“Aankomen in Oudenaarde“ (“een pas op de plaats tussen de Poëzie van de Koers en de Koers van de Poëzie“)
De ‘Poëzieweek’ mag dan wel al een tijdje achter de rug zijn, straks is er alweer ‘de Grote Vlaamse Wielerweek’. En kijk, op woensdag 30/3/2022, in de ultieme dagen en uren voorafgaand aan de Ronde van Vlaanderen mag ik in een verlate Gedichtendag-editie samen met de vernieuwde Openbare bibliotheek Oudenaarde te gast zijn in het Oudenaardse CRvV, Centrum Ronde Van Vlaanderen . Meer info volgt nog in de komende dagen. Ingang gratis en iedereen welkom! Want ook ‘It takes a Believer‘ (Nils De Caster & Sara De Smedt) zal er zijn.
Sky and the trees And birds and the bees Life on earth is long
Rivers and lakes And floods and earthquakes Life on earth is long And oh, I might not meet you there Leaving, it’d be armed repair Won’t you hold me So I can see
The man in the mask at the desk with a flask Sings, “Life on earth is long” And the girl in a cage with the moon in her eye Sings, “Life on earth is long”
And oh, I might not meet you there Do feel the breeze and breezy air But it’s in me Infinitely
Monarchs and flight Dawns early light Life on earth is long And the sun in the west and the one you love best Life on earth is long And oh, I might not meet you there Spirit blinded by despair Oh, but the lighting strikes To illuminate the night
And oh, I might not meet you there Through galaxies, of song and prayer I’ll be lost in time Going on about it Egyptian spring and love in Beijing Life on earth is long
Je mag van de sociale media zeggen wat je wil. Je haar mag er van recht komen. Of dat op je armen. Je kan vloeken om er wat er staat, en je kan tieren om wat er niet staat en verzwegen wordt.
Hackers en criminelen zoeken naar het kleinste lek. Intimidatie, riooljournalistiek, manipulatie, het sturen van jouw gedachten die, let op, nauwelijks nog je eigen gedachten zijn… Je kunt niet genoeg op je hoede zijn. Elk moment op je qui-vive… Er is geen andere attitude mogelijk. Let op wat je prijsgeeft… Let op waaraan je zin geeft… Let op…
Wat je ook mag beweren: er zullen veel dingen van waar zijn. En er zullen een pak andere dingen zijn die niet in de verste verte met de waarheid stroken. Of kunnen stroken… Maar niettemin zul je mij, after all, nooit een abjecte en totale tegenstander van ‘dit soort media‘ kunnen noemen. Niet zoals sommigen zichzelf, niet zonder een pak hautain en afstandelijk voorbehoud, al van vooraf met veel aplomb als een rabiate non-believer wensen te profileren. Daarvoor stoot ik – minstens al twee decennia lang een internaut vanjewelste – te veel en te vaak en her en der, en dikwijls ook dankzij een vreemd toeval, op hele mooie hartverwarmende dingen, beelden, teksten, stemmen en sites…
Iemand die ik graag blijf volgen op Instagram en elders is de fotograaf die zichzelf “Augustusfarmer” noemt . Ik weet niet goed wie achter de benaming schuilgaat… Dat hoeft ook helemaal niet. Zolang ‘Augustusfarmer‘ zijn identiteit niet verder prijsgeeft of die wenst prijs te geven heb ik daar géén enkele moeite mee. Het mag en kan: verscholen blijven! Op Internet. Of elders. Respect, diep respect daarvoor. Zelfs respect voor wie er in het leven het zwijgen toe doet. En daarvoor kiest.
En zo kom ik, om dit alles een beetje te duiden, uit bij een instagram-post die ik vanmorgen integraal heb overgeschreven. En die ik wens te onthouden en te bewaren:
Today i have awoken with mega head pain that financial admin worries have compounded. So i’m going to get on one of those bikes and ride it nowhere but still get somewhere.
Ik ken warempel zelf dat gevoel: je fiets nemen om nergens heen te rijden en tenslotte beseffen dat je aan het eind van de weg toch ergens bent uitgekomen.
Dit soort fietsen, het is een zachte daad die ook mij regelmatig, meer dan wat ook, en zeker ook in tijden van ontij en oorlog, mag opvrolijken in het leven!
‘Alles van waarde is weerloos’, dat weten we met Lucebert al eeuwen…
Dan mogen we ons bijna, heel bijna maar nog niet helemaal, bevrijd voelen van die naargeestige pandemie komt daar een rancuneuze en krijgszuchtige ex-kgb-er de wereldvrede op stelten zetten…
Hoe als enkeling, deelgenoot én ronduit vredelievende wereldburger daarop te reageren? Plaats te bepalen, daarmee om te gaan… Marieke Lucas Rijneveld doet het alvast op zijn manier. Mét een gedicht! “Een krijgszuchtige tijd“, vandaag op de voorpagina van De Morgen. Omdat alles van waarde weerloos is… én blijft! Zal blijven…
“Van alle zeedieren bleef alleen bij de dolfijn de glimlach bewaard”
(Uit ‘Appelblauwzeegroen’ van Herlinda Vekemans)
Er zijn in ons taalgebied zoveel dichters op een integere en intense manier bezig met het – vers voor vers -opbouwen van een oeuvre dat – eerder stil en zonder grote kapsones of gebaren – uiteindelijk toch terecht komt waar het moet komen: bij een ruimer poëzieminnend, en vaak zelf schrijvend publiek. Zo’n dichter is zonder twijfel Herlinda Vekemans. Komende zaterdag 5 maart 2022 stelt ze in de Leuvense Bib haar nieuwste bundel ‘Appelblauwzeegroen’ voor. (Zie de uitnodiging in bijlage).
Herlinda Vekemans (1961) geeft Engels voor medische en biomedische doeleinden aan de KU Leuven. Ze publiceerde eerder vier bundels bij PoëzieCentrum. Ze debuteerde aldaar in 2005 met ‘Versneden‘. Daarna volgden ‘Buiging‘ (over en mét D.D. Sjostakovitsj) (2006), ‘Schrikdraad‘ (2011) en ‘Kwartet voor het einde van de tijd‘ (over en mét O. Messiaen) (2015). ‘Appelblauwzeegroen’ is bijgevolg al de vijfde bundel op rij die bij het Poëziecentrum verschijnt. Het geeft aan hoe ‘onversaagd’ een dichter als Herlinda Vekemans blijft verderschrijven.
Zelf leerde ik Herlinda op een erg aangename manier kennen toen ik omstreeks het jaar 2007 deel ging uitmaken van de redactie (en eigenlijk ook wel van het gelijknamige collectief) van het literaire tijdschrift ‘Digther’, dat vanuit de Westhoek op papier met de nodige literaire zwier teksten op de wereld losliet. Later vervelde het tijdschrift met ‘De Schaal van Digther’ tot een tijdschrift dat enkel nog in digitale vorm verschijnt. Iets wat het voorbije decennium wel meer literaire tijdschriften is overkomen.
Ik heb dus alle reden van spreken als ik zeg dat ik met Herlinda een aimabele literaire dame van stand heb leren kennen. Haar nieuwe voortreffelijk vormgegeven bundel Appelblauwzeegroen zag ik eind verleden week al in Boekhandel Limerick liggen, en wat had je gedacht, ik kon er onmogelijk aan weerstaan. Ik woog hem op de hand, bladerde, genoot van hoe de gedichten zich een voor een aan mij voorstelden, waardeerde hun uitzicht en taxeerde hen al even vluchtig op hun actuele en vaak prangende inhoud. Kortom: ik zag meteen dat het goed zat.
Ik ben er van overtuigd dat jullie dat komende zaterdag in de Leuvense Bib Tweebronnen met mij zelf zullen kunnen vaststellen. Bart Vonck leidt in, Herlinda leest en er is muziek van Serdar Demirbas (saz en zang) en Ann De Lentacker (clavicymbalum en zang). Namens Herlinda: Iedereen welkom!
Er zijn nog altijd oude anti-Amerikaanse, antikapitalistische stemmen die Rusland goedpraten omdat ze liever kritiek geven op de VS. Nieuwer is de vreemde alliantie die tussen conservatief (radicaal)rechts en Moskou is ontstaan. In zeer conservatieve kringen geldt Poetin als een icoon, een van de laatste consequente verdedigers van een wit, christelijk, antimodern Europa. Voor populisten is Rusland een bron van inkomsten, steun en airplay. Als Donald Trump, Nigel Farage, Thierry Baudet en Filip Dewinter allemaal de lof van Poetin zingen, dan zit daar evenveel ideologie als berekening achter. Het verrassende is dat dat zo lang nauwelijks geproblematiseerd is. Ook niet nadat Rusland vlucht MH17 uit de lucht had geschoten. Ook niet nadat de Krim zonder boe of bah geannexeerd was. Ook niet toen Poetins tegenstanders tot in het Verenigd Koninkrijk met gifaanvallen werden uitgeschakeld. Ook niet toen we de clickfarms ontdekten en de bemoeienissen met democratische verkiezingen. De foute vrienden van Poetin in onze eigen rangen doen nauwelijks moeite dat te verbergen.
Heeft u dat ook, van die lichte afwijkingen waarover je je met het verstrijken van de jaren niet eens meer schuldig voelt. Aanvankelijk kon je ze nog afdoen als ‘een soort guilty pleasures’, maar nu schroom ik mij er niet meer voor om er ronduit voor uit te komen. Via deze weg geef ik dus vanmorgen nogmaals en héél grif toe dat ik zowat al mijn hele leven een rare ‘crush’ of noem het beter een passionele band heb met de wereld van “de koers” en “het wielrennen”.
Die fascinatie gaat, naar ik mij herinner, bij mij wel heel ver terug in de tijd. Nooit vergeet ik die zomerse namiddag, toen mijn vader en ik – ik was nauwelijks negen – aan de radio, zo’n klein zwart doosje van bakeliet, zaten gekluisterd. Het jaar tweeënzestig! Locatie: Belgisch Kampioenschap op de Citadel van Namen. Moeiteloos kan ik ook nu nog wanneer ik dat maar wil de vibrerende en bevlogen stem oproepen van de reporter waarvan ik later altijd hoopte dat ze aan Jan Wauters had toebehoord. Maar Jan heeft mij ooit zelf gezegd dat hij het waarschijnlijk niet kon zijn geweest. In elk geval weet ik sindsdien hoe mooi radio kan zijn. Vaak véél mooier en intenser dan wanneer je de beelden van de televisie maar voor het binnenhappen hebt.
Dit alles maar om te zeggen dat ik straks weer enkele zoete uren zoet zal en mag zijn met de start van het nieuwe Belgische wielerwegseizoen… Het weze mij vergeven! En mocht de koers het de komende weken wat aan spankracht laten afweten dan is er nog altijd mijn wielerboekenlijstje dat alsmaar aangroeit en waarvan ik – jager, prooi en wielerverzamelaar tezelfdertijd – met zekerheid weet dat er boeken op staan waarvan het zonde is dat ik ze nog altijd niet heb gelezen.
Daniel Dencik: Wielerhart. Paul Fournel: Anquetil alleen. Hein Lodewijkx: Tussen geven en nemen Gunter Segers: Hélène Dutrieu, ‘De vrouw die over de Olympia vloog’ Geert Vandenbon: Koerskalender 2022 (‘aan het lezen uiteraard, met het vorderen van de wielerdagen’)
En kijk, dan zijn we bijna zaterdag 26 februari 2022. In Gent start straks voor de poorten van het Kuipke en het Smak ‘de Omloop het Nieuwsblad‘, de felgesmaakte en bekende opener van het nieuwe wielerseizoen. En eindelijk, eindelijk mag je daar weer lijfelijk bij aanwezig zijn, al dan niet met of zonder mondmasker! Een ware verademing. (!!!). Wel, het is een kleine moeite, mét CST.
Laten nu ook de coureurs gespaard blijven van verder covid- en ander onheil en dan krijgen we ongetwijfeld “gezonde strijd op alle fronten“.
Aan de prognoses van onze blogvriend Woud Demasure van ‘Vai Vai Mauro‘ zal het, naar mooie gewoonte, in elk geval ook dit jaar niet gelegen hebben.
En ja dat Remco eigenlijk niet van ‘gravé‘ zou houden, dat hadden we – theater zoals te voorzien en te verwachten was – eerlijk gezegd ook al helemaal zien aankomen…
Ontbreekt wel jammerlijk in het Vai-Vai-Mauro-vooruitzichtje: mijn donkere vriend Amanuel Ghebreigzabhier! Die doet, naar mijn gevoel, straks helemaal mee voor de prijzen in ‘La Doyenne‘! Wedden?
Vandaag verschijnen bij Atlas Contact de ‘Nagelaten gedichten‘ van Koenraad Goudeseune. De datum is niet toevallig gekozen want vandaag zou de man die het literaire wereldje regelmatig met de nodige branie een spiegel voorhield, en daarnaast behalve veel poëtisch talent ook een flinke dosis aanleg had voor ‘De nuttige last van tragiek‘, zevenenvijftig (57) geworden zijn. Zevenenvijftig… Veel en veels te weinig voor een dichter die nog steeds in volle ontwikkeling was.
Een ding is zeker: we hebben nog altijd zijn werk om naar terug te grijpen. En nu dus ook zijn ‘Nagelaten gedichten’.
Een Proeve-voor In Memoriam-stuk dat ik verleden jaar schreef, verscheen in ‘Jaarwerk MMXXI’, het jaarboek van de VWS. En het is, voor wie het nog ‘s nalezen wil, nog steeds verkrijgbaar. Het stuk gaf ik de titel “Het gooien van een mes in een oceaan” mee. De titel kan zowat doorgaan voor een ‘ars poëtica’ van de onfortuinlijke dichter en staat in het gedicht ‘Mes’ uit de bundel ‘Dichters na mij’ uit 2011. Ik geef het voor de gelegenheid hier graag nog ’s in zijn geheel mee.
Mes
Stel dat schrijven slechts het gooien van een mes is in een oceaan. En dat gedichten, meer dan verhalen, messen zijn die uit ’s mensen handen vallen.
Stel dat de dichter geen intentie had een mes te gooien, het toevallig pakte en het per ongeluk liet vallen
Een mes waarmee hij groenten had willen snijden, of het vuil vanonder zijn nagels. En dat nu naar de bodem zakt en daar de hele oceaan doet bloeden.’
Neon sneeuwt. Torens klieven de hemel open. Haast en honger. Werven, Parken, Tuinen. Het leven hier lijkt een ren in een heelal dat deint en krimpt als water, opgesloten in een rots van ijs. Het kolkt en klokt. Het bruist en schreeuwt. Het stokt en stroomt.
Ontwikkelaar, stickerkoning en man van graffiti. Zie die dansen en zij die dromen, alles lijkt op weg. In wat in taal en tics gedreven en beschreven wordt, in wat versleten raakt kantelt alles naar het licht. Het leven smaakt naar veel en vaak, en meer.
Zoals het strand zich elke dag opnieuw laat maken kan geen beeld ooit hetzelfde zijn, voor wie hier onderduikt. Voor wie, gehavend in alle straten, in deze wilde tuin van steen, met grote ogen bidt dat geen bron mag drogen.
(Met dit gedicht werd Paul Rigolle in 1998 de allereerste laureaat van de tweejaarlijkse Poëzieprijs van de Stad Oostende. Tijdens de Poëzieweek van 2022 was het vierentwintig jaar later een van de ‘Weesgedichten‘ die Oostende tot een nog mooiere plaats maakten dan ze voordien al was…)
Wat ik vanmorgen zou kunnen zeggen? Dat de maan wassend is vandaag. En 40 % zichtbaar! Dat men hier en op de velden van Emile Claus straks weer bieten rooit. En ja, dat het smuikt, zoals het alleen in het Westen van het wingewest dat ik het mijne noem, kan smuiken. Waarmee ik alleen bedoel dat de motregen zijn of haar intrede alweer niet heeft gemist. Welkom dus in mijn wintertijd! Rum in aantocht, museumweer. Zie, hoe het novembert in oktober. Gisteren deed het dat ook al; gisteren toen ik had kunnen schrijven dat wat volgt voor één dag mijn status was:
”P.R. stapte 5,5 kilometer en stond in Ploegsteert 5 kwartier in de motregen naar een scherm te kijken om daarna – o sereniteit – gedurende 2 intense seconden zijn hand op het gelakte hout van een kist te leggen.” (Zaterdag 24/10/2009 – Begrafenis Frank -VDB- Vandenbroucke in Ploegsteert)
Dat en andere dingen zou ik kunnen zeggen hier vanmorgen maar veel liever kom ik nog even terug op die mooie avond van vrijdag laatst. Er was Volk in de Werf. En het was mooi. Het volk én de avond! Willy Tibergien verwelkomde graag ons en iedereen. Frank Pollet deed in vol ornaat en en sourdine wat ik van hem gewoon ben, een hell of a job, wat zeg ik, een perfecte job. En Jef Vandecasteele zette met het werk van de geboren crooner enkele hartverscheurende muzikale punten achter onze frasen die er nog lang mogen blijven staan. Met andere woorden: “Van het hart een steen” is er! Met die schroom voor het definitieve komt het dus ooit nog wel goed. Ik dank en bedank hierbij nog ‘ns uitgebreid. Dit is een onvervalst jui-bericht: De wereld is een dichtbundel rijker! Niks meer. Maar ook niks minder!
(‘Oud zeer en ander geluk’) Blogbericht Zo 25/10/2009
– alg.: gereedschap, verzameling werktuigen, alm – fig.: spottende naam voor mannelijke geslachtsdelen, vgl: gerief
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Alaam, allam (met verwisseling van accent ALM, ALEM): Het woord was en is alleen in Zuid-Nederland en in Zeeuwsch-Vlaanderen bekend en daar nog thans algemeen; het beteekent gereedschap. < Middelnederlands: ‘allame’ < andlame, waarbij and- overeen komt met eerste deel van ‘antwoord’ en -lame vergelijkbaar is met Eng. ‘loom’. Hetzelfde woord als Oudengels andloman (meervoud) dat “gerief, gereedschappen” betekende, evenals “penis”. Gezegden: – alg.: Zijn alaam kennen: zijn vak verstaan (Teirlinck (1908)) – fig.: Een aardig stuk alem: een rare kwant (Joos (1900-1904)
– In de Brico zal je alle alaam vinden die je nodig hebt om parket te leggen.
– Als de buurman zijn fietsbroek aan heeft, zie je heel duidelijk zijn alaam zitten.
– “Dyveerssche halaemen dienende ter neerrynghe der draperye als scietspoelen, caerden ende dier ghelycke,” – uit de Spelen van Cornelis Everaert, ca. 1530
In West-Vlaanderen wordt het nog dagelijks gebruikt, en als ik mij niet vergis is de lange a zelfs geen (of niet noodzakelijk) een keel-a.
Wat Oost-Vlaanderen betreft heb ik het althans in het Waasland nog nooit niet gehoord. Toegevoegd door nthn op 22 Aug 2021 18:50