“Altijd fijn om ’s de koppen bij elkaar te steken!”
Gisteren mocht ik voor de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers (VWS) een mooi gesprek hebben met Gie Devos. Over onder meer “Twintig jaar Penhuis” en het nieuwe eenentwintigste (!) seizoen van straks (met daarin de 100° aflevering). (Zie: Het Penhuis). En meer nog over schrijven en tekenen in dit leven. Het relaas van het gesprek vind je eerlang in het nieuwe VWS-jaarboek “Jaarwerk MMXXIII” dat verschijnt op vrijdag 13 oktober 2023 en tgv de uitreiking van de jaarlijkse VWS-prijs wordt voorgesteld in Roeselare.
“Het terras van Bistro juste Kortrijk was, als je het mij vraagt, gisteren hélemaal de juiste plaats!”
In afwachting van het nieuwe Penhuis-seizoen plaatst Gie Devos vanaf vandaag elke dag een affiche op de FB-pagina van Het Penhuis. Vandaag de mooie (en licht aandoenlijke) aankondiging van de eerste Penhuis-bijeenkomst op 29 oktober 2003 met Peter Verhelst!
Dichters Thuis in Puivelde – Editie 7 op zondag 21 Mei 2023
Verheugd om tijdens de nieuwste editie van “Dichters Thuis in Puivelde” deel te mogen uitmaken van dit uitgelezen poëtisch gezelschap! Voor de zevende maal vormt Puivelde het ideale decor voor landelijk en dichterlijk genot. Tuinen die een namiddag lang transformeren in literaire salons, vrienden van de poëzie die zich vlijen in sofa’s en graspartijen. Vijf dichters die je ontroeren met een voordracht uit hun werk, en een poëtisch en muzikaal slotakkoord in de parochiekerk: dat is Dichters Thuis in Puivelde.
Er zijn sessies voorzien om 14, 15 en 16 uur, en een muzikale en poëtische afsluiter in de kerk om 17 uur. Na afloop wordt u een kleine receptie aangeboden. Dichters Thuis in Puivelde is een organisatie van auteur Frank Pollet, de Bib en CC Sint-Niklaas. Met medewerking van Cultuurtuin WAAS. Prijs: 7 EUR
Leesnotities – Op het leeslijstje (12 ) Over ‘Ik=Cartograaf‘ van Jeroen Theunissen Vrijdag 28 april 2023
“De wereld is een tekening die te lang in de zon heeft gelegen.” (p256)
De voorbije dagen en weken las ik een van de beste boeken die ik dit jaar al gelezen heb. In ‘Ik=Cartograaf’, zijn zeer aangenaam verrassend boek uit 2022, stapt de Gentse auteur en dichter Jeroen Theunissen in zes maanden tijd vanuit Caherciveen, het uiterst zuidwestelijke punt van Ierland naar Istanbul, het einddoel van zijn wandelreis. Omdat zijn leven en huwelijk in 2017 op een dwaalspoor zijn geraakt – met ademnood en paniekaanvallen toe – besluit Theunissen, onvervaard als hij zich voorneemt te kunnen zijn, om in 180 dagen voor zichzelf alle muizenissen uit zijn leven weg te wandelen. In zijn tocht beweegt hij als geboren cartofiel en zonder gps van links naar rechts op de kaart van Europa. Traagheid en verdieping zijn het doel. Een ode aan de nutteloosheid en een boek dat veel meer is dan een reisverslag tussen Ierland en de Bosporus zijn het intense resultaat. Achtereenvolgens doorkruist hij Ierland, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Polen, Oekraïne (toen nog niet in een vernietigende oorlog gewikkeld), Roemenië, Bulgarije en Turkije.
We vinden hem terug praatjes makend in de uitgangsbuurt van Istanbul, stappend door de bossen van Europa, beren vermijdend en we zien hem in Roemenië aan de Donau een ‘droomvogel’ ontmoeten. In Bulgarije ziet hij bevestigd hoe het kapitalisme naar tabak ruikt. Hij vertelt zijn twee zoontjes het inslaapverhaaltje van Franske, het neefslaafje van Dikke Oom Jan die niet eens zijn echte oom is, en een zwaluw als enige beste vriend heeft. Met kunstenaar en amateurornitholoog O.C. Hooymeijer mijmert hij mee over het bestaan van alle mogelijke niet-bestaande vogels, bezoekt in het tegenwoordig felbelaagde Brody-Liviv de geboorteplaats in Oekraïne van Joseph Roth, filosofeert online met een Gentse filosoof terwijl hij mits veel handenwerk van zijn nieuwe beluikje in het centrum van Gent een aardig optrekje maakt. Hij raakt op zijn wandelreis levens aan, beschouwt ze maar intervenieert nauwelijks terwijl hij zich de vraag stelt of hij een boek aan het schrijven is over zijn thuisloosheid in Europa. (p181).
Maar vooral en uiteindelijk maakt hij een kaart van woorden, zijn hoogsteigen en niet-versagende manier om een cartograaf te zijn. Dit zeer lucide en stilistisch knap tegen de achtergrond van een veranderde technologische wereld. Bovendien weet Theunissen daarbij zorgvuldig de valkuilen van al te veel anekdotiek te vermijden.
Ik=Cartograaf is uiteindelijk een erg gelaagd, én geslaagd, literair verslag over een louterende reis geworden. Een reflectie over de huidige stand van Europa en de wereld. Tegelijkertijd is het een getuigenis afleggende existentiële denk- en stapoefening van het leven van een schrijver.
Je krijgt zowaar zin om het zelf op een wandelen te zetten.
Een gesprek over het boek bijwonen met de auteur die ook nog een erg minzaam causeur blijkt te zijn, zorgt voor bijkomende pigmenten bij het boek. Dat bleek gisterenavond uitvoerig in de Bib van Tielt waar Jeroen Theunissen in gesprek trad met Xavier Roelens.
Ik=Cartograaf is pas het allereerste boek dat ik van Jeroen Theunissen las. Na lezing is het een voortreffelijk idee om alles wat deze auteur geschreven heeft of nog gaat schrijven op de voet (!) te blijven volgen.
Fragment: “En misschien, stelde ik mij voor terwijl ik naar de Donau keek, zijn we in Europa allemaal Kelten. Misschien zijn we allemaal migranten. Het is maar een verhaal. Natuurlijk. Maar ik wens het te houden. De verenigende verhalen – bijvoorbeeld dat een rivier die in de Zwarte Zee uitmondt verwant is aan een heuvel in West-Ierland – wil ik behouden, en de andere verhalen, de verhalen die verdelen, over bier drinkende Germanen en wijn drinkende Romanen, over luie zuiderlingen en stramme noordelingen, over Noord-Italianen en Zuid-Italianen, over Vlamingen en Walen, over Duitsers en Oostenrijkers, over protestanten en katholieken en moslims en niet-moslims, over Roemenen en Bulgaren, over Turken en Europeanen, over Oekraïners en Russen, over Britten en Fransen, over Roma en Gosj, zou ik liefst vergeten. Is die gedachte naïef? Best, dan is die gedachte naïef.” (p152)
Jeroen Theunissen, Ik = cartograaf, De Bezige Bij, 2022, 432 p., 24,99 euro.
Op Radio 1 loopt dezer dagen de nieuwste editie van de Classics 1000. Ja, er zullen in de lijst ongetwijfeld dingen staan waarvan je blij bent dat je ze nog ’s hoort. Andere nummers zijn vaak inwisselbaar voor dingen die er omjoostweetwelkereden niet instaan. De zinloosheid van lijstjes, je kent dat wel… Maar veel nummers zijn afkomstig van…
Dorp van de Tien, dorp uit de duizend waar mijn moeilijk Portugees van mijn taal de hoeken schuurt en rondt.
(Taal die ik wil spreken. Taal die mij van de waarheid de woorden doet verzinnen.)
De oceaan ligt achter ons, de klamme kust een herinnering. De warmte zet ons als in een stolp te kijk. Veel meer dan wat er van onze reizen rest hou ik over.
Wie hier nog de dingen en de dagen meten wil moet wel met klem ontkennen dat de dingen niet te meten zijn.
Het gedicht ‘Aldeia das Dez’ schreef ik na een vakantie in Portugal in juni van het gezegende jaar 2010. …/… Dit gedicht staat sinds vandaag ook op de pagina “Alle gedichten tot dusver en verder” waaraan ik, ik maak mij sterk, af en een oud of nieuw(er) gedicht zal toevoegen.
Verleden week maakte ik met plezier drie dagen zoek in Het Noorden. ‘La Piscine’, ‘Villa Cavrois’ en ‘Musée Matisse’, het zijn stuk voor stuk plaatsen die meer dan ‘le détour’ verdienen. Als uitvalsbasis was ‘B&B De Deugdzonde’ in Sint-Denijs uitermate geschikt. Een verslagje staat op mijn weblog. Meer foto’s vind je op deze publieke facebook-pagina.
Leesnotities – Op het leeslijstje (11) Over ‘Dit is mijn moeder‘ van Tommy Wieringa
“Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen”
Een van de allermooiste moederportretten die ik de voorbije dagen, én zeg zelfs maar jaren, gelezen heb is het uitgepuurde monument dat Tommy Wieringa optrekt voor zijn overleden moeder in ‘Dit is mijn moeder’.
Wieringa, in zijn vroegste jeugd teruggekeerd uit Aruba, is en blijft wat mij betreft een van de Nederlandstalige auteurs van wie je als lezer alles wil lezen wat je maar van hem onder handen kunt krijgen. Dit uiteraard alweer ‘tot spijt van wie het benijdt‘. Ooit was hij, naar het heet, ‘aanstekerverkoper op de openbare markt’, maar nu durven we hem hier zonder dralen een van de allergrootste aansteker-stilisten noemen die onze literatuur momenteel rijk is. Ooit liet hij zich, aan het eind van de vorige eeuw, in een interview in het tijdschrift ‘Vooys’ de gevleugelde woorden ontvallen: “Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen.” Het typeerde hem zeer en het typeert hem twee decennia later nog altijd. Het is ook exact de reden waarom ‘Dit is mijn moeder’ zo’n warm en intiem lezend moederportret is geworden. In korte hoofdstukken, waarin hij het niet alleen over zijn moeder heeft maar ook over eigen herinneringen aan haar, schetst hij tot in haar laatste levensdagen, verteerd als ze is door kanker, een beeld van zijn complexe en woelige relatie met de vrouw die hem al “halvelings in de steek liet” toen Tommy pas twaalf was.
Het boek dateert al van 2019 en is geschreven “Ter nagedachtenis aan Lia Wiersema (1942-2015)” zoals het vooraan vermeld staat. Met Wieringa zit je mee aan haar sterfbed ‘met het opschrijfboekje in de hand om de woorden uit haar mond op te vangen’. Uiteraard: ‘Een vruchteloze bezwering. ‘Niet één woord dat ik opschrijf vervangt ook maar een ademtocht van dat onstuimige, tegenstrijdige leven van haar.’ (In het hoofdstukje ‘Totaal oranje kamer’). Na lezing van ‘Dit is mijn moeder’ ga je het bijna betreuren dat je die onbuigzame stijlvolle dame nooit persoonlijk hebt mogen kennen. Al zal het voor de kleine Tommy Wieringa niet zo vanzelfsprekend geweest zijn om in haar buurt op te groeien. Ook al was hij, naar blijkt uit dit liefdevol geschreven boek, sterk genoeg om al van jongs af aan haar recht op excentriciteit te verdedigen.
Fragment: “Bij het ontbijt in de tuin vertel ik mijn neefje over de Struikelrover, een rover in het bos die je altijd hoort aankomen omdat hij de hele tijd ergens over struikelt. Aan het eind van het verhaaltje geeft iedereen de Struikelrover altijd vrijwillig wat hij wil hebben omdat het anders zo zielig is voor hem. De Struikelrover en zijn vrienden Bloedige Ernst en Houten Dief worden vaak op de hielen gezeten door Generaal Pardon en zijn mannen; nou ja, ik heb er zelf in elk geval veel plezier van. Wanneer de zon op zijn hoogtepunt is brengen ze me naar de boot. We zwaaien alsof we elkaar heel lang niet zullen zien.” (Fragment ‘de Struikelrover’, p 22 – Dit is mijn moeder)
De volgende Wieringa op mijn leeslijstje is wellicht zijn meest recente boek ‘Gedachten over deze tijd’ uit 2020, een verzameling essay’s en columns die eerder verschenen in NRC.
Het maakt een verschil van jaren. Hier, neergestreken in dit oude oord dat Recanati heet, bewoon ik het landschap van voor de regen terwijl thuis de struiken in mijn kamer groeien.
Het hoofd te bieden aan wat voorafging, Wallace! Het leven blijft ons voorgaan in wat we zijn begonnen. De stukken die we hebben weggenomen, voegen we jaren later opnieuw aan onze archieven toe tot we denken
iets nieuws te hebben uitgevonden. Het een draai te geven, tot slot! Een krul in een geschrift. Vol ontzag te buigen!
Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles waargemaakt in wat er staat geschreven.
Af en toe publiceer ik op deze pagina’s een nieuw of oud gedicht; van vroeger of van vandaag. Op de pagina “Alle gedichten tot dusver en verder” worden ze verzameld.
“De landschapschilderingen lijken te zijn geschilderd tijdens een aardbeving. De Escalier Rouge is een trap-straatje tegen een heuvel opgaand in Cagnes (een plaatsje in Zuid-Frankrijk waar Soutine een tijd heeft gewoond); het moet in werkelijkheid recht zijn geweest, maar bij Soutine kronkelt het als een lavastroom. Vergezichten van huizen boven op een heuvel in het dorp laten zien dat de aarde draait- en verdomd hard ook. “
Mag ik jou, mag ik jullie voor het nieuwe jaar alweer het allerbeste wensen. Ja, natuurlijk mag ik dat! Héél veel liefde, geluk, veerkracht en vooral veel Schoonheid gewenst voor een zo gezond mogelijk en creatief 2023.
Wie in extremis nog iets zou zoeken voor eindejaar, en ook nog houdt van wielrennen – het een hoeft het ander niet uit te sluiten – dan is er de “Koerskalender 2023”. Oordeelkundig voor Uitgeverij Lannoo samengesteld door Geert Vandenbon die ook nu weer voor een heel mooi ensemble van wielerweetjes en fietswijsheden zorgt. Dit jaar zijn er drie teksten van mij opgenomen: Op zaterdag 29/4/2023 staat ‘Het lied van Dylan Teuns’ na te lezen. Op donderdag 15/6/2023 lees je ‘Niet het rijden’ en op dinsdag 24/10/2023 vind je mijn wielergedicht over die alombekende plek uit de recente wielergeschiedenis ‘La Planche des belles filles’.