Gedichtendag vandaag! En meteen ook het begin van de Poëzieweek. Ik weet het, het is ‘maar’ een ‘campagne die amper één week duurt’, maar het is en blijft wél een campagne die beroep doet op het gegeven dat de poëzie mensen met elkaar weet te verbinden (en niet tegen elkaar opzet) “door op te trekken met de oude dingen die woorden zijn, en die zoveel hebben gezien en gehoord” (dixit Guido Vanhercke op FB en op zijn website gisteren).
Dus ook hier mag en zal – wat had je gedacht – een gedicht vandaag niet ontbreken! Opgediept uit de archieven: het gedicht ‘Lamp’ uit ‘Van het hart een steen’. (Poëziecentrum, 2009).
De ontdekking van een schrijver! Leesnotities – Op het leeslijstje (14 en 15) Over ‘de Mitsukoshi Troostbaby Company’ en ‘Kinderen van het ruige land’ van Auke Hulst Maandag 22 Januari 2024
“We zijn kamers met de lakens over de meubels”
Er zijn veel manieren om kennis te maken met een auteur die je om godweetwelkeredenenofomstandigheden niet eerder las of zelfs nauwelijks kende. De verdienste van een initiatief als het onvolprezen “Het Penhuis” is dat het op mooie zondagvoormiddagen auteurs naar “het verre Kortrijk” weet te halen waarvan je amper nog een woord had gelezen. Naar aanleiding van de komst van de Groningse auteur en muzikant en zanger Auke Hulst op zondag 12/11/2023 las ik zijn tot hiertoe meest bekende boek met die vreemde en bijna niet te onthouden titel dat in 2022 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs stond: ‘De Mitsukoshi Troostbaby Company’ uit december 2021. Het is een omvangrijk boek van 600 pagina’s dat op geen enkel ogenblik verveelt. Het boek heet een toekomstroman te zijn. Dat is ook zo maar het is nog veel méér dan dat. Anderen noemen het dan weer graag een ‘dystopie’ zoals dat tegenwoordig in deze warrige en onwaarschijnlijke tijden mag heten. Een dystopie voor het jaar 2032? Nee, hoor, wat mij betreft is ‘de Mitsukoshi’ gewoon een ijzersterke roman die hier en daar misschien wat te uitgebreid overkomt maar er zijn zoveel passages over onder meer het schrijven zelf die alles goed maken. Alleen al om de metafoor “We zijn kamers met lakens over de meubels” op pagina 514 zal ik deze schrijver blijven memoreren: “Ik zei dat in jezelf praten belangrijk is. Dat mensen van dieren verschillen omdat ze aan zelfreflectie doen, hoewel we zelfs dan onszelf niet goed kunnen zien. ‘We zijn kamers met lakens over de meubels – je kunt ongeveer raden wat er onder de lakens zit, maar niet precies. Een piano, maar wat voor piano? Een stoel, maar welke stof? Snap je?” (pagina 514). …/… Op zondag 12 november 2023 was Auke Hulst dus te gast in Het Penhuis in Kortrijk (zie foto). In een aangenaam kabbelend gesprek met Karel Alleene, afgewisseld met door Hulst akoestisch gebrachte eigen songs, werd het voor veel Vlaamse lezers een zeer fijne kennismaking met een auteur (én met zijn boeken én zijn gitaar) die hier nog al te weinig bekend is.
In het verlengde van het gesprek, en zeer geïntrigeerd door wat de auteur daarin aan biografische elementen prijsgaf, las ik een andere roman van Auke Hulst van tien jaar eerder (2011): ‘Kinderen van het ruige land’ dat wellicht zijn meest autobiografische boek genoemd kan worden en dat in 2013 bekroond werd met de Cutting Edge Award en het Beste Groninger Boek. Ergens in een gebied in het Noorden van Groningen dat ‘het Ruige Land’ genoemd wordt groeien vier kinderen Kurt, Kai (die onmiskenbaar trekken en trekjes heeft van de auteur zelf), Shirley Jane en Deedee op zonder veel toezicht van een zo goed als altijd afwezige moeder. De vader is al heel vroeg overleden. Het boek is een prachtige wordingsgeschiedenis van kinderen die moeten opgroeien in een gebied waarin het ruige landschap meer is dan een metafoor.
Auke Hulst, Kinderen van het ruige land, Uitgeverij J.M. Meulenhoff bv, 2012, 334 pagina’s,
“Wie De Mitsukoshi Troostbaby Company na zeshonderd pagina’s dichtslaat, hangt uitgeteld in de touwen maar heeft wel een onvergetelijke literaire reis gemaakt.” (Libris-Shortlist-pagina 2022)
Op de poëtische Facebook-pagina “Woordentij” staat sinds gisteren mijn gedicht ‘Rustoord‘. Met dank voor de goeie zorgen van onder meer Tom Veys. Rustoord is een (nogal schrijnend) vadergedicht dat deel uitmaakt van een cyclus ‘dagboekgedichten’, onder de titel ‘Het heimwee van de bladen naar het boek‘. De cyclus is opgenomen in een afgerond typoscript dat voorlopig de werktitel ‘Een jaagpad in de regen‘ heeft meegekregen.
Net voor het jaareinde publiceerde het literaire e-zine ‘De Schaal van Digther’ drie gedichten uit een typoscript dat ik aan het voorbereiden ben. Het zijn de navolgende gedichten en kunt je ze nalezen via de aangegeven link-jes.
Passer (De Schaal van Digther – do 28/12/2023) Respijt (De Schaal van Digther – vr 29/12/2023) Brief aan Baudelaire (De Schaal van Digther – za 30/12/2023)
De voormelde gedichten maken deel uit van een typoscript met als werktitel ‘Een jaagpad in de regen’ (Gedichten 2014-2023). Brief aan Baudelaire werd eerder opgenomen in de bloemlezing ‘Vertalersweelde’, Baudelaire vertaald door Mereie de Jong, samenstelling Kees Godefrooij. Met een voorwoord van Alain Delmotte. (Stichting Spleen, 2022).
Typoscript in wording – Schrijfresidentie Streuvelshuis – November 2020
“dat er ons ondanks al het grijs in de wereld ook dit jaar weer veel moois te beurt mag vallen!”
Mag ik jou, mag ik jullie voor het nieuwe jaar alweer het allerbeste wensen. Ja, hoor, natuurlijk, wel zéker mag ik dat! Héél veel liefde, geluk en nog meer moois om naar uit te kijken voor een zo gezond en creatief mogelijk 2024.
“Stoïcijns waar het kan, alert, waakzaam en veerkrachtig waar het moet!”