Een volle Gentse Vier Nul Vier-zaal enkel en alleen voor de literatuur? Ja hoor, dat kan! Ook in deze tijden van likes en vluchtigheid… De Georgische schrijfster Nino Haratischwili (van de niets ontziende en onverbiddelijke bestseller ‘Het achtste leven’) is dan ook niet zomaar een schrijfster! Haar nieuwe boek “Het schaarse licht” werd gisterenavond voorgesteld tijdens een uitgebreid interview met Marnix Verplancke.
Het leeslijstje is met ‘Het schaarse licht’ alweer een ‘kasseisteen’ van een boek rijker.
Een quote uit het gesprek die zowat iedereen liet glimlachen gisterenavond: ‘Men are the head, women are the neck, you can turn it in all directions’.
Nino Haratischwili, Het schaarse licht, Meridiaan Uitgevers, 832 p., 34,99 euro. Vertaling Jantsje Post en Elly Schippers. RV
“Ik noemde hem Stropdas. De naam beviel hem. Hij moest erom lachen. Rood-grijze strepen op zijn borst. Zo wil ik hem in mijn herinnering bewaren.” (p.9)
Het gebeurt niet veel, maar het gebeurt: af en toe zet je een boek bij in het kastje van de kleine en net daardoor héél bijzondere pareltjes. Die eer mag, wat mij betreft, zeker ook het romandebuut uit 2012 van de Oostenrijks-Japanse schrijfster Milena Michiko Flašar (St. Pölten, 1980) te beurt vallen.
Dat de Oostenrijkse schrijfster met haar Japanse roots (via haar moeder) door een aantal mensen vergeleken wordt met Haruki Murakami lijkt mij dan weer net iets té véél eer. Maar niettemin is ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ een bijna perfect boek. In een wat karige, ongebonden stijl zet Flašar een jonge ‘Hikikomori’ (een naar verluidt meer dan regelmatig voorkomend Japans fenomeen) die al twee jaar de kamer houdt zonder nog tegen iemand te praten, tegenover een wat grijze salaryman die net zijn job verloren heeft en dat voorlopig niet tegen zijn vrouw Kyoko wil opbiechten. De mannen leren elkaar kennen op een bank in het park. Wat ontstaat is een vriendschap die zonder heel veel woorden steeds intenser wordt. Tot op een ochtend de man niet verschijnt.
Een uittreksel:
“Twee jaar lang had ik geoefend om het spreken te verleren. Toegegeven, het was me niet gelukt. De taal die ik had geleerd drong door me heen, en zelfs als ik zweeg was mijn zwijgen veelzeggend. Ik sprak innerlijke monologen, sprak ononderbroken tegen de sprakeloosheid aan. Maar de klank van mijn stem was mij vreemd geworden. Soms ontwaakte ik ’s nachts badend in het zweet uit een nachtmerrie, alleen maar om de voortzetting daarvan te horen in het rauwe Aaah dat zich uit mijn buik, mijn longen, mijn keel naar buiten drong. Wie schreeuwt daar, vroeg ik me af en viel weer in slaap. Dwaalde door een landschap waarin elk geluid bij zijn ontstaan al wegstierf. De laatste zin die ik had uitgesproken was: Ik kan niets meer. Punt. Een vibrerende punt. Daarna was er iets dichtgeklapt. De moeite die het zou kosten om verder te spreken vanaf het punt waar ik was gestopt stond tegenover de zinloosheid om in woorden te vatten wat niet kon worden uitgedrukt.”
Een bijna volmaakte vriendschap, Milena Michiko Flašar. Uitgeverij Cossee Amsterdam, Vertaling Isabelle Schoepen en Kris Lauwerys, Eerste druk 2015 Oorspronkelijke titel Ich nannte ihn Krawatte, 2012