Veel, heel veel dank aan zij die zondag 23/3/2025 om 11:00 uur de weg naar de Snuffel vonden. En naar ‘Het Omber en het Oker’. Blij met de bundel! Blij met de talrijke opkomst! Blij met de logistieke steun ook van de Snuffel! Veel dank aan Willy Brandt voor de schitterende foto’s!!! (Eén voor één om te ‘liken‘). En ook veel dank aan The Caravan Juke Joint Band (Muziek), Tania Verhelst (Inleiding),Edward Hoornaert (Gesprek), Pol Delameillieure (cover vooraan), Goedele Peeters(cover achterflap) en wie ik nog allemaal zou vergeten. Ook veel dank uiteraard aan mijn uitgeverLeo Peeraer en Uitgeverij P voor de mooie, verzorgde uitgave. En nu wens ik aan iedereen – ook aan zij die er niet waren – véél poëtisch leesgenot.
Morgen verwelkom ik jullie graag in De Snuffel (Ezelstraat 42, Brugge) voor de voorstelling om 11:00 u. van ‘Het Omber en het Oker’. Voor wie komt, hier nog wat ‘laatste praktische richtlijnen’: Met de auto: De Brugse Ezelstraat is na werken gelukkig opnieuw open. Er is een openbare parking op amper 300 meter van de Snuffel: Hugo Losschaertstraat 5 (zijstraat Ezelstraat aan het Achiel VanAcker-pleintje).
Voor wie met de trein komt is het volgens Google Maps vanuit het Brugse Station een klein halfuurtje stappen (moet te doen zijn, toch?) Je kunt vanaf het station ook een bus nemen naar het Centrum. Vanaf de Grote Markt is het naar de Snuffel nog 9′ stappen…
(En met de fiets was je er … al geweest… )
Alvast blij om jullie te mogen verwelkomen!
Op het programma: Tania Verhelst (inleiding) – Edward Hoornaert (gesprek) – Paul Rigolle leest 6 gedichten en er is muziek van de Caravan Juke Joint Band. Leo Peeraer van Uitgeverij P reikt de eerste exemplaren uit, waarna drankje(s) en uiteraard het betere signeerwerk.
De voorbije dagen publiceerde De Schaal van Digther drie gedichten uit “Het Omber en het Oker“. Dit bij wijze van voorpublicatie. Het gaat om de navolgende gedichten die je via de respectievelijk aangegeven link kunt nalezen:
“Merkaba” – Anselm Kiefer. Foto genomen tijdens de Kiefer-Expo 29/2/2024 in LaM Villeneuve d’Asq
Header Af en toe moet een mens ’s het “uithangbord“, lees ‘de Header‘ van zijn website wat opfrissen. Vandaag heb ik een foto van het fantastische werk “Merkaba” van Anselm Kiefer in de bescheiden adelstand van mijn site verheven… De foto dateert van schrikkeldag 29/2/2024 en nam ik tijdens de Kiefer-expo in Musée LaM in Villeneuve-d’Ascq. “Merkaba is een werk uit 2O11. Op de achtergrond zie je een ander (al even fantastisch) werk van Kiefer uit dezelfde tentoonstelling met als titel “Am Anfang – Au Commencement“. Dit schilderij dateert in de Kiefer-annalen van het jaar 2008. (Dit alles onder de noemer: ‘Kiefer-fan forever‘)
‘Am Anfang – Au commencement’ van Anselm Kiefer – foto 29/2/2024 – Kiefer Expo-LaM
Bij ‘Interieur’, een gedicht van Paul Rigolle (Voorpublicatie uit ‘Het Omber en het Oker’)
Op het literaire tijdschrift Roer bespreekt Edward Hoornaert onder de mooie titel ‘Leesbaar licht, hoorbare stilte‘ – bij wijze van voorpublicatie – mijn gedicht ‘Interieur‘ dat straks ook in mijn nieuwe bundel ‘Het Omber en het Oker‘ staat. Edward, voormalig stadsdichter van Roeselare, oprichter en redactielid van 1P2, bezieler van het dichterscollectief Obsidiaan en ondertussen ook uitgever bij Uitgeverij Archipelis overigens ook de man waarmee ik straks tijdens de voorstelling van mijn nieuwe bundel op zondag 23/3/2025 om 11:00 u. in de Brugse Snuffel in gesprek mag gaan.
Buiten legt de regen het weefsel van de avond bloot, water wast de ramen. In de kamer waarin wij leven warmen wij de woorden op,
leggen ze stil en onbesproken weg voor later. Jij en ik, wij luisteren naar muziek die bij dit soort winters past. Eensgezind scharen de stoelen zich
rond de tafel. Van elke boodschap halen wij de ruis. Badend in het avondlicht plooit het huis ons open, leest ons gulzig bij elkaar.
(Uit: Het Omber en het Oker, Paul Rigolle)
Iedereen kan zich wel een voorstelling maken van een gure winteravond die ons naar binnen drijft of aan een of ander scherm/boek vastgekluisterd houdt. Zo’n avonden kunnen gezellig zijn, maar volgen zich liefst niet te lang na elkaar op. Een mens wil zo af en toe ook wel eens uitbreken. Of wordt er zenuwachtig van. Maar winterse weersomstandigheden hoeven niet per se voor een gevoel van ongemak of troosteloosheid te zorgen. Ze kunnen, zoals in het gedicht Interieur van Paul Rigolle, net zo goed een katalysator zijn voor een huiselijke sfeer en harmonie. De manier waarop deze harmonie in het gedicht tot leven komt is van een buitengewone eenvoud. Alle elementen die hiertoe bijdragen en die door de dichter naar voren geschoven worden sluiten naadloos op elkaar aan en vloeien natuurlijk in elkaar over.
Het gedicht opent met een intrigerend beeld: Buiten legt de regen het weefsel / van de avond bloot. De avond heeft iets dat zichtbaar of voelbaar wordt door de regen, alsof het neerplenzende water structuren, patronen of texturen onthult die anders verborgen zouden blijven. In dezelfde blik naar buiten gericht wordt ook het water dat de ramen wast gevangen. De onthulling krijgt zo haast een louterend effect en wordt de kamer binnengeleid. Het woord weefsel is in dat opzicht erg zorgvuldig gekozen en legt op een enigmatische manier een subtiele verbinding tussen buiten en binnen. De dichter slaagt er vervolgens in intimiteit op te roepen die niet alleen de binnenruimte omhelst, maar ook de onderlinge verhouding tussen de aanwezigen tastbaar maakt.
Het valt ook op hoe woorden in dit gedicht een fysieke aanwezigheid krijgen. Ze worden opgewarmd, stil en onbesproken weggelegd voor later. Taal heeft gewicht en waarde. Woorden die er toe doen hoeven niet meteen uitgesproken, kunnen later de gezamenlijke beleving van het lezen in herinnering brengen, een tweede leven geven. Wanneer de tijd er rijp voor is. Voor nu volstaat de stilte en het samenzijn, een kalm, organisch evenwicht gedragen door muziek die bij dit soort winters past, binnen- en buitenwereld mee op elkaar afstemt.
Het huis is niet alleen een toevluchtsoord of schuilplaats voor het slechte weer maar vooral ook een plek waar de bewoners zichzelf en elkaar naar waarde schatten. In de ogenschijnlijke tegenstelling én eigenlijke wisselwerking tussen de gure buitenwereld en de geborgenheid van de huiselijke kamer ligt de essentie van het gedicht: een moment van verstilde harmonie. Ook het interieur maakt deel uit van dit vreedzaam tafereel. Stoelen komen ingetogen tot leven en scharen zich eensgezind rond de tafel. Het huis beperkt zich evenmin tot een passieve, beschuttende rol, maar draagt de rijkdom van het avondlicht over op haar bewoners die verder openbloeien en ondanks hun afzonderlijke leesactiviteit verder toegroeien naar elkaar.
De regen, de woorden, de muziek, de stoelen – ze maken als vanzelf deel uit van een zorgvuldig gecomponeerd geheel waarin alles en iedereen zich naar elkaar lijkt te voegen, zich lijkt te schikken in een gezamenlijk ritme, waarin er geen ruimte is voor ruis op de boodschap. Toch werpt het slotvers nog een kleine spanning op: het huis leest ons gulzig bij elkaar. Gulzigheid impliceert een honger, een gretigheid, een grote drang naar het zich begerig overgeven aan een moment als dit, een moment dat alleen maar toeneemt aan intensiteit naarmate het weefsel van de avond zich verder uitspant. Een moment dat grenzen tussen binnen en buiten, spreken en zwijgen, mens en ruimte doet vervagen.
(Het gedicht Interieur maakt deel uit van Het Omber en het Oker (Uitgeverij P), de nieuwe bundel van Paul Rigolle die op zondag 23 maart voorgesteld wordt in Snuffel Hostel te Brugge. Het verschijnt hier in voorpublicatie.)
Paul Rigolle & Uitgeverij P i.s.m. het Brugse Snuffel-hostel nodigen u en uw vrienden graag uit op zondagmorgen 23 maart 2025 om 11:00 u in de Snuffel, Ezelstraat 42, 8000 Brugge op de voorstelling van ‘Het Omber en het Oker’, zijn zesde dichtbundel
Programma
Tania Verhelst, dichter en plastisch kunstenaar, leidt de bundel in Edward Hoornaert, dichter, spreekt met Paul Rigolle Paul Rigolle leest een aantal gedichten uit de bundel
Er zijn muzikale intermezzi van “The Caravan Juke Joint Band” (Peter Verberckmoes en Dirk de Cleen) Na de overhandiging van de eerste exemplaren door uitgever Leo Peeraer wordt een drankje aangeboden Signeersessie
Toegang gratis. Het is raadzaam vooraf een plaatsje te reserveren via email aan contact@uitgeverijp.be of paul.m.rigolle@gmail.com
Gelieve te antwoorden via onderstaande antwoordkaart voor 21 maart 2025 aan Uitgeverij P, Sint-Antoniusberg, 9, 3000 Leuven
Het omber en het Oker is de zesde dichtbundel van Paul Rigolle. In zes cycli haalt hij ook nu weer mét deemoed én met bravoure de onderwerpen die hem dierbaar zijn nader naar zich toe.
In Een stem in de tijd onderzoekt hij wat het betekent om als dichter in deze tijd verstrikt te raken in de halsstrik van de taal. De cycli Fragmenten van het huis en Een jaagpad in de regen leggen de sporen vast van huiselijk en ander werelds geluk. In de titelcyclus Het Omber en het Oker geeft hij volop ruimte aan zijn fascinatie voor kunst en schoonheid. Het heimwee van de bladen naar het boek bundelt dan weer een aantal erg persoonlijke dagboekgedichten om met de afsluitende Lamento-cyclus vast te stellen wat het is om alsmaar meer afscheid te moeten nemen van mensen die hem dierbaar zijn.
Net als met zijn eerder werk zorgt Rigolle met deze nieuwe bundel voor een persoonlijke diagnose van het menselijk bestaan in een steeds minder te vatten wereld en voor een eigen plaatsbepaling daarin.
Dichter Frank Pollet daarover: Al zo’n halve eeuw volg ik de poëzie van Paul Rigolle. En nog altijd blijft ze me verrassen met die perfect gekozen woorden, verrassende zinswendingen, subtiliteiten allerhande. Gedichten zoals ik ze graag lees en herlees. Echte Poëzie, dus.”
Okkernoot
Dat we trage dieren zijn met een intellect dat schrijnt, het wordt beweerd, het staat geschreven. De okkernoot van ons brein
laat niets aan toeval over. Keer op keer draaien wij de waarheid om en wachten op de lessen die het leven ons moet geven.
Steeds hogerop, ladderdrift mijn deel, wuif ik weg wat ik niet wil weten. In een klassiek en wild gebaar maak ik van elk plafond
een hemel. Wat er nog niet is zal ik maken, hoogmoed zit mij als gegoten, past mij zoals alleen een hoofd kan passen in mijn handen.
Paul Rigolle (°Roeselare,1953) schrijft poëzie en proza. Hij publiceerde eerder 5 dichtbundels en de wielerboeken Op de helling en Vélo-Dromen (samen met Patrick Cornillie).
Rigolle is eindredacteur van De Schaal van Digther en bestuurslid van de VWS (Vereniging van West-Vlaamse auteurs) waarvoor hij cahiers bezorgde over de dichters Philip Hoorne, Magda Castelein en Patrick Cornillie.
In 2024 verscheen zijn essay ‘Wij worden erts dat niemand delft’ over de poëzie van Frank Pollet. Gedichten van hem werden in het verleden gepubliceerd in verschillende tijdschriften en ontvingen diverse literaire prijzen.
Richard Foqué over Tot het bestaat zijn meest recente dichtbundel: “Elk woord staat waar het moet staan en draagt feilloos bij tot betekenis, vorm en ritme van het geheel. Voor de dichter Rigolle geldt – Descartes parafraserend – “Ik kan het schrijven, dus het bestaat”.
Naar aanleiding van het gedicht Jaagpad dat in Outrijve langs de Schelde staat en ook opgenomen is in deze nieuwe bundel, schreef Renaat Ramon in De Geus: “De poëzie van Paul Rigolle is noch dromerig noch woordspelig. Het is een poëzie waarin vaak kritische leestekens worden gezet.”
° komt met …. pers. naar de Brugse Snuffel op zondagochtend 23 maart e.k. ° bestelt …. ex. van ‘Het Omber & het Oker’ aan de voorintekenprijs van 18 euro (vanaf 24 maart: 19,50 euro) en stort het verschuldigde bedrag op rekeningnummer Uitgeverij P: BE08 4310 5290 8113.
° haalt het bestelde op bij de boekpresentatie. ° Wenst het bestelde via de post te ontvangen en betaalt 5 euro portkost per ex. Gelieve terug te zenden voor 21 maart e.k. naar Uitgeverij P, Sint-Antoniusberg 9 3000 Leuven – 016 23 12 45 – contact@uitgeverijp.be
Heb ik hier ooit al ’s prijsgegeven dat ik een grote Marc Didden-fan ben? Welaan dan. Bij deze geef ik mijn ‘outing’ helemaal vrij. In mijn ervaring heb ik van de man van vele muziek- en filmoorlogen nog maar zelden dingen gelezen (of gezien) waarin ik hem niet kon volgen.
Als Dylanfan van het eerste uur was ik zelf (uiteraard) al van plan om in Cinema Lumière naar de biopic ‘A Complete Unknown’ te gaan. Daar hoefde niemand mij voor aan te moedigen. Maar kijk toen Didden in De Morgen van 21 februari laatst zijn recensie liet eindigen met de oproep “Gaat dat zien” was ik hélemaal verkocht.
Eerst somde Didden in zijn recensie al zijn vooroordelen op tegen biopics tout court en tegen de glamour-acteur Chalamet in het bijzonder, die trouwens ook zowat de mijne zijn, en waren… Maar Didden moest uiteindelijk wel toegeven dat hij die vooroordelen ook één voor één diende te ontkrachten… Hij eindigde zijn recensie dan ook met de volgende slotsom: “Dit verhaal is de soberheid zelf. Een portie eenvoud verpakt in een pak schoonheid. Deze film is zo goed omdat hij gaat over muziek. En over hoe talent de wereld kan veranderen”.
Ik kan dat, nu ik de film zelf heb gezien, en op een vreemde manier vele keren ontroerd werd door o.a. de muziek van Dylan uit de periode 1961-1965 maar vooral ook door de hele sterke vertolking van Timothée Chalamet, alleen bevestigen: “Gaat dat zien!”. Het zou me niet verbazen indien de Oscar-uitreiking van vannacht daar nog wat stevige argumenten aan zou toevoegen…
Ook nog even zeggen dat mij tijdens tijdens de film heel regelmatig ook een intens gevoel van deernis met het huidige Amerika overviel… Het staat helemaal buiten kijf: de wereld heeft tegenwoordig meer dan hoge nood aan jonge Dylan’s in wording. Hier en elders.
Ha, daar kan een mens werkelijk blij en compleet in zijn nopjes mee zijn! De cover van mijn komende dichtbundel ‘Het Omber en het Oker‘ is klaar en goed & wel bevonden!
Bij deze: graag nog ’s zeggen dat iedereen welkom is bij de voorstelling op zondag 23 maart 2025 e.k. om 11:00 uur in ‘Hostel De Snuffel” Ezelstraat 42 in Brugge. Een officiële uitnodiging met het programma volgt!
Gedicht van de dag Elke dag – ik beken – sta ik voor mijn ‘poëziekast-van-jaren-her’ en lees ik bijna ritueelgewijs een toevallig gekozen gedicht. Vanmorgen, Valentijnsdag, en er hangt om 6:40 u. nog een volle maan voor mijn schrijfraam, is dat het derde gedicht uit de cyclus ‘Het schaduwarchief’ van Hans Tentije. De cyclus staat in zijn verzamelbundel ‘In het ongewisse’.
De Volkskrant schreef over Tentije: “Een halve eeuw werkte hij aan een van de mooiste naoorlogse oeuvres in de Nederlandstalige poëzie; volstrekt a-modieus en nooit om aandacht schreeuwend, maar wel van constant uitmuntende kwaliteit.”
En kijk, ik weet, en dat niet alleen sinds vanmorgen: daar is geen woord van gelogen, noch overdreven:
Het Schaduwarchief – Gedicht III
Rivieren dragen tonnages zware aken die met hun schroefbladen slib, verboden sedimenten loswoelen, het ijs stukvaren en de schotsen naar de wal stuwen, de nevel dringt intussen door je kleren heen –
stapvoets nadert er vanuit een zijstraat, muziek voorop, een kleine bruidsstoet, gelukkig sterft het lawaai van de ambulance langzaam weg
terwijl je door kamers dwaalt met vlekkerig, bekrast behang en slecht opgelapte parketstroken, geuren van parfum ondanks de open tuindeuren, naast een pendule en snuisterijen een paar ingelijste foto’s waarop je niemand meer, laat staan jezelf, herkent
of er soms ergens in deze vertrekken iets bestaat dat je aanwezigheid rechtvaardigt, je een sluitend alibi voor een heel verleden verschaft –
(uit ‘Too late blues’, al te late brieven aan John Cassavetes en anderen )
Album dat zich opent als een deur. Zie ons staan! Middenin een decennium zonder naam of taal, Herfsttij der Seventies, vrijheid blijheid in het tijdschrift van de tuin. Getrouwd en wel, glimlach van de wereld, job, auto, huis, en een hoofd dat net nog niet naar de wind wou hangen, hebben we voor het eerst jouw films gezien. In een aftandse zaal lagen de kopieën klaar. Ik vertaal ook nu nog vrij: Schaduwen, Te late Blues, Kind dat wacht, Echtgenoten, Openingsnacht. Vrouwen
onder invloed, Gezichten, Gloria, de beelden sprongen van het doek, sloegen tussen onze ogen toe. Aan jouw kicks en kijk ten prooi schoven we over het hout van onze stoel, alsof waarheid nooit zonder pijn bestaat. Na afloop, ik zie het nog, aten we in de Hobbit, ribben met de blote hand, lachten de scherpte weg, raakten het bij de wijn toen al niet eens of het al dan niet te vroeg voor woorden was, voor wat, vroeg of laat, net als in die films van jou ook in onze ziel ontbranden moest.
De mondvoorraad van de boeken en het lezen… Anno januari 2025
Lezen! Het blijft een fantastisch feest! Maar dan wellicht enkel en alleen voor wie het sowieso al niet missen kan. Aan zij die om joostweetwelkobscurereden nooit tot lezen komen moet je niet proberen uit te leggen waaruit precies het genoegen, de gratie, het genot én de genade van het lezen bestaat. Alsof je zo’n onverbeterlijke extreem-rechtse rakker diets zou willen maken waarom papierloze mensen het in geen geval verdienen om zonder mededogen als kansloos grensvee gedeporteerd te worden. Of aan iemand die zweert bij Crodino en andere non-alcoholische dranken proberen duidelijk te maken dat ook een Gin-tonic bij tijd en stond wel iets hebben kan. Dat komt in beide gevallen neer – daar ben je na al die jaren ondertussen al wel achter – op bij manier van spreken “water gieten op een hete steen”… Van een pluviometer kun je immers niet verwachten dat hij ook nog ‘ns de uren zon gaat registreren…
Ha, die mondvoorraad van de boeken!!! En het feest van het lezen… Van de fantasy en sciencefiction-schrijver George R.R. Martin, bekend van de “Game of thrones”-televisieserie, is de wel vaker geciteerde quote: “A reader lives a thousand lives before he dies… The man (or woman) who never reads lives only one…” Stichtend toch! Ik ben meteen bereid om de gevleugelde uitdrukking van de heer Martin zonder aarzelen als “helemaal en maar al te waar” te labelen. Al weet ik anderzijds dat er – nu ik toch aan het citeren ben – minstens evenveel waarheid zit in wat James Joyce ooit ‘s liet noteren: “Life is too short to read a bad book“…
Quotes over lezen genoeg trouwens. Deze van His masters voiceArthur Schopenhauer over wie ik laatst het schitterende gelijknamige toneelstuk zag van Stefaan Van Brabandt is een mooie om te onthouden ook: “Lezen is denken met andermans hoofd“… Ook al heel vaak geciteerd, die Schopenhauer. Een evergreen van hem die ook in het stuk van Stefaan Van Brabandt naar voor kwam was ook zijn “algemeen vrolijk zure” manier om tegen het leven aan te kijken: “Het leven is een hachelijke zaak. Ik heb besloten er de rest van mijn leven over na te denken.“
Afijn, dit alles maar om te zeggen dat ik in de voorbije weken en maanden wat kans heb gezien om wat bij te lezen. Heuglijke uren waren dat. Even het venijn van die draaiende wereld en die alomtegenwoordige bitsige Netanyahu’s vergeten en met volle overtuiging wegduiken in die andere magische realiteit die het boek en de poëzie ons te bieden hebben. Alleen heeft mij dat zoveel leesnotities en dubbelgevouwen A4-tjes opgeleverd dat ik niet meer weet hoe ik ze moet bewaren. En of ik hoedanook nog de nodige tijd moet zoeken om ze uit te tikken om ze te bewaren… Ik heb hier op deze bladzijden ooit ’s het hooggegrepen en licht-ambitieuze plan opgevat om van elk boek of dichtbundel die ik las een aardig leesverslagje te plaatsen. “Op het leeslijstje” heet de pagina die met heel onregelmatige tussenpozen mijn verslagjes verzamelt en zich bijgevolg constant in opperste staat van “in progress” bevindt. Onbegonnen werk natuurlijk om alles keurig en tijdig bij te houden… Zeker als je zelf nog iets wil schrijven…
Laat ik voor deze “leeslijstjes-keer” dus maar volstaan met … het posten van bovenstaande foto. Als een soort losse flodder uit de camera van mijn smartphone geplugd. Wie in het stapeltje een boek van zichzelf herkent mag zichzelf alvast koesteren in het warme licht van mijn opperste waardering.
Voor de volledigheid bij de foto: ‘Het lijstje met de titels’, van links naar rechts:
* Max Hermens: Het verdwijnen van Freddy Heijen * Zevenblad n° 7 * Koen Broucke: Rivierverloren * Anne Provoost: Decem * Piet Devos: Innerlijke lichtval * Lara Taveirne: Wolf * Alain Delmotte: Breedschrift * Johan Clarysse: Het geduld van water * Vera Steenput: Sterke schoenen * Chantal Akerman: Mijn moeder lacht * Geert Jan Beeckman: Archipel * Herman Vuijsje en Anneke Groen: Eindeloos ouderschap * Paul Rigolle: Wij worden erts dat niemand delft * Mark Kinet: Psychologie vaan de kunst * Anneke Brassinga: Ontij * Anneke Brassinga: Crudités * Paul Verrept: Het Jaagpad * Stefaan Van Brabandt: Schopenhauer * Charles Baudelaire: Mijn hoofd is een zieke vulkaan * Maxime Rovere: Klootzakken, hufters en eikels * Roger Arteel: Beperkt houdbaar * Dichterscollectief Obsidiaan: Veelvoud van een eiland * Frank Pollet: Polletanië! * Guido Van Heulendonk: De kroon met twee pieken * Elise Vos: Bolster * Werner Herzog: Het schemeren van de wereld * Patrick Lateur: Minuscula