
Bron: Fietsenatelier Frans Laevens. Alaam van de kenner!
Uit de woordenboeken:
alaam (het ~, -en)
– alg.: gereedschap, verzameling werktuigen, alm
– fig.: spottende naam voor mannelijke geslachtsdelen, vgl: gerief
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Alaam, allam (met verwisseling van accent ALM, ALEM): Het woord was en is alleen in Zuid-Nederland en in Zeeuwsch-Vlaanderen bekend en daar nog thans algemeen; het beteekent gereedschap.
< Middelnederlands: ‘allame’ < andlame, waarbij and- overeen komt met eerste deel van ‘antwoord’ en -lame vergelijkbaar is met Eng. ‘loom’. Hetzelfde woord als Oudengels andloman (meervoud) dat “gerief, gereedschappen” betekende, evenals “penis”.
Gezegden:
– alg.: Zijn alaam kennen: zijn vak verstaan (Teirlinck (1908))
– fig.: Een aardig stuk alem: een rare kwant (Joos (1900-1904)
Van Dale 2014 online: Belgisch-Nederlands, archaïsch
vnw:
•gereedschap
•stuk gereedschap, materiaal
zie ook alaambak
– In de Brico zal je alle alaam vinden die je nodig hebt om parket te leggen.
– Als de buurman zijn fietsbroek aan heeft, zie je heel duidelijk zijn alaam zitten.
– “Dyveerssche halaemen dienende ter neerrynghe der draperye als scietspoelen, caerden ende dier ghelycke,” – uit de Spelen van Cornelis Everaert, ca. 1530
In West-Vlaanderen wordt het nog dagelijks gebruikt, en als ik mij niet vergis is de lange a zelfs geen (of niet noodzakelijk) een keel-a.
Wat Oost-Vlaanderen betreft heb ik het althans in het Waasland nog nooit niet gehoord. Toegevoegd door nthn op 22 Aug 2021 18:50