Wij worden erts dat niemand delft

Op zondag 6 oktober 2024 wordt in Sint-Niklaas ‘Polletanië!‘, de verzamelde poëzie van Frank Pollet voorgesteld. Het boek is een sympathieke knoert van 544 pagina’s met ‘alle gedichten tot dusver‘ van Frank (405!!!) of een schitterende verzameling van vijftig jaar Polletaanse poëzie. Frank – die ik ooit leerde kennen toen mij in het gezegende jaar 1982 door het tijdschrift Vers waarbij hij, heel jong nog, in de redactie zat, de Vers-poëzieprijs werd toegekend – vroeg mij om voor het boek een uitleiding te schrijven. Iets waar ik graag op inging. Uiteindelijk is het daar evenwel hélemaal niet bij gebleven want met ‘Wij worden erts dat niemand delft schreef ik in aansluiting met de uitleiding ook een ernstig maar toch ook badinerend essay over de poëzie van Frank Pollet dat gelijktijdig met Polletanië! bij LES ILES verschijnt.

De beide boeken worden voorgesteld tijdens een editie van Poëzie op Zondagmorgen in de Foyer van Sint-Niklase Stadsschouwburg. Aanvang om 10:30 u. Iedereen welkom!
Er is een speciale actie voor vroege vogels, ongeacht of ze nu naar de boekvoorstelling vliegen op niet. De beide boeken zijn t/m 6 oktober 2024 samen in een Pollet-pakket verkrijgbaar voor een actieprijs van 45 euro. Wat een flinke slok op de poëtische borrel scheelt want na de voorstelling betaal je voor Polletanië! 39,50 euro en voor Wij worden erts dat niemand delft 17,50 euro.

Meer info en bestellen via Uitgeverij Les Iles.

En daar komt Polletanië! de verzamelde poëzie van Frank Pollet

Op zondag 6 oktober 2024 wordt in Sint-Niklaas Polletanië!, de verzamelde poëzie van Frank Pollet voorgesteld. Het boek is een sympathieke knoert van 544 pagina’s met ‘alle gedichten tot dusver‘ van Frank (405!!!). Frank vroeg mij om een uitleiding te schrijven voor het boek. Iets waar ik graag op inging. Inmiddels is het daar niet bij gebleven want met Wij worden erts dat niemand delft schreef ik ook een ernstig maar edoch ook badinerend essay over de poëzie van Frank Pollet dat gelijktijdig met Polletanië! bij Les Iles zal verschijnen. Daarover in de komende weken meer!

Het Polletanië!-Facebook-bericht van Frank Pollet:
Op zondag 6 oktober om 10.30 uur vindt in de Foyer van de Stadsschouwburg van Sint-Niklaas de presentatie plaats van ‘Polletanië!, mijn verzamelde gedichten tot dusver. 50 jaar poëzie publiceren zorgde voor 405 gedichten in een turf van 544 pagina’s. Paul Rigolle schreef een fijne uitleiding voor het boek. En een aardig extraatje, waarover een volgende keer meer.
Van harte welkom op 6 oktober (Poëzie op Zondagmorgen, jawel)! Zet het a.u.b. al in je agenda. Deel maar, graag zelfs. Waarvoor dank.
(De foto toont een proefboek. 1,2 kilo zwaar. Het definitieve boek is er een met afgeronde rug en een echt leeslint, voorwaar! En uiteraard met die mooie coverprent van Joseph Willaert
.)”

Facebook-bericht van Frank Pollet van 30/8/2024.

‘Rustoord’ op Woordentij

Op de poëtische Facebook-pagina “Woordentij” staat sinds gisteren mijn gedicht ‘Rustoord‘. Met dank voor de goeie zorgen van onder meer Tom Veys. Rustoord is een (nogal schrijnend) vadergedicht dat deel uitmaakt van een cyclus ‘dagboekgedichten’, onder de titel ‘Het heimwee van de bladen naar het boek‘. De cyclus is opgenomen in een afgerond typoscript dat voorlopig de werktitel ‘Een jaagpad in de regen‘ heeft meegekregen.

#vadergedicht#nieuwegedichten#eenjaagpadinderegen#woordentij

Een zucht te zijn

Vertalersweelde – Gaspara Stampa

Op zaterdag 18 november 2023 werd in het “Einde van de wereld, de boot”, aan de Javakade in Amsterdam een nieuwe editie van “Vertalersweelde” voorgesteld. Dichter en auteur Kees Godefrooij mag alweer uitgebreid geprezen worden voor het mooie werk dat hij ook nu weer voor elkaar bracht! De bundel “Gaspara Stampa in de handen van Mereie de Jong” die twaalf sonnetten van de ‘antieke’ dichteres Gaspara Stampa (1523-1554) vertaalde is een uitgave van Stichting Spleen. De gedichten van Stampa dienden als inspirerend uitgangspunt voor reflecties van niet minder dan drieënvijftig Vlaamse en Nederlandse dichters. Aangenaam om mijn gedicht “Een zucht te zijn” terug te vinden op pagina 135. Voorts onder meer nog gedichten van Bert Bevers, Piet Gerbrandy, Gerard Scharn, Johan Wambacq, Kees Godefrooij, Joris Iven, Edith de Gilde, Astrid Arns, Frans August Brocatus, Hans F. Marijnissen, Richard Foqué, Tine Hertmans, Antoon Van den Braembussche, Onno Kosters, Frans Terken en nog v.a.

Kees Godefrooij is overigens niet aan zijn proefstuk toe. Eerder al bezorgde hij diverse vertaalprojecten. Een overzichtslijstje vind je op ‘Wikisage.org’:

Facebook-bericht van 30/11/2023

Wikipedia Gaspara Stampa
Stichting Spleen


De poëziekastjes van Willy Tibergien in Damme

De poëziekastjes van Willy Tibergien in Damme

Voormalig directeur en bezieler van het PoëzieCentrum in Gent, Willy Tibergien heeft al een flinke tijd een project lopen waarbij hij om de zoveel tijd de vroegere mededelingenkastjes aan de zijgevel van het Stadhuis in Damme bevolkt met poëzie. Gisteren was ik voorwaar een gelukkig man om twee van mijn gedichten samen met Willy voor een volle maand te mogen uithangen in zijn ‘poëziekastjes’. Het zijn de twee gedichten die ik recent schreef bij schilderijen van twee schilders die mij nauw aan het hart liggen.

Het eerste is het gedicht “Al het oker van de wereld” dat ik schreef bij het werk “Melancholie. Dafür haben wir keine Zeit” van schilder-dichter Johan Clarysse – ART PAGE – en dat ik las bij de opening van zijn tentoonstelling ‘This Obscure Object’ in Galerie Pinsart die nog loopt tot 5 november 2023.

Bij een tweede, door mij ook al bijzonder geliefd schilderij, ‘Lager 7-Kahla-Leubengrund’ van Pol Delameillieure dat aan de onmenselijke dwangarbeid herinnert op het einde van WO 2 in het werkkamp Kahla, schreef ik het oorlogsgedicht “Lager 7”.

De beide gedichten hangen nu sinds gisteren samen met een afdruk van het schilderij in de poëziekastjes te kijk. Kunstenaar Johan Six was de man met de sleutel om de kastjes voor ons te openen.

Dank mijn beste Willy voor de uitnodiging. Veel dank ook aan Lieve Terrie voor de behulpzaamheid van het overbrengen van werk en gedichten op posterformaat.

#nieuwegedichten #detroostvankunstentuinen #willytibergien #poëziekastjesinDamme #Damme #lieveterrie #johansix #poëziecentrum

Facebook-bericht van 28/10/2023 (met foto’s)
Homepagina Johan Clarysse
Monumentverhalen Willy Tibergien
Willy Tibergien op Literair Gent
Al het oker van de wereld op De Schaal van Digther

Poserend na ‘het werk’
Lager 7 – Schilderij ‘Leubengrund-Kahla-Lager 7’ van Pol Delameillieure
‘Al het oker van de wereld’ met Schilderij van Johan Clarysse
Kunstenaar Johan Six of ‘De man met de sleutel’
Johan Six toont werk van hem

Herinnering aan Aldeia das Dez

Camiel in Aldeia das Dez” – 27/6/2010

Aldeia das Dez

Dorp van de Tien, dorp uit de duizend
waar mijn moeilijk Portugees van mijn taal
de hoeken schuurt en rondt.

(Taal die ik wil spreken. Taal die mij van
de waarheid de woorden doet verzinnen.)

De oceaan ligt achter ons, de klamme kust
een herinnering. De warmte zet ons
als in een stolp te kijk. Veel meer dan
wat er van onze reizen rest hou ik over.

Wie hier nog de dingen en de dagen
meten wil moet wel met klem ontkennen
dat de dingen niet te meten zijn.

© Paul Rigolle

Uit de cyclus ‘Ver weg in Europa”, in de bundel
Tot het bestaat‘ (C. de Vries-Brouwers, 2013)

Het gedicht ‘Aldeia das Dez’ schreef ik na een vakantie in Portugal in juni van het gezegende jaar 2010.
…/…
Dit gedicht staat sinds vandaag ook op de pagina
Alle gedichten tot dusver en verder” waaraan ik, ik maak mij sterk,
af en een oud of nieuw(er) gedicht zal toevoegen.

Recanati


(denkend aan Wallace Stevens)

Het maakt een verschil van jaren.
Hier, neergestreken in dit oude oord
dat Recanati heet, bewoon ik het landschap
van voor de regen terwijl thuis
de struiken in mijn kamer groeien.

Het hoofd te bieden aan wat voorafging, Wallace!
Het leven blijft ons voorgaan in wat we zijn
begonnen. De stukken die we hebben
weggenomen, voegen we jaren later opnieuw
aan onze archieven toe tot we denken

iets nieuws te hebben uitgevonden.
Het een draai te geven, tot slot! Een krul
in een geschrift. Vol ontzag te buigen!

Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles
waargemaakt in wat er staat geschreven.


© Paul Rigolle

Uit de cyclus ‘Ver weg in Europa”, in de bundel
Tot het bestaat‘ (C. de Vries-Brouwers, 2013)



Af en toe publiceer ik op deze pagina’s een nieuw of oud
gedicht; van vroeger of van vandaag.
Op de pagina “Alle gedichten tot dusver en verder” worden ze verzameld.

De speeltuin van de schrijver

Openingspagina ‘De Speeltuin van de schrijver”

De speeltuin van de schrijver

Een literaire wandeling doorheen het West-Vlaams spergebied van de sociale media

Komende zaterdag wordt in de Oostendse Bib “Jaarwerk MMXXII” het nieuwe jaarboek van de VWS voorgesteld dat hiermee al aan zijn achtste editie toe is. Voor de nieuwste jaargang schreef ik 2 bijdragen.

Eén over de intrigerende misdaadverhalen van ex-Bruggeling Jan Van der Cruysse (“De man van Zaventem“) (waarover later meer) en in een tweede ga ik in ‘De speeltuin van de schrijver‘ nader in op het gebruik van onder meer Facebook en literair getinte blogs door een aantal West-Vlaamse schrijvers en scribenten. Uiteraard kan deze wandeling enkel op een zeer selectieve en subjectieve manier stilstaan bij al die mensen die in West-Vlaanderen (en elders) schrijven en daarbij veelvuldig gebruik maken van de sociale media.
Mijn keuze over wie ik in ‘De speeltuin van de schrijver’ aan het woord laat heeft dus veel, zegmaar alles, te maken met mijn eigen particuliere voorkeuren. Zo laat ik in mijn stuk vooral door mij geliefde bloggers en facebook-ers aan het woord. Dat zijn bijvoorbeeld onder meer Pascal Cornet, Rino Feys, Johan Debruyne, Eva Vanhoorne, Jan Bib, Patrick Lateur (ex-blogger en FB-er) en nog een pak andere namen. Mijn slotsom daarbij lijkt wel een motto te zijn: ‘Elk medium is zoveel waard als zijn gebruiker‘.

Meer info: via dit Dun lied donkere draad-bericht van de VWS
Facebookbericht van 1/12/2022

Looking for the artist

Looking for the artist
Enkele aantekeningen bij de tentoonstelling XXII met nieuw werk van Joost Gevaert
20/05 > 19/06/2022, Gevaert Galerie, Zwevezele


Vrijdag 20 mei 2022

Joost Gevaert heeft iets met Romeinse cijfers. Zijn vorige tentoonstellingen gaf hij kort en krachtig de titels XIX en XX mee. Het mag ons dus niet verbazen dat we hier, op deze mooie inspirerende plek, samen zijn voor een nieuwe tentoonstelling die kortweg XXII heet. Een ondertitel zoals het geval bij de vorige (‘Abats des jours’) is dit keer afwezig. De kunstenaar blijkt overigens in het algemeen niet erg veel op te hebben met al dan niet verhelderende titels. En dat geldt zelfs voor zijn werk zelf. Nog het liefst van al, zo vertrouwde hij mij onlangs toe, gaf hij zijn werken helemaal geen titels maar bondige bijna koel-mathematische omschrijvingen als ‘untitled’ of ‘zonder titel’ mee. Maar titels zijn nu eenmaal een soort noodzakelijk kwaad; hulplijnen om het werk te benoemen.

Met deze XXII waarvan het derde cijfer met rood is opgemaakt, is Joost Gevaert aan zijn derde tentoonstelling toe in nauwelijks drie jaar tijd. Ook was zijn werk vorig jaar te zien in Roeselare in Ter Posterie op de boeiende tentoonstelling Time & Tide.

De vreemde pandemie die ons veel langer dan ons lief is heeft verlamd, ja zelfs verdeeld, lijkt naar buiten toe dus nauwelijks vat gehad te hebben op de onverbiddelijke kunstenaar die Joost is, én blijft. Natuurlijk, ook hij kijkt niet zorgeloos om zich heen. Pandemie, klimaat, de oorlog in Oekraïne … Er zijn in deze tijd kopzorgen genoeg voor de ordinaire stervelingen die we allen zijn. En specifiek stelt Gevaert zich ook wel ’s de vraag: wat betekent het om in deze tijd kunstenaar te zijn? En veranderen de sterk evoluerende wereld en denkwijzen de kijk van de artiest? Hebben die invloed op het werk zelf? Moet de kunstenaar nog wel voor een hommage aan de schoonheid zorgen? Het zijn vragen die ook Joost bezighouden maar er hem niettemin niet van weerhouden om onverminderd te doen wat hij hoort te doen: nieuw werk maken, zeg maar het beste werk maken naar eigen vermogen.

En dat blijft hij onverdroten doen, op een af en toe verbluffend veelzijdige manier. Dat is ook in deze XXII-tentoonstelling te merken. De kunstenaar werkt intuïtief, kwiek en alert, in een handomdraai switchend van discipline naar discipline, van medium naar medium. Er zijn nieuwe intrigerende schilderijen te zien, naast aquarellen, tekeningen, 3D-dingen, kijkkastjes, borden en vissen in aluminium.

De bijzondere thematiek van het totale werk zie je uitstekend weerspiegeld in de hashtags die hij op Instagram gebruikt en waar hij sinds zijn eerste post op 15 september 2018 een heel mooi overzicht biedt van zijn werk. Sociale media mogen dan voor sommigen een vloek zijn voor wie het werk van een kunstenaar op de voet wil volgen zijn ze een zegen. Elk voordeel heb zijn nadeel, zou Johan Cruijf zeggen. De instagram-hashtags bij Joost liegen er niet om: #abandoned #behindwindows #shadow #vide #cloudeddroom #absence #space #empty #windows #illusion #aroomwithaview #shelter #illusion #anotheremptyspace
Of hoe een kunstenaar zijn thematiek en zichzelf, misschien wel meer dan hij zelf wenst, weet prijs te geven. “Authenticity, often mistaken for naïvity” schreef iemand, Frederik Vanlaere, om hem niet bij naam te noemen bij een van de werken. En da’s geheel terecht.

De schilderijen en bij uitbreiding het hele werk van Joost roepen een vreemde, bijna voelbare spanning op. De ruimte wordt in veel werken begrensd en intens afgetast. Wat regelmatig opduikt zijn de ‘dots’, de ronde vlekken en de opstijgende vlekjes die een wat wrevelig en bevreemdend effect sorteren. De werken beelden vaak een contradictie uit: de volheid van de leegte en de leegte als invulling en bezieling van de ruimte. Daar verwijzen ook veel titels naar: Yellow space, For rent, Salmon room, Schaduw, Landschap, Gele Ruimte, Bonte Kamer, Blauwe ruimte, Bewolkte kamer… Lege kamers blazen de verbeelding leven in. In andere is er het struggelen met de lichamelijkheid. In veel ruimtes staat er iets te gebeuren, of lijkt er net iets gebeurd. Iets waar de kijker in een droomgebied, een tussentijd terechtgekomen, niet meteen de vinger weet op te leggen. Aanwezigheid lijkt op fluisteren. Shelter komt naast vide en shadow te staan. Er is vaak desolaatheid. Huis clos. Met de dichter Hans Lodeizen kun je zoals in zijn bekende regel zeggen: “Deze wereld is niet de echte”. Er zijn, voor wie er voor open staat, nog meer literaire reminiscenties in het werk van Gevaert aan te treffen. De vissen in aluminum, hoewel ook aan Magritte refererend, doen mij denken aan de Japanse schrijver Haruki Murakami. In een van zijn beste boeken ‘Kafka op het strand’ vallen ook bij hem de vissen als regen uit de hemel.

Deze tentoonstelling is meer dan de som van alle bij elkaar gebrachte werken. De meervoudige gelaagdheid in het werk van Joost zet ons geregeld op het verkeerde been. Trompe l’Oeil, optische illusies genoeg, geloof nooit wat je ziet. Een vleugje humor en een kwinkslag zijn nooit ver weg. ‘Let’s call this one untitled’ heet het ironisch in een werk uit 2020. ‘Meestal probeer ik iets te schilderen’ en ‘soms probeer ik niets te schilderen’ zegt de kunstenaar in 2019 in het kunstentijdschrift ‘The Art Couch’ over de essentie van zijn kunstenaarsschap.

En graag besluit ik deze aantekeningen met een persoonlijke noot. In de jaren zeventig van de vorige eeuw had ik het voorrecht om Wilfried Gevaert, de vader van Joost, goed te leren kennen. Er was toen zelfs even sprake om samen iets artistieks te beginnen. Daaraan moest ik eind verleden jaar met veel warmte terugdenken toen Joost mij uitnodigde om samen met hem ergens in de meersen van Moorslede de opening van een veldoven met ondermeer werk van hem bij te wonen. “Een feest van bouwen, stoken, wachten”. Een erg mooie ervaring was dat en ze confronteerde mij met een intense periode uit mijn eigen verleden. Zoveel jaar later zag ik de man die Wilfried Gevaert was, gereflecteerd in de man en de kunstenaar die zijn zoon geworden is. Het was een moment, een van de vele, waar ik dankbaar om ben. Zoals ook deze tentoonstelling werken bevat – daar ben ik zeker van – die impressies zullen oproepen waar we alleen dankbaar om kunnen zijn. Dankbaar ook om de schilderijen en beelden die naar de handen van de kunstenaar blijven zoeken. Om uiteindelijk iets te betekenen in het leven. En in de wereld.

Paul Rigolle,
Telkst uitgesproken bij de Vernissage van XXII, expo met werk van Joost Gevaert
Galerie Gevaert, vrijdag 20 mei 2022

Thuissite Joost Gevaert
Galerie Gevaert

Couloir – Joost Gevaert
Groene stippen-Joost Gevaert
Catalogus XXII – Joost Gevaert

Geluk in de regen

Renaat Ramon, al sinds ik hem in het gezegende jaar 1976 mocht leren kennen meer dan een man naar mijn hart, schreef voor het blad ‘De Geus’ dat driemaandelijks verschijnt een ‘poëstille’ over mijn gedicht ‘Jaagpad’.

Het gedicht dat deel uitmaakt van het “Poëziepad van A tot Z” staat sinds oktober van verleden jaar langs het Jaagpad van de Schelde tussen Escanaffles en Bossuit. Op de grens van twee talen, op de grens van wie het verbindt.

Meer info:
‘Jaagpad’ langs de Schelde’
De Geus

De Geus – Jrg 54-nr 2-April 2022-pagina 41

De integrale tekst van Renaat Ramon in ‘De Geus’:

Geluk in de regen.

Paul Rigolle zet een punt.

Gejaagd is de dichter Paul Rigolle (°1953) niet. Zijn recentste bundel Tot het bestaat verscheen in 2013. Sindsdien publiceert hij zijn gedichten vooral in Digther, een tijdschrift waarvan hij omtrent de eeuwwisseling een van de wroede vaders was en dat, teken des tijds, sinds 2012 onder de naam De schaal van Digther in digitale vorm overleeft. Onder leiding van Paul Rigolle. Het gedicht Jaagpad is sinds vorig jaar op het scherm te lezen.

Jaagpad opent met een originele metafoor. De ‘ons’ in de eerste versregel, dat zijn de wandelaars en de fietsers die het landschap lezen. Het landschap en de rivier. Die zich als tekens, als leestekens bewegen. Die pauzeren, die reflecteren over wat geweest (gelezen) is, die vragen stellen over wat komt. Op het ritme van de ademhaling. Tijd en ruimte liggen open en worden overbrugd. Je wordt herinnerd aan het klassieke beeld van de natuur, van het heelal als boek.

De wandelaar, de fietsers – de mensen – volgen de stroom: zij leven. Met alle geluid, met alle geweld van dien.

Maar het kolken en klokken – in de verte hoor je de zee van Willem Kloos: ‘de Zee klotst voort in de eindeloze deining’ – blijken arcadisch te zijn, met als climax, aangegeven door een dubbelpunt, de openbaring, het ultieme besef: ‘Geluk is een jaagpad in de regen’.

Veel vroeger, in de bundel Mond- en Clownzeer (1980) had Rigolle, in een stad
geboren zijnde, het zebrapad geprezen, wellicht ook met enige ironie: ‘Een
zebrapad is een weelde! Elk denken verloopt er licht’ en, welwillend en veilig van achter een raam, ook de regen: ‘God, zie hoe het regent, midden juni, waar/ik zit en weet: Hoe vanavond laat,/voor dit raam, de stadlichten zullen openbloeien/ als hangende tuilen goedkope bloemen.’

Jaagpad, dat je rustig een pastorale mag noemen, telt precies honderd woorden, evenwichtig verdeeld over vijf terzinen. De dichter toont zijn vakmanschap.
In de tweede regel van de eerste strofe verschijnt, bijna halverwege, het
eerste leesteken: een punt. Er wordt even halt gehouden. Ook de dichter houd even halt – om een punt te zetten.

De derde regel enjambeert functioneel: de versregel die begint met ‘Kijkend naar’ verwijst naar ‘wat achter ons ligt’ in de volgende strofe – ook letterlijk dus.

Ook in de derde strofe worden adequate punten gezet: ‘Adempauze. Pas op de plaats.’ – waarna beweging volgt, drie strofen ver. Ook de ritmische deining van kolken en klokken wordt typografisch getoond.

Het ontbreken van specifieke geografische gegevens – het jaagpad is ‘Een rivier op aarde’ – zorgt er voor dat het gedicht het regionale, de anekdotiek, overschrijdt en de aandacht geheel naar de sensitieve belevenis gaat.

Fietsen is niet altijd een feest. De hel van het Noorden (1982) is een titel die de wielerfanaten enigszins misleidt – de bundel gaat niet over keien – maar heeft Rigolle wel de reputatie van ‘dichtende Flandrien’ bezorgd. Het heeft hem niet belet aan de Waalse coureur Claude Criquielion aandacht te bestenden (Op de Helling, 1990). Op de tandem met Patrick Cornillie heeft hij de bloemezing ‘Het wielrennen in de Nederlandse Literatuur’ samengesteld onder de woordspelige titel Vélo-Dromen (1991).

Overigens is de poëzie van Paul Rigolle dromerig noch woordspelig. Het is een poëzie waarin vaak kritische leestekens worden gezet.

© Renaat Ramon

Poëstille, De Geus, Jaargang 54, nr 2,April 2022

…/…

Jaagpad

Trage wegen dragen ons als leestekens
in het landschap. Even halt te houden,
even een punt te zetten. Kijkend naar

wat achter ons ligt en naar wat nog
moet komen, zoveel tijd is er ons gegeven
om ons niet te moeten haasten.

Adempauze. Pas op de plaats.
We ademen in en uit, bladeren
in het boek van tijd en ruimte,

slaan lang en breed een brug,
wandelen en fietsen langs het water
dat tussen de oevers deint en kolkt

en klokt. Een stroom te volgen!
Een rivier op aarde en dan plots beseffen:
Geluk is een jaagpad in de regen.

© Paul Rigolle

Atlas – Renaat Ramon