Mr Cool

In de reeks “Blij dat ik een ticket heb”, vandaag: de zondag van Cactus

En ja, natuurlijk ga ik voor Daan en zeker ook voor die goddelijke feestverjaardag van “Worst case scenario” die de mannen van dEUS mogen vieren. (Dertig jaar baanbrekend werk zowaar!!!). En misschien ga ik ook wel voor Eefje De Visser en Nubiyan Twist… Op de line-up komen voor deze jongen Porcelain ID, The Mystery lights en King Hannah wellicht net ietsje te vroeg na de middagdut.

Maar één ding is wel zeker. Héél zeker. Wie ik vandaag niet en in géén geval wil missen is die ‘one and only’ crooner, ‘Mr Cool’ uit Sheffield: Richard Hawley.

Facebook-bericht van Zo 13/7/2025

Grumpy old man

Foto op Sportnieuws.nl

Facebook-bericht van vrijdag 11/7/2025

“Days of tennis”

Eergisteren bracht ‘the grumpy old man’ met de naam Novak ‘Nole’ Djokovic het toch maar weer voor elkaar. In de kwartfinale van Wimbledon, editie 2025, won hij dan toch nog van de Italiaanse sympathieke coming-man Flavio Cobolli waarvoor ik, wat had je gedacht, een absolute voorkeur had. En daar heb je het : het spel van de zich inlevende tenniskijker die zich af en toe – geloof me, het is sterker dan hemzelf – verliest in verregaande sympathieën of onwrikbare anti-pathieën…

Ik wil er hier niet eens een geheim van maken… Maar in de halve eeuw en langer dat ik het tennis volg, heb ik nooit een grotere afkeer gehad van een tennisspeler als ik die door de jaren heen heb opgestapeld tegen die Servische nukkenkampioen Novak Djokovic. Ik moet die man niet. Alleen al zijn gedrag in ontelbare tennismatchen hebben me nooit kunnen bekoren.

De tennisser op zich wel natuurlijk, je zou wel blind moeten zijn als je zijn immense tennistalent zou minimaliseren. Maar als mens, nee… Zijn antivaxer-neigingen, zijn complot-gevoeligheid (het rechtgeaard publiek lust hem niet, en dat beseft hij…), zijn plots opduikende al dan niet reële kwetsuren, zijn woedeaanvallen die zich soms zelfs richten tegen onschuldige ballenjongens… Nee… Hij mag dan in de cijfers de titel van ‘Goat’ (“the greatest of all times”) dragen, als mens het niveau halen van pure tennisstylisten als Bjorn Borg, Roger Federer of Rafa Nadal… nee, dat zit er bij de Serviër, wat mij betreft, helaas niet in… En, o tragedie en wellicht bron van al zijn getormenteerde en soms onvoorspelbare gedragingen, hij beseft het na al die jaren aan de top misschien zelf nog wel het best…

Dat ik, zo merk ik, niet alleen sta, met mijn uitgesproken mening, las ik trouwens vanmorgen nog in een artikel op ‘Sportnieuws.nl‘. Een site die misschien niet vrij is van enig ge-‘clickbait’ in de titels… Maar toch het staat er, ‘loud and clear‘, ‘hij, Novak Djokovic, verkoopt nog liever zijn moeder…

Gedrag van toptennisser Novak Djokovic zorgt voor discussie

Vandaag op Eurosport en andere zenders:
De halve finales op Wimbledon tussen
Fritz – Alcaraz
Sinner – Djokovic
Link Tennisexplorer

Aanvulling – Za 12/7/2025
En de uitslag?
Wel, ik besef ‘leedvermaak’ is een lelijk ding maar de uitslag kon me in dit geval wel enigszins plezieren:

Drie woorden – Oh Oostende

Woensdag 9 Juli 2025

Facebook-bericht van 9/7/2025 

Blauwe notities: “Aankomen in Oostende”

In de reeks “Drie woorden om de dag aan op te hangen” weerhouden we – uiteraard na rijp overleg – de woorden:

– tinsen
– polyinterpretabiliteit en
– rebels

(Al konden dat vanzelfsprekend ook drie andere woorden geweest zijn… )

Foto: Philippe Cailliau en ik op het Zomerterras van Café Du Parc – dinsdag 8 juli 2025.

#aankomeninOostende
#blauwenotities
#demanmetdeleesbril

Mark Braet 100

Gisterenavond werd in de Brugse Snuffel de 100° geboortedag van dichter en vertaler Mark Braet (1925-2003) herdacht.

Foto © Jan Lievens

Ik schreef op De Schaal van Digther een kort verslagje over een avond die een waardige hommage werd. Nu ook hieronder na te lezen.

Dinsdag 8 Juli 2025
Mark Braet 100

Denkend:
overal
zijn we geweest,
waren we,
zullen we komen.
Niets of niemand ontneemt ons
de herinnering.
(gedenkprentje Mark Braet)

Gisterenavond, maandag 7/7/2025 werd in de Brugse Snuffel – dag op dag – de 100° geboortedag van Mark Braet (1925-2003) herdacht. Het werd in samenwerking met het Frans Masereelfonds een waardig eerbetoon aan een dichter, vertaler en maatschappelijk en politiek bewogen man die in Brugge en elders in de wereld via zijn poëzie (en die van anderen zoals die van Pablo Neruda) een aantal mensen op zijn hand, en – te nemen of te laten – zeker ook in zijn hart kreeg. Het thema van de avond was, geheel in de lijn van de persoonlijkheid van Mark Braet, “Engagement en Poëzie“.

Peter Holvoet Hanssen trad op als ceremoniemeester van dienst en deed dat op zijn eigen onnavolgbare manier. Hij werd op gitaar geruggensteund door Myrddin De Cauter, jongste telg uit de De Cauter-dynastie. Peter Holvoet-Hanssen brak in en kaapte bekende (“Sulamith“) en minder bekende gedichten van Braet alsof ze al jaren tot zijn eigen Kapersnest behoren.
Ze werden afgewisseld door Rik Hemmeryckx, conservator van het Emile Verhaeren-museum die op een serene manier toelichting en duiding gaf bij leven en werk van de dichter.

Nele Ghyssaert, de weduwe van Mark, dankte aan het eind van de avond alle medewerkers aan deze bijzondere avond en ook het talrijk opgekomen publiek met vooral mensen die Mark bij leven hebben gekend. Nele Ghyssaert staat al jaren garant voor een zeer gedetailleerde en boeiende website gewijd aan Mark Braet die nog geregeld wordt aangevuld. Het loont de moeite om ’s een kijkje te gaan nemen!

Later op het jaar gaat de Mark Braet 100-herdenking nog door met in oktober een tentoonstelling in de Bogardenkapel “Mijn kleine kleurdoos” (met werk van Sara Bomans, Johan Clarysse, Peter Jonckheere, Gracia Khouw, Frans Masereel, Peter Puype, Renaat Ramon, Sammy Slabbinck, Geertje Vangenechten en Aäron Willem). Op 18 oktober 2025 volgt er dan nog een avond rond “De dichter“, met acteurs Sam Louwyck en Marijke Pinoy en op 6 februari 2026 (de sterfdag van M.B.) wordt het slotakkoord geplaatst. 

Persoonlijke slotnoot: Vaak, zegmaar elke keer ik in Brugge in de “Craenenburg” een koffie of iets anders ga drinken – al dan niet in fraai literair of ander gezelschap – zie en hoor ik opnieuw de jaren tachtig en negentig terug… En weer hoor ik de stem van Mark Braet, ongeremd schallend doorheen het hele café: “Hey jonge dichter! Hoe gaat het ermee?” 
En ik die dat toen (en nu) niet eens gênant vond. Wel integendeel. Het missen van (bepaalde) mensen gaat immers altijd maar door. 


© Paul Rigolle

#markbraet #peterholvoethanssen #myrddindecauter #rikhemmeryckx #neleghyssaert

Facebook-Bericht van 8/7/2025

Om alles vast te houden

Recensie in Poëziekrant
Facebook-bericht van Vr 4/7/2025

Eerder – op reis in de Finistère en andere Bretoense streken – las ik de recensie al even online. Nu ook op papier. In het 4° nummer van de lopende jaargang van de Poëziekrant bespreekt Jooris van Hulle ‘Het Omber en het oker’. Alweer een recensie waar ik mij enkel over kan verheugen…
Om alles vast te houden…” Misschien is dat wel dé perfecte reden om gedichten te gaan schrijven…

Aan Het omber en het oker, de zesde dichtbundel van Paul Rigolle (1953), gaat onder meer dit citaat vooraf uit de Brieven aan Plinius van Marleen De Crée: ‘Een huis op de wind van het woord. / wonen is een tijd van keren. / maar ik breek open.’ En al even bepalend voor de verzen van Rigolle zijn de er onmiddellijk aan voorafgaande woorden van Hester Knibbe: ‘Doe al wat afleidt weg, de poespas / eromheen voor je begint. Behoud alleen / onzekerheid of je wel woorden vindt / voor wat je drijft.’

Rigolle houdt zich ver weg van vormexperimenten die de schijn van originaliteit moeten hooghouden. Binnen een klassieke vormgeving, waarin een voorkeur opvalt voor de terzine en het kwatrijn, tekent de dichter het kader uit waarin hij zijn aanwezigheid in de wereld bevestigt.

In ‘Een stem in de tijd’, de eerste van de zes cycli uit Het omber en het oker, staat de relatie tot de taal voorop. Wat zich hierbij manifest aandient is de antithese tussen de vervoering die de dichter ervaart bij het schrijven (‘In een klassiek / en wild gebaar maak ik van elk plafond // een hemel’) en de onzekerheid die ermee gepaard gaat als hij zich geconfronteerd weet met de taal van wie hem is voorafgegaan: de taal van het eerste land, zijn geboortestad (‘de taal die hem ooit als een snavelbeet in de vleugel /van een vlinder getroffen heeft. // En treffen blijft’), de taal ook van de wegbereiders in het schrijven, Baudelaire, Wittgenstein en Tsjebbe Hettinga, wiens stem door de ietwat geforceerde allitteraties letterlijk opklinkt in verzen als ‘het talmen het tintelen het tillen van taal’ van ‘een blinde bulderaar, bonkend bluffend en brekend’.

Finaal is het erom te doen een eigen ‘stem in de tijd’ te vinden. Meteen daagt ook het besef van verantwoordelijkheid die het schrijven met zich meebrengt: ‘de tijd / dringt om af te wenden wat ons bedreigt’. Deze stille vorm van verzet breekt ook door in de cyclus ‘Een jaagpad in de regen’, met weer de bekommernis om de teloorgang van de natuur en de nood aan verstilling: ‘trage wegen dragen ons als leestekens / in het landschap. (…) // Adempauze. Pas op de plaats.’

De ik die nadrukkelijk aanwezig blijft in de gedichten, zoekt de beslotenheid van de kamer op, hij legt vast wat hem aan geluksmomenten wordt aangereikt in en door de liefde (‘haal ik adem in een huis dat ons tot schuilplaats dient’), in en door de schoonheid van beeldende kunst (met voorop hier de kleuren, van ‘het omber tot het oker’ tot het ‘schildersverdriet 2,1’, Paul Snoek revisited).

In de binnenwaarts gerichte terugblik komen fragmenten aan bod uit het dagboek van een (zijn) leven, waarin de vader-zoonrelatie wordt belicht (de relatie van de ik met zijn zoon, maar evengoed die met zijn vader die in het rustoord verblijft (‘En dat hij alles maar vergeten blijft. Het is / de tijd, jongen, die aan alles knaagt. (…) // Alles maak ik voor hem mooier terwijl hij / in mijn ogen kijkt en iemand anders ziet.’). De gedichten uit de slotafdeling vormen een emotioneel gedragen lamento voor een overleden collega, ‘de acht letters van het woord afscheid’ maken dat de ik op zoek dient naar ‘de plaats / die een plek zal zijn zonder jou.’ Het omber en het oker herijkt, na ruim een decennium van zwijgen, op een treffende manier het dichterschap van Paul Rigolle.

© Jooris van Hulle

Het omber en het oker

Paul Rigolle
Uitgeverij P, Leuven, 2025, 59 p., €19,50

Koop

Zeventien dagen

Donderdag 3 Juli 2025

“Ha, terug van even weggeweest! Na een intro op het tennisgras van Rosmalen maakten we aansluitend, vanaf 15 juni, een omzwervingstocht (die vanwege de hitte soms meer op een overlevingstocht ging lijken) van 17 dagen doorheen Normandië en Bretagne. Op een paar van onze haltes en stopplaatsen hoop ik hier de komende weken nog ’s wat uitgebreider terug te komen. Want soms ben je – zelfs na lange tijd – nog niet helemaal terug van waar je toevallig bent geweest…

In chronologische vogelvlucht : Van Honfleur waar we begonnen ging het naar Villerville, Trouville, Deauville, Cabourg (Proust!), Rouen, Pleyben, Pont Coblant, Concarneau (“Jerome Seynhaeve”), Saint Pol-de-Leon (mijn Bitossihart volgend!), Chateaulin, Locronan, Crozon, LocMariaQuer, Carnac (mijn eigen gedicht bezocht!), Quiberon, Sarzeau, Plescop, Chartres (dé kathedraal), Illiers-Combray (alweer Proust), Vernon, Giverny (Monet, of wie had je gedacht?) en terug!

Waaruit maar weer ’s blijkt dat een mens een flinke waslijst aan plaatsen, plekken en plekjes aankan! En dat in korte tijd! 😊

Op de foto: “Nous traversons le Pont de Normandie

#deeerstedag #reisjournaal2025