Het land van Streuvels

Relaas van een verblijf als schrijfresident in het Streuvelshuis
(Ma 9/11/2020 – Ma 23/11/2020)

Met dank aan Literatuur Vlaanderen

vrijdag 22 oktober 2021

Stijn Streuvels 150-Colloquium

Nulla dies sine linea
Geen dag zonder regel
Geen dag zonder lijn

Devies van Streuvels. Werk van Brody Neuenschwander

Groeten uit het “Stijn Streuvels 150”-colloquium. Zaal 301, Kulak Kortrijk.

Labels: Colloquium, Het Land van Streuvels, Kulak Kortrijk, Schrijven bij Streuvels

zondag 20 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 14


Dagen in het Streuvelshuis – Dag 14.

(zondag 22 november 2020)

Vijf lettergrepen vol magie.

Op de laatste zondag van mijn verblijf wandel ik in de voormiddag nog ’s tot in het Centrum van Yvegem. Het Lijsternest bevindt zich op nauwelijks een halve kilometer afstand van de zijmuur van de kerk waar Stijn Streuvels broederlijk naast Hugo Verriest begraven ligt. De bietenkarren hebben smurrie en modder achtergelaten langs de steenweg. Kastanjes en eikels kleuren de stoepen. Dode bladeren. Er zijn notenschelpen die de kraaien hebben laten vallen en waarop het lekker trappen is. De herfst zal niet schitterend zijn, ze is het al.

De kerk is dicht vanwege, wat had je gedacht Covid19. De rooie brievenbus van Bpost heeft een mijter op. Kinderen kunnen er hun liefste Sint-Niklaas-brieven in kwijt. Wat zou ik er zelf ’s in stoppen? Een kattebel of een Klaasgedicht? Een droedel of een drabble? In het centrum van het dorp is Streuvels overal. Aan de overkant van de kerk wordt een appartementsgebouw opgetrokken. Naam, kan het anders: ‘Residentie Streuvels‘! Er is een Schellebellestraat en een Schellebellebeeld. Café d’Halve Maan, helaas dicht nu, was zijn stamcafé en zorgt voor take-away met de feestdagen.

Het motregent. Het smuikt. Het kan hier best wel somberen vermoed ik, wanneer de novemberzon dagenlang niet thuis zou geven. De voorbije weken heb ik geluk gehad. Fijn herfstweer was het vaak. Uitstekende wandel- en fietscondities. Vandaag is dat anders. Mistroostigheid alom. De sfeer neigt naar het unheimliche gevoel van wie een afscheid voorbereidt. Ik weet dat Streuvels voor dit mistroostige weer honderd namen had. Zijn taalrijkdom werd en wordt nu wel als ‘particulier’ beschouwd maar de adem van zijn statige proza evoceert nog steeds de poëzie van het volle leven.

Eenmaal terug in Het Huis hou ik het voor de rest van de zondag op lezen. Ik heb Digther-copain Alain Delmotte beloofd om ’s zijn tekst over ‘Het prozagedicht’, zowat hét (of dé) dada van Alain, na te lezen. Bedoeling is dat de tekst najaar 2021 in een boek terechtkomt dat zijn essayistische teksten zal verzamelen. Eerder werden stukken uit ‘Het prozagedicht’ op ‘De Schaal van Digther’ gepubliceerd

Het Prozagedicht’ is een wat taaie maar erg boeiende tekst. En daarin kom ik opnieuw dat wonderlijke woord of begrip ‘het reinontsprongene’ tegen. Het woord trekt mij aan, en trekt aan mij, hoewel ik nauwelijks notie heb van wat het betekent. Alain heeft het over de Franse dichter Philippe Jaccottet die het begrip bij Hölderin haalde. Het komt voor in diens gedicht ‘Der Rhein.‘:‘Ein Rätsel ist Reinentsprungenes’. Ad den Besten vertaalde dat als ‘een raadsel is ’t reinontsprongene’. Voor Jaccottet gaat van dit gegeven een bezwerende kracht uit en het doet zich in sommige dichtwerken voor als datgene wat wij als ‘subliem’ ervaren. Mister Google kent natuurlijk wel Hölderlin en ook ‘Reinentsprungenes‘ vind je in het Duits meer dan genoeg terug: „Ein Räthsel ist Reinentsprungenes“ ist eine von Hölderlins bekanntesten Gnomen, knapp formulierten Einsichten, wie sie Pindar verwendete“. 

Het leuke is wel dat het woord in de Nederlandse betekenis, lees vertaling, slechts ’twee treffers’ oplevert. En ze verwijzen alletwee naar Alain. Het reinontsprongene! Het rein-ont-sprong-e-ne… Voor mij: vijf lettergrepen vol magie.

Ik kijk licht gegnomatiseerd op en registreer hoe tegen de middag hier en daar nog een wandelaar voor Het Raam door mijn blikveld trekt. Ergens naar op weg. Of gewoon doelloos nergens heen. Om dan verderop in een plooi van het Tiegemse landschap te verdwijnen. En er later weer op te duiken op een plaats waar ik hem nauwelijks nog kan ontwaren. Zou Streuvels iets met Friedrich Hölderlin hebben gehad, vraag ik mij af als ik mij opnieuw doorheen zijn huis beweeg. Ongetwijfeld wel, zijn liefde voor de Duitse cultuur kennende… Een af en toe comprommiterende liefde die hem later na de oorlog(en) meer kopbrekens bezorgde dan hem lief was, en die er bij hem ongetwijfeld zal hebben ingehakt, al is dat alweer een ander verhaal. Een van de vele die zelfs een halve eeuw na datum nog rond Streuvels blijven overleven.

Na het middageten begin ik stilaan aan opbreken te denken. Of noem ik het beter inbinden? Of afbouwen? Mijn dagen in het Streuvelshuis zijn geteld. Dag veertien loopt naar zijn einde. Nog een laatste nacht rest mij hier. Gelukkig heb ik niet veel om in te pakken. Mijn bagage had ik bij mijn vertrek al beperkt tot het absolute minimum. Wat kleren, een aantal boeken en een laptop. Meer heeft een mens niet nodig in een schrijvershuis. Toch kom ik straks met zoveel meer thuis dan dat ik meegenomen had.

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels 

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

zaterdag 19 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 13

Dagen in het Streuvelshuis – Dag 13.
(zaterdag 21 november 2020)

Een hart van koekebrood.

Muziek een stortbui uit wijde galmgaten. Psalmen
voor een ver verschiet.
(Jo Gisekin)

Muziek? Jazeker hield Streuvels van muziek! De pianola die hier in de woonkamer staat is daarvan de stille maar wonderlijke getuige. In Nederland, lees ik, noemt men “dit vreemde ding waar muziek uitkomt” een ‘kunstspelpiano’. Het woord beschrijft perfect wat deze robotachtige piano (met een hart van koekebrood) voorstelt. Graag had ik wel ’s gehoord hoe die pianola live en in het écht klinkt.

Muziek…Van Streuvels is uit zijn jonge jaren in Avelgem bekend dat hij als zanger een felle baritonstem had. En ook uit brieven aan zijn oudste dochter Paula spreekt Streuvels’ liefde voor muziek. Hij meldt terloops dat hij in Duitsland ‘een heelen hoop’ muziek heeft gekocht. “Sonaten van Beethoven, Mozart, Haydn, verder stukken van Chopin Grieg, enz. Zie nu maar dat gij nu goed muziek leert lezen, opdat gij er gauw mee wegkunt, alles te spelen.” (Bron: ‘Stijn’, Jo Gisekin, dochter van Paula)

Op de pianola staat een partituur van Edvard Grieg’s ‘Nordische Weisen’ – Opus 63’. De gedachte dat die hier altijd, misschien wel ten eeuwigen dage op deze plaats – op de pianola – zal blijven staan is aandoenlijk in haar hang naar en in het beeld dat ze oproept van “onveranderlijkheid”. Grieg, Scandinavië en de Oudnoorse mythologie waren belangrijk voor Streuvels zoals dat onder meer blijkt uit het 15° jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap uit 2009.

Zelf brengt, als ik aan Grieg denk vooral, Peer Gynt naar het toneelstuk van Hendrik Ibsen, bij mij oude dingen die voorbijgaan terug. Mijn eigen grootvader, een aardig verteller, diste zelfs verhalen op die hij aandikte met volkse elementen uit de Scandinavische sfeer. Vroege herinneringen die mij laten afdwalen. Eén ding heeft dit verblijf mij wél duidelijk gemaakt: zonder de muziek, en zonder de radio, zou ik het hier de voorbije weken niet hebben gered. Men mag mijn televisie op een dag naar het recyclagepark brengen, daar zou ik geheel niet om rouwen. De radio en de muziek daarentegen… Dat is niet iets wat iemand als ik wil of kan missen…

Misschien is dit dan ook het goeie moment om het ootmoedig toe te geven en te zeggen dat ik het uiteindelijk toch heb aangedurfd! Misschien wel als een van de eersten hier, wie zal het zeggen. In de gewijde stilte van de werkkamer van Mijnheer heb ik een aantal van mijn spotify-lijstjes laten spelen… Het klinkt blasfemisch maar weet dat ik het wel zeer ingetogen heb gehouden. Niet de muziek die ik voorbehouden hield voor de Residentie. Niet het wat ‘hardere’ werk als dat van die eeuwige Hendrix van mij. Of Neil Young en Stevie Ray Vaughn. Ook een aantal van dé platen van het haast voorbije Coronajaar zoals het recentste werk van Dylan, Springsteen of Nick Cave toch genoemd mag worden, hield ik exclusief voor als de nacht inviel in mijn residentiestudio. Idem dito voor de West-Vlaamse barden als Filip Kowlier, het Zesde Metaal, Wannes Capelle en onze eigenste man uit Bruhhe, Brihang die ik sinds ik hier verbleef zal blijven parafraseren door te zeggen dat er ook bij mij weliswaar geen Steentje maar ‘een Stijntje in mijn schoentje zit’.

Nee, in Het Huis – mijn schroom blijft groot in Deze Tempel van de Literatuur – liet ik mezelf (en wie hier nog allemaal mag wonen) enkel en alleen het ‘zachtere werk’ horen. Veel jazzy melodieën dwalend tussen evergreen en bluegrass, waren dat… Melanie di Biasio, Nathalie Loriers, Naima Joris… Of zij die voldoende hebben aan een Voornaam: Patsy, Emmylou, Ella, Billie, Sarah, Taylor… . En zelfs Mira! En dat niet enkel en alleen vanwege de Streuvelsecho in haar naam. Het verbaast mij dat de zangeres die ik voor het eerst hoorde op de openingseditie van ‘Literaire Living’ nog altijd stevig aan haar muzikale weg moet timmeren. Komend voorjaar brengt ze met ‘Heilig Hart’ een nieuwe plaat uit, haar vijfde al. Zou niemand dan hebben gemerkt dat Mira er al vier platen lang al helemaal staat?

Wel opvallend toch hoe mijn lijstje voor Het Huis enkel uit dames bestaat! Een voor een troost- en Soelaasbrengende Engelenstemmen zijn het die ik in dit leven niet wil of kan missen. Ze brengen en maken muziek die in staat is om elk hart van koekebrood weg te laten smelten. Streuvels overleed in 1969 toen het Woodstock-festival dat voor mij, schuchtere snaak nog, voorgoed de nieuwe tijd zou inluiden, in volle gang was. In al die decennia moet hij, die zelf nog de commerciële uitvinding van de Radio en de Grammofoon heeft meegemaakt, zowat de hele moderne muziekgeschiedenis hebben zien passeren. Passing away. And here to stay. Tot Beatles, Stones en The Lovin’ Spoonful toe. 

Al die mooie stemmen van de wereld! Voor mij geloof, hoop en liefde in bange dagen. Ik ben er zeker van dat ook Streuvels ze nooit had willen missen.

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels

Ps. Ook geef ik hierbij toe dat ik lang heb getwijfeld: schrijf ik bovenaan dit stukje nu ‘koekebrood’ of ‘koekenbrood’?

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

vrijdag 18 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 12

Dagen in het Streuvelshuis – Dag 12.
(vrijdag 20 november 2020)

De Erker in de kamer.

Lijsternest-coördinator Thomas Jacques, zelf ook een aanstormend jong literair talent, vroeg me enkele dagen geleden om ’s na te denken over een antwoord op de vraag ‘Wat vind jij jouw lievelingsplek in het Streuvelshuis’? Het is een van de vragen die hij me deze vrijdagnamiddag wil stellen tijdens de opname van een podcast. Dezelfde vraag legt hij overigens aan elke resident voor. Ik hoor dat Luuk Gruwez, mijn directe voorganger hier, als zijn stek van voorkeur het … hondenhok liet optekenen. Niet mis mee en een mooie keuze.

Het Raam als dé plek van het Huis aanduiden vond ik dan weer wat al té makkelijk. Toch een beetje té zeer voor de handliggend. Na wat geprakkiseer en voor de zoveelste keer een traagzaam avondlijk rondje in het Huis te hebben gelopen opteerde ik uiteindelijk voor ‘de Erker’ in de woonkamer. Gelegen aan de kant van de Steenweg is daarin enkel plaats voor twee stoelen en een tafeltje. Niettemin is het een ideaal plekje om er in de namiddagzon een kopje koffie of thee te drinken. Wellicht, zo beeld ik mij dat in, met een puntje zelfgebakken taart toe. Of het zou moeten zijn dat Streuvels, net bakker-af-zijnde,  maar weinig had met patisserie?

Er is een foto die dateert van net rond de periode dat Streuvels met zijn kersverse echtgenote, Alida Staelens, het Lijsternest is ingetrokken. Op het kiekje dat door Streuvels zo rond 1905-1906, met glasnegatieven nog, moet zijn genomen zie je Alida zitten lezen. Of ze wekt toch die indruk. Op de een of andere manier vind ik dit een mild-ontroerende foto. Het echtpaar is pas samen, de kinderen zijn er nog niet en Streuvels heeft net de vijf-jaarlijkse staatsprijs gekregen. Een oorlog ligt nog lang niet in het verschiet. Alles lacht het jonge koppel toe. Uit de foto spreekt niks dan ‘huiselijk geluk’. De Erker dus!

De opkomst van de podcast als gepersonaliseerde media-vorm is niet meer te stuiten. (Leve de webfeeds…)  In de voormiddag blijkt Thomas zelf ook als hoofdfiguur in een podcast te fungeren. Marieke de Maré, radiomaker en docent woordkunst, die dit jaar ook overtuigend als schrijfster debuteerde met de intimistische roman ‘Bult’ komt op bezoek in het Lijsternest. Voor Erfgoed Zuidwest maakt ze een opname met als thema ‘Hoe bewaar je de ziel van een overleden schrijver?’. (#erfgoedmysteries) Aan het eind van haar bezoek treedt ze samen met Thomas ook nog ’s binnen in de Residentie waar ik zit te werken. (Gelukkig is mijn bed opgemaakt met dat Alida-dons). Eerder hoorde en zag ik Marieke al op 4 oktober 2020 op ‘Lees meer‘ in het Brugse concertgebouw. Ze werd toen over ‘Bult‘ geïnterviewd door Ann De Bie. Samen met Manon Uphoff en nog een schrijvende favoriet van mij, Sander Kollaard.

Marieke heeft met mij mijn geboortedorp gemeen: Koolskamp. En of dat meteen een band schept! Streuvels kende dat geboortedorp van ons trouwens vrij goed want zijn vriend, de volksschrijver Warden Oom (Edward Vermeulen) heeft er een tijdlang gewoond. In de bibliotheek van Streuvels steekt zo goed als het volledige werk van Warden Oom, die als schrijver bijna over heel de lijn schatplichtig is aan Streuvels. Al was Streuvels, als je dat goed en wel beschouwt, eigenlijk net zo goed een ‘Volksschrijver‘.

In “Nalatenschap” een postuum verschenen boek van Edward Vermeulen dat hier in de bibliotheek staat, lees je over Koolskamp in Wereldoorlog 1 de navolgende passage:

Koolskamp ligt in doodstrijd. Het wordt gebombardeerd, gemitrailleerd en beschoten, gruwelijke ontploffingen doen onze kelder schokken en kraken. Wanneer we buiten kijken zien we geen kerktoren meer. Wat later vliegt de molen, dicht bij onze villa, met een geweldige slag en gekraak uiteen… De Mosselmarkt vliegt met oorverdovend geraas en geschok in een stofwolk de lucht in. Tegen de avond en geheel de nacht door, trekt het Duitse leger achteruit. Ze vluchten. Magere, afgebeulde paarden trekken de wagens voort, volgeladen met allerhande tuig, en aan die wagens liggen nog karren vast, stootkarren, rollewagens, beladen met ransels en geweren…
(p90 – Nalatenschap van Edward Vermeulen)

Over de middag word ik – zoals dat wel meer gebeurt – vanuit het niets opgebeld door een Nederlandse dame. Van een of andere mij onbekende verbruikersorganisatie. Ze slaat, vind ik,  een wel héél vertrouwelijk toontje aan voor iemand die mij niet kent. Of ik? En indien ja? En waarom niet? Ik hoor mezelf al snel en nogal kort en kordaat het gesprek afsluiten. Ik moet zeer onvriendelijk klinken. Korzelig ook. Nors. Zoals Streuvels naar verluidt vaak moet geklonken hebben toen hij gerust gelaten wilde worden… Een en ander lijkt hier wel besmettelijk. Al is dat gelukkig niet in de dit jaar biezonder bekend geworden pandemische vorm. Ik hoop alvast dat ik in de namiddag tijdens die Podcast met Thomas wat minder kort van stof kan zijn dan daarnet aan de telefoon en verzoek alvast de Heer Stijn om zich straks liefst niet te veel in ons gesprek te mengen.


#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels


Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

donderdag 17 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 11


Dagen in het Streuvelshuis – Dag 11.

(donderdag 19 november 2020)

In onsterfelijk Brunswickgroen.

De dagen vorderen. In de voormiddag en ‘s avonds schrijf ik. Ook mijn Lijsternest-notities lopen uit… Het wordt straks nog een fijn karweitje om er wat orde in te scheppen. De mensen van Passa Porta hebben mij immers gevraagd om na afloop van mijn verblijf hier een ‘literair spoor’ na te laten. Geen probleem, maar dat wordt nog hevig snoeien in de wildgroei die ik hier stilaan bij mezelf aantref.

Fietsend en wandelend in de namiddagen met mooi weer vertakt ook het fysieke spoor van dit ‘Land van Streuvels‘ zich in andere sporen. Van Grijsloke (Gijzelbrechtegem met die zware klim naar de kerk) tot aan de Mirabrug van Rugge… Die brug stelt overigens niet zo veel voor, vind ik. Het mag geen toeval heten dat de bekende film ‘De teleurgang van de Waterhoek’, uit 1971 van Fons Rademakers (met Hugo Claus als scenarist!) niet hier is opgenomen maar op een meer passende locatie op grondgebied Hamme. Als ik aan die verfilming van het boek van Streuvels terugdenk moet ik altijd ook, beetje raar maar waar, aan ‘Le déjeuner sur l’herbe’ van Manet denken. De schuld van Willeke van Ammelrooy natuurlijk want in de film is ze om helemaal bij weg te smelten en Jan Decleir beweegt zich zoals een man zich moet bewegen in de viefste periode van zijn leven…

Ik volg de Schelde in Avelgem, ga er de kerk binnen. Ik blader in het ‘gastenboek’ (“Dank voor de bekomen gunst”), zoek een bakker…. Ik ontdek op het Poëziepad van A tot Z de gedichten van Philip Hoorne en Tom Smits, hou halt in Celles, geprangd zittend tussen Vlaams en Waals gewest. Langs de Schelde laat ik Outryve rechts liggen, rij even later langs het Kanaal Bossuit-Kortrijk. Het kanaal is gegraven in 1857, niet eens twee eeuwen geleden dus. Hoe zag de wereld er uit zonder dit kanaal?  Zonder dit water dat nu een beetje dikweg doorheen of langs de weilanden en dorpen stroomt.

Bij het lieflijke Sint-Pietersbrugje aan een oude kanaalarm in Moen dat in de tijd van Streuvels nog met de hand moest worden opgehaald en waar een rosse kater de hele tijd rond mijn benen draait en draalt, neem ik alweer veel te veel foto’s. Ook dat wordt nog een ander fijn karweitje om al die foto’s in hun chronologische mapjes te stoppen. De pittoreske Sint-Pietersbrug, een prachtig staaltje van industrieel erfgoed werd vorig jaar grondig gerestaureerd en staat nu te pronken in onsterfelijk Brunswickgroen. Ik lees: “het is een manueel geklonken ophaalbrug van het Hollandse type met open vakwerk”. Mooi lieflijk ding waar ook Astrid Haerens in haar ‘Luisterfiets-podcast’ aandacht voor heeft. Moet ik thuis ’s opzoeken, die podcast. 

Een andere keer volg ik voorbij Kaster een stuk van de ‘Elfstenentocht‘. Bij ‘Meubelen Gloria’ kan ik niet anders dan vanwege Gloria, de film noir,aan John Cassavetes denken, de man aan wie ik een aantal posthume poëtische brieven schreef. In Anzegem waar de afgebrande kerk een zo pijnlijk-desolate impressie achterlaat (“als het skelet van een mens”), laat ik mij fotograferen bij de gedenkplaat aan het geboortehuis van Aurèle Vandendriessche. De jongeman aan wie ik vraag om voor mij het particuliere kiekje te maken, zet zijn meest vertwijfelde blik ooit op. De vraagtekens springen, als dat al kan, uit zijn gemaskerd gezicht vandaan. Aurèle Wie? Ja, Aurèle Vandendriessche, de atleet die meer dan een halve eeuw geleden niet één maar twee keer de marathon van Boston wist te winnen. Een Streuveliaanse prestatie vind ik dat nog altijd.

Samen met M. die mij op zaterdagmiddag gezelschap komt houden wandel ik van de Waashoek tot aan het huis Ten Berghe van Valerius de Saedeleer. Van op afstand groeten we, bijna al aan het Sint-Arnolduspark in Tiegem gekomen, onze jazz- en kunstvrienden Mieke en Richard van de fruithoeve Dôlage… Zo zonde dat dat van op afstand moet! Want daar zijn ze weer volop in ons gezelschap: die kwaaie Tante Corona en die Slissende Nonkel Covid met zijn bijzonder kwalijke afdronk! Op de Tiegemse tegelpaden die nauwelijks een man breed zijn, zijn wij tot onze verbazing zowat de enigen die naar ons mondmasker grijpen… Er hangt voorwaar een schaduw over mijn Lijsternest-verblijf.

Hier aangekomen in volle tweede lockdown merk ik hoe het Faliekante Virus, zoals elk ander dorp ook Ingooigem – Yvegem voor de vrienden – heeft geparalyseerd. Voor mij is er dan ook (voorlopig) geen verpozing weggelegd achter een koffie in d’Halve Maan, geen etentje in de Welriekende Dreef… Geen bezoek aan de gesloten ‘papieren’ dorpskerk zoals men die soms vanwege haar lichtinval wel ’s wil omschrijven… Geen afstandsloze en gemoedelijke gesprekken met de inwoners. Over Streuvels, Sep Vanmarcke en andere dingen… Niet eens een hand te kunnen geven aan de verantwoordelijke jongens hier die in die korte tijd mijn vrienden zijn geworden. Het is me wat!

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

woensdag 16 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 10

Dagen in het Streuvelshuis – Dag 10.
(woensdag 18 november 2020)



Burlend hert

Mijn verblijf hier snelt naar zijn eindpunt. Ik ben al bij de woensdag van mijn tweede week aanbeland. Nog vier intense dagen te gaan. En plots merk ik – door het Raam van de ochtend kijkend – dat het ‘burlend hert’, een ‘postuurtje’ dat doorheen al die jaren op zowat alle foto’s van het iconische raam is meegefotografeerd een stuk van zijn of haar rechterachterpoot mankeert. Een mankepoot van een hert? Vreemd, pas nu merk ik het op.

En ineens overvalt mij de gedachte dat ik – hoe intens ik ook mag gekeken hebben – aan het eind van mijn verblijf nog wel meer dingen in dit Streuvelshuis zal hebben gemist. In de gids voor Het Lijsternest vind ik de oorsprong van het hert, dat ik in mijn verbeelding te pas en te onpas luid laat burlen, niet terug. Het witmarmeren geitje midden het Raam, dat is dan wel weer zeker, is afkomstig van Streuvels’ oom, Guido Gezelle. Ik laat niet na om het ’s goed en liefkozend in mijn handen te nemen. Misschien, je weet maar nooit, stroomt een brokje van de Gezelle-bevlogenheid en een toefje van diens energie hiermee wel op mezelf over. (Smiley!).

Bibelots zijn er anders genoeg in het Streuvelshuis. Ze staan hier ook een beetje overal. Volgens Jo Gisekin was haar grootvader daar echt verzot op. In zijn laatste levensjaren gaf hij er zelfs regelmatig aan Jo/Leentje cadeau. Zoals, laat ze weten, een schattig presse-papier-tje in verlorenwastechniek dat een muisje voorstelt en nog een aantal andere kleinoodjes die haar dierbaar zijn.

Wat mij samen met de gekwetste achterpoot van het hert ook niet echt duidelijk is eigenlijk, is de lengte van de Heer Streuvels. Hoe groot was onze Stijn eigenlijk? Misschien een wat triviale vraag, maar toch… Van zijn reispaspoort dat achter glas op het tafeltje van zijn werkkamer ligt kun je het alvast niet aflezen. Groot – in de fysieke betekenis van het woord – kan hij, zoals anderen dat hier voor mij ook al hebben opgemerkt, niet zijn geweest. Achter de brede schrijftafel voor het raam dat is aangepast aan zijn gezichtshoogte druk je met je knieën meteen tegen de onderkant van het oppervlak. Het lijkt alsof je de tafel met je bovenbenen omhoog kunt tillen… Misschien moet iemand dat voor mij maar ’s uitvlooien? Thomas? Jurgen?

Maar ach wat, er zullen na mijn verblijf nog wel meer vragen onbeantwoord blijven. Streuveliaanse en andere. Erg is dat niet. Want niet alleen wat je hier intens ervaren hebt maar evengoed de dingen waarvoor geen antwoord of verklaring is, of die je niet eens hebt opgemerkt, neem je, zoveel is zeker, straks weer mee naar waar je vandaan komt, glorieus mee naar dat eigen schrijfhonk van jou.

Wat niet belet dat ik hier de laatste dagen mijn zintuigen en vooral ook mijn ogen op scherp zal houden. Want alles, alles immers begint met goed te kijken. Altijd en overal. Nooit was dat anders!


#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

dinsdag 15 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 9

Dagen in het Streuvelshuis – Dag 9.
(dinsdag 17 november 2020)

Waar ik de Ontroering bewaar.

Met Wapenstilstand, verleden week, schreef ik hoe ik in de Streuvelstuin een foto nam van wat ik nog aan herfstvruchten kon buitmaken. Het was ineens een aanleiding om nog over de middag wat ‘holderdebolder‘ en in een spontane ingeving een warme groet te brengen aan Jo Gisekin, dichter én kleindochter van Stijn Streuvels. Jo Gisekin – Leentje Vandemeulebroecke hoorde ik op 3 september 2020 in dat fantastische oord dat de Bib van Harelbeke is én blijft, nog een toespraak houden over onze wederzijds geliefde schilder Karel Dierickx. Het was een genoegen om met haar toestemming de tekst van haar toespraak een paar dagen later integraal op ‘De Schaal van Digther’, literair e-zine waar ik de webredactie voor voer, te mogen plaatsen. 

Mijn mailbericht van 11 november 2020 ging als volgt:

Dag Jo,

Ik permitteer het mij even om jou vanmiddag op deze Wapenstilstandsdag in Coronatijd een beetje holderdebolder een warme groet te brengen vanuit … Het Lijsternest. Sinds maandag ben ik hier immers gestrand als ‘schrijfresident’. En wat een voorrecht is het om hier twee-weken-lang te mogen resideren! Voor het Iconische Raam te mogen zitten! Mét een laptop en héél veel inspiratie voor nieuwe gedichten en een onafgewerkt boek dat het midden moet houden tussen Mezelf en de Wereld.

Wandelaars, stappers, roadrunners, al dan niet geoefende fietsers en landlopers allerhande bevolken momenteel het voorplan van mijn uitzicht op het Tiegemse landschap. Beweging in deze drieste Coronatijd, het kan enkel goed zijn voor mensen in lockdown-modus. Daarnet een wandeling om en rond het huis gemaakt. De herfst is al vergevorderd, merk ik. Nog één appel (1!) en twaalf noten nam ik mee naar binnen. De appel heb ik al aangesneden. Hij smaakt wat zuur maar is wél bijzonder sappig. De noten zijn, zoals het hoort, voor later en voor als het ooit nog winteren wil. O ja, toch nog even een vraagje: zijn er dingen en boeken waarop ik, meer dan op andere, nu ik hier ben, met veel liefde mijn oog moet laten vallen in dit Huis dat jij zo goed moet kennen?


met vriendelijke groet,

Paul

En uiteraard voegde ik aan mijn mailbericht ook de okkernoten-en-1-appel-foto toe. 

In de loop van de avond kreeg ik al meteen een hartverwarmend mailtje terug. Waar ik biezonder blij mee was! Nog later, en vreemd genoeg toen ik al thuis was – dat Gmail-ding van mij is blijkbaar toch niet altijd te vertrouwen – ontdekte ik dat Jo mij in een tweede mailbericht nog veel meer had geschreven!

Vol door vleugjes nostalgie bijgekleurde liefde had ze het over haar grootouders en over hun tuin. Mijmerend over de paradijselijke tijd van haar jeugd waarin ze speelde en ravotte in de tuin schreef ze onder meer:

Een aards paradijs was die tuin inderdaad met vier soorten pruimen waaronder de bamespruim. Mijn grootvader schreef een prachtig stukje over de bamestijd, de herfsttijd, dat hier bij mij hangt in zijn handschrift. Er stond een mispelboom, vroege en late appelsoorten, alle varianten bessen (rode en zwarte, de zogenaamde aalbessen), zure en andere kersen, een moestuin met zurkel, waarover Bertus Aafjes schreef na zijn bezoek in het Lijsternest, en kruiden en bloemen, een prachtige Wisteria die een boog vormde over het middentuinpad.
Maar met dit alles ben je niet veel, het zijn voor mij alleen maar nostalgische herinneringen aan een tijd toen ik daar samen met zus en drie broers ravotte en tot de orde werd geroepen…

Onder de notenboom waarover je het hebt heeft koning Boudewijn prachtige foto’s gemaakt van mijn grootouders, toen hij er incognito op bezoek kwam. Bij die gelegenheid was hij zo erg onder de indruk van het uitzicht vanuit het brede raam dat hij het liet beschermen, er waren gevorderde plannen voor het oprichten van een of andere fabrieksinstallatie.
(© Jo Gisekin)

En inpikkend op mijn – geheel met mijn aard strokende – nieuwsgierige vraag waarop ik tijdens mijn verblijf zéker mijn gretig oog diende te laten rusten:

Nu heb ik nog niet geantwoord op je vraag.
De pianola was voor ons, kinderen, een vreemd instrument waar we de nodige uitleg moesten bij krijgen om er iets van te begrijpen. Streuvels was een groot muziekliefhebber, dat zul je misschien gelezen hebben in het boekje Stijn, waarin een brief van mij aan hem is verschenen. Die pianola is er gekomen door toedoen van Lodewijk De Vocht die een huisvriend was.

Nu Sinterklaas nadert moet je zeker eens letten op het gat in de zoldering in de dagelijkse eetkamer met de blauwgeschilderde kast (door toedoen van Albert Saverijs): vanuit dat gat gooide de mysterieuze Sint nicnacjes en snoepgoed … Mijn moeder vertelde dat in die zoldering ook een schommel hing om de koude wintermaanden voor de kinderen op te vrolijken. In de hal moet je zeker eens kijken naar de barometer met de weerspreuken die Streuvels zelf opstelde.

Naast het grote raam links hangt er op uitdrukkelijk verzoek van mijn grootvader een foto van mij met daaronder een intussen verkleurd zakje dat ik hem cadeau deed met een briefje erin. Hij stak er een van mijn eerste gedichten in …
(© Jo Gisekin)

Ik heb het mailbericht van Jo, sinds ik alweer thuis ben en Yvegem achter mij gelaten heb om het te ruilen voor een net zo onooglijk dorp, warmpjes ondergestopt in de lade waar ik sinds jaar en dag in mail- of briefvorm de Ontroering bewaar.

P.S. Jo Gisekin gaf mij toestemming om uit haar mail een paar fracties te publiceren. Waarvoor veel dank.
P.S.2 Bamestijd: komt van Bavomis (1 oktober)

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels #dageninhetstreuvelshuis

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

maandag 14 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 8



Dagen in het Streuvelshuis – Dag 8.
(maandag 16 november 2020)

Bomen sterven staande.

Op dag 8 van mijn verblijf ben ik met Jurgen Casteleyn, de tweede, al even gastvrije medewerker van het Streuvelshuis, al heel vroeg getuige van zegmaar vrij indringende tuinwerkzaamheden. De firma die hier het dagdagelijkse onderhoud van pad en tuin voor haar rekening neemt, heeft een onvervaarde knappe jonge kerel onder de arm genomen om de niet ongevaarlijke klus te klaren een dode berk in de Streuvelstuin naar beneden te halen. Gilles heet hij en ik verneem later dat hij ook een niet eens zo onverdienstelijk amateur-wielrenner is. Hij klimt met zijn Stihl-zagen omhoog. De (dode) boom in. Jurgen en ik nemen foto’s. Voor en na. Jurgen beklemtoont dat, vermits ook de Streuvelstuin net als Het Huis beschermd is, de berk in het voorjaar door een jonge boom vervangen wordt. Wanneer de klus na een aantal uren geklaard is en men het dode hout in splinters hakt en maalt, geeft Gilles ruiterlijk toe dat hij ‘m daarboven toch wel een beetje geknepen heeft… Dat verbaast me wel voor iemand die in bomen klimt. Maar zo zie je maar weer dat eigenlijk niets in dit leven eenduidig en vanzelfsprekend is: elke vorm van heroïek gaat vroeg of laat gepaard met knikkende knieën!

Streuvels zou vandaag met bloedend hart naar het tafereel hebben staan kijken. Al meent Boomklimmer Gilles dat de dode berk nauwelijks ouder kan zijn dan vijfendertig jaar en dus nooit door de schrijver, die vaak zelf met een noeste eik vergeleken wordt, kan zijn aangeplant. Dat wordt mij later bevestigd door Tim V. een vriend-bibliothecaris die een bijzonder liefhebbend oog voor bomen heeft. “Het leven van een berk laat zich samenvatten tot ‘easy come, easy go’. Berken worden zelden ouder dan 50 jaar” laat hij mij weten als ik verslag uitbreng over het vellen van de Streuvelsboom.

Bomen betekenden heel veel voor Streuvels. Dat zal zijn kleindochter en dichter Jo Gisekin mij later nog schrijven in een warm en nostalgisch mailbericht dat mij blij maakt en waarop ik later nog terugkom. Streuvels diende het woord gedurende het grootste deel van zijn leven wel nog met twee o-s te schrijven: boomen. Zo geschreven zien boomen er plots toch helemaal anders uit.

In een brief aan Joos Florquin, van het legendarische ‘Ten huize van’ schreef Streuvels in 1958 (hij was toen 87):

Mijn lijfspreuk is geweest:
Doe lijk de bomen doen:
Groeien en laten groeien


Dat Stoïcijnse standpunt heb ik zelf alsnog niet, ook niet ergens diep in mezelf, ontdekt. Daarvoor erger ik mij nog dagdagelijks al te nadrukkelijk, of meer nog, ik maak me op een hopelijk gezonde manier druk en kwaad, mag dat in deze tijd nog even, over het gedrag van de Bully’s en de Kloothommels van de wereld. De Halskoppen, de Totebellen, de Angstverspreiders, de Complotpredikers en de Pasklaren… Zij die niet verenigen maar verspreiden. Al oefen ik hard om net als die bomen van Streuvels te worden. Het dient en mag gezegd: ik oefen hard! Ja, dat doe ik! Maar onverstoorbaar als de bomen van Streuvels? Ik in deze tijd? Nee!

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels

Labels: 2020, Blauwe notities, De man met de leesbril, Er zit een Stijntje in mijn schoen, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijfresidentie, Stijn Streuvels

zondag 13 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 7

Dagen in het Streuvelshuis – Dag 7.
(zondag 15 november 2020)

De veelheid van de velen.

Lezen. Lectuur. Literatuur… Alles wat los en vast zit, zonder veel nadenken, onbevangen zoals toen je jong was, dat is er vandaag allang niet meer bij. Als ik thuis voor de boekenkast sta weet ik dat mij enkel nog de tijd gegeven is om nog maar een minuscule fractie van wat we hebben staan, ooit ook nog effectief te kunnen lezen. Is dat erg? Is dat geen licht of zwaar deprimerende gedachte om mee om te gaan? Neen, dat is het wat mij betreft niet. Want eerlijk, voor mij is de “embarras du choix”, de veelheid van de velen, eerder een pluspunt dan dat die tot leesverlamming leidt. De daad die bij mij aan het eind (en aan het begin) van de lijn van tel is, is het liefkozend voor de kasten te staan en de hand te mogen volgen die zomaar voor het pure plezier een boek uit de rekken haalt. Niet jij bent het, het is de hand die kiest voor jou! Bij de proza-afdeling de passages of integraal de boeken. Bij de poëzie: de verblindende verzen. En dan: lezen! Te mogen lezen!

Eigenlijk ben ik wel benieuwd hoe dat bij de Heer Streuvels in zijn werk ging. Zijn bibliotheek is zegmaar ‘meer dan aanzienlijk’. En dat is uiteraard een understatement. Elke avond in het Huis ga ik de wanden langs. Stel, zo zegt een stem plots, stel dat je hier zomaar ’s iets mocht kiezen. Nee, niet iets scheef slaan, dat hoort niet… Maar iets kiezen, stel dat je iets mag meenemen… Iets kleins maar. Wel kijk. In dat geval kom ik uit bij een boekje dat hier in de afdeling van de Franse boeken staat en waarbij ik niet lang zou moeten twijfelen. Het is iets van of beter het is iets dat gericht is aan Jean Cocteau, een van mijn all time favorites– auteurs waarvan ik, zeker sinds ik in september van 2012 in Menton in zijn museum stond, niet alles maar toch veel zou willen hebben. Het zijn de brieven van Max Jacob die hij schreef aan Cocteau: “Lettres de Max Jacob à Jean Cocteau (1919 – 1944)”. “Alleraardigst boekje vind ik dat!” Als het nu ‘s mocht…

Maar niet alleen in het Het Streuvelshuis staan mooie dingen. In de Residentie hebben zij die mij hier zijn voorgegaan een aantal van hun boeken achtergelaten… Prachtige avond- en nachtlectuur! Het komt voorwaar goed uit dat de tv het hier niet doet. Zij die mij hier zijn voorgegaan? Anne Provoost, Kristien Hemmerechts, Annemarie Estor… Elisabeth Marain en de eerder al genoemde Marc Reugebrink. Koen Peeters, Gaea Schoeters, Monika van Paemel, Bart Van Loo, Peter Mangel Schots, Geert Jan Beeckman, Joris Iven… Mijn vrienden Patrick Cornillie en Koen D’haene… En ik vergeet nog veel andere schrijvers en dichters die hier hebben geresideerd. Hun boeken en bundels verleiden mij. Mooie bladzijden zijn hier geschreven die opgenomen zijn in de boeken die hier ter beschikking van de residenten staan. Vooreerst is er bijvoorbeeld die Art Paper Editie uit 2017 ‘Geen dag zonder lijn – Not a day without a line’ van Bart Janssen, Koen Peeters en Dirk Zoete. Het bekende Streuvelsdevies “Nulla dies sine linea” en de roman ‘Langs de wegen’ heeft hen méér dan wat geïnspireerd… 

Inspiratie… Nooit gedacht dat een oude en in de tijd verblekende auteur als Streuvels (sommigen wagen het om hem een oude krokodil te noemen, de halshoofden) voor zoveel inspiratie kon zorgen… Als je al die mooie opdrachten leest die hier in de boeken van de vroegere residenten staan, wordt dat pas hélemaal duidelijk. Zo schrijft Monika van Paemel in haar opdracht in ‘De koningin van Sheba’:”In het Lijsternest, voor het raam waar uitzicht literatuur is.” (9/11/2015). Bart Van Loo bedankt in zijn Napoleon-boek voor de gastvrijheid: “Au plaisir de se revoir‘(27/11/2017). Luuk Gruwez is de uitvoerigste: in ‘De maand van Marie’: “Het is nog niet de maand van Marie waarin ik dit schrijf, maar hoewel het pas maart is, lijkt het op sommige dagen al mei. Laat de begenadigde bakker zijn beschermende hand in elk geval boven alle residenten houden die hier nog zullen verblijven.” (9/3/2015).

Ellen van Pelt die dit najaar met ‘Deze wereld is geen ergernis waard‘ voor de langverwachte biografie van Roger Van de Velde zorgt, schrijft in haar opdracht in haar debuut ‘Drift’: “Voor Jurgen & Thomas.Toen tijdens mijn eerste nacht in de schuur het licht in het Streuvelshuis plots aanfloepte, sloeg de schrik me even om het hart. Een defecte lichtsensor of Stijn Streuvels die ’s nachts komt spoken. Het is een heerlijke plek hier: de rust, de stilte, de glooiende velden…” (februari 2020). En op de eerste bladzijden van de poëtische verzamelbundel ‘Een kier in het rumoer‘ lees je : “Zoals een vogel nooit voor een gesloten boom staat, zo ook de gastvrijheid van het Lijsternest.” (25 oogst 2015). Streuvels zou het graag gelezen hebben. En er zijn er nog veel meer boeken. En opdrachten.

In zijn recente, in de Privé-Domein-reeks verschenen redelijk magistrale boek ‘Het land van de Handen’ schrijft dichter Luuk Gruwez over zijn verblijf hier in oktober van 2016. Mooie en intimistische indrukken die je hier – in dit Land van Deerlijk en omstreken – bijzonder goed herkent. Ook zijn opdracht in zijn boek is een van de mooiste die ik hier zal aantreffen.

Voor allen die handen hebben waarmee ze hier komen schrijven in de hoop dat – vaak tegen beter weten in – geschiedenis eeuwigheid wordt.” Het is een wens die kan tellen!

Overigens is het hier in de Residentenstudio goed slapen. Het donsdeken zit in een hoes waarop ‘Alida’ een recent gedicht van Luuk Gruwez prijkt. Een definitieve hulde aan de vrouw achter de schrijver.

(P.R.)


#maxjacob #jeancocteau #koenpeeters #bartjanssen  #dirkzoete  #luukgruwez  #demanmetdeleesbril #hetlandvanstreuvels
 

Labels: 2020, Bart Janssen, Dirk Zoete, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Jean Cocteau, Koen Peeters, Literatuur Vlaanderen, Luuk Gruwez, Max Jacob, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels, Stijn Streuvels

zaterdag 12 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 6

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 6.
(Zaterdag 14 november 2020)

Lijstje

Activity-tracker
Bladblazer
Cooling down
Donorwet
Esmeralda-fan
Feelgoodfactor
Geheugenbank
Halogeenlamp
Inspiratiewaarschuwing
Jolijtvreter
Klimaatdichter
Lockdown
Mitochondrium
Nukgems
Omturnen
Paraglider
QR-code
Realitycheck
Slodderwetenschap
Touchtelefoon
Urntjeswesp
Valleiorgasme
Wietzolder
XTC
Yuppie
Zonneakker


Zesentwintig (26) woorden of begrippen die Streuvels bij leven en welzijn wellicht nooit heeft gekend noch uitgesproken. En waar hij dus nooit op kan hebben geschaft. Al staan ze misschien (nog) niet allemaal in van Dale, ze staan vandaag wel in dit lijstje!

Externe link: van Dale is een goeie voor al jouw woorden!

#26dingendieStreuvelsnietheeftgekend

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels, Stijn Streuvels

vrijdag 11 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 5

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 5.
(Vrijdag 13 november 2020)

Vrijdag een dertiende.

Vrijdag een dertiende! Als dat maar goed gaat. Al kan ik mij niet herinneren dat er mij op een vrijdag een dertiende al veel onheil overkomen is… Zou het kunnen dat een mens met ouder te worden nog wat bijgeloviger wordt dan hij al was. Een regelmatig in herhaling vallende wielerjournalist zou zeggen: “Dat zou zomaar ’s kunnen”. En zo kom ik met dat eeuwige Bitossihart van mij dan toch ook nog ‘s terecht bij de verhalen rond de koers die duidelijk ook Streuvels bezighielden. De schrijver onderhield immers goeie contacten met de legendarische wielerjournalisten Karel Van Wynendaele en Berten Lafosse die kind aan huis waren in Het Lijsternest. Het was door toedoen van laatstgenoemde dat de grote Gino Bartali in het gezegende jaar 1947 op bezoek kwam bij Streuvels. Een Italiaanse man van 33 op bezoek bij een Vlaamse schrijver van 76. Onder meer daarover schreef Patrick Cornillie met ‘De zeer schone uren van Stijn Streuvels, cyclotoerist’ een schattig boekje. Al gaf iemand het op Bol.com maar 1 ster en schreef er onderaan bij: “Uitstekend boek. Drukte verkeerde ster in“. Toch af en toe grappig hé al die mensen die vlugvlug allerhande sterrensysteempjes bedienen. (‘Smiley!’)

Streuvels zelf registreerde in 1915 zijn wielemans-avonturen in ‘Mijn rijwiel’. Fietsen leerde hij pas toen hij zeventien-achttien jaar was en de fiets, nu een zo doordeweeks vehikel, populair begon te worden. Zijn eerste pogingen tot fietsen – Streuvels was er als het nieuwigheden betrof als de kippen bij – waren eind negentiende eeuw noch min noch  hilarisch, maar eenmaal het een beetje wilde lukken, werd hij, op wat latere leeftijd helemaal wild van zijn fiets. 

Zo lees je in een zegmaar wielerheroïsche gezwollen stijl: 

Het (fietsen) ontwikkelt de wilskracht, vormt de spieren en kweekt het zelfbewustzijn, koelbloedigheid; ’t is daarbij een uitstekend middel om land en volk te leeren kennen, zich te wennen aan weer en wind, hitte en koude en vooral verschaft het den wellust om een overdaad van krachten los te laten, om ’t genot en de dronkenheid te smaken, der snelheid die door eigen krachten bekomen wordt.” (Uit ‘Mijn Rijwiel’) 

Dat genot zal mij tijdens mijn verblijf in Het Lijsternest nog regelmatig te beurt vallen. Maar dan wel mét… de e-bike van het Huis. Snelheid die door eigen krachten bekomen wordt, is dus wat mij betreft anno 2020 een nogal relatief begrip geworden. Maar fietsen – elektrisch of niet, elektronisch schakelend of manueel – het is en blijft voor mij, en voor mij niet alleen, de aangenaamste manier om je van punt a naar b te verplaatsen. Fietsen is een verregaande vorm van genieten. Ook en tijdens de verkenning van ‘Het Land van Streuvels’ in Coronatijd. 

Uiteraard mag ik vanuit die optiek niet nalaten om in Otegem, het dorp dat hier slechts twee kilometer vandaan ligt, ene Jef Planckaert te gaan groeten. In een fel verblekend verleden mocht ik deze noeste flandrien ooit zelf interviewen. Vooraan de jaren negentig trok ik voor het sportblad ‘Sportief Revue‘ van Johan Debeer dat allang niet meer bestaat, een van de eerste keren zelf naar Otegem. ‘De Jef’ heeft hier intussen in het (niet echt-gelijkend) standbeeld van Carlos Caluwier dat voor de kerk staat een flinke dosis eeuwigheid verkregen. Ik durf vermoeden dat er nauwelijks een andere Otegemnaar te vinden is voor wie evengoed een standbeeld werd opgericht. Het zegt alles over de populariteit die het wielrennen in deze streek altijd wel zal hebben. Zij die mij kennen weten dat ik al een flinke tijd aan een verzameling teksten werk die gestalte (!) moet geven aan mijn levenslange fascinatie voor het wielrennen. Gelardeerd met eenzelfde en net zo lange fascinatie voor de poëzie, de kunst en de literatuur. En de intrigerende raakpunten daartussen… In Otegem vind ik in de figuur van Jef Planckaert een van de allereerste sprankels terug.

De “Jef” die in Otegem ook op het plaatselijke kerkhof rust, tekent immers voor een van mijn oudste wielerherinneringen. In zijn wonderjaar 1962, toen ik net acht was, werd hij, nadat hij in het voorjaar al Parijs-Nice en Luik-Bastenaken-Luik gewonnen had, op de Citadel van Namen kampioen van België. Nog altijd hoor ik via de hoogstwonderlijke magie van de radio hoe hij naar boven klimt en door de reporter van dienst lyrisch omschreven wordt als ‘een halve adelaar, naar boven klimmend in een azuurblauwe trui’… Onsterfelijk beeld voor een jongen met poëtisch-gestemde gevoelens. 

Ik heb lang én gretig gedacht en willen geloven dat Jan Wauters de man was die in 1962 voor die plastische beschrijving op de Citadel van Namen verantwoordelijk tekende. Het was een ontgoocheling toen ik het hem later zelf kon vragen en te horen kreeg dat zijn radiocarrière pas in… 1964 begonnen was… 

Een mens, bijgelovig of niet, wil af en toe maar al te graag iets bijkleuren tot het onwrikbaar én hardnekkig in zijn geheugen staat. Om er niet meer weg te gaan.

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Er zit een Stijntje in mijn schoen, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Stijn Streuvels

donderdag 10 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 4

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 4
(Donderdag 12 november 2020)

 
Wat niet geschreven is.

Lang duurt het niet of in de dagen die volgen krijgt een merkwaardige routine mij al veel vlugger te pakken dan ik dat had verwacht. De tijd laat zich soepel en fluks verdelen tussen ‘Huis en Schuur’. De Ochtendmens in mij houdt ook hier graag de Efemeriden bij. Het genoegen is geheel en al het Mijne om voor het Raam in het Oosten de dag te zien opkomen. ‘Het mirakel van de dageraad’ noemde Streuvels het toen hij in een radiopraatje van 3 juli 1951 uitlegde hoe hij aan ‘Het Lijsternest’ als naam voor zijn verblijf op zijn aardnote gekomen is.

Daarna is het tijd voor koffie en ontbijt in de Residentie. In de voormiddag ben ik met ‘wat niet geschreven is’ in de weer. (Zie residentiefoto. Zeven mappen bracht ik mee... Smiley!). Ik werk tegenwoordig zowat half-simultaan aan een aantal gedichtencycli waar ik nu toch ’s een punt moet gaan achterzetten. ‘Het tomeloze totaal van de dag’, ‘Abri’ en ‘Liederen van de Steenweg’… Ook hier vorder ik maar langzaam. Maar ik vorder! (“Zegt en schrijft hij hoopvol“). Al weet je wel wat je bij een gedicht voor ogen staat. Er mag namelijk niets te veel in staan. En niets te weinig. Dat is wat het precies moet zijn! Al gebeurt dat wel niet, nee niet in een handomdraai.

Vaak denk ik in dit verband onwillekeurig aan de quote van good old Oscar Wilde: “De hele ochtend heb ik gewerkt aan de proefdruk van één van mijn gedichten, en er een komma uit gehaald. ’s Middags heb ik hem weer teruggezet.” Maar die man heb ik al meer geciteerd. Niettemin: veel over wat ‘nog niet geschreven is’ wil ik ook hier en nu niet kwijt. Dat je maar beter niets zegt over wat er (nog) niet is, is een mening die ik graag mag delen met onder meer Marc Reugebrink, ook ooit al resident hier. De namiddag hou ik, als het novemberweer dat maar enigszins toelaat, vrij voor, nu ik hier toch ben, het verkennen van ‘Het Land van Streuvels’. En dat nu telkens wél met de e-bike. De heuvels varen er wel bij.

Waarna ik weer Het Huis intrek tot de avond valt. ’s Avonds blijft de televisie in de Residentie uit maar ook de boeken die ik van thuis meenam blijven dicht. De biografie van Willem De Kooning en Elaine Fried, het portret van het huwelijk van de Amerikaanse abstracte schilder met de Rotterdamse roots moet wachten. Ook een pak aantal nieuwe dichtbundels blijven voorlopig doof. (Jens Meyen, Sis Matthé, Dominique De Groen, Iduna Paalman, J.V. Neylen… Wat schrijven die ‘new kids on the block’ boeiende poëzie!). 

Al tijdens mijn tweede dag heeft Thomas mij immers de vier delen van het ‘Volledig werk’ van Streuvels gebracht. Een missaalachtige dundruk-uitgave uit 1971 van uitgeverij Orion/Desclée de Brouwer die al twee jaar na het overlijden van Streuvels op de markt kwam. Heel veel behalve De Vlasschaard en Het leven en dood in de Ast, heb ik, moet ik toegeven, van Streuvels tot op vandaag niet gelezen maar het ‘Volledig werk’ heeft mij na wat bladeren meteen te pakken. In Ingooigem I en II vertelt Streuvels hoe zijn leven hier vanaf het jaar 1905 – het jaar dat hij het huis waarin ik zit, betrok – verliep. Je komt als lezer zoveel jaar na datum meer dan eens tot een aantal onvermoede vaststellingen. En eerlijk, dat had ik eigenlijk niet echt meer verwacht…


Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het land van Zwevezele, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta

woensdag 9 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 3

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 3
(Woensdag 11 november 2020)

 
Wapenstilstand vandaag! Dat betekent dat ik hier de hele dag niemand te zien zal krijgen. Elf november mag dan wel een ‘nationale’ feestdag zijn, ook de Vlaamse Gemeenschap viert mee. Terwijl ik in de ochtend de tuin verken raap ik de laatste gevallen vruchten van november. Als opbrengst tel ik – we zijn ook al halfweg november – nog twaalf okkernoten en 1 appel. Ik koester ze. Want ze zijn van Streuvels! Enfin, toch van de tuin waaraan hij – landman – zoveel waarde hechtte. Van mijn buit – kiekjes en klikjes vergarend als tweede natuur – maak ik zowaar een foto!   

Vandaag is het een uitermate geschikt moment om ’s stil te staan bij het feit dat dit Huis, samen met zijn bewoners, twee wereldoorlogen heeft overleefd. Op verschillende plaatsen in het oeuvre van Streuvels hakt de oorlog er diep in. Er zijn boeken die kogels opvangen, er lopen Duitsers doorheen het huis… Olmen aan de kant van de weg worden gerooid door mensen die thuis geen middelen meer hebben om zichzelf te verwarmen. Het huis wordt vernield en geplunderd… De restauratie duurt telkens maanden. Ook in de buurt van het Lijsternest getuigen nog heel veel landmark-s van de beide tragedies waar niemand beter van geworden is. Op de weg die van Anzegem komt vind je een herdenkingsheuvel (foto). De plek is nu een Vredespark en herinnert aan de gevechten van november 1918 op de ‘Winterhoek’. En in het centrum van Ingooigem ligt het ‘Ingoyghem Military Cemetery’, een driehoek waar een kleine groep Duitse en Engelse gesneuvelden broederlijk naast elkaar liggen. Veel verbeelding moet je niet hebben om je de oorlogstaferelen op en rond het Lijsternest voor ogen te halen. Het Huis mag dan wel een prachtig Uitzicht bieden, het ligt ook open en bloot voor wie het met alle soorten bedoelingen wil benaderen. Het Lijsternest is een even kwetsbare als zachte, inneembare vesting!

Over de rol en de situatie van Streuvels en de ellende die de oorlog bij hem later op het persoonlijke vlak heeft aangericht, zijn al veel uitgebreide én boeiende studies geschreven. Biografen namen aanstoot aan zijn houding, anderen verdedigden hem… De waarheid ligt wellicht zoals wel vaker helemaal in het midden. Genuanceerder! En er zijn veel, heel veel raakpunten met vandaag de dag. De zin voor nuance van de vele tinten grijs (sorry voor de omschrijving die bij sommigen mogelijk wat anders kan oproepen – smiley) tussen wit en zwart is – aangedikt door pakken onzin op de sociale media – bij velen tegenwoordig kompleet zoekgeraakt. Het gesprek tussen mensen, aanvankelijk vaak vrienden, ontaardt en loopt emotioneel te pletter op muren van opgeklopt onbegrip. De heersende pandemie, je kunt het daar – residerend in het Streuvelshuis in de volle tweede lockdown van dit rampzalige Covidjaar – onmogelijk niet over hebben, doet daar met zekerheid nog een fors schepje bovenop. De rücksichtlosen onder ons voelen zich steeds meer gesterkt om de wetenschappelijke waarheden zonder boe of ba naast zich neer te leggen… Pedalen en perspectief worden moeiteloos verloren. Soms met hoogst ridicule argumenten. Moeilijke bipolaire wereld geworden, dit… Vreemde verkrampte tijd…

Op Radio1 heeft men het op deze Einde-van-de-oorlog-dag trouwens uitgebreid over mensen van vandaag die midden in het leven staan en over de wijze waarop ze elk op hun eigen manier deze Rare Virale Tijden proberen te overleven. Ruth Joos en Xavier Taveirne laten in een speciale erg emotionele uitzending van De Ochtend mensen getuigen over hun vaak zeer indringende Corona-ervaringen. Pakkende radio voorwaar. Annick Moyaerts (46), een Limburgse verpleegster getuigt. Ze belandde met Covid in het ziekenhuis en lag vijf (5!) weken in coma. Pas zeven lange maanden en een erg pittige revalidatie later mocht ze terug naar huis. “Hoe ze mij in leven gehouden hebben, weet ik niet. Dat is nog altijd een mirakel. Maar ik ben dezelfde niet meer“. Mensen uit de zorg laten hun stem horen. Moedige, niet-versagende mensen…  Diep respect!

Wat, en hoe diep uit de grond van mijn hart hoop ik dat iedereen en vooral zij die menen dat zij alles naast zich neer kunnen leggen en alle, toegegeven soms stringente, maatregelen met de voeten mogen treden, deze uitzending hebben gehoord… En net als ik met vochtig wordende ogen hebben geluisterd.  Er is ooit een tijd geweest dat ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ iets ‘cools’ had… Het kan verkeren! Nu is, wat mij betreft, en denkend aan mensen uit de zorgsector als Annick Moyaerts, iedereen ‘cool‘ die de algemene richtlijnen met zorg en respect voor de ander tot de zijne heeft gemaakt.

Gabriel Rios maakt het met een klassieker van Facundo Cabral oorverdovend stil in mijn 11 november-Residentie: “No soy de aquí, ni soy de allá“. 

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijven bij Streuvels

dinsdag 8 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 2

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 2.
(Dinsdag 10 november 2020)

Fietsers, wandelaars, ruiters… Honden mét en zonder leiband. Witte, zwarte, soms ook rooie of fluo-oranje blekkerende stippen in het mistige landschap. (Mist mét karakter die vandaag niet wil optrekken.) Flarden kleur op mijn netvlies. In het blote blakkeveld. Links, schapen in de weide die schrikken van een net zo bleke Labrador als zij wol hebben. Wildebras van een hond die uitgelaten op- en rondspringt en uitgelaten om zich heen en zijn eigen as en zijn baasjes dartelt. Al die mensen die hier, aan de verre achterkant van Het Huis, van Waashoek naar de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Nood lopen. Of wandelen, hinkelen, strompelen, Echternachtachtig lanterfanten … Of op weg zijn naar die andere kapel, die van de Hellestraat. De Hellekapel, ja. Dichtbij de Meuleberg… En dan, ja dan ben je al zo goed als in Tiegem! Waar Staf Stientjes woonde. Waar je in het Sint-Arnolduspark op een bank kunt zitten….

Al die mensen die profiteren van toch nog een beetje weer dat er mee door kan, die elk op hun eigen manier proberen te ontsnappen aan de geladen stilte van de tweede lockdown, deze ongewilde oorlog van de Virale Tijden. Zouden al die mensen, al die mannen, vrouwen en kinderen die nu vandaag, hier, opgesloten zitten, gevangen en gevat in mijn raam (Hét Raam) dat ze met Het Huis van alle kanten kunnen zien, en van heel ver al kunnen opmerken in de verte, zouden zij… ook mij kunnen zien? Ik die hier zit?

Zouden al die mensen net als ik een ‘activity-tracker’ dragen? Eéntje van Coolblue of zo’n Samsung fit-bit… (“Get tools for hearth health, stress management, skin temperature trends and more! Shop now!”). Al die mensen… Hoeveel stappen zouden ze vandaag laten noteren? Hoeveel zone-minuten zullen ze van hun dashboard lezen, hoe lang zal hun Rem-slaap duren vannacht? Hun diepe slaap, hun wakker liggen, hun hartslag in rust? En hoeveel beelden zullen ze bewaren van hun dag vandaag? Hoeveel van hun indrukken en impressies zullen vandaag, vanavond of vannacht nog worden gepost op Instagram?

Ha, Stijn wat denk jij ervan? vraag ik in de richting van de zeer verfomfaaide zetel met de losgesprongen veren waarin hij zit vandaag? En hij, Streuvels, hij glimlacht alleen wat afwezig en zegt dat hij als vroege fotograaf die zijn mogelijke romanpersonages maar wat graag vooraf vastlegde met een Leica, gekocht in het jaar 1932, dat hij, mocht hij nu nog leven, géén moment zou hebben geaarzeld. Ja dat hij zeker zelf ook zo’n Instagram-account voor zichzelf had aangemaakt. Twijfel daar maar niet aan, mijn jonge vriend. Zoveel is zeker! 

En ik, ik kan, zittend op Zijn stoel vandaag, een eind van hem vandaan, alleen vermoeden, bevroeden, gissen, er van ver naar slaan hoeveel volgers die Streuvels vandaag de dag wel niet zou hebben gehad… Minstens 1K! (Om te beginnen.)   

Gepost door Paul Rigolle op 05:14 Geen opmerkingen:

Dit e-mailen Dit bloggen!Delen op TwitterDelen op FacebookDelen op Pinterest

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijfresidentie, Schrijven bij Streuvels

maandag 7 december 2020

Het Land van Streuvels – Dag 1

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 1.
(Ma 9 november 2020)

Nadat ik van Thomas Jacques, de bijzonder gastvrije coördinator hier, de sleutels gekregen heb, word ik – gemaskerd en wél – het Residentenverblijf en Het Huis rondgeleid. Onwillekeurig overvalt mij een dosis piëteit waartegen ik mij niet eens verzetten wil. Ik verheug mij zéér op het vooruitzicht om hier zo snel mogelijk mijn intrek te nemen en vooral, om voor Hét Raam te kunnen zitten.  

Maar, er al een tijdje in dit leven achter dat verlangen intenser wordt naarmate je het wat weet uit te stellen, wacht ik daarmee nog even. Profiterend van het milde novemberweer rij ik in de namiddag dwars doorheen ‘Het Land van Streuvels’ eerst nog ’s Tiegem-berg op. Dat valt met een ordinaire Venturelli-herenfiets zoals die van mij wat tegen. Het Vossenhol is een helling van twee keer niets maar ik overweeg sterk om een volgende keer mijn wielerijdelheid toch maar helemaal opzij te schuiven en naar die e-bike te grijpen die hier in ‘de Schuur’ (mijn Residentenverblijf) ter beschikking van de Streuvels-residenten staat. 

En dan is er al tegen de avond aan het langverbeide moment dat je gaat zitten voor Hét Raam. Langverbeid, het is een Streuveliaans aandoend woord dat in tegenstelling met veel van zijn woorden wél nog in van Dale staat. Wat een Voorrecht is het om hier te zitten! Met de fameuze wapenspreuk van Streuvels ‘Nulla dies sine linea’ letterlijk voor ogen, te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt.

Al vrij snel, én vroeg, valt hier de avond in. De lichten boven Tiegem floepen aan. Van werken komt die eerste avond niet veel in huis. Ik wandel doorheen het huis, bekijk en lees de ruggen en ruggetjes van de indrukwekkende bibliotheek, de foto’s, de barometer, de pianola, de vele kunstwerken die Streuvels hier bij leven bij elkaar heeft gebracht… Dit huis is een gesamtkunstwerk waarin je plaatsneemt. Plaats mag nemen! Sinds de dood van Streuvels is alles hier onveranderd bewaard gebleven. Het wekt een merkwaardig tijdloos gevoel op en toch is het alsof de man hier elk ogenblik – en wat creepy – zijn hand op jouw schouder kan leggen. Wanneer ik de gordijnen heb dichtgeschoven en de rolluiken heb neergelaten blijf ik nog even zitten voor het Raam waarvan je steeds meer de indruk krijgt dat het Huis er omheen is gebouwd.  

En zo gebeurt het dat de man die in dit raam zichzelf weerspiegeld ziet, voor zichzelf de vraag van Bruce Chatwin verwoordt: “Wat doe ik hier?” Naar een antwoord hoef ik in mijn geval al vanaf de eerste avond in het Huis evenwel niet meer te zoeken. De reden waarom ik hier zit is mij volkomen duidelijk. 


#SchrijvenbijStreuvels #HetLandvanStreuvels #demanmetdeleesbril #HetLijsternest

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta, Schrijfresidentie, Schrijven bij Streuvels, Tiegem-berg

zondag 6 december 2020

Het Land van Streuvels (Een literair spoor)

Dagen in het Streuvelshuis

De mensen van het onvolprezen Literatuurhuis Passa Porta vroegen mij om een ‘literair spoor’ na te laten van en over mijn verblijf van laatst in het Streuvelshuis. Mooie opdracht die ik gisteren voltooide en met een tekst met als titel ‘Het Land van Streuvels‘ naar dé Brusselse Drenkplaats van en voor de Literatuur par excellence doormailde. Een beetje voor de hand liggend, die titel maar alla…

Mijn algemeen verslag baseerde ik op mijn eerder ‘vluchtige’ (en wat hakketakkend aandoende) aantekeningen die ik in de periode van mijn verblijf bij de Oude Heer Streuvels maakte (Ma 9/11/2020 tot Ma 23/11/2020). Vermits ik mijn notities nu toch wat heb gebundeld en er, naar blijkt, een pak ‘restnotities’ én, wat had je gedacht, ook een flink aantal foto’s overblijven, geef ik de komende dagen op mijn Facebook-bladzijden en ook hier met enige graagte nog een aantal dingen en notities prijs. Ze zijn wat ze zijn. En het is wat het is! (Zoals probleemloos zal blijken).

#SchrijvenbijStreuvels #HetLandvanStreuvels #demanmetdeleesbril #HetLijsternest #blauwenotities #Letterenhuis

Labels: Blauwe notities, De man met de leesbril, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Literatuur Vlaanderen, Passa Porta

maandag 23 november 2020

Blijf het schrijven. Tot het bestaat!

En zo gebeurt het dat er vanmorgen een einde komt aan mijn schrijfverblijf in Het Lijsternest. Het befaamde Streuvelsdevies  ‘Nulla dies sine linea‘ dat, laten we wel wezen, niet alleen dat van Streuvels was, neem ik opnieuw met mij mee naar waar ik vandaan kom. Net als mijn verzameling Hoofdletters die hier weer, zegmaar, exponentieel is aangegroeid. Wat een weelde was het om je ’s twee weken lang door ‘Het land van Streuvels’ te bewegen en je uit je gewone lood te laten slaan… ’s Avonds geconfronteerd te worden met het eigen gezicht dat in Hét Raam weerspiegeld staat. En in de ochtend koffie te zetten in een Residentenschuur waar op dezelfde plaats Streuvels ooit brood bakte en zijn tuinmateriaal oppoetste.

De twee voorbije weken zijn in een mum van tijd voorbijgevlogen. Streuvels stond hier af en toe achter mijn rug toe te kijken. Al deed hij er, het dient gezegd, meestal beleefd het zwijgen toe. Maar niet alleen hij, die ouwe kleine Reus van Het Lijsternest, nee ook zijn oom, de Heer Guido G. uit Brugge bleef vaak wel heel lang in de buurt hangen. Hun aanwezigheid en vooral hun woorden begonnen, zonder dat ik er  erg in had, zowaar mijn eigen taal binnen te sluipen. Langzaam maar zeker kroop er een ‘Een stijntje in mijn schoen’ om het licht parafraserend met de woorden van een andere Bruggeling te zeggen. 

Alles in mijn eigen taal begon in korte tijd te blekkeren, te koteren en te vunzen… In een korte ramulte ging de klaarpot de lucht in. Strabantig, botsbollig, bridsig… De woorden, honderd jaar oud, begonnen uit te brutselen, te schrapen en te schrepen, te rakerooien en deden je even oekeren op plaatsen waarvan je dacht dat je’r nooit meer zou komen…

Enfin, dit alles om maar te zeggen dat mijn schrijfdagen er hier in dit mooie Streuvelshuis van Vertrouwen sinds vanmorgen opzitten. Ik laat binnenkort hier, of ergens elders, nog wel een wat breder literair spoor over dit verblijf na. Tot alle residenten die na mij komen, en ook tot zij die mij zijn voorgegaan, zeg ik graag: Blijf het schrijven… Tot het bestaat! En heel in het bijzonder wens ik Femke Vindevogel, die hier de komende dagen en weken als resident mijn opvolgster is, heel veel inspiratie en werklust.  

Ik bedank ook nog ’s uitgebreid de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En vergeet zeker ook niet de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn te bedanken voor de bijzonder goeie zorgen. Ik zal onze gedempte – want meestal gemaskerde – gesprekken missen!

#Streuvelshuis #passaporta #letterenhuis #schrijversresidentie #erziteenStijntjeinmijnschoen 

Labels: Femke Vindevogel, Het Land van Streuvels, Het Letterenhuis, Het Lijsternest, Passa Porta, Schrijfresidentie, Thomas Jacques

maandag 16 november 2020

Schrijfresidentie in het Streuvelshuis

Vandaag begin ik in ‘Het Ingooigem van al mijn plaatsen’ aan de tweede week van mijn schrijfresidentie in Het Lijsternest van Stijn Streuvels. Wat een Voorrecht is het om hier voor het bekende Raam te mogen zitten. Te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt. Een raam mét Icoonkracht. Een huis als een Getuigenheuvel… Vanaf de eerste dag duikt hier de neiging op om sereen en ingetogen méér hoofdletters te gebruiken dan er eigenlijk nodig zijn… (‘Hier volgt een smiley’).

Heel veel dank alvast aan de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En niet te vergeten de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn voor de goede en Corona-vrije zorgen hier ter plaatse. In bijlage enkele foto’s van de voorbije week waarvan er eentje overvloedig bewijst dat ook poseren in Het Lijsternest voor deze jongen niet alles is! 😉

#Streuvelshuis#passaporta#letterenhuis#schrijversresidentie  #erziteenStijntjeinmijnschoen

Labels: 2020, Er zit een Stijntje in mijn schoen, Het Land van Streuvels, Het Lijsternest, Schrijfresidentie

2 Antwoorden op “Het land van Streuvels”

  1. Beste Paul, je hebt er geen idee van hoe verblijd ik was toen ik zag dat jij De Taal Van Stijn Streuvels vermeldt. Ik zat de laatste twee jaar, waarvan een met Hubert Lemeire als titularis, in de klas van de man die op tragische wijze door leukemie getroffen werd toen hij met deze studie bezig was en kort na zijn doctoraat aan de ziekte overleed. Hubert Lemeire was de man die mij bleef aanmoedigen om te blijven schrijven, maar dat was tegen de zin van mijn moeder. Zij wilde wel dat ik “schrijver” werd, maar dan in de betekenis van kantoorbediende. Onze klas heeft in oktober het jubileum van 50 jaar klasvergadering gevierd, een jaar onderbroken door corona. De naam van Hubert komt altijd weer op tafel! Ik heb mijn Beiteltrilogie aan hem opgedragen, ook gisteren toen ik bij een van mijn klasgenoten uitgenodigd was om mosselen te eten, was Hubert aanwezig in ons gesprek. Toen de Beiteltrilogie af was had ik de familie Lemeire uitgenodigd, maar dat was op een doordeweekse namiddag en niemand van de familie Lemeire was vrij. Maar ik kreeg thuis wel het bezoek van een schoonzoon. Pittig detail. Toen ik enkele jaren later in de BIB van Harelbeke (Jan Bib) een voorstelling gaf van mijn werk, kwam een pronte dame mij na afloop de hand schudden. Tot mijn grote verrassing verklaarde zij een dochter van Hubert Lemeire te zijn!!! Zij bedankte mij omdat ik hem niet vergeten was!!! Ik stuur je enkele herinneringsfoto’s door van de man die mij mijn leven lang bijblijft.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *