
‘Alles van waarde is weerloos’, dat weten we met Lucebert al eeuwen…
Dan mogen we ons bijna, heel bijna maar nog niet helemaal, bevrijd voelen van die naargeestige pandemie komt daar een rancuneuze en krijgszuchtige ex-kgb-er de wereldvrede op stelten zetten…
Hoe als enkeling, deelgenoot én ronduit vredelievende wereldburger daarop te reageren? Plaats te bepalen, daarmee om te gaan… Marieke Lucas Rijneveld doet het alvast op zijn manier. Mét een gedicht! “Een krijgszuchtige tijd“, vandaag op de voorpagina van De Morgen. Omdat alles van waarde weerloos is… én blijft! Zal blijven…
Even kijken toch, wat WordPress op een eigenhandig aangepaste website voor ons kan doen! Dat de mogelijkheden van dit gezegende tooltje niet gering zijn, weten we; proefondervindelijk zelfs. Er staat immers nog altijd een “kleine poging tot” op een vroegere ‘Eerste Proefdruk’ voor een word-press-site van mij op het adres: https://paulrigolle.wordpress.com
Voor de rest werken we de komende weken en maanden af en toe naarstig verder om deze nieuwe plek en look te optimaliseren!
Tot jolijt van het krijt!Tot plezier van het wier!