Theater Malpertuis Tielt is en blijft een plek om te verwijlen. En veel! En vaak! Is het niet voor een straffe theatervoorstelling dan kan het nu ook voor een nieuw concept dat “Vrienden van het huis” heet waarbij mensen met een bijzondere affiniteit voor Malpertuis hun boeiendste verhalen delen met een publiek. Gisteren maakten we de eerste aflevering mee. Eddie Verbeke bracht daarin zijn boezemvriend kunstenaar Jef Claerhout (1937 – 2022) weer helemaal tot leven. Mooie causerie (Eddie Verbeke vertelt over kunstenaar Jef Claerhout) over een bij leven misschien wel onderschatte kunstenaar die zijn hele kunstenaarsleven intens en krachtig balanceerde op het slappe koord tussen kunst en ambacht.
Achteraf ging een bij momenten ontroerend gesprek door tussen de spreker Eddie Verbeke, zoon Xaveer Claerhout (oudste zoon van Jef en architect van o.a. de heropbouw van theater Malpertuis) en moderator voor Malpertuis Wim Vanseveren. Mooi initiatief dat ‘Vrienden van het huis’-concept!
Eddie Verbeke vertelt.Achteraf gesprek: vlnr Xaveer Claerhout (zoon van), Eddie Verbeke en moderator Wim Vanseveren.Jef Claerhout bij een van zijn bekende beeldengroepen uit de publieke ruimte.Een nieuw concept bij Theater Malpertuis: “Vrienden van het huis”. Straffe koffie.
In het onvolprezen Penhuis in Kortrijk – ik blijf het zeggen – ging Carlos Alleene gisteren in gesprek met Jan Vantoortelboom. De winnaar van de Boekenbon Literatuurprijs 2023 die hij ontving voor zijn recentste boek Mauk ligt mij als schrijver persoonlijk nauw aan het hart. Het is en blijft mij en vele anderen een raadsel dat deze auteur van, intussen al een oeuvre van zes hoogwaardige romans, in Vlaanderen veel minder bekendheid geniet dan in Nederland. Vreemd, heel vreemd.
Van oorsprong is Jan Vantoortelboom die sinds geruime tijd in Zeeuws Vlaanderen woont een West-Vlaming met jeugdige roots in het lieflijke West-Vlaamse Elverdinge. Carlos Alleene vroeg hem onder meer of het dorp voor hem kan gelden als “het Macondo van Vantoortelboom”. De schrijver zei niet meteen nee. Maar uiteraard kwamen in het gemoedelijke Penhuis-gesprek nog veel meer dingen aan bod. Alweer een hele fijne aflevering van het Penhuis op zondag.
De voormiddag opende evenwel al met een intens en pakkend hoogtepunt. Om de erg betreurde essayist-vertaler en dichter Piet Devos (zoon van Penhuis-organisator Gie) die ons in de voorbije week na een lange strijd tegen kanker verliet – hij mocht net geen 41 worden – heel waardig te gedenken las Carlos Alleene van Piet het prachtige en rijmende gedicht ‘Vragen aan een boom’. De Schaal van Digther brengt dit gedicht vandaag in een IM-bericht en heeft de toestemming om de komende dagen nog enkele gedichten van Piet te publiceren. Piet publiceerde in zijn jonge leven slechts twee gedichten. Verleden week kon hij nog net het verschijen van zijn bundel “Innerlijke lichtval” meemaken. Ondertussen bieden wij Gie en zijn familie en de vele vrienden van Piet onze diepste deelneming aan in dit onmetelijk verlies.
Wie bracht die boom in mij tot worteling, strekt mijn lege takken hemelwaarts, zodat ik met armen vol vogels de dag in zing?
Wie stuwt het sappig suizen onder mijn bast, dat in ruil voor suik’rend licht aan de aarde zuurstofzuivere lucht in mijn kruin optast?
Wie stut mijn lijf dat ring na ring vergaarde, en onder letsels van bijl, storm en brand, het geheim van ‘t rechtop wiegen bewaarde?
Hoe barst bedaagd vruchtvlees in een kinderhand, spreidt zoemend stuifmeel van ontbotte woorden over nieuwe verten van bloeiend verband?
Was ‘t niet het bos dat deze boom verhoorde, opnam in een gemeenzaam helend dragen, waar geen om troost of water moest vragen, daar alle elkaar velbaar toebehoorden?
Op mijn weblog schreef ik een recensie over wat ik misschien nu al mijn boek van het jaar wil noemen: “Het lied van ooievaar en dromedaris” van Anjet Daanje.
Op mijn weblog schreef ik een beschouwing bij twee tentoonstellingen die momenteel lopen in twee zalen van het Brugse Belfort:
Sant2024: Tentoonstelling Actuele Beeldende Kunst van 22/9/2024 en nog tot 3/11/2024. Hendrik Pickeryzaal, Belfort, Markt Brugge Ontmoetingen/Rencontres/Encounters/Begegnungen:Tentoonstelling Actuele Beeldende Kunst van 12/10/2024-24/11/2024. Georges Rodenbachzaal, Belfort, Markt Brugge.
Sant2024 is geheel en al terecht opgebouwd rond het fascinerende werk van Ria Verhaeghe, een Brugse kunstenaar met internationale allure.
De tekst van de ‘Inleiding op Polletanië!’, de verzamelde poëzie van Frank Pollet. Foyer Stadsschouwburg Sint-Niklaas, zondag 6 Oktober 2024
Welkom in Polletanië!
Goeie morgen beste vrienden van Frank, en vrienden uiteraard ook van de poëzie.
Toen Frank mij begin dit jaar liet weten dat hij het plan had opgevat om zijn verzamelde poëzie uit te geven en mij vroeg om daarvoor een uitleiding te schrijven moest ik daar eigenlijk niet zo heel lang over nadenken. De idee en het feit dat we elkaar zowat al eeuwen kennen was daar zeker niet vreemd aan.
Ik heb Frank leren kennen – en meteen ook zijn poëzie – in het gezegende jaar 1982 toen de dieren nog maar pas het spreken verleerd waren en toen mij hier in Sint-Niklaas de Vers-poëzieprijs werd toegekend. Vers was een toenmalig tijdschrift waarin Frank samen met nog een aantal poëziekompanen zoals Piet Brak, Armand van Assche, Freddy Van Hove en Guido Colpaert in de redactie zat.
Of Frank in die tweeënveertig jaar die sindsdien zijn voorbijgegaan geen haar veranderd is, zou ik evenwel niet durven zeggen. In elk geval hoort het haar bij hem al een paar decennia tot het absolute verleden. Maar voor de rest, nee, bij nader inzien is Frank niet eens zo heel veel veranderd. Nog altijd is hij de man die met sprekend gemak een dosis eigenzinnigheid – literaire en andere – in het vaandel draagt. Iets waarvoor ze in het Puiveldse dialect het plastische predikaat ‘nen vierkanten’ voorhanden hebben. En ook de zin voor humor die ik met hem mag delen heeft hem in al die jaren niet verlaten. Een van zijn credo’s die hij ook jongere schrijfcollega’s tijdens zijn vele lezingen en lessen overal ten lande tot op vandaag blijft meegeven is en blijft dan ook neem je werk au sérieux, maar niet jezelf. En dat doet hij intussen al sinds zijn poëziedebuut met Waterland in 1980 met overtuiging. En het dient voorts ook gezegd dat hij al die tijd bovendien een enorme literaire veelzijdigheid aan de dag weet te leggen. En zo schreef ik dus een uitleiding voor het boek dat we vandaag hier mogen voorstellen met de even mooie als stichtende titel Polletanië!.
Tot mijn verbazing bleek algauw dat Frank in zijn typoscript niet zomaar zijn poëzie had verzameld. Nee hij had meteen het snode plan opgevat om werkelijk al zijn gedichten tot dusver, de gepubliceerde bundels en ook een pak ongepubliceerde gedichten in één band te verzamelen. De meeste dichters die hun werk verzamelen beperken zich tot een bloemlezing, maar niet zo Frank. Naar zoveel vermetelheid gevraagd antwoordde hij onmiddellijk met een wedervraag: Is een beknoptere en selectievere bloemlezing eigenlijk niet al even pretentieus? Alsof je ergens het lef vandaan kunt en mag halen om te besluiten dat bepaalde gedichten minder zijn dan de andere… En ja, achteraf gezien, nu we met Polletanië! een boek van ongeveer 1,14 kg – het gewicht van 50 jaar Polletaanse poëzie – in handen hebben kan ik hem eigenlijk geen ongelijk geven. Het boek telt niet minder dan 405 gedichten die er een voor een mogen zijn.
Ook de titel typeert de eigenzinnige dichter die Frank Pollet in al die jaren geworden is. Polletanië! staat voor Frank niet alleen voor een flinke dosis ironische lichtheid maar als titel vooral ook voor een klein onafhankelijk stukje eigen wereld, de naam van een denkbeeldig land waarin hij zich min of meer onafhankelijk voelt en zelf de regels bepaalt. En het is, geloof me vrij, een boek vanjewelste geworden.
Het gerijpt vakmanschap van de dichter zorgt in zijn chronologie voor de nodige vakernst maar evengoed ook voor verzen vol kwinkslagen, grapjes en verdraaïngen. Aldi poëzie, such Lidl ding! schrijft hij in zijn bundel aLDiDa.
Ik moet zeggen dat ik mij tijdens het schrijven van mijn uitleiding bijna even goed geamuseerd heb als de dichter dat ongetwijfeld zelf ook vaak doet als hij tijdens het schrijven van zijn gedichten monkelend achter zijn laptop zit. Een en ander bracht mee dat ik veel meer tekst had dan een uitleiding nodig had. Bijgevolg groeide bij Frank en ik de idee om meteen maar een heus essay bij zijn verzameld werk te publiceren. Bij wijze van toemaatje. Dat is uiteindelijk naar een vers van Frank uit zijn bundel Zymose: “Wij worden erts dat niemand delft” geworden. Het is een vers dat perfect het wezen en het werk van de dichter vertolkt. Wij worden erts dat niemand delft… of nog: Niemand zit op poëzie te wachten en toch blijven we er van overtuigd dat we ze moeten blijven schrijven. Blij dat de uitgever Les Iles die hierbij moet geprezen worden meteen oren had om ook mijn boekje over de poëzie van Frank te willen uitgeven.
In mijn essay sta ik achtereenvolgens stil bij een aantal belangrijke aspecten van de poëzie van Frank. Ik heb het over de taal en het taalplezier van de dichter en over de manier waarop hij zijn taalchaos het liefst structureert. Het ongemak ook waarmee hij zich vaak slechts met enige tegenzin aan de poëzie begeeft. Dit ondanks het feit dat hij bij wijze van boutade ook ergens zegt dat “Poëzie een jeukende plek is die met het schrijven erger wordt”. Over onder andere het engagement van de dichter die nu en in het verleden nooit een blad voor de mond genomen heeft, heb ik het. Velen zullen zich herinneren hoe hij zich eind de jaren negentig van de vorige eeuw inzette voor het behoud van het Polderdorp Doel. Voorts fulmineert hij tegen alle vormen van onrecht, tegen het eindejaarsvuurwerk en trekt hij zoals in ‘Frida’s coole klimaatboek’ dat hij samen met Moniek schreef ten strijde voor het klimaat… Ook en dat mag niet ontbreken thematiseert Frank Pollet in zijn poëzie en in Polletanië! zijn liefde voor de plastische kunst (zie de cover met een werk van Joseph Willaert), zijn liefde voor het wielrennen en de Geelzucht die ik ook zeer met hem deel, zijn liefde voor auto’s en vooral ook die voor de muziek. Het boek bevat immers achteraan ook een soundtrack van 50 jaar Polletaanse persoonlijke muziekgeschiedenis.
Je hoort het beste vrienden ik kan niet anders dan jullie heel veel leesplezier te wensen in het land van Polletanië! Want in weerwil van de titel van mijn essay behoren de gedichten van Frank Pollet wel degelijk tot dat soort Erts dat je als poëzielezer dringend ’s moet opgraven. Polletanië! kan gelden als absolute bekroning van een halve eeuw poëzie.
Slotsom: dichters als Frank Pollet zijn broodnodig om het houtgestookte oventje van de poëzie brandend te houden. Polletanië! is wat mij betreft geen land, het is een planeet cirkelend rond het hemellichaam van de taal.
Maar daarover hoor je zo dadelijk uiteraard nog veel meer.
Zondag laatst 6/10/2024 mocht ik in de Foyer van de Stadsschouwburg in Sint-Niklaas onder brede belangstelling ‘Polletanië!’, de verzamelde poëzie van Frank Pollet voorstellen. Het boek kreeg de titel ‘Polletanië!’ mee, weegt anderhalve kilo (!) en telt welgeteld 405 gedichten. Mijn boekje dat ik aan de poëzie van Frank – al jaren een dichterlijke kompaan in crime – mocht wijden “Wij worden erts dat niemand delft” telt er … zestig. . De tekst die ik zondag bij de voorstelling uitsprak staat vanaf vandaag na te lezen op De Schaal van Digther. “Welkom in Polletanië!“. En dit via bijgaande link:
Op zondag 6 oktober 2024 wordt in Sint-Niklaas ‘Polletanië!‘, de verzamelde poëzie van Frank Pollet voorgesteld. Het boek is een sympathieke knoert van 544 pagina’s met ‘alle gedichten tot dusver‘ van Frank (405!!!) of een schitterende verzameling van vijftig jaar Polletaanse poëzie. Frank – die ik ooit leerde kennen toen mij in het gezegende jaar 1982 door het tijdschrift Vers waarbij hij, heel jong nog, in de redactie zat, de Vers-poëzieprijs werd toegekend – vroeg mij om voor het boek een uitleiding te schrijven. Iets waar ik graag op inging. Uiteindelijk is het daar evenwel hélemaal niet bij gebleven want met ‘Wij worden erts dat niemand delft‘ schreef ik in aansluiting met de uitleiding ook een ernstig maar toch ook badinerend essay over de poëzie van Frank Pollet dat gelijktijdig met Polletanië! bij LES ILES verschijnt.
De beide boeken worden voorgesteld tijdens een editie van Poëzie op Zondagmorgen in de Foyer van Sint-Niklase Stadsschouwburg. Aanvang om 10:30 u. Iedereen welkom! Er is een speciale actie voor vroege vogels, ongeacht of ze nu naar de boekvoorstelling vliegen op niet. De beide boeken zijn t/m 6 oktober 2024 samen in een Pollet-pakket verkrijgbaar voor een actieprijs van 45 euro. Wat een flinke slok op de poëtische borrel scheelt want na de voorstelling betaal je voor Polletanië! 39,50 euro en voor Wij worden erts dat niemand delft 17,50 euro.
Gisteren zondag 22/9/2024 waren we met de redactie van ‘De Schaal van Digther‘ te gast in ‘Den Hopsack’ in Antwerpen. Dit in een editie van Publiek Geheim. Het werd een bijzonder fijne namiddag! Een verslagje van de poëtische en Digtherlijke namiddag staat nu op de Digther-site.
Gisteren mocht ik samen met een flink aantal andere minnaars van het Penhuis een erg stichtende voormiddag met Benno Barnard meemaken. De eerste aflevering van de nieuwe Penhuis-jaargang 2024-2025 ging voor een keer niet door in de Orangerie van de Broeltorens maar wegens omstandigheden in een Herenhuis een eindje verderop aan de Kortrijkse Broelkaai. Benno Barnard was assertief en kwiek zoals we hem kennen en voorzien van veel fijne humor overgekomen vanuit Sussex, ergens op het Engelse platteland waar hij woont. Ontzettend en blijmoedig in vorm ook was ie. Hij werd voor deze gelegenheid zeer deskundig geïnterviewd door Luc Vanhauwaert. Zowat het hele oeuvre van Benno Barnard passeerde kundig de revue. Zowel de poëzie als zijn proza als zijn beschouwend werk. Veel viel er te noteren en vast te houden. Van narcisme over kleptomanie tot bij zijn liefde voor kinderboeken. Over de taal die nooit iets vrijblijvends kan zijn… En over het gegeven dat hij net als zijn vader geen anglofiel is maar eerder angloseksueel, wat een vergrotende trap is. Ik noteerde onderweg weer ’s met graagte dat schitterend motto van W.H. Auden dat in Barnard’s bundel ‘Het trouwservies‘ staat:
“And the crack in the tea-cup opens a lane to the land of the dead”. “De barst in de theekop opent een weg naar het land van de doden“
Voorwaar een geniaal beeld, dat ben ik al jaren met Barnard helemaal eens. Luc Vanhauwaert ging toen hij het hoofdstuk van zijn laatste boek uit 2023 ‘Afscheid van de handkus’ ook diep in op de meest ingrijpende gebeurtenissen uit het leven van de schrijver. De tragische dood van zijn dochter Anna die hem zwaar heeft getekend werd niet uit de weg gegaan. Ook Barnards aanvaring met Sharia for Belgium die op velerlei vlakken zijn ogen opende was een onderwerp. We vernamen nieuws over de voetbalcarrière van zoon Christopher en de reden waarom die van hem is mislukt. Vanwege het dragen van een bril namelijk waardoor hij in zijn jeugd voor ‘brillenjood’ verrot gescholden werd. In het West-Vlaams vertaald door Vanhauwaert als “brillekasse”. Vooral ook ging het over zijn geliefde mengvorm van het schrijven. Tot slot van de voormiddag zetten Luc Vanhauwaert en Benno Barnard in een prachtig duet de Jerusalem-hymne in. Zegmaar een indrukwekkend orgelpunt van een warme ochtend in Kortrijk
Benno Barnard verwoordde gisteren dingen die misschien enkel Benno Barnard kan verwoorden. Met graagte tekende ik bijvoorbeeld navolgende passage op die ik jullie niet wil onthouden.
“Het lijkt alsof een schrijver naar allerlei formuleringen zoekt voor zijn gedachten maar eigenlijk is het omgekeerd. Ik zoek formuleringen waardoor gedachten ontstaan. Dat is trouwens een universele ervaring van veel dichters en schrijvers, dat ze iets opschrijven en zich realiseren dat binnen het gedicht of binnen een prozatekst de tekst uiteindelijk slimmer blijkt dan zijzelf. In het gedicht circuleren namelijk oude wijsheden want die woorden zijn aangeraakt door miljoenen mensen… Gedurende soms een paar duizend jaar. Oude woorden die als het ware elektrisch geladen zijn. Dat creëert een soort elektriciteit in het gedicht waarin ze elkaar stimuleren en zo ontstaan dan gedachten waarvan je als je ze nadien overleest denkt ‘o zit dat zo’…. Dan denk ik: gossie, ik ben niet zo slim maar de geschiedenis is zo slim, de taal is zo slim, de poëzie is zo slim… “
Woorden om door iedereen (die net als ik) een citatenverzameling bijhoudt meteen te koesteren en in te lijven. Waarvoor dank!
Op zondag 6 oktober 2024 wordt in Sint-Niklaas Polletanië!, de verzamelde poëzie van Frank Pollet voorgesteld. Het boek is een sympathieke knoert van 544 pagina’s met ‘alle gedichten tot dusver‘ van Frank (405!!!). Frank vroeg mij om een uitleiding te schrijven voor het boek. Iets waar ik graag op inging. Inmiddels is het daar niet bij gebleven want met Wij worden erts dat niemand delft schreef ik ook een ernstig maar edoch ook badinerend essay over de poëzie van Frank Pollet dat gelijktijdig met Polletanië! bij Les Iles zal verschijnen. Daarover in de komende weken meer!
Het Polletanië!-Facebook-bericht van Frank Pollet: “Op zondag 6 oktober om 10.30 uur vindt in de Foyer van de Stadsschouwburg van Sint-Niklaas de presentatie plaats van ‘Polletanië!, mijn verzamelde gedichten tot dusver. 50 jaar poëzie publiceren zorgde voor 405 gedichten in een turf van 544 pagina’s. Paul Rigolle schreef een fijne uitleiding voor het boek. En een aardig extraatje, waarover een volgende keer meer. Van harte welkom op 6 oktober (Poëzie op Zondagmorgen, jawel)! Zet het a.u.b. al in je agenda. Deel maar, graag zelfs. Waarvoor dank. (De foto toont een proefboek. 1,2 kilo zwaar. Het definitieve boek is er een met afgeronde rug en een echt leeslint, voorwaar! En uiteraard met die mooie coverprent van Joseph Willaert.)”
Met Willy Spillebeen op Kunstenfestival Watou 2024
De onverwachte ontmoetingen zijn vaak de allerfijnste! Zondag laatst de zeer aimabele mens en schrijver Willy Spillebeen ontmoet in ‘De Lovie’ in Poperinge @ Kunstenfestival Watou tijdens “Landscape of the imagination“.
Een steen te mogen leggen op een stapeltje teksten. Ook dit jaar weer! ‘Jaarwerk MMXXIV‘, het jaarboek voor 2024 van de VWS komt er aan. In afwachting zetten Koen D’haene en ik alle redactie- en redigeerzeilen bij.
Het komende jaarboek viert meteen een lustrum: Dit jaarwerk is immers het tiende in de rij. En daar mag de nodige luister bijgezet worden. Meer nieuws volgt. Ook dit jaar zal het jaarboek voor elk wat wils bevatten.