Noem ons wat we dragen

Voor ieder van ons
die lijdt & leert
en ervoor kiest
door te gaan

© Amanda Gorman

Amerika

Amerika… Begrijpe wie begrijpen kan. Ik ben nog steeds een zoekende. Ik taal en ik gis en ik raad naar de onderliggende beweegredenen van al die mensen over die verre Oceaan die zich – van oorsprong en afkomstig uit alle continenten – een Amerikaan willen & mogen noemen… Wat bezielt hen, wat doet hen radicaliseren en naar het vuige vege huiswapen van de angst en de rancune grijpen? En hier ja, hoe kan de tijdsgeest ons o.a. mede daardoor verlammen zoals hij ons nooit eerder verlammen kon…

En kijk ik sla het dikke boek “Noem ons wat we dragen” (oorspronkelijke titel uit 2021: Call Us What We carry) met niks dan gedichten en poëtisch proza van Amanda Gorman , Amerikaans dichter en spoken word-artiest, open (uitg. Meulenhoff, 2023, vertaald door Zaïre Krieger in 2023) met vooraan de opdracht “Voor ieder van ons/ die lijdt & leert/en ervoor kiest/door te gaan”. en laat het appelblauwzeegroene leeslint tussen pagina 300 en pagina 301 steken. Bij het gedicht… Amerika. Al uit 2021 maar wel brandend actueel. Dat kan géén toeval zijn natuurlijk:

Amerika

Vertaling van Zaïre Krieger

Een huis dat verdeeld is kan niet blijven bestaan. Verdeeld zijn betekent
dan ook Verwoest worden. Het zit namelijk zo: in ons land telt
zelden iedereen die ertoe Doet. Daarom druipt er rood van onze vlag.
We zullen nogmaals zeggen dat Taal ertoe doet. Al vanaf het begin
zijn de gekoloniseerden kenningen: Afro-Amerikaan.
Aziatische Amerikaan. Oorspronkelijke Amerikaan
(er is blijkbaar Geen Witte Amerikaan). Amerikaan &
bijvoeglijk naamwoord. Amerikaan & Bepalend woord. De term
opgesplitst (I) en ontmanteld, gestript & gestreept.

Uitwissing vergt een leven lang repeteren. Begrijp je echt wat
het betekent om dit overtollige lichaam te zijn. We zien
de Snikken nu als de vlaggen die ze waren. De ruk
van ons hoofd, alsof we wakker werden uit een droom –
of een nachtmerrie: Beslis jij maar. Dit is niet de natie
die door ons gebouwd is, in het beste geval niet de natie
die ons bekend was. Kennen. O nee! Dit is de natie die we hebben
gefabriceerd. Het is ons recht om te wenen om de wond die we
altijd zijn geweest. Uit het niets een Stille schok: een hand in
een andere hand of een hoofd op een schouder is zo veel meer
waard dan alles wat we ooit hebben Verworven of verlangd.
Ook als ons wordt gezegd dat we geen
verschillen kunnen maken, zullen we nog geluid maken.

© Amanda Gorman
© Zaïre Krieger Vertaling
Op het leeslijstje – Totaal

We zijn kamers met de lakens over de meubels

De ontdekking van een schrijver!
Leesnotities – Op het leeslijstje (14 en 15)
Over ‘de Mitsukoshi Troostbaby Company’ en ‘Kinderen van het ruige land’ van Auke Hulst


Maandag 22 Januari 2024

“We zijn kamers met de lakens over de meubels”


Er zijn veel manieren om kennis te maken met een auteur die je om godweetwelkeredenenofomstandigheden niet eerder las of zelfs nauwelijks kende. De verdienste van een initiatief als het onvolprezen “Het Penhuis” is dat het op mooie zondagvoormiddagen auteurs naar “het verre Kortrijk” weet te halen waarvan je amper nog een woord had gelezen. Naar aanleiding van de komst van de Groningse auteur en muzikant en zanger Auke Hulst op zondag 12/11/2023 las ik zijn tot hiertoe meest bekende boek met die vreemde en bijna niet te onthouden titel dat in 2022 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs stond: ‘De Mitsukoshi Troostbaby Company’ uit december 2021. Het is een omvangrijk boek van 600 pagina’s dat op geen enkel ogenblik verveelt. Het boek heet een toekomstroman te zijn. Dat is ook zo maar het is nog veel méér dan dat. Anderen noemen het dan weer graag een ‘dystopie’ zoals dat tegenwoordig in deze warrige en onwaarschijnlijke tijden mag heten. Een dystopie voor het jaar 2032? Nee, hoor, wat mij betreft is ‘de Mitsukoshi’ gewoon een ijzersterke roman die hier en daar misschien wat te uitgebreid overkomt maar er zijn zoveel passages over onder meer het schrijven zelf die alles goed maken. Alleen al om de metafoor “We zijn kamers met lakens over de meubels” op pagina 514 zal ik deze schrijver blijven memoreren:
Ik zei dat in jezelf praten belangrijk is. Dat mensen van dieren verschillen omdat ze aan zelfreflectie doen, hoewel we zelfs dan onszelf niet goed kunnen zien. ‘We zijn kamers met lakens over de meubels – je kunt ongeveer raden wat er onder de lakens zit, maar niet precies. Een piano, maar wat voor piano? Een stoel, maar welke stof? Snap je?” (pagina 514).
…/…
Op zondag 12 november 2023 was Auke Hulst dus te gast in Het Penhuis in Kortrijk (zie foto). In een aangenaam kabbelend gesprek met Karel Alleene, afgewisseld met door Hulst akoestisch gebrachte eigen songs, werd het voor veel Vlaamse lezers een zeer fijne kennismaking met een auteur (én met zijn boeken én zijn gitaar) die hier nog al te weinig bekend is.

In het verlengde van het gesprek, en zeer geïntrigeerd door wat de auteur daarin aan biografische elementen prijsgaf, las ik een andere roman van Auke Hulst van tien jaar eerder (2011): ‘Kinderen van het ruige land’ dat wellicht zijn meest autobiografische boek genoemd kan worden en dat in 2013 bekroond werd met de Cutting Edge Award en het Beste Groninger Boek. Ergens in een gebied in het Noorden van Groningen dat ‘het Ruige Land’ genoemd wordt groeien vier kinderen Kurt, Kai (die onmiskenbaar trekken en trekjes heeft van de auteur zelf), Shirley Jane en Deedee op zonder veel toezicht van een zo goed als altijd afwezige moeder. De vader is al heel vroeg overleden. Het boek is een prachtige wordingsgeschiedenis van kinderen die moeten opgroeien in een gebied waarin het ruige landschap meer is dan een metafoor.


Het Penhuis Kortrijk
Website Auke Hulst
Wikipedia-pagina Auke Hulst
Podcast – De Mitsukoshi Troostbaby Company
Juryrapport Shortlist Libris Literatuur Prijs 2022
Instagram-bericht Paul Rigolle

Auke Hulst, De Mitsukoshi Troostbaby Company, Uitgeverij Ambo/Anthos, 2021, 608 pagina’s

Auke Hulst, Kinderen van het ruige land, Uitgeverij J.M. Meulenhoff bv, 2012, 334 pagina’s,

Wie De Mitsukoshi Troostbaby Company na zeshonderd pagina’s dichtslaat, hangt uitgeteld in de touwen maar heeft wel een onvergetelijke literaire reis gemaakt.”
(Libris-Shortlist-pagina 2022)

Een kaart van woorden

Leesnotities – Op het leeslijstje (12 )
Over ‘Ik=Cartograaf‘ van Jeroen Theunissen

Vrijdag 28 april 2023

De wereld is een tekening die te lang in de zon heeft gelegen.” (p256)

De voorbije dagen en weken las ik een van de beste boeken die ik dit jaar al gelezen heb. In ‘Ik=Cartograaf’, zijn zeer aangenaam verrassend boek uit 2022, stapt de Gentse auteur en dichter Jeroen Theunissen in zes maanden tijd vanuit Caherciveen, het uiterst zuidwestelijke punt van Ierland naar Istanbul, het einddoel van zijn wandelreis.  Omdat zijn leven en huwelijk in 2017 op een dwaalspoor zijn geraakt – met ademnood en paniekaanvallen toe – besluit Theunissen, onvervaard als hij zich voorneemt te kunnen zijn, om in 180 dagen voor zichzelf alle muizenissen uit zijn leven weg te wandelen. In zijn tocht beweegt hij als geboren cartofiel en zonder gps van links naar rechts op de kaart van Europa. Traagheid en verdieping zijn het doel. Een ode aan de nutteloosheid en een boek dat veel meer is dan een reisverslag tussen Ierland en de Bosporus zijn het intense resultaat. Achtereenvolgens doorkruist hij Ierland, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Polen, Oekraïne (toen nog niet in een vernietigende oorlog gewikkeld), Roemenië, Bulgarije en Turkije.

We vinden hem terug praatjes makend in de uitgangsbuurt van Istanbul, stappend door de bossen van Europa, beren vermijdend en we zien hem in Roemenië aan de Donau een ‘droomvogel’ ontmoeten. In Bulgarije ziet hij bevestigd hoe het kapitalisme naar tabak ruikt. Hij vertelt zijn twee zoontjes het inslaapverhaaltje van Franske, het neefslaafje van Dikke Oom Jan die niet eens zijn echte oom is, en een zwaluw als enige beste vriend heeft.
Met kunstenaar en amateurornitholoog O.C. Hooymeijer mijmert hij mee over het bestaan van alle mogelijke niet-bestaande vogels, bezoekt in het tegenwoordig felbelaagde Brody-Liviv de geboorteplaats in Oekraïne van Joseph Roth, filosofeert online met een Gentse filosoof terwijl hij mits veel handenwerk van zijn nieuwe beluikje in het centrum van Gent een aardig optrekje maakt. Hij raakt op zijn wandelreis levens aan, beschouwt ze maar intervenieert nauwelijks terwijl hij zich de vraag stelt of hij een boek aan het schrijven is over zijn thuisloosheid in Europa. (p181).

Maar vooral en uiteindelijk maakt hij een kaart van woorden, zijn hoogsteigen en niet-versagende manier om een cartograaf te zijn. Dit zeer lucide en stilistisch knap tegen de achtergrond van een veranderde technologische wereld. Bovendien weet Theunissen daarbij zorgvuldig de valkuilen van al te veel anekdotiek te vermijden.

Ik=Cartograaf is uiteindelijk een erg  gelaagd, én geslaagd, literair verslag over een louterende reis geworden. Een reflectie over de huidige stand van Europa en de wereld. Tegelijkertijd is het een getuigenis afleggende existentiële denk- en stapoefening van het leven van een schrijver.

Je krijgt zowaar zin om het zelf op een wandelen te zetten.

Een gesprek over het boek bijwonen met de auteur die ook nog een erg minzaam causeur blijkt te zijn, zorgt voor bijkomende pigmenten bij het boek. Dat bleek gisterenavond uitvoerig in de Bib van Tielt waar Jeroen Theunissen in gesprek trad met Xavier Roelens.

Ik=Cartograaf is pas het allereerste boek dat ik van Jeroen Theunissen las. Na lezing is het een voortreffelijk idee om alles wat deze auteur geschreven heeft of nog gaat schrijven op de voet (!) te blijven  volgen.

Fragment:
En misschien, stelde ik mij voor terwijl ik naar de Donau keek, zijn we in Europa allemaal Kelten. Misschien zijn we allemaal migranten. Het is maar een verhaal. Natuurlijk. Maar ik wens het te houden. De verenigende verhalen – bijvoorbeeld dat een rivier die in de Zwarte Zee uitmondt verwant is aan een heuvel in West-Ierland – wil ik behouden, en de andere verhalen, de verhalen die verdelen, over bier drinkende Germanen en wijn drinkende Romanen, over luie zuiderlingen en stramme noordelingen, over Noord-Italianen en Zuid-Italianen, over Vlamingen en Walen, over Duitsers en Oostenrijkers, over protestanten en katholieken en moslims en niet-moslims, over Roemenen en Bulgaren, over Turken en Europeanen, over Oekraïners en Russen, over Britten en Fransen, over Roma en Gosj, zou ik liefst vergeten. Is die gedachte naïef? Best, dan is die gedachte naïef.” (p152)

Jeroen Theunissen, Ik = cartograaf, De Bezige Bij, 2022, 432 p., 24,99 euro.

Website Jeroen Theunissen
Ik=Cartograaf-website Jeroen Theunissen
Bezige Bij-Link

Zie ook deze link op Facebook

#ik=cartograaf #jeroentheunissen #xavierroelens



Een hardnekkig naleven

Leesnotities – Op het leeslijstje (11)
Over ‘Dit is mijn moeder‘ van Tommy Wieringa

Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen

Een van de allermooiste moederportretten die ik de voorbije dagen, én zeg zelfs maar jaren, gelezen heb is het uitgepuurde monument dat Tommy Wieringa optrekt voor zijn overleden moeder in ‘Dit is mijn moeder’.

Wieringa, in zijn vroegste jeugd teruggekeerd uit Aruba, is en blijft wat mij betreft een van de Nederlandstalige auteurs van wie je als lezer alles wil lezen wat je maar van hem onder handen kunt krijgen. Dit uiteraard alweer ‘tot spijt van wie het benijdt‘. Ooit was hij, naar het heet, ‘aanstekerverkoper op de openbare markt’, maar nu durven we hem hier zonder dralen een van de allergrootste aansteker-stilisten noemen die onze literatuur momenteel rijk is. Ooit liet hij zich, aan het eind van de vorige eeuw, in een interview in het tijdschrift ‘Vooys’ de gevleugelde woorden ontvallen: “Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen.” Het typeerde hem zeer en het typeert hem twee decennia later nog altijd. Het is ook exact de reden waarom ‘Dit is mijn moeder’ zo’n warm en intiem lezend moederportret is geworden. In korte hoofdstukken, waarin hij het niet alleen over zijn moeder heeft maar ook over eigen herinneringen aan haar, schetst hij tot in haar laatste levensdagen, verteerd als ze is door kanker, een beeld van zijn complexe en woelige relatie met de vrouw die hem al “halvelings in de steek liet” toen Tommy pas twaalf was.

Het boek dateert al van 2019 en is geschreven “Ter nagedachtenis aan Lia Wiersema (1942-2015)” zoals het vooraan vermeld staat. Met Wieringa zit je mee aan haar sterfbed ‘met het opschrijfboekje in de hand om de woorden uit haar mond op te vangen’. Uiteraard: ‘Een vruchteloze bezwering. ‘Niet één woord dat ik opschrijf vervangt ook maar een ademtocht van dat onstuimige, tegenstrijdige leven van haar.’ (In het hoofdstukje ‘Totaal oranje kamer’).  Na lezing van ‘Dit is mijn moeder’ ga je het bijna betreuren dat je die onbuigzame stijlvolle dame nooit persoonlijk hebt mogen kennen. Al zal het voor de kleine Tommy Wieringa niet zo vanzelfsprekend geweest zijn om in haar buurt op te groeien. Ook al was hij, naar blijkt uit dit liefdevol geschreven boek, sterk genoeg om al van jongs af aan haar recht op excentriciteit te verdedigen.

Fragment:
Bij het ontbijt in de tuin vertel ik mijn neefje over de Struikelrover, een rover in het bos die je altijd hoort aankomen omdat hij de hele tijd ergens over struikelt. Aan het eind van het verhaaltje geeft iedereen de Struikelrover altijd vrijwillig wat hij wil hebben omdat het anders zo zielig is voor hem. De Struikelrover en zijn vrienden Bloedige Ernst en Houten Dief worden vaak op de hielen gezeten door Generaal Pardon en zijn mannen; nou ja, ik heb er zelf in elk geval veel plezier van. Wanneer de zon op zijn hoogtepunt is brengen ze me naar de boot. We zwaaien alsof we elkaar heel lang niet zullen zien.”
(Fragment ‘de Struikelrover’, p 22 – Dit is mijn moeder)

De volgende Wieringa op mijn leeslijstje is wellicht zijn meest recente boek ‘Gedachten over deze tijd’ uit 2020, een verzameling essay’s en columns die eerder verschenen in NRC.

Op het leeslijstje (10) – Leesnotities 2022

De roes van vrijheid boven aan die waterval

Een volle Gentse Vier Nul Vier-zaal enkel en alleen voor de literatuur? Ja hoor, dat kan! Ook in deze tijden van likes en vluchtigheid… De Georgische schrijfster Nino Haratischwili (van de niets ontziende en onverbiddelijke bestseller ‘Het achtste leven’) is dan ook niet zomaar een schrijfster! Haar nieuwe boek “Het schaarse licht” werd gisterenavond voorgesteld tijdens een uitgebreid interview met Marnix Verplancke.

Het leeslijstje is met ‘Het schaarse licht’ alweer een ‘kasseisteen’ van een boek rijker.

Een quote uit het gesprek die zowat iedereen liet glimlachen gisterenavond: ‘Men are the head, women are the neck, you can turn it in all directions’.

Nino Haratischwili, Het schaarse licht, Meridiaan Uitgevers, 832 p., 34,99 euro. Vertaling Jantsje Post en Elly Schippers. RV

#ninoharatischwilli #viernulvier #ophetleeslijstje #boekhandellimerick #georigië #leesnotities

Nino Harataschwilli / Boekvoorstelling ‘Het schaarse licht’ | VIERNULVIER

Interview Nino Haratischwilli – vr 4/11/2022

Op het leeslijstje (9) – Leesnotities 2022

Ik noemde hem Stropdas. De naam beviel hem. Hij moest erom lachen. Rood-grijze strepen op zijn borst. Zo wil ik hem in mijn herinnering bewaren.” (p.9)

Het gebeurt niet veel, maar het gebeurt: af en toe zet je een boek bij in het kastje van de kleine en net daardoor héél bijzondere pareltjes. Die eer mag, wat mij betreft, zeker ook het romandebuut uit 2012 van de Oostenrijks-Japanse schrijfster Milena Michiko Flašar (St. Pölten, 1980) te beurt vallen.

Dat de Oostenrijkse schrijfster met haar Japanse roots (via haar moeder) door een aantal mensen vergeleken wordt met Haruki Murakami lijkt mij dan weer net iets té véél eer. Maar niettemin is ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ een bijna perfect boek. In een wat karige, ongebonden stijl zet Flašar een jonge ‘Hikikomori’ (een naar verluidt meer dan regelmatig voorkomend Japans fenomeen) die al twee jaar de kamer houdt zonder nog tegen iemand te praten, tegenover een wat grijze salaryman die net zijn job verloren heeft en dat voorlopig niet tegen zijn vrouw Kyoko wil opbiechten. De mannen leren elkaar kennen op een bank in het park. Wat ontstaat is een vriendschap die zonder heel veel woorden steeds intenser wordt. Tot op een ochtend de man niet verschijnt.

Een uittreksel:

Twee jaar lang had ik geoefend om het spreken te verleren. Toegegeven, het was me niet gelukt. De taal die ik had geleerd drong door me heen, en zelfs als ik zweeg was mijn zwijgen veelzeggend. Ik sprak innerlijke monologen, sprak ononderbroken tegen de sprakeloosheid aan. Maar de klank van mijn stem was mij vreemd geworden. Soms ontwaakte ik ’s nachts badend in het zweet uit een nachtmerrie, alleen maar om de voortzetting daarvan te horen in het rauwe Aaah dat zich uit mijn buik, mijn longen, mijn keel naar buiten drong. Wie schreeuwt daar, vroeg ik me af en viel weer in slaap. Dwaalde door een landschap waarin elk geluid bij zijn ontstaan al wegstierf. De laatste zin die ik had uitgesproken was: Ik kan niets meer. Punt. Een vibrerende punt. Daarna was er iets dichtgeklapt. De moeite die het zou kosten om verder te spreken vanaf het punt waar ik was gestopt stond tegenover de zinloosheid om in woorden te vatten wat niet kon worden uitgedrukt.

Een bijna volmaakte vriendschap, Milena Michiko Flašar. Uitgeverij Cossee Amsterdam, Vertaling Isabelle Schoepen en Kris Lauwerys, Eerste druk 2015
Oorspronkelijke titel Ich nannte ihn Krawatte, 2012

#demanmetdeleesbril #ophetleeslijstje #leesnotities2022 #MilenaMichikoFlašar

Milena Michiko Flašar

Op het leeslijstje (8) – Leesnotities 2022

Het geluid van die motor was voor hem de trompet van de eerste engel. De engel die vuur en bloed vermengde en op de aarde wierp tot al het groen was verbrand.”

pagina 18 – De vlucht

Het leeslijstje? Rechtlijnig is het niet altijd, en da’s maar goed ook. Soms kom je toe tot het lezen van boeken die wel al ergens in de middelste regionen van jouw lijstje terechtgekomen waren maar die nog lang niet bovenaan waren geraakt. Laat staan dat ze daar ooit zouden in slagen. Ooit, als de tijd er klaar voor was zou je al die aangestipte maar niet dringende titels wel ’s gaan lezen. “De weelde van de voorraad” of “De inhoud van een kast“, zoiets. Maar kijk, een beetje gedwongen door de omstandigheden van een onverwacht verlengd ziekenhuisverblijf mag jouw leesgedrag dan toch nog wat onvoorziene kronkels vertonen.

Breng maar mee wat je de voorbije maanden zelf graag gelezen hebt, vroeg ik dus laatst aan zij die mij lief is. Zij bracht mee en ik las. Met het uitzicht op de Assebroekse meersen. En zo kwam het dat ik in de voorbije weken achtereenvolgens – al lang fan van Pfeijffer en Claudel zijnde – Monterosso mon amour en Duitse Fantasie las. Dat ik in functie van wat persoonlijk recensiewerk Wat is er van de nacht? van de Antwerpse dichter Richard Foqué en ‘Aanslag in Antwerpen’ (Boem Boem 1) van Jan Van Der Cruysse tot mij nam. Dat ook het aardige Treindromen van Denis Johnson en Oerhert, de eerste dichtbundel van Astrid Haerens mijn ziekenhuisrevue passeerden.

Maar wat mij vooral een klap gaf die ik niet licht wil vergeten was het romandebuut uit 2013 van de Spaanse auteur Jesús Carrasco (°1972). In “De vlucht” (Intemperie) zet hij een sober en beenhard verhaal neer dat je naar het hart, én de strot grijpt. In een dorre niet nader genoemde landstreek waar de dorpen geen naam hebben – Carrasco kent zelf goed de Spaanse provincie Extremadura – word je deelgenoot van het lot van een aantal naamloze figuren als ‘de jongen’, ‘de geitenhoeder, ‘de rechter’, ‘de rooie’ en ‘de andere’. De dreiging dat ‘de jongen’ die op de vlucht is voor een niet nader omschreven onheil uit het verleden opnieuw zou worden opgepakt door ‘de mannen van het dorp’ zorgt voor een uitermate knap uitgebouwde spanning. Af en toe moest ik zelfs denken aan “De Weg” van Cormac McCarthy; dat ander boek dat evenzogoed een harde streep trekt door een dorre en verwoeste streek vol dreiging. ‘De Vlucht‘ werd inmiddels vertaald in 20 talen. Carrasco heeft zich met de opvolgers van zijn debuut, ‘De grond onder onze voeten’ (2016) en ‘Terug naar huis’ (2021) ondertussen een benijdenswaardige status als Groot Europees auteur in wording bij elkaar geschreven. Een auteur die ik wil blijven volgen.

De vlucht, Jesús Carrasco, Uitgeverij J.M. Meulenhoff, 2013, vertaling Arie van der Wal en Arne van der Wal.

#demanmetdeleesbril #ophetleeslijstje #leesnotities2022 #JesúsCarrasco