“De signaliserende afbeelding bestaat al zolang de afbeelding bestaat: F. Goya heeft met zijn gruweltekeningen over de Napoleontische oorlogen willen teweegbrengen bij de onwetenden over wat in Spanje gebeurde. En T. Géricault heeft met zijn “vlot van de Medusa” willen verwittigen voor wat kan gebeuren wanneer de bewegingsvrijheid van de mens te klein wordt. Mensen werden in de 19° eeuw al gewezen op het dier dat in hen school, en op wat er kon gebeuren wanneer de beschaving faalde en de mens de controle verloor over de bewegingen van de massa.”
Uit de inleidende tekst van Johan Laethem bij de expo ‘Signalen’ op 30/4/2022 in Huis De Leeuw in Zulte-Machelen (van Pol Delameillieure en JOhan Laethem)
Een wel erg passende passage bij de actualiteit van de gruweloorlogen vandaag de dag in het Midden-Oosten en op de slagvelden van Ukraïne. Bijzonder passend ook bij het schilderij ‘Goya was right‘ (uit 2016) van Johan Clarysse (pagina 43 – in zijn recente overzichtsboek ‘This obscure object).
Een tentoonstelling met een overzicht van het werk van Johan Clarysse en aansluitend bij het boek loopt nog tot 5 november 2023 in Galerie Pinsart in Brugge.
Vandaag namen we in de Gentse Sint Stefanuskerk afscheid van Maaike Bearelle. Maaike die op woensdag 4 juni 2014 overleed, was een – o die understatements – geliefde fotografe in Gent en grote omgeving… Zij maakte de foto’s die als kaftontwerp dienden voor mijn dichtbundels Van het hart een steen (2009) en Tot het bestaat (2013). Recent bezorgde zij ook de foto die als basis diende voor de cover van ‘Poppy en Eddie‘ van Herman Brusselmans.
Verleden week maakte ik met plezier drie dagen zoek in Het Noorden. ‘La Piscine’, ‘Villa Cavrois’ en ‘Musée Matisse’, het zijn stuk voor stuk plaatsen die meer dan ‘le détour’ verdienen. Als uitvalsbasis was ‘B&B De Deugdzonde’ in Sint-Denijs uitermate geschikt. Een verslagje staat op mijn weblog. Meer foto’s vind je op deze publieke facebook-pagina.
Ha vrienden… Ik weet niet of er zoiets bestaat als “een verjaardagsmens”. Zeker is dat ik er zelf géén ben. Absoluut niet, want bijzonder warm of koud van een verjaardag word ik nu eenmaal niet. Niettemin… Niettemin mag ik vandaag iedereen bedanken die mij gisteren met een warme attentie bedacht, ja mij zelfs een volle aai over de bol bezorgde bij mijn (zoveelste) verjaardag! Eén voor één heb ik jullie wensen ‘geliked’. En graag. Toch word ik, als je het mij dan toch zou vragen veel liever een ‘dagjesmens’ genoemd dan een ‘verjaardagsmens’. Gisteren was dat niet anders.
Na een middagje gezellig tafelen bij onze vrienden van Bistrot La Vadrouille en wat cyclocross kijken in Dublin (“ha die modderstroken, en ha die vod in ‘den derailleur’ van Wout van Aert”) was het in uitgesteld relais tijd voor meer dan wat gepaste ernst en aandacht. Wat een schitterende Alleen Elvis blijft bestaan-aflevering met David Van Reybrouck was dat! Het werd een bijwijlen begeesterende, én ontroerende aflevering. Voorwaar één om op de digicorder vast te pinnen en nog meerdere keren te bekijken.
Helemaal tot slot van de dag lagen er voorts nog een aantal pagina’s van ‘De Jaren’ van Annie Ernaux op mij te wachten. Het bestsellerboek van de Nobelprijswinnares heeft immers eindelijk ook mijn nachtkastje bereikt. En zo eindigde de dag van gisteren toch nog min of meer in ‘achteruitkijkmodus’…
Ach, wat moet zo’n verjaardag meer om het lijf hebben om als een duimspijker – een warme ‘punaise’ – vastgeprikt te worden op het behang van de dagen van december? Niets toch. Een tekening die vandaag perfect bij dat gevoel past is er ééntje van Maria Blondeel, een kunstenares die ik niet persoonlijk ken maar waarvan ik – Facebook weze voor één keer uitgebreid bedankt – het werk blijvend ben gaan waarderen. Voorts wens ik jullie én mezelf in de toekomst nog héél erg veel ‘verjaardagen’ in deze vorm, weinig spectaculair, maar wél gelardeerd met hier en daar wat ‘duimspijkergevoel’. Als het even kan zelfs dagelijks!
Een zondag in september… Geen tijdstip is beter geschikt om met je ‘petekind’ (Ward Rigole) te toasten op “de aerokogel uit Schepdaal”, Remco Evenepoel zijnde de nieuwe wereldkampioen en Hét Leven. Die fles ‘Tomasella Spumante Rigole’ maakte het tafereeltje naar ons gevoel helemaal af.
Misschien zit ook bij mij de ouwe Heer Thomas Stearns Eliot er wel voor iets tussen… Zou het? Kan het! Vaak en veel geciteerd alvast – en niet alleen door mij – is dat eerste, overbekende vers uit ‘The Burial of the Dead’ uit “The Waste Land” dat uit het gezegende jaar … 1922 dateert…
‘April is the cruellest month, breeding Lilacs out of the dead land, mixing Memory and desire, stirring Dull roots with spring rain.’ (…)
En kijk – honderd jaar en een eeuwigheid later – schrijven we, schrijf ik, alweer eind april en daar, daar treden net als elk jaar opnieuw de blikkerende scharen van de ploegen aan om alles bloot te leggen en te ontginnen. Om de winter achter ons te laten en open te breken wat – diepe ader van de aarde – was dichtgeslibd…
Weinig, weinig gaat wat mij betreft boven de aanblik van die brakke, blote, opengereten Aarde van April. Klaargelegd, omgeploegd en aangesneden voor wat komt! Een vorm van intense blijheid maakt zich zowaar van mij meester. Een blijheid is het die haaks staat op de gevoelens die de actuele toestand van de wereld momenteel oproept.
Maar mag het even… Dat hoop scheppen, dat moed vatten… Laat april – wreed of niet, cruel or not – dus nog maar even duren!
Je mag van de sociale media zeggen wat je wil. Je haar mag er van recht komen. Of dat op je armen. Je kan vloeken om er wat er staat, en je kan tieren om wat er niet staat en verzwegen wordt.
Hackers en criminelen zoeken naar het kleinste lek. Intimidatie, riooljournalistiek, manipulatie, het sturen van jouw gedachten die, let op, nauwelijks nog je eigen gedachten zijn… Je kunt niet genoeg op je hoede zijn. Elk moment op je qui-vive… Er is geen andere attitude mogelijk. Let op wat je prijsgeeft… Let op waaraan je zin geeft… Let op…
Wat je ook mag beweren: er zullen veel dingen van waar zijn. En er zullen een pak andere dingen zijn die niet in de verste verte met de waarheid stroken. Of kunnen stroken… Maar niettemin zul je mij, after all, nooit een abjecte en totale tegenstander van ‘dit soort media‘ kunnen noemen. Niet zoals sommigen zichzelf, niet zonder een pak hautain en afstandelijk voorbehoud, al van vooraf met veel aplomb als een rabiate non-believer wensen te profileren. Daarvoor stoot ik – minstens al twee decennia lang een internaut vanjewelste – te veel en te vaak en her en der, en dikwijls ook dankzij een vreemd toeval, op hele mooie hartverwarmende dingen, beelden, teksten, stemmen en sites…
Iemand die ik graag blijf volgen op Instagram en elders is de fotograaf die zichzelf “Augustusfarmer” noemt . Ik weet niet goed wie achter de benaming schuilgaat… Dat hoeft ook helemaal niet. Zolang ‘Augustusfarmer‘ zijn identiteit niet verder prijsgeeft of die wenst prijs te geven heb ik daar géén enkele moeite mee. Het mag en kan: verscholen blijven! Op Internet. Of elders. Respect, diep respect daarvoor. Zelfs respect voor wie er in het leven het zwijgen toe doet. En daarvoor kiest.
En zo kom ik, om dit alles een beetje te duiden, uit bij een instagram-post die ik vanmorgen integraal heb overgeschreven. En die ik wens te onthouden en te bewaren:
Today i have awoken with mega head pain that financial admin worries have compounded. So i’m going to get on one of those bikes and ride it nowhere but still get somewhere.
Ik ken warempel zelf dat gevoel: je fiets nemen om nergens heen te rijden en tenslotte beseffen dat je aan het eind van de weg toch ergens bent uitgekomen.
Dit soort fietsen, het is een zachte daad die ook mij regelmatig, meer dan wat ook, en zeker ook in tijden van ontij en oorlog, mag opvrolijken in het leven!