(uit ‘Too late blues’, al te late brieven aan John Cassavetes en anderen )
Album dat zich opent als een deur. Zie ons staan!
Middenin een decennium zonder naam of taal,
Herfsttij der Seventies, vrijheid blijheid in het tijdschrift
van de tuin. Getrouwd en wel, glimlach van de wereld,
job, auto, huis, en een hoofd dat net nog niet naar de wind
wou hangen, hebben we voor het eerst jouw films gezien.
In een aftandse zaal lagen de kopieën klaar. Ik vertaal
ook nu nog vrij: Schaduwen, Te late Blues, Kind
dat wacht, Echtgenoten, Openingsnacht. Vrouwen
onder invloed, Gezichten, Gloria, de beelden sprongen
van het doek, sloegen tussen onze ogen toe.
Aan jouw kicks en kijk ten prooi schoven we over het hout
van onze stoel, alsof waarheid nooit zonder pijn bestaat.
Na afloop, ik zie het nog, aten we in de Hobbit,
ribben met de blote hand, lachten de scherpte weg,
raakten het bij de wijn toen al niet eens of het al dan niet
te vroeg voor woorden was, voor wat, vroeg of laat,
net als in die films van jou ook in onze ziel ontbranden moest.
Uit: “Van het hart een steen” – 2009 – Uitg. Poëziecentrum
Toegevoegd aan Pagina: Alle gedichten tot dusver en verder
Dit n.a.v. de toneelbewerking van het gezelschap ‘De Hoe’ van ‘Opening Night’









