Toespraak bij de voorstelling van ‘Jaarwerk MMXXIV’, het jaarboek 2024 van de VWS.
(de titel van dit stuk is een quote van de laureaat van de VWS-prijs 2024 Bart Moeyaert)
Goeie avond,
Beste vrienden van het boek en van de literatuur, vrienden van de VWS en van het leven tout court.
Vooraleer we hier straks Bart Moeyaert uitgebreid fêteren sta ik graag eerst even stil bij de publicatie en de inhoud van ons nieuwe jaarboek, ‘Jaarwerk MMXXIV’. Tien jaar zijn intussen alweer voorbij sinds het laatste VWS-cahier – het 283° – werd gepubliceerd. Toen we in 2014 noodgedwongen de publicatie van de cahiers dienden te beëindigen vanwege de stopzetting van de provinciale subsidie leek een jaarwerk ons een mooi alternatief om onze missie voor de toekomst veilig te stellen.
Met het nieuwe jaarwerk 2024 waarvoor Koen en ik de eindredactie voerden zijn we aan een eerste lustrum toe. Tien jaar… De tijd snelt vooruit. De tijd kent geen mededogen. Wat stelt een decennium voor in een mensenleven? Tien jaar, het is veel… En het is… niets. Tien jaar waarin van alles met ons en met de wereld is gebeurd. Maar één ding is zeker: blijven schrijven én lezen, dat doen we één voor één allemaal. Ondanks de eerder sombere vooruitzichten en de toestand van de wereld met daarbovenop de hevige brandversneller van de sociale media is en blijft de enige remedie: nooit de droom opbergen, het woord blijven gebruiken, zo goed mogelijk hanteren om de wereld, onze wereld vorm te geven, ja nooit nalaten om met het woord trachten te verwezenlijken wat nog niet is verwezenlijkt. Wat nog niet eerder is gedaan. Wat nog niet eerder is geschreven. Blijven de verhalen vertellen die er toe doen!
Ik weet niet hoe het bij jullie is maar bij de VWS blijven we onverpoosd en gestaag geloven in de mogelijkheden van de literatuur. Getuige daarvan de artikelen die we ook dit jaar via het Jaarboek kunnen aanbieden.
Het opzet blijft zoals elk jaar hetzelfde: warme aandacht besteden aan het literaire leven in onze kustprovincie en bij uitbreiding waar het kan zelfs ver daarbuiten. Met als motto: Voor al wie van boeken en lezen houdt.
In zijn woord vooraf bij ‘Jaarwerk MMXXIV’ staat Koen D’haene, VWS-voorzitter en auteur o.a. stil bij het tienjarig jubileum van het jaarboek en de werking van onze vereniging. Hij stipt aan dat de VWS overleeft met een heel minimale overheidssubsidie. Voor de ene overheid zijn we immers niet lokaal genoeg voor de andere zijn we te provinciaal en de provincie als cultuurpromotor bestaat niet meer. Of wat men tussen twee stoelen zitten kan noemen. Niettemin houdt hij er aan om iedereen te danken die voor de nodige blijvende steun zorgt waardoor we kunnen blijven werken.
De jaarlijkse gastcolumn is dit keer van de hand van professor Herwig Reynaert. Aan het eind van dit Olympisch jaar stelt hij de vraag: Kan sport ‘winnen’ van (militair) geweld? In zijn column waarin hij een antwoord probeert te geven filosofeert hij over oorlog en vrede. Zijn slotsom is duidelijk: Ondanks het feit dat we momenteel compleet andere evoluties zien, moeten we blijven ijveren voor een vreedzame wereld want niets doen is geen optie. En sport kan daarin een breekijzer zijn.
Dit brengt mij enigszins naadloos tot het artikel dat ik zelf voor dit jaarwerk schreef. In ‘De mystiek van het fietsen – West-Vlaamse stemmen over de koers‘ leg ik een link tussen de literatuur in West-Vlaanderen en de wielersport. Bij ons hebben we niet meteen zoals in Nederland een kanjer als Tim Krabbé die er bovenuit steekt maar dat neemt niet weg dat een pak vaak journalistiek-getinte stemmen dag in dag uit met literaire bevlogenheid over het wielrennen weten te schrijven. Zegt één daarvan, Rik Vanwalleghem (hier ook aanwezig): ‘Wielrennen is een fantastische metafoor voor het leven, een blikopener op de menselijke ziel’.
In dit Gezellejaar kan het niet anders dan dat ons jaarboek ook een Gezellebijdrage bevat. Op wie anders konden we in dit verband beter een beroep doen dan op Piet Couttenier, eminent Gezelle-kenner. Zijn bijdrage “De kleine grote Gezelle” bevat integraal de tekst die hij uitsprak in mei laatstleden bij de voorstelling van “De kleine Gezelle: honderd gedichten“. Een anthologie die samengesteld werd door onze VWS-laureaat van het jaar 2019 Patrick Lateur.
En nu ik hier toch een naam van een VWS-prijs winnaar vernoem kom ik rechtstreeks uit bij de bijdrage van Koen. Onder de titel ‘Een Ramon op de boekenplank’ laat hij de 9 VWS-laureaten uit het verleden vertellen over hun prijs, telkens – dat weten we – een schitterend beeld van Renaat Ramon, en de plaats waar het beeld is terechtgekomen. Ik noem onze laureaten uit het verleden graag nog ’s één voor één bij naam. En het is, dat zul je horen, een mooi rijtje! Walter Haesaert, Willy Spillebeen, Luuk Gruwez, Kristien Dieltiens, Patrick Lateur, Hedwig Speliers, Herman Leenders, Bart Vonck, Peter Terrin en daar komt straks Bart Moeyaert bij die ongetwijfeld ook wel zal weten waar zijn Ramon-trofee zal terechtkomen.
En het dient bij deze nog ‘s gezegd: met de VWS hebben we heel veel te danken aan de man die eeuwig jong blijft: Renaat Ramon! Donderdag laatst stelde hij hier in de Biekorf nog met ‘Visum’ een nieuwe prachtige dichtbundel voor. Al tien jaar lang zorgt Renaat voor het ontwerp van de cover van onze jaarwerken en voor het beeld dat de laureaat mee naar huis mag nemen. En Renaat zou Renaat niet zijn als er ook in dit jaarboek geen bijdrage van zijn hand zou staan. Dit jaar is dat een historische bijdrage. In ‘Kunst- en drukwerk’ ‘Eene vrije tribuun in Brugge’ gaat hij in op op een aantal historische tijdschriften die verschenen in de 19° en de 20° eeuw.
En bij deze gelegenheid citeer ik graag de quote die je ontmoet als je zijn website opent. Zegt en schrijft Renaat:
“’Er zijn 65 schakeringen tussen wit en zwart,
100 nuances in een regenboog.
En het aantal vormen is eindeloos.
Maar als je één lijn trekt op een blad,
teken je een zelfportret.
En met één stip op een doek beken je kleur’.
Erg mooie woorden maar dat zijn we van Renaat gewoon. Roland Derveaux van zijn kant beet zich enkele jaren geleden vast in boeken over de zee. In een uitvoerige bijdrage onder de titel ‘Als de zee roept’ zet hij zijn literaire zoektocht naar de maritieme prozaliteratuur verder.
In de rubriek ‘Piëdestal’ die verleden jaar werd opgezet door Marcel Vanslembrouck nodigden Koen en ik dit jaar tien West-Vlaamse schrijvers en boeken-minnaars uit om een antwoord te formuleren op de vraag welke boeken, verhalen of gedichten hen de voorbije jaren erg hebben geboeid en geraakt.
De bijdragen dit jaar zijn in de volgorde zoals ze in het jaarboek staan van Ann Busquart, Hugo Verstraeten, Katrien Vanhecke, Lieve Desmet, Luc Vandromme, Maaike Monkerhey, Philip Hoorne, Reinout Verbeke, Tania Verhelst en Toon Vanlaere. Stuk voor stuk mooie namen die voor erg waardevolle stukjes zorgen die vol boeiende leestips staan.
Verleden jaar al schreef Jet Marchau in Jaarwerk 2023 een uitvoerige bijdrage over het werk van Bart Moeyaert. Toen kon ze haar enthousiasme voor de schrijver Bart Moeyaert wiens werk haar op momenten zowaar deed duizelen niet wegstoppen. Met een quote van Bart als titel “Schrijven is natuurkunde zonder formules” zorgde ze voor een hele mooie bijdrage. “Schrijven is natuurkunde zonder formules”, sta daar maar even bij stil. Beter dan Bart Moeyaert kun je het nauwelijks definiëren.
En zo dadelijk mag Jet haar leeservaring van verleden jaar nog ’s accentueren met een oververdiend laudatio voor onze huidige VWS-laureaat Bart Moeyaert.
Tot slot rest mij enkel nog jullie veel leesgenot te wensen met het Jaarwerk MMXXIV.
De VWS tijdens het jaar met aandacht blijven volgen kan overigens ook op onze Facebook-pagina en op onze blog ‘Dun lied donkere draad’ die zoals iedereen wel zal weten vernoemd is naar die andere grootmeester van de West-Vlaamse literatuur. En uiteraard kan iedereen die dat wil meteen ook lid worden van de vereniging wat voor volgend jaar meteen ook recht geeft op het volgende jaarboek.
© Paul Rigolle
Zaterdag 16 november 2024



foto: Eva Vanhoorne





















