Dorp van de Tien, dorp uit de duizend waar mijn moeilijk Portugees van mijn taal de hoeken schuurt en rondt.
(Taal die ik wil spreken. Taal die mij van de waarheid de woorden doet verzinnen.)
De oceaan ligt achter ons, de klamme kust een herinnering. De warmte zet ons als in een stolp te kijk. Veel meer dan wat er van onze reizen rest hou ik over.
Wie hier nog de dingen en de dagen meten wil moet wel met klem ontkennen dat de dingen niet te meten zijn.
Het gedicht ‘Aldeia das Dez’ schreef ik na een vakantie in Portugal in juni van het gezegende jaar 2010. …/… Dit gedicht staat sinds vandaag ook op de pagina “Alle gedichten tot dusver en verder” waaraan ik, ik maak mij sterk, af en een oud of nieuw(er) gedicht zal toevoegen.
Verleden week maakte ik met plezier drie dagen zoek in Het Noorden. ‘La Piscine’, ‘Villa Cavrois’ en ‘Musée Matisse’, het zijn stuk voor stuk plaatsen die meer dan ‘le détour’ verdienen. Als uitvalsbasis was ‘B&B De Deugdzonde’ in Sint-Denijs uitermate geschikt. Een verslagje staat op mijn weblog. Meer foto’s vind je op deze publieke facebook-pagina.
Leesnotities – Op het leeslijstje (11) Over ‘Dit is mijn moeder‘ van Tommy Wieringa
“Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen”
Een van de allermooiste moederportretten die ik de voorbije dagen, én zeg zelfs maar jaren, gelezen heb is het uitgepuurde monument dat Tommy Wieringa optrekt voor zijn overleden moeder in ‘Dit is mijn moeder’.
Wieringa, in zijn vroegste jeugd teruggekeerd uit Aruba, is en blijft wat mij betreft een van de Nederlandstalige auteurs van wie je als lezer alles wil lezen wat je maar van hem onder handen kunt krijgen. Dit uiteraard alweer ‘tot spijt van wie het benijdt‘. Ooit was hij, naar het heet, ‘aanstekerverkoper op de openbare markt’, maar nu durven we hem hier zonder dralen een van de allergrootste aansteker-stilisten noemen die onze literatuur momenteel rijk is. Ooit liet hij zich, aan het eind van de vorige eeuw, in een interview in het tijdschrift ‘Vooys’ de gevleugelde woorden ontvallen: “Ik geef niets om diepe gedachten, alleen om mooie zinnen.” Het typeerde hem zeer en het typeert hem twee decennia later nog altijd. Het is ook exact de reden waarom ‘Dit is mijn moeder’ zo’n warm en intiem lezend moederportret is geworden. In korte hoofdstukken, waarin hij het niet alleen over zijn moeder heeft maar ook over eigen herinneringen aan haar, schetst hij tot in haar laatste levensdagen, verteerd als ze is door kanker, een beeld van zijn complexe en woelige relatie met de vrouw die hem al “halvelings in de steek liet” toen Tommy pas twaalf was.
Het boek dateert al van 2019 en is geschreven “Ter nagedachtenis aan Lia Wiersema (1942-2015)” zoals het vooraan vermeld staat. Met Wieringa zit je mee aan haar sterfbed ‘met het opschrijfboekje in de hand om de woorden uit haar mond op te vangen’. Uiteraard: ‘Een vruchteloze bezwering. ‘Niet één woord dat ik opschrijf vervangt ook maar een ademtocht van dat onstuimige, tegenstrijdige leven van haar.’ (In het hoofdstukje ‘Totaal oranje kamer’). Na lezing van ‘Dit is mijn moeder’ ga je het bijna betreuren dat je die onbuigzame stijlvolle dame nooit persoonlijk hebt mogen kennen. Al zal het voor de kleine Tommy Wieringa niet zo vanzelfsprekend geweest zijn om in haar buurt op te groeien. Ook al was hij, naar blijkt uit dit liefdevol geschreven boek, sterk genoeg om al van jongs af aan haar recht op excentriciteit te verdedigen.
Fragment: “Bij het ontbijt in de tuin vertel ik mijn neefje over de Struikelrover, een rover in het bos die je altijd hoort aankomen omdat hij de hele tijd ergens over struikelt. Aan het eind van het verhaaltje geeft iedereen de Struikelrover altijd vrijwillig wat hij wil hebben omdat het anders zo zielig is voor hem. De Struikelrover en zijn vrienden Bloedige Ernst en Houten Dief worden vaak op de hielen gezeten door Generaal Pardon en zijn mannen; nou ja, ik heb er zelf in elk geval veel plezier van. Wanneer de zon op zijn hoogtepunt is brengen ze me naar de boot. We zwaaien alsof we elkaar heel lang niet zullen zien.” (Fragment ‘de Struikelrover’, p 22 – Dit is mijn moeder)
De volgende Wieringa op mijn leeslijstje is wellicht zijn meest recente boek ‘Gedachten over deze tijd’ uit 2020, een verzameling essay’s en columns die eerder verschenen in NRC.
Het maakt een verschil van jaren. Hier, neergestreken in dit oude oord dat Recanati heet, bewoon ik het landschap van voor de regen terwijl thuis de struiken in mijn kamer groeien.
Het hoofd te bieden aan wat voorafging, Wallace! Het leven blijft ons voorgaan in wat we zijn begonnen. De stukken die we hebben weggenomen, voegen we jaren later opnieuw aan onze archieven toe tot we denken
iets nieuws te hebben uitgevonden. Het een draai te geven, tot slot! Een krul in een geschrift. Vol ontzag te buigen!
Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles waargemaakt in wat er staat geschreven.
Af en toe publiceer ik op deze pagina’s een nieuw of oud gedicht; van vroeger of van vandaag. Op de pagina “Alle gedichten tot dusver en verder” worden ze verzameld.
“De landschapschilderingen lijken te zijn geschilderd tijdens een aardbeving. De Escalier Rouge is een trap-straatje tegen een heuvel opgaand in Cagnes (een plaatsje in Zuid-Frankrijk waar Soutine een tijd heeft gewoond); het moet in werkelijkheid recht zijn geweest, maar bij Soutine kronkelt het als een lavastroom. Vergezichten van huizen boven op een heuvel in het dorp laten zien dat de aarde draait- en verdomd hard ook. “
Mag ik jou, mag ik jullie voor het nieuwe jaar alweer het allerbeste wensen. Ja, natuurlijk mag ik dat! Héél veel liefde, geluk, veerkracht en vooral veel Schoonheid gewenst voor een zo gezond mogelijk en creatief 2023.
Wie in extremis nog iets zou zoeken voor eindejaar, en ook nog houdt van wielrennen – het een hoeft het ander niet uit te sluiten – dan is er de “Koerskalender 2023”. Oordeelkundig voor Uitgeverij Lannoo samengesteld door Geert Vandenbon die ook nu weer voor een heel mooi ensemble van wielerweetjes en fietswijsheden zorgt. Dit jaar zijn er drie teksten van mij opgenomen: Op zaterdag 29/4/2023 staat ‘Het lied van Dylan Teuns’ na te lezen. Op donderdag 15/6/2023 lees je ‘Niet het rijden’ en op dinsdag 24/10/2023 vind je mijn wielergedicht over die alombekende plek uit de recente wielergeschiedenis ‘La Planche des belles filles’.
Een mens die schrijft vindt veel teksten terug waarvan hij zich het bestaan niet meer herinnert. Of beter veel ‘aanzetten’ tot teksten waarvan hij in geen velden of wegen de essentie terug kan halen. Vandaag vond ik de beginwoorden van een recensie terug die ik nooit heb afgemaakt. Die ik dus met andere woorden nooit geschreven heb. Ze dateert van 12/2/2019…
Ik wil hier de naam van de besproken dichter niet vernoemen want dat doet er in deze helemaal niet meer toe. “De teksten van x smaken naar sjoekroet. Er blijven na lezing restjes tussen je tanden steken” lees ik nu.
Wat zou ik daar toen mee bedoeld hebben? Bij nader inzien lijkt het mij toch maar best dat ik die recensie toen in februari van dat vermaledijde precorona-jaar nooit heb afgemaakt… Per slot van rekening kan een mens immers nooit vrienden genoeg hebben in dit leven.