Over het werk van Jan Vantoortelboom

Een peloton schrijvers gevangen in een en hetzelfde hoofd

Over het proza van Jan Vantoortelboom

Het leek wel of er een peloton schrijvers
in mijn hoofd gevangen zat, allemaal koortsig
schrijvend aan hun eigen verhaal, naden
die over en onder elkaar liepen in

een reusachtig weefsel.
(De verzonken jongen, p 293)


 ‘Iedereen ziet de boom vallen als hij geveld wordt,

Elsie,’ zei hij na een poos stilzwijgend te hebben
zitten staren door het raam, terwijl hij
haar handen bleef vasthouden.
‘Maar niemand ziet het bos groeien.’
 (De man die haast had, p 43)

Wie een bijzondere band bewaart met de Westhoek en ook nog ‘s van literatuur houdt kan onmogelijk nog voorbij aan het proza van Jan Vantoortelboom. In amper een decennium tijd schreef oud-Elverdingenaar Vantoortelboom vijf romans bij elkaar die terecht een voor een, en stuk voor stuk, met de nodige égards ontvangen werden. Zijn doorbraak beleefde hij in 2014 met zijn tweede boek Meester Mitraillette  dat net als zijn eerste De Verzonken Jongen in Elverdinge, een kleine deelgemeente van Ieper, speelt. De boeken hebben met deze West-Vlaamse setting een zeer vertrouwd aandoende en herkenbare locatie. Vijf boeken later staat er als intro op zijn facebookpagina: “Auteur, columnist, freelance redacteur & schrijfcoach, lezer, docent, dierenliefhebber”. Het vat perfect het beeld samen van wie de Zeeuwse auteur met de West-Vlaamse roots in het voorbije decennium geworden is.

Jan Vantoortelboom werd op 29/7/1975 geboren in Torhout. De familie verhuisde toen Jan nauwelijks een jaar was al naar Elverdinge, in de buurt van Ieper. De gelukkige jeugdjaren van de schrijver situeren zich om en rond de gemeentelijke lagere school en de kerktoren van het kleine dorp. Op zijn zestiende overleed zijn moeder op 42-jarige leeftijd aan kanker. Het overlijden tekende hem voor de rest van zijn dagen. Na zijn middelbare studie in Ieper ging hij aan de Gentse unief Nederlandse en Engelstalige taal- en letterkunde studeren. Tijdens een Erasmus-uitwisselingsproject studeerde hij zes maanden aan de universiteit Trinity College n Dublin. Dit verblijf ligt mee aan de basis voor zijn intense interesse in de Ierse en Angelsaksische literatuur. Nadat hij lesgaf in Brugge en Gent werkte hij ook even als… installateur van een betaalsysteem voor telefoons. Vanaf 2004 week hij uit naar Zeeland. De liefde volgend – zijn vrouw werkt als huisarts – vond hij een nieuwe thuis in Ossenisse, nabij de Westerschelde, een al even onooglijk dorp als Elverdinge. Jan Vantoortelboom  is vader van vier kinderen en geeft les in Vlissingen.

De verzonken jongen

In 2011 debuteerde Jan Vantoortelboom met de ‘coming of age’- roman De Verzonken Jongen. (1) Het boek kwam helemaal vanuit het niets de literaire wereld binnenduiken. In een vroeg Messenger-bericht liet Jan ons na zijn debuut weten: “Ik ben een wat atypisch schrijver. Ik volgde geen schrijfcursussen, heb niet geoefend. Tot mijn verbazing was mijn eerste roman  meteen een voltreffer.” De Verzonken Jongen werd bekroond met De Bronzen Uil 2011 en de Prijs Letterkunde van West-Vlaanderen 2012. Het verhaal vertelt over de wonderjaren van Bert en Stoffel Vanheule die in de jaren tachtig van de vorige eeuw in onbekommerde omstandigheden opgroeien in Elverdinge. Stoffel treedt op als ik-figuur. Alles lijkt peis en vree. De wonderjaren waren de gelukkige jaren waarin afspraken tussen elkaar nog bezegeld werden met het spugen tussen de wijs- en middelvinger van de rechterhand… Stoffel voelt na een tijdje dat er achter de figuur van zijn grootvader Victor Vanheule, waarbij ze elke zondag op familiebezoek gaan, nogal wat geheimen schuilgaan. Grootvader Victor maakte als onvervaarde jongeman de Groote Oorlog mee en was buitenwipper in Café ’t Pompkot.  Het is een ruwe, nogal primair ogende en handelende man, een bullebak met een immens litteken in zijn gezicht. Stug en onbenaderbaar. De herkomst van het litteken is een goed bewaard geheim. Stoffel raakt er zwaar door geïntrigeerd. Hij legt zelfs een verzameling ‘restjes grootvader’ (stukjes vingernagel en eelt) aan die hij bewaart in een doosje. In de slagerij van het dorp hoort hij een pak roddels rondgaan. Voor antwoorden kan hij niet bij zijn ouders terecht. Die houden hem buiten de ‘grotemensendingen’. Een brief van een notaris die plots bezorgd wordt bij zijn moeder én bij zijn grootvader zorgt voor een donderslag bij heldere hemel. Grootvader Victor verhangt zich na ontvangst van de brief aan een balk in zijn schuur en de inhoud van de brief ontneemt Stoffels moeder elke vaste grond onder de voeten. Wat later verliest Stoffel op zijn zestiende zijn moeder aan kanker. Pas aan het eind van het boek rollen alle geheimen zich uit. Grootvader Victor blijkt de vader te zijn van een dochter Elise die hij, jong nog, heeft verwekt tijdens een verkrachting van zijn lievelingszuster Lora. Victor is al die jaren vrijuit gegaan door de verkrachting op rekening te schrijven van een andere dorpeling Jef Vermeulen die door Victor is omgebracht. Het boek baadt vanwege de onderliggende geheimen in een latent broeierige sfeer. Het verhaal van Stoffel Vanheule in de jaren zeventig-tachtig wisselt om beurten af met dat van Victor dat zich afspeelt in de jaren voorafgaand aan de eerste wereldoorlog. Die techniek van verschillende, elkaar opvolgende vertelstandpunten en tijden past Jan Vantoortelboom in nagenoeg al zijn boeken toe. (1)

(Metafoor uit het boek: “Zeker was dat het bloed in ons lichaam toen troebel was, als droeve wijn.”)

Meester Mitraillette

Dat het succes van zijn debuut in 2014 nog overtroffen zou worden door Meester Mitraillette, de opvolger, had Jan Vantoortelboom niet zien aankomen. (2) Zijn tweede boek mocht als ‘boek van de maand’ opdraven in het televisieprogramma De wereld draait door en ging meteen zijn onstuitbare weg recht naar het hart van de lezer. De kernwoorden van het boek liegen er niet om: Wereldoorlog I,  platteland , Vlaanderen,  1900-1918, onmogelijke liefde, desertie en schuld…Meester Mitraillette begint met een zinderende oorlogsscène. David Verbocht staat, tot de dood veroordeeld wegens desertie, voor het vuurpeloton. Wat daaraan voorafgaat is het verhaal van een ‘ongelovige’ jonge schoolmeester die in 1913 terechtkomt in het dorp Elverdinge dat zoals overal op het Vlaamse platteland door pastoor en hereboeren wordt geregeerd. Hij is opgelucht dat hij zijn ouderlijk huis achter zich kan laten om als 22-jarige aan zijn taak als onderwijzer te beginnen. In chronologisch opgebouwde hoofdstukken vernemen we hoe hij opgroeit in Gent en de tragische dood van zijn kleine broertje ‘Rattekop’ moet verwerken waaraan hij zichzelf schuldig acht. Hij vervreemdt van zijn ouders en krijgt in Elverdinge , een bijzondere band met één van zijn acht leerlingen, de gevoelige en intelligente Marcus Verschoppen, zoon van een hereboer en de mooie Godelieve waarvoor David liefde opvat. De onderwijzer komt in het streng-katholieke dorp in botsing met pastoor Storm en wordt uiteindelijk in de gevangenis gedropt omdat men hem schuldig acht aan de verdwijning en de dood van Marcus. Wanneer de oorlog uitbreekt wordt hij door de rechter naar het front gestuurd waar hij onder het commando komt van… boer Verschoppen. Ook in dit verhaal is een nevenrol weggelegd voor de zwijgzame, weerbarstige grootvader Victor Vanheule. Heel jong nog is hij zowat verliefd op zijn zus Lora, bewerkt het land en is buitenwipper in het dorpscafé ’t Pompkot. Hij trekt halsoverkop naar de oorlog, verricht er heldendaden en redt er op een bepaald moment het leven van David Verbocht. Uiteindelijk haalt de onderwijzer het einde van de oorlog niet en wordt na een vermeende desertie terechtgesteld.
Jan Vantoortelboom baseerde zijn boek gedeeltelijk op ware feiten en aantekeningen die de toenmalige schoolmeester Constant Tamboryn tijdens de eerste wereldoorlog bijhield. (2)

(Metafoor uit het boek: “Na het gesprek met Victor was ik erg onrustig, alsof een kolonne mieren met hun kaken aan mijn aders knaagde.”)

De man die haast had

Een totaal ander taal- en stijlregister hanteert de schrijver in De man die haast had, het derde boek van Jan Vantoortelboom dat al een jaar later, in 2015, verschijnt. (3) Leon, het hoofdpersonage is er als kind getuige van hoe Elsie die op hem komt babysitten een dramatische val maakt. Als gevolg daarvan raakt ze zwaar gehandicapt. Die noodlottige val zal Leon zijn hele leven lang tekenen en er ook voor zorgen dat hij totaal illusieloos en solitair in het leven staat. Studeren en een boeiende job vinden acht hij zinloos. Ook onttrekt hij zich aan de dwingelandij van elk tijdsbesef. Hoewel Elsie, het kindermeisje op een vegetatieve manier in een zorginstelling verderleeft bezoekt hij haar wekelijks en vertelt haar hoe het er in zijn eigen leven aan toegaat. Elsie is de enige persoon waarmee hij een emotionele band heeft. Leon is inmiddels conciërge geworden op een middelbare school en leidt een teruggetrokken bestaan. Wel wordt hij verliefd op lerares Liliane Lavie die dol is op hem en bij hem intrekt. Wanneer zijn vriend Bertrand die als leraar op de school is komen werken vader wordt wil ook Liliane aan kinderen beginnen. Leon ziet dat na wat hem zelf in zijn jeugd is overkomen helemaal niet zitten en maakt een afspraak in het ziekenhuis om zich te laten steriliseren. Liliane is furieus en verlaat hem. Daarna komt hij regelmatig te laat op zijn werk en wordt uiteindelijk door de schooldirecteur ontslagen.

Geïnspireerd door een man die hij geregeld in de weer ziet op de Westerschelde – het boek heeft voor het eerst Zeeuws-Vlaanderen als locatie – bouwt Leon zelf ook een motorbootje en neemt, eens dat af is, Elsie uit de instelling mee om met haar te gaan varen. In een verrassende slotscène en uit diep mededogen maakt Leon een einde aan Elsie’s leven. Omdat Elsie aan epileptische aanvallen leed gaat iedereen uit van een ongeval. Na het drama wordt Leon opgenomen in een psychiatrische inrichting. Hij zal nooit nog een woord spreken. (3)

(Metafoor uit het boek: Leraars zijn de verdrevenen der aarde. Het legioen der zieke geesten.)

De drager

Van nog een andere orde is De drager (5) het vierde boek van Jan Vantoortelboom dat in 2017 het licht ziet (4). Vantoortelboom verplaatst dit keer de plaats van actie naar Wenen, Bratislava en Muranska Planina in Slowakije. Ook dit zijn, net zoals in zijn vorige boeken plaatsen die hij zelf zeer goed kent. Zijn eigen broer is immers werkzaam in Slowakije.
De drager vertelt het verhaal van een vriendschap tussen twee mannen en brengt daarmee ook heel scherp de botsing tussen twee persoonlijkheden in beeld. Bruno Doran en Nicolas Vanneste kennen elkaar al van toen de familie van Bruno naast die van Nicolas kwam wonen. Nicolas, vijftien toen, raakt in de ban van zijn wat vreemde buurjongen die op een meer dan normale manier begeesterd wordt door een niets ontziende passie voor de natuur. Later komt Nicolas er achter dat zijn eigen ‘blijvende, irrationele toewijding aan die vriendschap voor Bruno’ afkomstig is van het schuldgevoel dat hij met zich meedraagt omdat zijn ongeboren tweelingbroer drie dagen voor de bevalling in de baarmoeder stierf zodat hij kon overleven.
Het boek begint met een cursief gezet gedeelte waarin Bruno, compromisloos als hij is, in een stomende scène met de blote hand een mannetjesedelhert doodt dat ‘toch niet sterk genoeg meer was om te overleven’. Ook het einde is een cursief gedeelte waarin een ‘vliegend hert’, het insect,  in de kamer van de jonge knaap Bruno rondvliegt. Daartussenin ontwikkelt zich een verhaal waarin geweld, schuld en misleiding voor onverwachte en spannende wendingen zorgen. Nicolas is als ICT-er in dienst van Communication Management Systems. Bruno doet als bioloog samen met professor Vanderbilt onderzoek naar de appelbloesemkever in het Slowaakse Tatra-gebergte. Nicolas moet voor een onverklaarbare ‘bug’ in het  softwareprogramma waarvoor hij verantwoordelijk is naar een Hotel in Wenen. Vermits Wenen slechts op een boogscheut verwijderd is van Bratislava (Slowakije) waar Bruno woont, spreken de mannen af dat ze elkaar, wanneer de software-klus geklaard is, na lange tijd, nog ’s zullen ontmoeten bij Bruno thuis in Bratislava. Er is in de voorbije jaren immers ook een bijzondere vriendschap gegroeid tussen Miko, het zoontje dat Bruno heeft met Kristina en Nicolas en dat lijdt aan een erfelijke ziekte. Miko noemt Nicolas, die zelf geen kinderen heeft omdat zijn ex-vriendin die niet wilde, zijn oom.

Nicolas ontdekt dat het software-programma in het hotel moedwillig door de manager wordt gesaboteerd. Plots komt Bruno in het hotel in Wenen opdagen en geneert zich niet om bij wijze van hulp aan Nicolas de man die het IT-systeem moedwillig ontregelt even hardhandig buiten dienst te stelllen. Bruno vertelt Nicolas dat professor Vanderbilt tijdens hun werkzaamheden uit een boom is gevallen. Dat ongeval blijkt evenwel later een verdacht ranzig kantje te hebben. In Bratislava vraagt Bruno Nicolas mee voor een nachtelijke tocht in het onherbergzame Tatra-gebergte. Ook dit is niet zo onschuldig en avontuurlijk als het lijkt.
Op het einde van het boek blijkt dat Bruno Nicolas als gijzelaar heeft gebruikt om te ontkomen aan de politie  vooraleer hij uiteindelijk wordt opgepakt. Net als De man die haast had plaatst Jan Vantoortelboom in De drager twee werelden, twee manieren van leven, tegenover elkaar. De harde Darwin-geïnspireerde ‘survival of the fittest’ en meedogenloze overlevingsstrijd van de natuur van Bruno tegenover de empathische gevoelige ICT-logica van Nicolas.  De biologie tegenover de informatietechonologie. Bruno wil het menselijk ras toekomstbestendig maken door het uitselecteren van de sterksten, slimsten en gezondsten onder ons terwijl Nicolas iets wil ontwikkelen om de zwakste weggebruikers te beschermen. Een mooi verband wordt ook gelegd tussen de ‘ant en swarm-technology’ van de insectenwereld en de IT-industrie. Het boek bevat voorts een merkwaardige ‘voorafspiegeling van wat ons te wachten staat’ in die passage waar Bruno het heeft over virussen die als grootste vijand van de mens moeten worden gezien. Het boek verscheen in 2017. Drie jaar later heeft de realiteit de literaire mogelijkheid in kracht helemaal achterhaald. Het lijkt wel visionair.

(Metafoor uit het boek: “Een praalhans op een Harley, met gevlochten sik en in wat leek op een grijs mollenvel gesnoerd.”)

Jagersmaan

In Jagersmaan, (5) zijn recentste boek uit 2019, knoopt Jan Vantoortelboom opnieuw aan met het leven en werk van geweldenaar grootvader Victor Vanheule. En hoe! Ook nu weer start het verhaal in Elverdinge. In afwisselende, elkaar opvolgende hoofdstukken vertelt Vantoortelboom het verhaal van Victor en zijn lievelingszus Lora en dat van zijn moeder Maria. Victor is na de eerste wereldoorlog teruggekeerd in Elverdinge en wordt in het jaar 1922, nadat hij vader geworden is van een onwettige dochter Anna bij zijn jeugdvriendin Angela, door zijn moeder Maria die de schande in Elverdinge niet meer kan dragen met de nodige mentale dwang aangemaand om de Red Star Line te nemen en uit te wijken naar Amerika. Victor neemt in Antwerpen de boot maar wordt door twee Ierse mannen die soldaten ronselen voor de burgeroorlog in Ierland gedwongen om voor de kust van Ierland in zee te springen en aan land te gaan. Victor wordt in Ierland opgevangen in het gezin van Manus. De familie wordt evenwel het slachtoffer van de bloedige strijd. Samen met Kitty, een tienjarig weesmeisje, begint Victor vanuit Limerick een zwerftocht doorheen het woelige land met de bedoeling Dublin te bereiken. Kitty sterft evenwel onderweg. Victor zal in Dublin de boot nemen die hem terug in Elverdinge zal brengen.
Vantoortelboom hanteert in dit boek alle tinten van het Naturalistisch Palet. Het verhaal heeft een melodramatische kant dat kan wedijveren met de meest intense Ierse Folksong maar weet niettemin opnieuw met overtuiging een episode te evoceren uit het leven van Victor Vanheule, met voorsprong de meest intrigerende figuur in het oeuvre van Vantoortelboom. Het boek heeft een open einde. Niet uitgesloten dus dat Jan Vantoortelboom vroeg of laat de draad met Elverdinge weer opneemt.
De auteur modelleerde de figuur van Victor Vanheule naar het beeld van zijn eigen twee grootvaders:  “Mijn grootvader aan moeders kant heeft zich opgehangen in het jaar dat ik geboren ben. Mijn andere grootvader is tijdens de wereldoorlog naar Frankrijk gevlucht. Victor is een donker, mysterieus figuur.” Ik ben nog niet van hem af” (6).

Tegelijkertijd met Jagersmaan bracht uitgever Atlas Contact een omnibus uit met de eerste twee delen van wat je ondertussen de Elverdinge-trilogie kunt noemen. (7)

(Metafoor van het boek: “Ik ben weggelopen van mijn land, liefde en leven, als een hond van zijn stront.”)

Planeet Elverdinge

Auteur Jan Vantoortelboom weet als geen ander dat je als schrijver nog het beste schrijft over situaties en omgevingen die je door en door kent. Vanuit eigen ervaring weet hij hoe het er in een klein dorp in Vlaanderen aan toegaat. Elverdinge is, in de schaduw van Ieper en midden de Westhoek en de heel nabije resten van de Groote Oorlog, slechts een zakdoek groot. Het dorp, gelegen op de historische heirbaan tussen Cassel en Oudenburg, heeft heel vroeg al geleden onder de Beeldenstorm en tijdens de eerste wereldoorlog werd het nagenoeg helemaal verwoest. Er wonen amper een goeie tweeduizend zielen maar er is een tijd geleden wél een zeldzame paddestoel, de ‘Viooltjeswasplaat’, aangetroffen. In een ommegang in ‘7 staties’ rond de kerk kun je gaan ‘dienen’ tegen reuma. Vooral bij Statie 6 ‘De H.Livinus draagt zijn eigen hoofd’ is het als reumapatiënt aangewezen om halt te houden. Het dorp is om velerlei redenen uitstekend geschikt om als prototype te dienen om het leven te schetsen in een dorp uit ‘La Flandre profonde’.  Of de plek van jouw jeugd een dorp of een stad is maakt niet uit voor iemand die ze literair kan verheffen tot een bredere epische metafoor, een epicentrum van een veel grotere wereld. De schrijver van De verzonken jongen slaagt er in zijn romans in om van het dorp Elverdinge een kleine geheel eigen planeet te maken waar het leven representatief is voor wat zich op een groter algemeen menselijk niveau afspeelt en van alle tijden en van alle plaatsen is. Dat is het wonder waartoe de kunst van de roman ook in triviale tijden in staat blijft.

De impressies en invloeden van de plek van onze jeugd maken ons tot wie we zijn. De bewust gekozen locatie van zijn romans zijn voor hem tekenend en vervullen hem met een dankbaarheid tegenover het verleden dat hem heeft gemaakt tot wat hij is  (8).

En toch had Jan Vantoortelboom met het kiezen voor de locatie van het dorp van zijn jeugd niet de bedoeling om er een archetypische plaats van te maken waarnaar mensen naderhand met de Vantoortelboombustour vanuit Nederland naartoe zouden komen. Na de vroege dood van zijn moeder had de schrijver enkel nood om met zichzelf in het reine te komen. Hij die in het schrijven aanvankelijk een therapie zocht werd verrast: het schrijven en de verhalen die in hem leefden gingen met hem aan de haal. Van therapeutisch schrijven kwam uiteindelijk niets in huis. De verhalenverteller in Jan Vantoortelboom was geboren!

De wereld draait door

Jan Vantoortelboom kreeg na het verschijnen van zijn debuut het niet licht te dragen epithetongroot literair talent’ aangemeten.  Hij maakte dat ook helemaal waar. In ‘De Wereld Draait Door‘, de met cultallures beladen Nederlandse talkshow van Matthijs van Nieuwkerk, werd zijn tweede boek Meester Mitraillette in februari 2014 aangeprezen als ‘boek van de maand februari 2014’. Van toen af schoot Meester Mitraillette als een komeet door de boekenwereld. Waarmee nog maar ‘s bewezen werd dat 5’ televisie meer doen voor de verkoop van boeken dan twintig goeie recensies. Meester Mitraillette werd in 2016 in het Engels vertaald en uitgegeven door uitgeverij World Editions onder de titel His name is David. (9) Het verscheen later, meesurfend op de aandacht voor de Groote Oorlog, ook nog in de VS en in Canada. Het wil wat zeggen!

Het boek haalde een oplage van meer dan 30000 exemplaren. De schrijverscarrière van Jan Vantoortelboom was al na zijn tweede boek in volle vaart vertrokken. Weinig andere auteurs kunnen daar gewag van maken. Met Jan Vantoortelboom vinden wij het overigens bijzonder treurig dat er in Vlaanderen niet eens een goed boekenprogramma op televisie bestaat. Het literair succes van Jan Vantoortelboom valt hem, het dient gezegd, vooral te beurt in Nederland en in Zeeland waar hij sinds 2004 woont. In Vlaanderen is de respons van zijn boeken merkwaardig genoeg minder nadrukkelijk. De Zeeuwen daarentegen hebben hem des te meer omarmd! Al zijn boeken werden genomineerd voor de Zeeuwse literatuurprijs die hij in 2015 ook effectief won. Voor zijn gehele oeuvre werd hij in 2019 bovendien de Prijs van de Zeeuwse Boekhandels toegekend. Sinds begin 2020 schrijft Vantoortelboom columns voor de PZC (Provinciaal Zeeuwse Courant). Een nieuwe uitdaging die hem zeer bevalt. Intussen voelt hij zich zowaar al meer Zeeuw dan hij Elverdingenaar is geweest.

Beeldschrijver

De romans van Jan Vantoortelboom, de ‘Elverdinge-trilogie’ in het bijzonder, zijn geschreven in een af en toe wat rauw aandoend Nederlands met heel veel West-Vlaamse accenten. “Fraai Vlaams” noemen ze dat in Nederland waar ze ook tuk zijn op de familiegeschiedenissen in zijn boeken. Maar in De man die haast had en in De drager bewijst Vantoortelboom dat hij het ook veel beknopter en zakelijker kan. Voorts is het al sinds zijn debuut opvallend hoe groot zijn vermogen is om heel natuurlijke dialogen neer te zetten. Hoewel hij in zijn laatste boek teruggrijpt naar de Elverdinge-topic en de moeder van Victor Vanheule een particulier Vlaams taaltje laat spreken, is het duidelijk dat het schrijverschap van Vantoortelboom nog heel wat richtingen uit kan. Zijn thema’s heeft hij al een tijd gevonden. Het verlies van kinderlijke onschuld en de dood van de moeder dat als onderwerp in bijna al zijn boeken voorkomt,  zorgen voor de donkere grondtonen in zijn werk. De broeierige onrust in zijn personages blijft volop aanwezig. Het lijden, omgaan met en verwerken van schuldgevoel komen in elk boek terug. Met een scalpel ontleedt hij familiebanden, ouderschap en vriendschapsrelaties. “Met schrijven raak ik aan de essentie van mezelf, mijn eigen gevoelens en daarmee aan iets universeels. Dat ervaar ik als zinvol. Elke schrijver begint denk ik in eerste instantie voor zichzelf met schrijven,maar het is voor mij een eyeopener geweest dat wat ik schrijf ook anderen kan beroeren. Ik had nooit verwacht dat ik dat zou  bereiken.”, verduidelijkt hij zijn schrijverschap in een interview met Vivian De Gier in Boekensalon (10). Alomtegenwoordig in zijn werk is ook de natuur die al van jongsaf zijn grote interesse meedraagt – hij kweekt in Ossenisse zelf dieren – en die als tegengewicht geldt voor wat latent in zijn figuren weegt: de getormenteerde ziel van de futiele en tijdelijke mens (11). Merkwaardig is wel dat zijn boeken – die perfect afzonderlijk kunnen worden gelezen – nauwelijks uitgesproken engagement bevatten. Zelden neemt de schrijver een maatschappelijk standpunt in. Ook niet in de klimaatproblematiek waarvan je zou denken dat ze hem vanwege zijn liefde voor de natuur nauw aan het hart zou moeten liggen.

Hij typeert zichzelf liever als een beeldschrijver die zichzelf met de jaren steeds meer de tijd gunt om telkens weer het juiste beeld te vinden dat associaties weet op te roepen. “Vantoortelboom is de psychologische Lode Zielens van vandaag. Zonder het cynisme van Kurt Köhler, maar met de uitzichtloosheid van Jan Walravens. Een verteller om in ere te houden”, schrijft Lukas De Vos in zijn recensie over De man die haast had (12). Er worden verbanden gelegd met oude eminenties als Streuvels, Buysse en Boon. Zijn eigen schrijfkot heeft hij ‘het Tortelnest’ genoemd… Een knipoog naar Streuvels?

Slot

In zijn inleiding op een heruitgave van A Farewell to Arms (Afscheid van de wapenen) van Ernest Heminway heeft Jan Vantoortelboom het over het verblijf van Hemingway in Parijs en vermeldt dat de grote Amerikaan aldaar zijn bekende‘theory of omission’ ontwikkelde. Ook wel de ‘IJsbergtheorie’ genoemd. Deze theorie van nobelprijswinnaar “Big Hem” komt neer op de gedachte dat wat bekend is voor de auteur maar niet in zinnen wordt gegoten even, zo niet belangrijker is dan wat er daadwerkelijk op papier verschijnt. De weggelaten informatie maakt het verhaal krachtiger en laat de lezer meer voelen dan wat hij begrijpt. Zijn taal is zelden emotioneel, maar controleert de emotie. Dat geldt heel zeker ook voor het niveau dat Jan Vantoortelboom bereikt in de romans De man die haast had en De drager. In de Elverdinge-trilogie heeft hij dan weer bewezen dat met Jan Vantoortelboom een rasverteller in de Nederlandstalige literatuur is opgestaan. In een passage in De Verzonken Jongen laat hij Stoffel, de hoofdfiguur navolgende vaststelling maken: “Het leek wel of er een peloton schrijvers in mijn hoofd gevangen zat, allemaal koortsig schrijvend aan hun eigen verhaal, naden die over en onder elkaar liepen in een reusachtig weefsel.

Benieuwd wat de man die veel schrijvers in hetzelfde hoofd met zich meedraagt de komende decennia nog voor ons in petto heeft. En welk soort schrijver hij uiteindelijk zal worden.

© Paul Rigolle
(15/8/2020)
Dit artikel verscheen eerder in het VWS-Jaarboek ‘Jaarwerk MMXX’-2020

Leeslijst
1. Jan Vantoortelboom, De verzonken jongen. Amsterdam/Antwerpen: Contact, 2011
2. Jan Vantoortelboom, Meester Mitraillette. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2014
3. Jan Vantoortelboom, De man die haast had. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2015
4. Jan Vantoortelboom, De drager. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2017
5. Jan Vantoortelboom, Jagersmaan. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2019
6. De scriptor in gesprek met Jan Vantoortelboom (15/3/2014)
http://interviews-auteurs.blogspot.com/2014/03/jan-vantoortelboom.html
7. Jan Vantoortelboom, Omnibus. De Verzonken jongen en Meester Mitraillette, Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2019
8. Paul Rigolle, Dertig dagen en een versierhandboek, Over de Westhoek in de recente West-Vlaamse literatuur, Jaarwerk MMXVI – VWS-Jaarboek over  2015-2016
9. Jan Vantoortelboom, His name is David. Engels, World Editionas International, 2016 (Vertaling van Meester Mitraillette)
10. De boekensalon, Jrg. 15 (2015), nr. 3, p.14-21 (Dossier)
11. Ik zie mezelf als een beeldschrijver. Hebban – Interview met Jan Stoel (26/5/2019)
https://www.hebban.nl/spot/literatuurclub/nieuws/jan-vantoortelboom-ik-zie-mezelf-als-een-beeldschrijver
12. Lukas De Vos over De man die haast had. Knack-Boeken, 3/3/2015

Thuissite: www.janvantoortelboom.nl

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *