Mag ik jou, mag ik jullie voor het nieuwe jaar alweer het allerbeste wensen. Ja, hoor, natuurlijk, wel zéker mag ik dat. Veel moois gewenst en voor dingen om naar uit te kijken in een zo gezond en creatief mogelijk 2026!!!
Eindejaarswens
Troost in schoonheid, een hand te vinden die zichzelf op een schouder legt.
Wijsheid aantreffen bij wie traag en intens naar de dingen kijkt.
Koesteren wat verloren gaat in wat blijft.
De verte zoeken tussen de woorden en een ander toewensen wat je zelf wil vinden!
Mag ik iedereen bedanken die mij gisteren op één of andere warme manier attendeerde op het gegeven dat elke mens jaarlijks nét iets ouder wordt? Of dat ten minste bij leven en welzijn mag worden… Ja hoor, dat mag ik!
Zelf maakten we er gisteren een fijn en hartverwarmend bescheiden Brugs dagje van. We lunchten voor de gelegenheid in die fantastische plek aan de Steenkaai die Cantine Copine heet en wandelden nadien overtuigend doorheen het met kerstmuzak beladen centrum. Voorts mocht ik die fijne boekenbon verzilveren waarmee onze vrienden Gary en Dorine mij onlangs bedachten. Het werd de biografie van Ivo Michiels (van Sigrid Bousset) die al een flinke tijd op al mijn leeslijstjes stond. (Al twijfelde ik even, maar slechts heel even – sorry Sigrid – met het Engelenbrood van Patti Smith waarin ik deze mooie hele quote van Gerhard Richter vond: “Kunst is de hoogste vorm van hoop”.)
En voor het jaar dat komt wens ik mezelf (en zeker ook jullie natuurlijk) eigenlijk alleen maar meer van hetzelfde. Laaf je aan wat de schoonheid van de poëzie en al die andere vormen van kunst (én liefde) ons te bieden hebben. En vooral: laat je vooral omringen door mensen en dingen waar je energie van krijgt… Al de andere – zij die enkel uit zijn op eigen inhaligheid (“greed! greed!) en uit jaloezie of andere onnozeliteiten het slechtste met de wereld en de mensen blijken voor te hebben – mag je, wat mij betreft helemaal, én feestelijk, links laten liggen. Mijn grote zegen heb je!
Maak er wat van, nu en straks in het jaar waarvoor we nu al oefenen om het keurig in het getal 2026 ondergebracht te krijgen.
Ik schreef op De Schaal van Digther een kort verslagje over een avond die een waardige hommage werd. Nu ook hieronder na te lezen.
Dinsdag 8 Juli 2025 Mark Braet 100
Denkend: overal zijn we geweest, waren we, zullen we komen. Niets of niemand ontneemt ons de herinnering. (gedenkprentje Mark Braet)
Gisterenavond, maandag 7/7/2025 werd in de Brugse Snuffel – dag op dag – de 100° geboortedag van Mark Braet (1925-2003) herdacht. Het werd in samenwerking met het Frans Masereelfonds een waardig eerbetoon aan een dichter, vertaler en maatschappelijk en politiek bewogen man die in Brugge en elders in de wereld via zijn poëzie (en die van anderen zoals die van Pablo Neruda) een aantal mensen op zijn hand, en – te nemen of te laten – zeker ook in zijn hart kreeg. Het thema van de avond was, geheel in de lijn van de persoonlijkheid van Mark Braet, “Engagement en Poëzie“.
Peter Holvoet Hanssen trad op als ceremoniemeester van dienst en deed dat op zijn eigen onnavolgbare manier. Hij werd op gitaar geruggensteund door Myrddin De Cauter, jongste telg uit de De Cauter-dynastie. Peter Holvoet-Hanssen brak in en kaapte bekende (“Sulamith“) en minder bekende gedichten van Braet alsof ze al jaren tot zijn eigen Kapersnest behoren. Ze werden afgewisseld door Rik Hemmeryckx, conservator van het Emile Verhaeren-museum die op een serene manier toelichting en duiding gaf bij leven en werk van de dichter.
Nele Ghyssaert, de weduwe van Mark, dankte aan het eind van de avond alle medewerkers aan deze bijzondere avond en ook het talrijk opgekomen publiek met vooral mensen die Mark bij leven hebben gekend. Nele Ghyssaert staat al jaren garant voor een zeer gedetailleerde en boeiende website gewijd aan Mark Braet die nog geregeld wordt aangevuld. Het loont de moeite om ’s een kijkje te gaan nemen!
Later op het jaar gaat de Mark Braet 100-herdenking nog door met in oktober een tentoonstelling in de Bogardenkapel “Mijn kleine kleurdoos” (met werk van Sara Bomans, Johan Clarysse, Peter Jonckheere, Gracia Khouw, Frans Masereel, Peter Puype, Renaat Ramon, Sammy Slabbinck, Geertje Vangenechten en Aäron Willem). Op 18 oktober 2025 volgt er dan nog een avond rond “De dichter“, met acteurs Sam Louwyck en Marijke Pinoy en op 6 februari 2026 (de sterfdag van M.B.) wordt het slotakkoord geplaatst.
Persoonlijke slotnoot: Vaak, zegmaar elke keer ik in Brugge in de “Craenenburg” een koffie of iets anders ga drinken – al dan niet in fraai literair of ander gezelschap – zie en hoor ik opnieuw de jaren tachtig en negentig terug… En weer hoor ik de stem van Mark Braet, ongeremd schallend doorheen het hele café: “Hey jonge dichter! Hoe gaat het ermee?” En ik die dat toen (en nu) niet eens gênant vond. Wel integendeel. Het missen van (bepaalde) mensen gaat immers altijd maar door.
“Ha, terug van even weggeweest! Na een intro op het tennisgras van Rosmalen maakten we aansluitend, vanaf 15 juni, een omzwervingstocht (die vanwege de hitte soms meer op een overlevingstocht ging lijken) van 17 dagen doorheen Normandië en Bretagne. Op een paar van onze haltes en stopplaatsen hoop ik hier de komende weken nog ’s wat uitgebreider terug te komen. Want soms ben je – zelfs na lange tijd – nog niet helemaal terug van waar je toevallig bent geweest…
In chronologische vogelvlucht : Van Honfleur waar we begonnen ging het naar Villerville, Trouville, Deauville, Cabourg (Proust!), Rouen, Pleyben, Pont Coblant, Concarneau (“Jerome Seynhaeve”), Saint Pol-de-Leon (mijn Bitossihart volgend!), Chateaulin, Locronan, Crozon, LocMariaQuer, Carnac (mijn eigen gedicht bezocht!), Quiberon, Sarzeau, Plescop, Chartres (dé kathedraal), Illiers-Combray (alweer Proust), Vernon, Giverny (Monet, of wie had je gedacht?) en terug!
Waaruit maar weer ’s blijkt dat een mens een flinke waslijst aan plaatsen, plekken en plekjes aankan! En dat in korte tijd!
Op de foto: “Nous traversons le Pont de Normandie“
En dan is het weer zover… Daar is ze opnieuw, in vol ornaat: de Aarde van April. Zonder aarzelen. Zonder dralen. Het metaal van de ploegen blikkert hard en scherp de velden in. Opnieuw breekt open wat straks zonder op- of omzien aan het groeien slaat. Laat alles nu maar voorgoed beginnen. Het zaaien en het planten… Het toevertrouwen! Laat aan het dode land opnieuw seringen ontspringen, want ja, zoals elk jaar weten en vermoeden we, beseffen we eensgezind met onze goeie ouwe vriend, de ouwe heer T.S. Eliot: “April is en blijft de wreedste maand”. Wees daar maar zeker van. Reken maar dat straks alles zal wijken. Dat alles aan het splitsen slaat… Straks komt het gejuich van binnenin. Onstuitbaar en diep vanuit het Hart van de Aarde. Niets dan Aarde van april!
‘April is the cruellest month, breeding Lilacs out of the dead land, mixing Memory and desire, stirring Dull roots with spring rain.’ (…)
Veel, heel veel dank aan zij die zondag 23/3/2025 om 11:00 uur de weg naar de Snuffel vonden. En naar ‘Het Omber en het Oker’. Blij met de bundel! Blij met de talrijke opkomst! Blij met de logistieke steun ook van de Snuffel! Veel dank aan Willy Brandt voor de schitterende foto’s!!! (Eén voor één om te ‘liken‘). En ook veel dank aan The Caravan Juke Joint Band (Muziek), Tania Verhelst (Inleiding),Edward Hoornaert (Gesprek), Pol Delameillieure (cover vooraan), Goedele Peeters(cover achterflap) en wie ik nog allemaal zou vergeten. Ook veel dank uiteraard aan mijn uitgeverLeo Peeraer en Uitgeverij P voor de mooie, verzorgde uitgave. En nu wens ik aan iedereen – ook aan zij die er niet waren – véél poëtisch leesgenot.
Heb ik hier ooit al ’s prijsgegeven dat ik een grote Marc Didden-fan ben? Welaan dan. Bij deze geef ik mijn ‘outing’ helemaal vrij. In mijn ervaring heb ik van de man van vele muziek- en filmoorlogen nog maar zelden dingen gelezen (of gezien) waarin ik hem niet kon volgen.
Als Dylanfan van het eerste uur was ik zelf (uiteraard) al van plan om in Cinema Lumière naar de biopic ‘A Complete Unknown’ te gaan. Daar hoefde niemand mij voor aan te moedigen. Maar kijk toen Didden in De Morgen van 21 februari laatst zijn recensie liet eindigen met de oproep “Gaat dat zien” was ik hélemaal verkocht.
Eerst somde Didden in zijn recensie al zijn vooroordelen op tegen biopics tout court en tegen de glamour-acteur Chalamet in het bijzonder, die trouwens ook zowat de mijne zijn, en waren… Maar Didden moest uiteindelijk wel toegeven dat hij die vooroordelen ook één voor één diende te ontkrachten… Hij eindigde zijn recensie dan ook met de volgende slotsom: “Dit verhaal is de soberheid zelf. Een portie eenvoud verpakt in een pak schoonheid. Deze film is zo goed omdat hij gaat over muziek. En over hoe talent de wereld kan veranderen”.
Ik kan dat, nu ik de film zelf heb gezien, en op een vreemde manier vele keren ontroerd werd door o.a. de muziek van Dylan uit de periode 1961-1965 maar vooral ook door de hele sterke vertolking van Timothée Chalamet, alleen bevestigen: “Gaat dat zien!”. Het zou me niet verbazen indien de Oscar-uitreiking van vannacht daar nog wat stevige argumenten aan zou toevoegen…
Ook nog even zeggen dat mij tijdens tijdens de film heel regelmatig ook een intens gevoel van deernis met het huidige Amerika overviel… Het staat helemaal buiten kijf: de wereld heeft tegenwoordig meer dan hoge nood aan jonge Dylan’s in wording. Hier en elders.
Het licht in de Blankenbergse Vissersstraat – Geregistreerd vanuit Hotel José.
Mag ik jullie één voor één allemaal hartelijk bedanken met die veelheid van verjaardagswensen van gisteren! Ze waren er tot mijn vreugde in alle vormen en maten. In Sms-jes, What’s app-jes, Facebook-attensies, Instragramdingen en andere mailberichten.
En kijk, aan verjaren – ik herhaal het jaarlijks wel ’s keer – heeft een mens op zich maar heel weinig verdiensten. Jaren komen en gaan. Zo gaat dat. En zo hoort het ook. Toch wil ik mild zijn voor wat achter mij ligt. En daarom beste vrienden, mag je er – vind ik – ook wel ’s een festijn van maken van dat verjaren.
Dit jaar trokken we voor de gelegenheid voor een tweedaagse naar … Blankenberge, zoals we allanger weten “Parel van de kust”… Het was dezer dagen bitter koud in Blankenberge maar ons bezoek was meer dan hartverwarmend. Werd ons deel: een leuke overnachting in Hotel José 2.0, Hotel José oud huis van veel vertrouwen dat al dateert uit 1914 (!) en vooral ook was er dat fenomenaal etentje in het onvolprezen tapas-restaurant ‘Onism’. ONISM. Wat een plek! En wat een fantastische keuken! Zowaar een smaakavontuur zonder weerga onder het motto: ‘All we have is now’!
De naam ‘Onism’ staat voor ‘het besef dat je in jouw leven maar een klein deeltje van de wereld zult zien’…En ja, de chef neemt ons dus maar mee – alsof het niks was – op een ware tapascarrousel van verrassende smaken en ‘flavours’: “Onism: inspired by Spanish cuisine fused by the world”.
Het hele Onism-team weze bij deze onmetelijk veel lof toegezwaaid. Een adresje dat je zeker ook ’s moet proberen. In bijlage zowaar een kleine Blankenbergse fotoreportage met, zo merk ik, niet minder dan zeventien kiekjes van de jarige amateurfotograaf van dienst.
Losgezongen van de werkelijkheid, of juist niet? Een literaire wandeling doorheen het West-Vlaams spergebied van de sociale media Paul Rigolle anno 2022.
Sing as if no one is listening dance as if no one is watching love as jou’ve never loved before live as if heaven is here on earth Mark Twain
Of de sociale media nu een vloek dan wel een zegen zijn, het is een discussie waar we nog lang niet uit zijn. Velen onder ons vinden de mogelijkheid om via Facebook, Instagram, Twitter en nog een pak andere interactieve tooltjes het eigen leven en de gang van zaken in de wereld te becommentariëren een weldaad en een makkelijke mogelijkheid om de eigen, al dan niet vermeende creativiteit een injectie te geven. Anderen die weliswaar een duidelijke minderheid uitmaken profileren zich graag als rabiate tegenstanders en wijzen op de grilligheid en de gewiekstheid van ingenieuze en oncontroleerbare algoritmen die de fictieve wereld van Georges Orwell zaliger al helemaal naar de irl – in real life – werkelijkheid hebben overgeheveld. Mensen worden, zo heet het, weerloos in de lawine van informatie en desinformatie die hen dagelijks omringt, ja zelfs gaat bedreigen. Er valt wat voor te zeggen. Het is niet de eerste keer dat de ouwe Heer Orwell gelijk lijkt te krijgen.
De Amerikaanse filosoof en toekomstdenker Francis Fukuyama stelt daarbij vast dat “steeds meer mensen zijn losgezongen van de werkelijkheid” en hij wijst in één moeite door op het feit dat de digitale mogelijkheden mensen manipuleren en kneden voor dingen waaraan ze uiteindelijk het hoofd niet meer kunnen bieden.
Of het zo’n vaart loopt? Niet met ons, mogen we graag denken, én hopen. Cyberattacks en manipulatie door een cohorte van fake news-spuiende trollen, ja daartegen hebben wij met ons gezond verstand en inzicht voldoende resistentie opgebouwd. In werkelijkheid is een en ander subtieler natuurlijk en is de kwalijke geur van een gedeelte van het internet sinds zijn ontstaan in 1989 en de daaropvolgende ongebreidelde popularisering nauwelijks uit onze met wifi-uitgeruste kamers weg te houden.
Toch biedt het internet tezelfdertijd een stroom aan gegevens, data, informatie, verslagen, ontroerende passages, emotionele getuigenissen en impressies die we nooit eerder in de menselijke beschavingsgeschiedenis op deze manier binnen een muisklik in handbereik hadden. Ingenieuze zoekfuncties leggen overal linken en verbanden en hechten wereldwijd de hele wereld aan elkaar. Veel creatievelingen beseften van meet af aan de mogelijkheden, niet in het minst ook die in de persoonlijke sfeer.
In eerste instantie was er de blogosfeer. Het concept van een blog groeide op spontane wijze uit de persoonlijke ‘online dagboeken’ die mensen vanaf 1994 gingen bijhouden. Jorn Barger, een man onderlegd in James Joyce en artificiële intelligentie, heet de bedenker te zijn van het woord ‘weblog’. Vanaf eind de jaren negentig van de vorige eeuw ontstond een ware blogcultuur. Mensen begonnen eigen teksten en verhalen te publiceren en postten als dewiedeweerga foto’s in een ware “Stream of Consciousness” op het internet. Niets dat meer een kick gaf (en geeft) dan een tekst af te werken en hem enkele minuten na het plaatsen van het eindpunt al gepubliceerd en wel na te kunnen lezen op het internet. Samen met wie dat ook maar wil.
Met gratis online- en zeer toegankelijke blogprogramma’s als Blogger, WordPress en Tumblr hoefde je daarvoor ook nauwelijks enige technische bagage te hebben. WYSIWYG = What You See Is what You Get. Ook in België haakte provider Belgacom met zijn skynetblogs zijn blogkarretje aan. (Door hen in 2018 wel zéér eenzijdig stopgezet). Voor veel mensen was het een ontdekking om geen papieren tijdschrift meer nodig te hebben, noch een redactie, om een tekst stante pede op het internet gepubliceerd te zien. Een druk op een toetsje voltstond om de wereld van jouw bestaan te overtuigen. Publicatiemogelijkheden zat, wanneer je dat maar wilde. Iedereen auteur, iedereen fotograaf. In het verlengde daarvan werden voor de beste blogs zelfs jaarlijks blogawards uitgereikt.
Een aantal jaren later maakten we de onverbiddelijke intrede mee van wat we nu de ‘Social Media’ zijn gaan heten. Onder ‘sociale media’ verstaan we vandaag alle online platformen waar, zonder of met slechts een heel minimale tussenkomst van een redactie, de gebruikers soeverein de inhoud verzorgen. In een mum van tijd namen ze zowat de blogosfeer over. Nadat eerst in 2003 het zakelijke netwerk LinkedIn als eerste zichzelf op de wereld losliet, kwam ene Mark Zuckerberg in 2004 aanzetten met zijn kunststukje Facebook. Twitter (microbloggen) begon dan weer in 2006 aan een ware opmars.
Pascal Cornet – Foto Paul RigolleRino Feys op zijn werkterrein
Ook Bloggers gingen overstag, zagen de mogelijkheden en gebruikten meteen Facebook en/of Twitter als hefboom voor hun teksten. Van dan af was het hek van de dam en was de steile opgang van de sociale media een feit. Tot en met de wildgroei aan meningen, tegenmeningen, waar- en onwaarheden, verfraaiingen en verdraaiingen die we nu kennen.
Het leven als voorlopige oplossing
Het is boeiend om ’s binnen het bestek van dit Dun lied, donkere draad – jaarboek een literaire wandeling te maken doorheen het West-Vlaams spergebied van de sociale media. Wie staat niet te springen en wie maakt er gulzig en gretig gebruik van?
Een man waar we, om te beginnen, in geen geval aan voorbij kunnen is de veelbloggende en snel- en toch zorgvuldig schrijvende Pascal Cornet. Zijn blog Het leven als voorlopige oplossing (https://pascaldigital.blogspot.com) is voor veel mensen en surfers die naar meerwaarde zoeken een begrip geworden. Veelgelezen en vaak van commentaar en reacties voorzien gaat Cornet al gedurende 18 jaar onverdroten door met het publiceren op internet. Ook hij gebruikt het medium Facebook om mensen naar zijn bijzonder lezenswaardige blogteksten te lokken. ‘Voor wie ze maar wil lezen’. Het begon bij Pascal al in 2004 met het bijhouden van een fotoblog. Toen plaatste hij voor het eerst een foto op het net en was blij én verrast dat er hem al meteen een eerste teken vanaf de onzichtbare andere kant bereikte.
Ik begon mijn blog ‘Het leven als voorlopige oplossing’ – toen heette hij nog ‘Pascal Digital’ – op 8 juni 2004. De eerste notitie was een beschouwing over partijpolitieke communicatie. Daarmee was de toon gezet want in de loop der jaren zou blijken dat zowel politiek als communicatie (reclame, media…) favoriete thema’s zouden zijn. Daarnaast zouden stilaan ook meer en meer aan bod komen: mijn fietsactiviteiten, literatuur (onder meer Proust – wat na enige tijd tot een spin-offblog leidde: Rechercheur), dromen, film, enzovoort.
Hoeveel mensen dagelijks zijn blog bezoeken én ook lezen is moeilijk in te schatten.
Tweehonderd? Driehonderd? Onmogelijk om het precies te achterhalen, maar dat publiek zal in elk geval groter zijn dan ik in predigitale tijden zou kunnen hebben bereiken op de toen gebruikelijke wijze, namelijk via een literair tijdschrift. Vandaag zou dat al helemaal onmogelijk zijn. Zelfs uitgegeven dichtbundels of romans halen tegenwoordig in veel gevallen niet een verkoopcijfer dat ruimer uitvalt dan mijn – door mij veronderstelde – dagelijkse bereik. Ik ben daar blij mee en trots op. Ik verdien er geen cent mee maar het is – tot op zekere hoogte – bestaansvervullend.
Nu zijn we achttien jaar en bijna twintigduizend posts verder. Doordat Facebook een rechtstreeksere interface is gebleken (hoewel ondertussen als medium alweer in grote mate voorbijgestreefd en door velen, vooral jongeren, losgelaten), werd de blog zelf meer en meer een archief. Wanneer ik mij meen te herinneren ooit eens iets over iets te hebben geschreven, kan ik dat via de zoekfunctie vlug opzoeken.
Aanvankelijk kon zijn digitale activiteit maar op weinig begrip rekenen bij zijn vooral plastisch ingestelde vrienden. Ze hadden niet echt door waar die Pascal Cornet dag na dag op het internet mee bezig was. Maar uiteindelijk begreep een van zijn toenmalige vrienden dat Pascal een verblindend ‘work in progress’ aan het creëren was. Zegt hij zelf:
Work in progress, ja. Nooit definitief en finaal afgerond, maar iedereen mag wel een kijkje nemen in de keuken waarin ik sta te koken.
Hoofdzaak is dat ik het idee of het gevoel heb dat wat ik maak gezien en gelezen wordt door een aanvaardbaar aantal mensen, en dat moedigt mij aan om ermee verder te doen. Niet onbelangrijk is dat voor mij want vanaf het begin vond ik in het regelmatig voeden van mijn internetkanalen een structuur. Dankzij de dagelijks op te brengen discipline om in ‘input’ te voorzien en zo aan klantenbinding te doen, kon ik in bepaalde moeilijke periodes het hoofd boven water houden en/of het noorden niet kwijtraken.
Pascal Cornet werkte een paar jaar als cultureel en vervolgens als louter literair journalist om daarna ongeveer vijftien jaar lang de eindredactie te voeren van Poëziekrant. Ooit kreeg hij ook een eervolle vermelding in de literaire prijs van West-Vlaanderen voor zijn oorspronkelijk werk. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat lezen en schrijven een erg belangrijk onderdeel blijven van de blogstukken die hij schrijft: Lezen en schrijven: ik doe het allebei even graag en zolang ik de indruk heb dat anderen er iets aan kunnen hebben, maak ik graag mijn bevindingen wereldkundig.
Met de rubriek LVO kwam er in het blogproces van Pascal Cornet vanaf september 2019 toch een kentering: ‘LVO’ staat voor ‘Het leven als voorlopige oplossing’ en, jawel, dat is ook de titel van mijn blog. Ondertussen toe aan 220 afleveringen, notities die allemaal samen een autobiografie moeten vormen.
Het zijn deze notities van Pascal Cornet die in gestileerde en gepolijste versie als basis dienen voor drie in eigen beheer uitgegeven boekdelen van zijn persoonlijke herinneringen: De elfde teen (2020), Populierendreef 29 (2021) en Het maaiveld dat verschenen is in het najaar van 2022. Het zijn bijna ‘proustiaans’ aandoende biografische boeken die een behoorlijke uitgever verdienen.
Cornet heeft momenteel zo’n zevental delen van zijn eigen biografie gepland. Dit alles met als wetenschap en overtuiging dat een mens de maatschappelijke plicht of functie heeft om zijn eigen stem te verheffen of te laten horen.
Het mag duidelijk zijn dat in Pascal Cornet een waarachtig schrijver is opgestaan die met Het leven als voorlopige oplossing langzaamaan een literair huzarenstukje aan het neerzetten is.
Rino Feys in Kruimelland
Rino Feys was in een vorig, maar nooit afgezworen leven, wel integendeel, onder meer puntlasser, spinner, metaalbewerker, cafébaas en boekhandelaar. Een fantastische opleiding om uiteindelijk … schrijver te worden. Op vandaag werkt hij beroepshalve in de zeer inspirerende biotoop van de kringloopwinkel van Avelgem. Eerder was hij de scenarist van de tweedelige graphic novel Altijd ergens oorlog en publiceerde hij de boeken Kruimels (2018) en Microkosmos (2020). In deze beide boeken verzamelde hij een reeks heel mooie mijmeringen en stukjes over het leven zoals het is in de kringloopwinkel.
Zijn eerste stappen in de literatuur zette Rino Feys al omstreeks het jaar 2007 toen hij onder meer present was op de allereerste editie van ‘Literaire Living’. Omstreeks die tijd begon hij onder de titel ‘Een alledaagse verwarring’ook zijn ‘kleine fabels blog’. (http://kleinefabels.blogspot.com). Rino Feys[2]:
Het is waar dat Facebook behoorlijk wat invloed op mijn schrijversleven heeft. Mijn profielpagina is mijn podium, de speelplaats waar ik nieuwe teksten deel. Daarvoor publiceerde ik stukjes op een blog maar lezers vonden de weg er niet naartoe. Die blog onderhoud ik nog steeds maar zie ik nu eerder als mijn archiefplaats.
Op Facebook krijg ik wel reacties en deze hebben tot de publicatie van mijn twee boeken, Kruimels en Microkosmos, bijgedragen. Ik erken dat ik het medium nodig heb, het is als een stoel die ik warm wil houden: af en toe moet er een stukje op, anders word ik ongelukkig. Zo spoor ik mezelf ook aan om niet te talmen en productief te blijven.
Ik post niet zomaar iets, probeer mijn eigen kritische eindredacteur te zijn maar ook na publicatie durf ik soms nog zinnen aan te passen; inhoudelijk echter verander ik niets meer. En eenmaal er reacties op komen, laat ik een tekst zoals die is want dan nog zaken veranderen zie ik als vals spelen.
De verhalen uit het Kringloopwinkel van Rino zijn ook vaak het voorwerp van zijn foto-posts op Instagram.
Iemand die dan weer voornamelijk voor bijdragen over plastische kunst zorgt, zijn eeuwige grote passie, maar ook het pijnlijk hoogstpersoonlijke niet uit de weg gaat is schrijver-kunstcriticus Johan Debruyne. In zijn blogs Het grote genis en Place Petit Georges verhaalt Debruyne over actuele beeldende kunst, nieuwe exposities, jeugdherinneringen en veel dagdagelijkse ergernissen.
Via mijn blogs wil ik u laten delen in wat ik mooi vind en in wat me ergert. Wat me aan het lachen brengt. Wat te veel aandacht krijgt. Of wat verzwegen wordt. Van wat meer aandacht zou moeten krijgen…
Zijn blogberichten zijn sinds geruime tijd ook op Facebook na te lezen. Daarover vertelt Debruyne graag hoe hij na een moeilijke mentale periode en onder meer dankzij het bijhouden van een blog opnieuw de oude werd.[3]
Stilaan begon ik weer voor een kunsttijdschrift (HART) te werken en ik schreef ook columns voor een blog die ik door een vriend in elkaar had laten flansen, bladzijden nostalgie eigenlijk. Ik kroop terug in mijn jeugd, die kommerloos leek te zijn geweest en het misschien ook geweest was. Ik mijmerde over wat ik kwijt was en ik nam geen blad voor de mond. Dit had ik ook als criticus beeldende kunsten nooit gedaan.
Een lokale uitgever vond mijn stukjes intrigerend genoeg om ze te bundelen en uit te geven: ‘Het nest. Tussen waarheid en herinnering’ was geboren. Jan Moeyaert zou de titel later gebruiken voor een van zijn zomertentoonstellingen in Damme.
Langzaam werd ik weer de oude. Alleen een beroerte waarbij mijn omgeving alert reageerde zodat er geen blijvende letsels waren, kwam nog even roet in het eten gooien, maar ondertussen had ik Facebook ontdekt en veel later zou ik op Instagram ‘sukkelen’. Ik ben zo onhandig met nieuwe media. Net zoals ik niet met cijfers en ambtelijke taal overweg kan.
Mijn Facebook-vriendenrijk dijde uit. Ik kon kiezen uit mensen die actief waren in de wereld van de beeldende kunst. Je schrijft niet voor jezelf. Af en toe tikte ik een aardig stukje bijeen en nog sporadischer kwam er een behoorlijk gedicht.
Mijn blog gaf ik de naam ‘Het Grote Genis’, duidend op een gefnuikt initiatief om in Mariastad Brugge iets met… nissen en hedendaagse beeldende kunst te doen. Sinds ik niet meer voor HART schrijf en het kunstentijdschrift waaraan ik nu stukjes lever amper twee keer per jaar fysiek verschijnt, komen nogal wat bijdragen op de site van The Art Couch terecht. Die recensies worden heel fraai geplaatst, maar wat ik wel mis is het contact met zij die de stukken lezen en dat was er wel toen ik mijn recensies nog op FB plaatste. Dat vond ik tof, hoewel ik nooit in discussie ben getreden. Tijdverlies. Maar dit bleek ook zelden nodig.
Ik moet zo’n 4000 FB-vrienden hebben. Als een deel daarvan mijn zielenroerselen leest of van mijn afbeeldingen van fraaie creaties geniet, dan ben ik heel content. Meer moet dat niet zijn. Ik blijf me laven aan de beeldende kunst en aan voltooide tijden. Misschien komt er finaal nog wel een groter verhaal uit.
Ook Eva Vanhoorne schrijft stilistisch erg knap en gedreven. Ooit had ze in de begintijden van de blogosfeer een skynetblog waarop ze in het reactieveld altijd ronduit voor haar mening uitkwam en maar zelden de controverse schuwde. Nu heeft ze beroepshalve een ontwerp- en schrijfbureau. In de opperste strijd van de corona-pandemie ging Vanhoorne resoluut en moedig de strijd aan met een aantal trollen, hardnekkige antivaxers en complotdenkers die over o.a. de pandemie voor de gekste theorieën zorgden.
Ze vermijdt het dispuut niet, ook al gebeurt dat vaak met gesprekpartners die weinig oor hebben naar een rechtgeaard gesprek en dito argumenten. Vanhoorne wimpelt met stelligheid af dat haar geschrijf ook nog enige literaire ambitie zou hebben. Waarom ze het doet? En het blijft doen?[4]
In de eerste plaats omwille van het feit dat ik via Facebook zelf een ‘inkijk’ heb in de ‘neergepende stemmen en opinies, geestesgesteldheden, inzichten …’ van heel wat andere mensen. En dat ik er ook zelf mijn eigen hersenspinsels in een neergeschreven vorm kan gieten. Het gaat me dus vooral om de mogelijkheid tot ‘spreken’ en ‘luisteren’, wat dus de combinatie van psychologie en communicatie is: de ‘domeinen’ die me het allermeest interesseren. Op sociale media wordt die brug gelegd. Tussen mezelf en tal van andere mensen en omgekeerd. En inderdaad … Dat ‘spreken’ en ‘luisteren’ neemt een geschreven vorm aan, maar ik percipieer dit niet als literatuur. Meer als een gesprek in een virtueel café, met heel veel mensen, dat door het medium nu eenmaal neerkomt op ‘schrijven’ en ‘lezen’.
Maar die twee zaken en de uitwisseling ervan stuwen me wel voort. In mijn denken en mijn eigen creëren. Ook op Facebook. Bepaalde stukken die ik eerder schreef kon ik nooit schrijven zonder dat er een heel proces van ‘in gesprek gaan op social media’ aan vooraf was gegaan.
En in de tweede plaats (niet dat het een volgorde is), vind ik het ook wel een beetje mijn taak op me uit te spreken als ik iets inzie dat andere mensen niet inzien in de hoop toch iets te veranderen. Bv. mensen die zich laten manipuleren door extreemrechtse of antivaxpropaganda toch proberen wakker te schudden. Of mensen laten nadenken over bepaalde zaken. Dat laatste zijn dan – toegegeven – zaken waarvan ik het belangijk vind dat de mensen die me omringen erover nadenken. En – toegegeven – misschien wil ik dat denken ook wel een beetje sturen, omdat ik het nu eenmaal fijner zou vinden als meer mensen op een bepaalde manier willen denken.
Dus misschien wil ik ook wel een beetje opiniemaker zijn, dat klopt. Maar wel in het volle besef dat ik de mensen die ik op dat ‘opiniërende vlak’ eigenlijk zou willen bereiken met bepaalde boodschappen juist niet bereik met mijn lange epistels, maar eerder met memes of zo zou bereiken. We leven nu eenmaal in een zeer visueel georiënteerde cultuur en nauwe aandachtsspannes.
Nu … Langs de andere kant weet ik wel dat de mensen die ik dan toch bereik, ook houden van tekst en taal. En zo leer ik ook nieuwe vrienden kennen. Met wie ik dan in het echte leven goede gesprekken kan voeren. Dus misschien is dat wel een derde iets dat me drijft. En wat ons weer bij punt 1 brengt.
De bluts met de buil
De volgende man die we op onze kleine literaire wandeling doorheen het warrelnet van de sociale media niet mogen vergeten, is de Harelbeekse schrijver, bibliothecaris en bibiofiel Jan Van Herreweghe. Als auteur van boeken over de vele aspecten van bibliofilie en nu ook als beheerder van de FB-groep Clem Schouwenaars zal Jan bij veel mensen wel voor eeuwig en een dag te boek staan als ‘Jan Bib’. Pas na zijn pensionering als bibliothecaris in Harelbeke ontdekte hij de mogelijkheden van het Facebook-medium en dat doet hij met veel warmte en liefde. En altijd weer in functie van het boek. Iets wat we ons van hem al sinds altijd herinneren.
Ik heb tijdens mijn loopbaan als bibliothecaris heel wat tijd in literaire en bibliofiele nevenactiviteiten gestoken zodat ik Facebook nooit ernstig heb genomen als sociaal medium. Dat was misschien fout, maar als ik zie wat er allemaal gepost wordt, dan heb ik daar geen spijt van. Want sinds ik op FB actief ben – juni 2021 – ondervind ik hoeveel tijd ik er al heb ingestoken. Opgelet, ik heb nu meer tijd om er mij mee bezig te houden, maar het kost me ook leestijd. Erger nog: ook schrijftijd, zodat mijn volgende deel in mijn reeks boeken over boeken dit najaar niet klaar zal zijn. Maar ik maak me daar niet druk over. Met FB moet je de bluts met de buil nemen. In mijn ogen wordt er veel bullshit gepost waar ik niets aan heb. Mensen posten hun restauranteten, hun gecoiffeerde honden, hun strandvakanties, flauwe moppen, uiten hun vreugdes en hun frustraties en ga zomaar door. Het is te nemen of te laten en ik bezondig mij er ook aan.
Maar ik probeer het medium toch ook te gebruiken om mijn passie – de literatuur en de beeldende kunsten – enigszins door te geven. En in feite is dat een voortzetting van datgene wat ik tijdens mijn loopbaan deed: mensen aanzetten tot lezen en (leren) kijken. En de positieve reacties die ik toentertijd van het publiek kreeg, zijn nu de likes van vandaag. Dat mijn literaire en kunstzinnige bijdragen geapprecieerd worden, is duidelijk. Nauwelijks een jaar bezig krijg ik elke dag verzoeken tot vriendschap. Ook van wulpse vrouwen, maar die test ik met een boekenvraag en dan is de liefde snel uit. Smiley. Enfin, de 960 facebookvrienden van vandaag zijn niet altijd likers, maar ze hebben mijn teksten wel gelezen! Dat ondervindt mijn vrouw, die nog steeds in de bibliotheek werkt en telkens moet horen hoe drukdoende ik wel ben.
Het mooiste verhaal ondervond ik twee weken geleden. Een vriend (een bouwvakarbeider) met wie ik wekelijks badminton speel, leest al mijn berichten, maar heeft in zijn leven slechts twee boeken gelezen. Maar met mijn reportages over de Provence heb ik hem toch getriggerd en is hij aan zijn derde boek begonnen. Met andere woorden: ik ben een influencer. Smiley.
Jan ‘Bib’ Van Herreweghe
Zelf heb ik heel wat nieuwe vrienden leren kennen en heb ik contacten kunnen leggen met fans, familie, vrienden … van Clem Schouwenaars. En dat heeft me heel wat extra info opgeleverd. Met andere woorden, het beheren van een facebookgroep rondom een bepaalde figuur of een bepaald thema, is een meerwaarde. We zijn in feite altijd op zoek naar soortgenoten.
De slotsom is dus duidelijk: ja, Facebook is een nuttig medium, ook al erger ik me soms blauw. Maar is dat niet precies onderdeel van een democratie? Ieder zijn heug en meug. Ik sla de lege restaurantborden over en andere slaan mijn literaire en kunstzinnige teksten over. En zo hoort het!
Elk medium is net zoveel waard als zijn gebruiker
Waar nieuwe stemmen opduiken verdwijnen er ook weer andere. Geruisloos of niet. Stemmen waarvan je de berichten heel graag las en die een meer dan toegevoegde waarde aan het grasduinen op het internet gaven. Jarenlang was gewaardeerd dichter, vertaler en bloemlezer Patrick Lateur (laureaat van de VWS-prijs in 2019) een zeer frequent en onvermoeid gebruiker van blog en Facebook. Hij beschouwde Facebook altijd als een ‘vrijplaats’ die hij sinds najaar 2011 begon te gebruiken om op een kernachtige manier indrukken en ervaringen te delen die teruggaan op zijn lectuur en zijn reizen, op gebeurtenissen van culturele en politieke, religieuze en artistieke aard. Hij werd, erudiet als hij is, door heel veel mensen gevolgd. Uit de honderden berichten op blog en Facebook die Lateur postte tussen najaar 2011 en voorjaar 2022 selecteerde de auteur de boeken Efemeriden I en Efemeriden II (beide uitgegeven door Uitgeverij P). Deze bundeling van Facebook-notities kan beschouwd worden als een cultureel dagboek van de auteur Lateur, die zich zoals wel meer mensen, vanuit zijn aantekeningen op Facebook in een nieuw genre beweegt.
Ook dit is Facebook schreef Stefan Hertmans (zelf ook gedurende een periode zeer actief op de sociale media): het mooie FB-dagboek Efemeriden 1 van Patrick Lateur – bevat zijn aantekeningen van 2011 tot 2016. Of hoe elke medium zoveel waard is als zijn gebruiker.
En toch was het veelvuldig publiceren op internet in het voorjaar van 2022 bij Patrick Lateur plots over. Hij schrapte zijn Facebook-account en zelfs zijn heel rijke website die zeer vaak werd bezocht – en dat niet alleen door classici – zette hij na lang wikken en wegen op non-actief. Onbereikbaar. Een voor buitenstaanders en zeker voor hen die ook zeer van zijn digitale teksten hielden, een vreemde en bijna ongrijpbare en onbegrijpbare beslissing. Patrick Lateur gaf ons graag wat duiding bij zijn allerlaatste post op Facebook:[6]
Na lang wikken en wegen heb ik gelijk mijn blog en mijn website verwijderd en quasi onvindbaar gemaakt, op en paar oude stukken na – stel ik vast. Ik postte op 29 april 2022 onder het kopje Exit : ‘De luwte wenkt.’ En daarmee is alles gezegd.
Mijn eerste fb-tekst dateert van 06.10.2011, de laatste blog is van 29.04.2022. Het hele bestand bedraagt zowat 750 bladzijden: aantekeningen, vertalingen en citaten. De aantekeningen zijn persoonlijk, maar ook wat je vertaalt en wat je citeert en wat je daarmee in die media doet, vertelt veel over de vertaler en lezer PL.
Bij mijn zin ‘De luwte wenkt’ stond verder geen nadere verklaring en eigenlijk doe ik er best aan ook nu geen toelichting te geven. Op zich moet die uitspraak volstaan.
Ik heb me meer dan een decennium uitgeschreven in Facebook en blog (en zelfs eens elf [!] dagen op Twitter – wat een ongenuanceerd forum is me dat), en ik heb er veel plezier aan beleefd, maar ze waren minstens evenveel bron van ergernis.
Als auteur had ik er een sterk forum aan, zowel promotioneel als inhoudelijk. Vijfduizend volgers op Facebook is niet niks, maar ik besefte wel dat het reële aantal lezers werd bepaald door algoritmen. Facebook geeft een vals gevoel van vrijheid en van zgn. bekendheid. Met Fb ben ik in 2017 gestopt na lectuur van een paar kritische artikels in ‘De Groene Amsterdammer’. Ook mijn blog (en website) heb ik na lang wikken en wegen stopgezet. Maar meer dan het ‘De luwte wenkt’ wil ik daar voorlopig geen verdere uitleg voor geven.
De grootste vreugde heb ik aan Facebook en blog beleefd door de papieren verlengstukken: twee Efemeriden (P, Leuven) met dagelijkse aantekeningen, twee epigrammenboeken over goden en helden (Damon, Eindhoven) en tal van losse vertalingen die nadien ergens in een of ander boek een plaats vonden. Die digitale weg was een constante stimulans om snel dingen te delen. Ik denk aan overwegingen bij de actualiteit, reisindrukken, museumbezoeken, vertalingen van fragmenten van Aischylos, de combinatie van woord en beeld op zondagen, citaten uit mijn lectuur van boeken uit en over de oudheid, etc. Nu ik even door die 750 bladzijden struin, schrik ik zelf van dat grote mozaïek.
Nogal wat van die blog-aantekeningen hebben de laatste jaren ook op andere websites hun weg gevonden, in Nederland op een inmiddels verdwenen site van Jona Lendering en bij ons op Hic et Nunc van Patrick De Rynck. En toch houd ik ermee op. Waarom? De luwte wenkt.
Ik houd wel nog aantekeningen bij. In zo’n brouillonschrift ex illo tempore. Waaruit misschien ooit bij leven en welzijn ‘Efemeriden III’ komt met o.m. wat bedenkingen over zin en onzin van blog en website.
Posten bij het leven
Een radicale afkeer voor het schrijven en publiceren op internet heeft Patrick Lateur echter nooit gehad; daarvoor heeft hij het medium veel te lang uitgepuurd en naar zijn eigen maat geplooid. Alleen was het digitaal publiceren bij hem plotseling over. Ook op een breder niet-West-Vlaams vlak beseffen schrijvers en dichters als Jeroen Olyslaegers, Tom Naegels, Gaea Schoeters, Tessa Vermeiren, Martin Pulaski, Peter Mangel Schots, Paul Demets, Koen Peeters, Marc Reugebrink, Norbert De Beule, Stijn Tormans, Didier Vandesteene en de voorbije jaren wat in mindere mate Stefan Hertmans de mogelijkheden van het internet en de sociale media om als in een digitale speeltuin teksten mee op te tillen richting publiek. En bij gelegenheid, bij voorkeur op beschaafde wijze, wat niet altijd de evidentie zelf is, daarover ook met hhet publiek in dialoog te treden.
Een waaier aan West-Vlaamse namen draagt stuk voor stuk en op zeer regelmatige basis boeiende en begeesterende teksten aan. Het lijstje van schrijvende West-Vlamingen wiens blog of facebookbladzijden meer dan een omwegje waard zijn is lang. Op gevaar af een aantal belangrijke mensen daarbij helemaal over het hoofd te zien drop ik hierna ongehinderd, en subjectief als wat, een aantal namen.
‘Zijne witte merelachtigheid’ Joris Denoo houdt tal van blogs bij en schrijft bij wijze van vingeroefening bijna dagelijks een veelgelezen notitie die hij steevast ondertekent met de ‘Schrijver van Miljarden Flarden, geheel de uwe.’ Denoo is altijd in voor een dosis taalspelerige humor. Die humor zit ook in de bijdragen van Sarah Desplenter. Dichter Eddy D’Haenens gaat vaak een trip down to memory lane terwijl zijn collega Jan Vanmeenen vooral foto’s post. Een andere dichter en performer die veelvuldig gebruik maakt van Facebook is Jan Ducheyne die uitgeweken is naar Brussel. Ik ben van Oostende, laat hij weten. Voor mij is dat nog altijd meer ‘van de zee’ dan uit West-Vlaanderen. Ik zie een groot verschil tussen ‘van de zee zijn’ en uit Poperinge komen bijvoorbeeld. Alain Delmotte had aanvankelijk veel twijfels maar trad uiteindelijk en in de eerste plaats toe tot het Facebook-legioen om zijn leesindrukken kwijt te kunnen. Vooral over de Franse literatuur en de Franse poëzie zorgt hij mee voor veel gewaardeerde bijdragen. Op reis onderhoudt Delmotte een vakantiereeks, ‘Boeken onder boom’ getiteld.
Ook Bruggeling eminence grise en kunstcriticus Daan Rau moet als collega van Johan Debruyne op het vlak van kunst en expo vermeld worden. Zijn bezoeken aan talloze tentoonstellingen en musea triggeren veel mensen die de kunst in de kustprovincie van nabij willen volgen. Rau’s commentaren zijn een heuse verrijking van de reguliere info-kanalen, die het stilaan in dit opzicht helemaal laten afweten. Daan Rau weet als niet een dat het talent van ettelijke jonge kunstenaars en ook schrijvers zich soms zomaar doodleuk laat ontdekken via de sociale media. Siel Verhanneman ‘toonde’ haar eerste teksten aan het publiek via Instagram. Een vorm van creatief proefdraaien was dat. Intussen heeft ze al kortverhalen gepubliceerd, een roman bij Manteau, en een mooie dichtbundel uit bij de gerenommeerde uitgeverij ‘De Arbeiderspers’. Métier opdoen … Een aanloop nemen, aanscherpen van de literaire mogelijkheden, Facebook en Instagram bieden kansen te over. Zelfs de 79-jarige bejubelde schrijfster Margaret Atwood zit op Instagram.
De teksten die getuigen van aanhoudend politiek en sociaal engagement van mensen als Rik Vancoillie en de wat filosofischer ingestelde Sammy Roelant zijn wat ons betreft blijvers. De stukjes van plezierdichter Roland Derveaux zijn dat ook. Andere West-Vlaamse schrijvers gebruiken Facebook, Instagram of Twitter in hoofdzaak om hun literair werk te promoten.
Er zijn op dat vlak flink wat lijstjes om af te lopen. Een aantal namen die hier niet mogen ontbreken zijn Kristien Bonneure, Els Snick, Bart Van Loo, Koen D’haene, Philip Hoorne, Frederik De Laere, Kurt Vandemaele, Evelien De Vliegher, Maaike Monkerhey, Peter Verhelst, Patrick Cornillie, Tom Veys, Anne Provoost, Wim Vandeleene, Reinout Verbeke, Lieve Desmet, David Van Reybrouck, Geert Viaene, Ingrid Knipfer, Joost Devriesere, Heleen Debruyne, Lara Taveirne, Peter Bossu, Femke Vindevogel en vele, vele anderen
Nog anderen zien de functie en de zin van de sociale media blijkbaar helemaal anders en laten niet na om daarover regelmatig hun hartsgrondige hekel te ventileren. Ironisch genoeg gebeurt dat niet alleen in kranten en tijdschriften maar soms ook op … de sociale media. Afwezig blijven is niettemin hun roeping. En ze doen dat als gezworen sceptici met de nodige overtuiging. De bekroonde schrijfster Caro Van Thuyne is niet happig om zomaar met iedereen mee te doen en laat zich geregeld kennen als een wel heel koele minnares: ‘Ik heb een bloedhekel aan de persoonscultus van onze tijd. Literair werk kan voor mij helemaal verpest worden door hoe de schrijver zich presenteert in de media. En dus laat Caro Van Thuyne zich niet zien of horen, alleen lezen.’
Zangeres Ikraan gaf onlangs op de radio in De zomer van[7] iedereen onomwonden de raad: Je moet wegblijven op de sociale media om gezond te blijven. Je kunt niet zo gezond zijn in je hoofd en de hele tijd op Facebook of Instagram zitten; het leven is veel interessanter in het echt…
Vanzelfsprekend is dat maar al te waar. Verslavingsgevaar en tonnen tijdverlies loeren voor wie zich – swipend en scrollend – op het internet waagt, om de hoek. Het is zaak om net als met alle andere informatiekanalen jezelf als lezer en nieuwsfreak in evenwicht te houden.
Het internet en de overdaad aan informatie en quatsch van de sociale media is een zo expansieve en vaak exploderende planeet geworden dat het voor iedereen moeilijk is om maat te (blijven) houden.
Wie evenwel ongelukkig wordt van al dat ongebreideld vertoon van egotripperij en die overmaat aan apps en toepassingen geven we gewoon de raad om meteen andere oorden op te zoeken. In dat geval misschien toch maar blijven zweren bij de klassieke lectuur van een boek of literair tijdschrift?
Voor wie evenwel op een gezonde manier weet om te gaan met de immense schat aan informatie en daarbij zelf ook nog ‘s met de taal of op een andere manier creatief wil zijn, is de toegankelijkheid van de sociale media een weelde. Dat beseffen intussen ook de reguliere media en ze spelen gretig in op wat op internet wordt gepubliceerd en bekendgemaakt.
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, wist ene Johann Wolfgang von Goethe al in het jaar 1802. In de huidige tijd zou Goethe misschien wel een vooraanstaand blogger of influencer geweest zijn; wie zal het zeggen.
Het slotwoord op deze literaire wandeling is voor de man bij wie ze gestart is, Pascal Cornet:
Wanneer die beide zelfopgelegde taken (het publiceren van een tekst en een foto) elke ochtend zijn ingevuld, doe ik mijn ronde bij mijn Facebook-collega’s, weliswaar in hoge mate gestuurd door de grillen van het altijd ondoorzichtige algoritme maar toch, naar mijn gevoel, voldoende om min of meer op de hoogte te zijn van wat urgent is: je weet op de duur wie je in de gaten moet houden.
Uiteraard kan ik niet weerstaan aan de aandrang om in de loop van de dag af en toe eens te gaan kijken of er zich belangwekkende nieuwigheden of interessante reacties op mijn posts hebben aangediend. Vaak leidt dat dan weer tot nieuwe zijwegen en dwaaltochten, die op hun beurt vaak inspiratie opleveren voor nieuwe notities. Om die reden ben ik niet geneigd te stellen dat ik ‘tijd verlies’ aan Facebook, al moet ik toch vaststellen dat ik achteraf vaak weer eens niet meer weet waar ik overal heb gezeten.
NOTEN
[1] Gesprek met Pascal Cornet – vrijdag 20 mei 2022 met aanvullend mailbericht van zaterdag 21 mei 2022 [2] Mailbericht van Rino Feys van 26 juni 2022 [3] Mailbericht van Johan Debruyne op 30 juli 2022 [4] Mailbericht van Eva Vanhoorne op 30 juni 2022 [5] Mailbericht van Jan Van Herreweghe op 24 juni 2022 [6] Mailbericht van Patrick Lateur van 1 juli 2022 [7] Ikraan in ‘De zomer van‘ – Radio1, vrijdag 22/7/2022