Honderd jaar José Vermeersch

“Wat overblijft na het werk”

Achteloosheid… Soms legt een impressie zich vast zonder dat je er veel erg in hebt. Zoals het geval op deze foto die ik zaterdag nam in het atelier van José Vermeersch. N.a.v. de expo “100 jaar José Vermeersch”.

Bron van de foto: De “restjesbak in het atelier“.

Meer info:

www.atelierjosevermeersch.be
www.toerisme-leiestreek.be/vermeersch
https://www.instagram.com/atelierjosevermeersch/

#100jaarjosévermeersch #josévermeersch #lendelede #detroostvankunstentuinen #watrestzegtveel

Wat blauw is gaat nooit weg

Nieuwjaren in september

Een glas op Hét Leven

Een zondag in september… Geen tijdstip is beter geschikt om met je ‘petekind’ (Ward Rigole) te toasten op “de aerokogel uit Schepdaal”, Remco Evenepoel zijnde de nieuwe wereldkampioen en Hét Leven. Die fles ‘Tomasella Spumante Rigole’ maakte het tafereeltje naar ons gevoel helemaal af.

Hoe het is om een lichaam te zijn in deze wereld

Antony Gormley in Museum Voorlinden in Wassenaar

Een uitstapje naar onze Noorderburen daar zeg je, wat mij betreft, nooit neen tegen. Zeker niet als je even mag logeren met uitzicht op het Braassemermeer in een lieflijke plaats die Roelofarendsveen heet.

Directe aanleiding van ‘ons omwegje’ was de tentoonstelling ‘Ground’ van alweer één van onze all-time-favorites-artists Antony Gormley, in het Museum Voorlinden in Wassenaar. We leerden het werk van Gormley al kennen in het gezegende jaar 2003 toen hij honderd (100!) van zijn gietijzeren mensen in diverse gedaantes op het strand van De Panne plaatste. ‘Another Place’ was toen zijn verbluffende bijdrage aan Beaufort 2003 die, voor wie ze heeft gezien, nog heel lang na datum bleef nazinderen. Later smaakten we van Gormley zeer fel zijn scenografisch werk voor een aantal dansvoorstellingen van Sidi Larbi Cherkaoui. En ooit willen we, zoals wel meer Gormley-fans in de schaduw staan van ‘Angel of the North’, zijn iconische beeld in het Noord-Engelse Gateshead dat zelfs telkens weer de generiek van ‘Vera’ weet te halen.

In Wassenaar kreeg Gormley met zijn sculpturen en impressies helemaal op de maat van deze tijd gemaakt, de voorbije lente en zomer een vrijgeleide van het Museum Voorlinden om er, binnen én buiten, een overzichtstentoonstelling van zijn werk op te zetten. En voorwaar die is zéér de moeite! En dat is zeker – Art is the Antidote – ook het geval voor de highlights uit de collectie van het museum zelf.

Voor de liefhebber: ‘Ground’, nog tot en met 25 september 2022

Voorlinden museum & gardens, Buurtweg 90, 2244 AG Wassenaar (Nl)

https://www.voorlinden.nl/tentoonstelling/antony-gormley/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Antony_Gormley

https://www.antonygormley.com/

Antony Gormley – Museum Voorlinden – september 2022
Antony Gormley – Breathing Room III – 2010 – Museum Voorlinden 2022

Antony Gormley – Clearing VIII – 2022 – Museum Voorlinden
Antony Gormley – Critical Mass II – 1995

Want de herinnering is de vrijheid van het verleden

Vijfentwintig jaar geleden overleed kunstenaar Koen Scherpereel.

Time flies… Vandaag is het exact vijfentwintig (25!) jaar geleden dat de begenadigde kunstenaar Koen Scherpereel na een schielijk ongeval in het atelier van een bevriend kunstenaar, op amper 36-jarige leeftijd is overleden…

Koen Scherpereel (3/3/1961-17/8/1997) was vooral een tekenaar en een fijnzinnig etser maar hij schilderde ook zijn fabelachtige wereld vol engelen en demonen bij elkaar. Zelf herinner ik mij meer dan levendig zijn debuut in Galerij ’t Leerhuys in Brugge in 1983. Wat een verbluffende expo van een nauwelijks 22-jarige was dat! Bij de tiende verjaardag van zijn overlijden werd in Meetkerke, waar Koen de laatste jaren van zijn leven woonde nog een flinke retrospectieve met nagelaten werk van hem opgezet. Op zijn eigen website haalt Karel, zijn broer, gemeenteraadslid in Brugge, integere herinneringen aan Koen op.

Koen Scherpereel, permanent schilderend, en in onstuitbare vlagen van ‘écriture automatique’ en inspiratie ook schrijvend, was als veelzijdig kunstenaar nauwelijks bij te houden… “Ik kan geen doek wit laten en wat ik schilder is literatuur”, zei hij zelf over die passionele gedrevenheid. Criticus Luc Decorte omschreef zijn werk als ‘Feesten van pijn, angst en verlangen’. In een monografie die in 2001 postuum werd uitgebracht schreef Fernand Bonneure: “Koen zal in lengte van dagen bekend en geliefd blijven omdat hij wakker en alert is geweest en zich in zijn kunst ook zo heeft getoond, eerlijk en volhoudend. En omdat hij, waarschijnlijk spontaan, veel vingers op veel wonden heeft gelegd en dit zou dan wel het finale getuigenis kunnen zijn van zijn leven en zijn kunstenaarschap. Want de herinnering is de vrijheid van het verleden.”

Vijfentwintig jaar na zijn dood is en blijft de slotsom dat Koen Scherpereel samen met zijn onblusbaar talent veel te vroeg van ons is vandaan gegaan.

Sommige mensen zijn minder dood dan de anderen. Dat was (en is) zeker het geval voor Koen Scherpereel!

#KoenScherpereel #detroostvankunstentuinen #sommigemensen

Stuk

‘Het land van Zwevezele’

“Alsof je eindelijk geworden bent
wat je al die tijd wou zijn. Iemand die
aan een einder staat en weet: Het is
het kijken naar. Het is het buiten staan,
waaraan jij moet lijden. De trots van hij

die opgesloten zit, en in zijn hoofd
een verdronken land bewaart, is het,
die jouw hand doet glijden. Over
het bleke marmer van de droom
uit één stuk te zijn.”

Uit ‘Stuk‘ (een gedicht in de bundel ‘Van het hart een Steen‘)

(Van het hart een steen, Paul Rigolle. Poëziecentrum 2009)

Facebook-link

#instagramdingen#vanhetharteensteen#gedicht

Minder weergeven

Tifosi in alle vormen, maten en kleuren

Mijn recensie van ‘Tifosi’, de nieuwe bundel wielergedichten van Guy van Hoof kun je nalezen op de bladzijden van ‘De Schaal van Digther‘.

Tifosi in alle vormen, maten en kleuren

#wielergedichten #guyvanhoof #tifosi

Met enigszins wat verstopt in mijn bespreking zelfs een ‘persoonlijk statement‘:

“Ik begrijp dat het soms behelpen is en mensen hun toevlucht nemen tot dit soort beperkende omschrijvingen. Maar wat mij betreft – hier volgt een statement! – zijn er enkel gedichten – één voor één gemaakt van intensiteit en taal – waarvan ik hou en gedichten waar ik niet van hou omdat ze bij mij eenvoudigweg niets weten los te maken. Te veel of te weinig glazuur… Te veel of te weinig ijzer… Té opgepoetst of al te blinkend aangekleed in hun doorzichtigheid. “

Lees het vervolg: Tifosi in alle vormen, maten en kleuren

Op het leeslijstje (9) – Leesnotities 2022

“Ik noemde hem Stropdas. De naam beviel hem. Hij moest erom lachen. Rood-grijze strepen op zijn borst. Zo wil ik hem in mijn herinnering bewaren.” (p.9)

Het gebeurt niet veel, maar het gebeurt: af en toe zet je een boek bij in het kastje van de kleine en net daardoor héél bijzondere pareltjes. Die eer mag, wat mij betreft, zeker ook het romandebuut uit 2012 van de Oostenrijks-Japanse schrijfster Milena Michiko Flašar (St. Pölten, 1980) te beurt vallen.

Dat de Oostenrijkse schrijfster met haar Japanse roots (via haar moeder) door een aantal mensen vergeleken wordt met Haruki Murakami lijkt mij dan weer net iets té véél eer. Maar niettemin is ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ een bijna perfect boek. In een wat karige, ongebonden stijl zet Flašar een jonge ‘Hikikomori’ (een naar verluidt meer dan regelmatig voorkomend Japans fenomeen) die al twee jaar de kamer houdt zonder nog tegen iemand te praten, tegenover een wat grijze salaryman die net zijn job verloren heeft en dat voorlopig niet tegen zijn vrouw Kyoko wil opbiechten. De mannen leren elkaar kennen op een bank in het park. Wat ontstaat is een vriendschap die zonder heel veel woorden steeds intenser wordt. Tot op een ochtend de man niet verschijnt.

Een uittreksel:

“Twee jaar lang had ik geoefend om het spreken te verleren. Toegegeven, het was me niet gelukt. De taal die ik had geleerd drong door me heen, en zelfs als ik zweeg was mijn zwijgen veelzeggend. Ik sprak innerlijke monologen, sprak ononderbroken tegen de sprakeloosheid aan. Maar de klank van mijn stem was mij vreemd geworden. Soms ontwaakte ik ’s nachts badend in het zweet uit een nachtmerrie, alleen maar om de voortzetting daarvan te horen in het rauwe Aaah dat zich uit mijn buik, mijn longen, mijn keel naar buiten drong. Wie schreeuwt daar, vroeg ik me af en viel weer in slaap. Dwaalde door een landschap waarin elk geluid bij zijn ontstaan al wegstierf. De laatste zin die ik had uitgesproken was: Ik kan niets meer. Punt. Een vibrerende punt. Daarna was er iets dichtgeklapt. De moeite die het zou kosten om verder te spreken vanaf het punt waar ik was gestopt stond tegenover de zinloosheid om in woorden te vatten wat niet kon worden uitgedrukt.”

Een bijna volmaakte vriendschap, Milena Michiko Flašar. Uitgeverij Cossee Amsterdam, Vertaling Isabelle Schoepen en Kris Lauwerys, Eerste druk 2015
Oorspronkelijke titel Ich nannte ihn Krawatte, 2012

#demanmetdeleesbril #ophetleeslijstje #leesnotities2022 #MilenaMichikoFlašar

Milena Michiko Flašar

Looking for the artist

Looking for the artist
Enkele aantekeningen bij de tentoonstelling XXII met nieuw werk van Joost Gevaert
20/05 > 19/06/2022, Gevaert Galerie, Zwevezele


Vrijdag 20 mei 2022

Joost Gevaert heeft iets met Romeinse cijfers. Zijn vorige tentoonstellingen gaf hij kort en krachtig de titels XIX en XX mee. Het mag ons dus niet verbazen dat we hier, op deze mooie inspirerende plek, samen zijn voor een nieuwe tentoonstelling die kortweg XXII heet. Een ondertitel zoals het geval bij de vorige (‘Abats des jours’) is dit keer afwezig. De kunstenaar blijkt overigens in het algemeen niet erg veel op te hebben met al dan niet verhelderende titels. En dat geldt zelfs voor zijn werk zelf. Nog het liefst van al, zo vertrouwde hij mij onlangs toe, gaf hij zijn werken helemaal geen titels maar bondige bijna koel-mathematische omschrijvingen als ‘untitled’ of ‘zonder titel’ mee. Maar titels zijn nu eenmaal een soort noodzakelijk kwaad; hulplijnen om het werk te benoemen.

Met deze XXII waarvan het derde cijfer met rood is opgemaakt, is Joost Gevaert aan zijn derde tentoonstelling toe in nauwelijks drie jaar tijd. Ook was zijn werk vorig jaar te zien in Roeselare in Ter Posterie op de boeiende tentoonstelling Time & Tide.

De vreemde pandemie die ons veel langer dan ons lief is heeft verlamd, ja zelfs verdeeld, lijkt naar buiten toe dus nauwelijks vat gehad te hebben op de onverbiddelijke kunstenaar die Joost is, én blijft. Natuurlijk, ook hij kijkt niet zorgeloos om zich heen. Pandemie, klimaat, de oorlog in Oekraïne … Er zijn in deze tijd kopzorgen genoeg voor de ordinaire stervelingen die we allen zijn. En specifiek stelt Gevaert zich ook wel ’s de vraag: wat betekent het om in deze tijd kunstenaar te zijn? En veranderen de sterk evoluerende wereld en denkwijzen de kijk van de artiest? Hebben die invloed op het werk zelf? Moet de kunstenaar nog wel voor een hommage aan de schoonheid zorgen? Het zijn vragen die ook Joost bezighouden maar er hem niettemin niet van weerhouden om onverminderd te doen wat hij hoort te doen: nieuw werk maken, zeg maar het beste werk maken naar eigen vermogen.

En dat blijft hij onverdroten doen, op een af en toe verbluffend veelzijdige manier. Dat is ook in deze XXII-tentoonstelling te merken. De kunstenaar werkt intuïtief, kwiek en alert, in een handomdraai switchend van discipline naar discipline, van medium naar medium. Er zijn nieuwe intrigerende schilderijen te zien, naast aquarellen, tekeningen, 3D-dingen, kijkkastjes, borden en vissen in aluminium.

De bijzondere thematiek van het totale werk zie je uitstekend weerspiegeld in de hashtags die hij op Instagram gebruikt en waar hij sinds zijn eerste post op 15 september 2018 een heel mooi overzicht biedt van zijn werk. Sociale media mogen dan voor sommigen een vloek zijn voor wie het werk van een kunstenaar op de voet wil volgen zijn ze een zegen. Elk voordeel heb zijn nadeel, zou Johan Cruijf zeggen. De instagram-hashtags bij Joost liegen er niet om: #abandoned #behindwindows #shadow #vide #cloudeddroom #absence #space #empty #windows #illusion #aroomwithaview #shelter #illusion #anotheremptyspace
Of hoe een kunstenaar zijn thematiek en zichzelf, misschien wel meer dan hij zelf wenst, weet prijs te geven. “Authenticity, often mistaken for naïvity” schreef iemand, Frederik Vanlaere, om hem niet bij naam te noemen bij een van de werken. En da’s geheel terecht.

De schilderijen en bij uitbreiding het hele werk van Joost roepen een vreemde, bijna voelbare spanning op. De ruimte wordt in veel werken begrensd en intens afgetast. Wat regelmatig opduikt zijn de ‘dots’, de ronde vlekken en de opstijgende vlekjes die een wat wrevelig en bevreemdend effect sorteren. De werken beelden vaak een contradictie uit: de volheid van de leegte en de leegte als invulling en bezieling van de ruimte. Daar verwijzen ook veel titels naar: Yellow space, For rent, Salmon room, Schaduw, Landschap, Gele Ruimte, Bonte Kamer, Blauwe ruimte, Bewolkte kamer… Lege kamers blazen de verbeelding leven in. In andere is er het struggelen met de lichamelijkheid. In veel ruimtes staat er iets te gebeuren, of lijkt er net iets gebeurd. Iets waar de kijker in een droomgebied, een tussentijd terechtgekomen, niet meteen de vinger weet op te leggen. Aanwezigheid lijkt op fluisteren. Shelter komt naast vide en shadow te staan. Er is vaak desolaatheid. Huis clos. Met de dichter Hans Lodeizen kun je zoals in zijn bekende regel zeggen: “Deze wereld is niet de echte”. Er zijn, voor wie er voor open staat, nog meer literaire reminiscenties in het werk van Gevaert aan te treffen. De vissen in aluminum, hoewel ook aan Magritte refererend, doen mij denken aan de Japanse schrijver Haruki Murakami. In een van zijn beste boeken ‘Kafka op het strand’ vallen ook bij hem de vissen als regen uit de hemel.

Deze tentoonstelling is meer dan de som van alle bij elkaar gebrachte werken. De meervoudige gelaagdheid in het werk van Joost zet ons geregeld op het verkeerde been. Trompe l’Oeil, optische illusies genoeg, geloof nooit wat je ziet. Een vleugje humor en een kwinkslag zijn nooit ver weg. ‘Let’s call this one untitled’ heet het ironisch in een werk uit 2020. ‘Meestal probeer ik iets te schilderen’ en ‘soms probeer ik niets te schilderen’ zegt de kunstenaar in 2019 in het kunstentijdschrift ‘The Art Couch’ over de essentie van zijn kunstenaarsschap.

En graag besluit ik deze aantekeningen met een persoonlijke noot. In de jaren zeventig van de vorige eeuw had ik het voorrecht om Wilfried Gevaert, de vader van Joost, goed te leren kennen. Er was toen zelfs even sprake om samen iets artistieks te beginnen. Daaraan moest ik eind verleden jaar met veel warmte terugdenken toen Joost mij uitnodigde om samen met hem ergens in de meersen van Moorslede de opening van een veldoven met ondermeer werk van hem bij te wonen. “Een feest van bouwen, stoken, wachten”. Een erg mooie ervaring was dat en ze confronteerde mij met een intense periode uit mijn eigen verleden. Zoveel jaar later zag ik de man die Wilfried Gevaert was, gereflecteerd in de man en de kunstenaar die zijn zoon geworden is. Het was een moment, een van de vele, waar ik dankbaar om ben. Zoals ook deze tentoonstelling werken bevat – daar ben ik zeker van – die impressies zullen oproepen waar we alleen dankbaar om kunnen zijn. Dankbaar ook om de schilderijen en beelden die naar de handen van de kunstenaar blijven zoeken. Om uiteindelijk iets te betekenen in het leven. En in de wereld.

Paul Rigolle,
Telkst uitgesproken bij de Vernissage van XXII, expo met werk van Joost Gevaert
Galerie Gevaert, vrijdag 20 mei 2022

Thuissite Joost Gevaert
Galerie Gevaert

Couloir – Joost Gevaert
Groene stippen-Joost Gevaert
Catalogus XXII – Joost Gevaert

Op het leeslijstje (8) – Leesnotities 2022

“Het geluid van die motor was voor hem de trompet van de eerste engel. De engel die vuur en bloed vermengde en op de aarde wierp tot al het groen was verbrand.”

pagina 18 – De vlucht

Het leeslijstje? Rechtlijnig is het niet altijd, en da’s maar goed ook. Soms kom je toe tot het lezen van boeken die wel al ergens in de middelste regionen van jouw lijstje terechtgekomen waren maar die nog lang niet bovenaan waren geraakt. Laat staan dat ze daar ooit zouden in slagen. Ooit, als de tijd er klaar voor was zou je al die aangestipte maar niet dringende titels wel ’s gaan lezen. “De weelde van de voorraad” of “De inhoud van een kast“, zoiets. Maar kijk, een beetje gedwongen door de omstandigheden van een onverwacht verlengd ziekenhuisverblijf mag jouw leesgedrag dan toch nog wat onvoorziene kronkels vertonen.

Breng maar mee wat je de voorbije maanden zelf graag gelezen hebt, vroeg ik dus laatst aan zij die mij lief is. Zij bracht mee en ik las. Met het uitzicht op de Assebroekse meersen. En zo kwam het dat ik in de voorbije weken achtereenvolgens – al lang fan van Pfeijffer en Claudel zijnde – Monterosso mon amour en Duitse Fantasie las. Dat ik in functie van wat persoonlijk recensiewerk Wat is er van de nacht? van de Antwerpse dichter Richard Foqué en ‘Aanslag in Antwerpen’ (Boem Boem 1) van Jan Van Der Cruysse tot mij nam. Dat ook het aardige Treindromen van Denis Johnson en Oerhert, de eerste dichtbundel van Astrid Haerens mijn ziekenhuisrevue passeerden.

Maar wat mij vooral een klap gaf die ik niet licht wil vergeten was het romandebuut uit 2013 van de Spaanse auteur Jesús Carrasco (°1972). In “De vlucht” (Intemperie) zet hij een sober en beenhard verhaal neer dat je naar het hart, én de strot grijpt. In een dorre niet nader genoemde landstreek waar de dorpen geen naam hebben – Carrasco kent zelf goed de Spaanse provincie Extremadura – word je deelgenoot van het lot van een aantal naamloze figuren als ‘de jongen’, ‘de geitenhoeder, ‘de rechter’, ‘de rooie’ en ‘de andere’. De dreiging dat ‘de jongen’ die op de vlucht is voor een niet nader omschreven onheil uit het verleden opnieuw zou worden opgepakt door ‘de mannen van het dorp’ zorgt voor een uitermate knap uitgebouwde spanning. Af en toe moest ik zelfs denken aan “De Weg” van Cormac McCarthy; dat ander boek dat evenzogoed een harde streep trekt door een dorre en verwoeste streek vol dreiging. ‘De Vlucht‘ werd inmiddels vertaald in 20 talen. Carrasco heeft zich met de opvolgers van zijn debuut, ‘De grond onder onze voeten’ (2016) en ‘Terug naar huis’ (2021) ondertussen een benijdenswaardige status als Groot Europees auteur in wording bij elkaar geschreven. Een auteur die ik wil blijven volgen.

De vlucht, Jesús Carrasco, Uitgeverij J.M. Meulenhoff, 2013, vertaling Arie van der Wal en Arne van der Wal.

#demanmetdeleesbril #ophetleeslijstje #leesnotities2022 #JesúsCarrasco