Donsai, het dichterscollectief uit Deinze bestaat vijftien jaar. Dat moet vanzelfsprekend gevierd worden. In buurtcentrum Rekkelinge in Deinze zijn er komende vrijdag 5 December 2025 tal van poëtische optredens en er wordt ook een boek voorgesteld met nieuw werk van de Donsai-dichters aangevuld met dat van een aantal gastdichters. Ik ben verheugd om één van hen te zijn. Meer info via mijn blogbericht: https://paulrigolle.wordpress.com/2025/12/03/het-dichterscollectie-donsai-viert/
Morgen verwelkom ik jullie graag in De Snuffel (Ezelstraat 42, Brugge) voor de voorstelling om 11:00 u. van ‘Het Omber en het Oker’. Voor wie komt, hier nog wat ‘laatste praktische richtlijnen’: Met de auto: De Brugse Ezelstraat is na werken gelukkig opnieuw open. Er is een openbare parking op amper 300 meter van de Snuffel: Hugo Losschaertstraat 5 (zijstraat Ezelstraat aan het Achiel VanAcker-pleintje).
Voor wie met de trein komt is het volgens Google Maps vanuit het Brugse Station een klein halfuurtje stappen (moet te doen zijn, toch?) Je kunt vanaf het station ook een bus nemen naar het Centrum. Vanaf de Grote Markt is het naar de Snuffel nog 9′ stappen…
(En met de fiets was je er … al geweest… )
Alvast blij om jullie te mogen verwelkomen!
Op het programma: Tania Verhelst (inleiding) – Edward Hoornaert (gesprek) – Paul Rigolle leest 6 gedichten en er is muziek van de Caravan Juke Joint Band. Leo Peeraer van Uitgeverij P reikt de eerste exemplaren uit, waarna drankje(s) en uiteraard het betere signeerwerk.
(uit ‘Too late blues’, al te late brieven aan John Cassavetes en anderen )
Album dat zich opent als een deur. Zie ons staan! Middenin een decennium zonder naam of taal, Herfsttij der Seventies, vrijheid blijheid in het tijdschrift van de tuin. Getrouwd en wel, glimlach van de wereld, job, auto, huis, en een hoofd dat net nog niet naar de wind wou hangen, hebben we voor het eerst jouw films gezien. In een aftandse zaal lagen de kopieën klaar. Ik vertaal ook nu nog vrij: Schaduwen, Te late Blues, Kind dat wacht, Echtgenoten, Openingsnacht. Vrouwen
onder invloed, Gezichten, Gloria, de beelden sprongen van het doek, sloegen tussen onze ogen toe. Aan jouw kicks en kijk ten prooi schoven we over het hout van onze stoel, alsof waarheid nooit zonder pijn bestaat. Na afloop, ik zie het nog, aten we in de Hobbit, ribben met de blote hand, lachten de scherpte weg, raakten het bij de wijn toen al niet eens of het al dan niet te vroeg voor woorden was, voor wat, vroeg of laat, net als in die films van jou ook in onze ziel ontbranden moest.
Gedichtendag vandaag! En meteen ook het begin van de Poëzieweek. Ik weet het, het is ‘maar’ een ‘campagne die amper één week duurt’, maar het is en blijft wél een campagne die beroep doet op het gegeven dat de poëzie mensen met elkaar weet te verbinden (en niet tegen elkaar opzet) “door op te trekken met de oude dingen die woorden zijn, en die zoveel hebben gezien en gehoord” (dixit Guido Vanhercke op FB en op zijn website gisteren).
Dus ook hier mag en zal – wat had je gedacht – een gedicht vandaag niet ontbreken! Opgediept uit de archieven: het gedicht ‘Lamp’ uit ‘Van het hart een steen’. (Poëziecentrum, 2009).
Op de poëtische Facebook-pagina “Woordentij” staat sinds gisteren mijn gedicht ‘Rustoord‘. Met dank voor de goeie zorgen van onder meer Tom Veys. Rustoord is een (nogal schrijnend) vadergedicht dat deel uitmaakt van een cyclus ‘dagboekgedichten’, onder de titel ‘Het heimwee van de bladen naar het boek‘. De cyclus is opgenomen in een afgerond typoscript dat voorlopig de werktitel ‘Een jaagpad in de regen‘ heeft meegekregen.
Net voor het jaareinde publiceerde het literaire e-zine ‘De Schaal van Digther’ drie gedichten uit een typoscript dat ik aan het voorbereiden ben. Het zijn de navolgende gedichten en kunt je ze nalezen via de aangegeven link-jes.
Passer (De Schaal van Digther – do 28/12/2023) Respijt (De Schaal van Digther – vr 29/12/2023) Brief aan Baudelaire (De Schaal van Digther – za 30/12/2023)
De voormelde gedichten maken deel uit van een typoscript met als werktitel ‘Een jaagpad in de regen’ (Gedichten 2014-2023). Brief aan Baudelaire werd eerder opgenomen in de bloemlezing ‘Vertalersweelde’, Baudelaire vertaald door Mereie de Jong, samenstelling Kees Godefrooij. Met een voorwoord van Alain Delmotte. (Stichting Spleen, 2022).
Typoscript in wording – Schrijfresidentie Streuvelshuis – November 2020
Op zaterdag 18 november 2023 werd in het “Einde van de wereld, de boot”, aan de Javakade in Amsterdam een nieuwe editie van “Vertalersweelde” voorgesteld. Dichter en auteur Kees Godefrooij mag alweer uitgebreid geprezen worden voor het mooie werk dat hij ook nu weer voor elkaar bracht! De bundel “Gaspara Stampa in de handen van Mereie de Jong” die twaalf sonnetten van de ‘antieke’ dichteres Gaspara Stampa (1523-1554) vertaalde is een uitgave van Stichting Spleen. De gedichten van Stampa dienden als inspirerend uitgangspunt voor reflecties van niet minder dan drieënvijftig Vlaamse en Nederlandse dichters. Aangenaam om mijn gedicht “Een zucht te zijn” terug te vinden op pagina 135. Voorts onder meer nog gedichten van Bert Bevers, Piet Gerbrandy, Gerard Scharn, Johan Wambacq, Kees Godefrooij, Joris Iven, Edith de Gilde, Astrid Arns, Frans August Brocatus, Hans F. Marijnissen, Richard Foqué, Tine Hertmans, Antoon Van den Braembussche, Onno Kosters, Frans Terken en nog v.a.
Kees Godefrooij is overigens niet aan zijn proefstuk toe. Eerder al bezorgde hij diverse vertaalprojecten. Een overzichtslijstje vind je op ‘Wikisage.org’:
Vandaag namen we in de Gentse Sint Stefanuskerk afscheid van Maaike Bearelle. Maaike die op woensdag 4 juni 2014 overleed, was een – o die understatements – geliefde fotografe in Gent en grote omgeving… Zij maakte de foto’s die als kaftontwerp dienden voor mijn dichtbundels Van het hart een steen (2009) en Tot het bestaat (2013). Recent bezorgde zij ook de foto die als basis diende voor de cover van ‘Poppy en Eddie‘ van Herman Brusselmans.
“Alsof je eindelijk geworden bent wat je al die tijd wou zijn. Iemand die aan een einder staat en weet: Het is het kijken naar. Het is het buiten staan, waaraan jij moet lijden. De trots van hij
die opgesloten zit, en in zijn hoofd een verdronken land bewaart, is het, die jouw hand doet glijden. Over het bleke marmer van de droom uit één stuk te zijn.”
Uit ‘Stuk‘ (een gedicht in de bundel ‘Van het hart een Steen‘)
Neon sneeuwt. Torens klieven de hemel open. Haast en honger. Werven, Parken, Tuinen. Het leven hier lijkt een ren in een heelal dat deint en krimpt als water, opgesloten in een rots van ijs. Het kolkt en klokt. Het bruist en schreeuwt. Het stokt en stroomt.
Ontwikkelaar, stickerkoning en man van graffiti. Zie die dansen en zij die dromen, alles lijkt op weg. In wat in taal en tics gedreven en beschreven wordt, in wat versleten raakt kantelt alles naar het licht. Het leven smaakt naar veel en vaak, en meer.
Zoals het strand zich elke dag opnieuw laat maken kan geen beeld ooit hetzelfde zijn, voor wie hier onderduikt. Voor wie, gehavend in alle straten, in deze wilde tuin van steen, met grote ogen bidt dat geen bron mag drogen.
(Met dit gedicht werd Paul Rigolle in 1998 de allereerste laureaat van de tweejaarlijkse Poëzieprijs van de Stad Oostende. Tijdens de Poëzieweek van 2022 was het vierentwintig jaar later een van de ‘Weesgedichten‘ die Oostende tot een nog mooiere plaats maakten dan ze voordien al was…)