Donsai, het dichterscollectief uit Deinze bestaat vijftien jaar. Dat moet vanzelfsprekend gevierd worden. In buurtcentrum Rekkelinge in Deinze zijn er komende vrijdag 5 December 2025 tal van poëtische optredens en er wordt ook een boek voorgesteld met nieuw werk van de Donsai-dichters aangevuld met dat van een aantal gastdichters. Ik ben verheugd om één van hen te zijn. Meer info via mijn blogbericht: https://paulrigolle.wordpress.com/2025/12/03/het-dichterscollectie-donsai-viert/
Op de Schaal van Digther staat nu mijn inleiding na te lezen die ik schreef voor de voorstelling van de debuut-poëziebundel “Onderkoorts” van mijn vriend en voormalig dorpsgenoot Kris De Lameillieure. Dit is de link:
De literaire avond van zaterdag laatst 11/10/2025 in het Cultuurcafé ’t Parlement in Harelbeke is intussen alweer een fijne herinnering geworden. In een organisatie van Kunstkring de Geus las ik samen met Noud Bles, Etienne Colman en Arne Deprez wat oudere en een aantal recente gedichten. Dit op de derde editie van de poëzieavond van ’t Parlement die in het teken stond van een “literaire ontmoeting tussen noord en zuid” . We werden deskundig en uitgebreid ingeleid door Andreas Van Rompaey. In bijlage een aantal foto’s gemaakt en mij overgemaakt door vader Peter Van Rompaey. De muziek was naar ouds voortreffelijk want ‘The Caravan Juke Joint Band‘ (Peter Verberckmoes en Dirk DeCleen) stond op het podium!
Ook nog even zeggen dat het herfstnummer van het creatief tijdschrift van De Geus “Art 04” intussen verschenen is. Meer info via de facebookbladzijde van Kunstkring De Geus:
Drie gedichten en een recensie in het zomernummer van 2025 van ART04
In het zomernummer van 2025 van het kunsttijdschrift ART04 – nummer 82 al – staan mijn gedichten ‘Passer’, ‘Slang’ en ‘Respijt’. De drie gedichten komen uit ‘Het Omber en het Oker‘ mijn recente bundel. Zij worden met ‘De verantwoordelijkheid van de dichter‘ vergezeld van een recensie van Andreas Van Rompaey. De volledige recensie kun je nalezen via dit blogbericht.
Op zaterdag 11 Oktober 2025 gaat om 19:00 uur in Cultuurcafé Het Parlement in Harelbeke een Literaire Ontmoeting tussen Noord en Zuid door. Op de affiche staan Noud Bles, Paul Rigolle, Arne Deprez en Etienne Colman. Er is muziek van de Caravan Juke Joint Band en Andreas Van Rompaey staat in voor de presentatie. De organisatie is in handen van Kunstkring De Geus die ook, en dat al sinds 2004, het kunsttijdschrift ART04 publiceert.
Gisterenavond, maandag 29 september 2025, was ik voor een radio-opname te gast bij Radio Tequila in Deinze. Ik ben immers de volgende dichter die het mooie maandelijkse poëzieprogramma “De poëtische Rode Avond” mag bevolken. Janis Derie stelde de vragen en Rob de Winter leidde alles in goeie banen. Ik las zes gedichten en mocht zowaar alle muziek kiezen voor het programma. Geen sinecure voor wie zoals ik ‘houdt van veel muziekjes’. De uitzending is intussen een maandlang online te beluisteren via https://radiotequila.be/ – Kiezen: Tequila Gemist – De Poëtische Rode Avond
Het programma blijft een maand op antenne tot ik word opgevolgd door Paul Demets, de volgende poëtische rode gast in november. De juiste luister-link plaats ik hier nog wel ik de komende dagen.
Rob De Winter leidt ‘De poëtische Rode Avond’ in goede banen. Rob De Winter signeert “Niets zal nog hetzelfde zijn” zijn nieuwste boek. Geassisteerd door de aimabele Janis Derie.
Ruben Bellinkx: The City Garden – in situ-installatie op Goet te Breuck
In het lieflijke West-Vlaamse dorp Sint-Denijs gaat van 14 augustus 2025 t.e.m. 21 september 2025 de kunstbiënnale “Sint-Denijs-City” door. Veel kunstrecensenten en ook een flink aantal van mijn FB-vrienden lieten zich daarover de voorbije weken nogal lyrisch uit. Een goeie reden dus voor ons om ook een bezoekje te brengen aan de Biënnale.
Over de foto van hierboven en het werk van Ruben Bellinckx: “Aan de ingangspoort van Goet te Breuck laat Ruben Bellinckx een deel van de aarde ademen. Het is een installatie die hij onder de titel “The City Garden” in eerste instantie al in 2002 samenstelde. Op twee plekken in de voortuin splijt de bodem langzaam open en dicht. De installatie werkt met luchtkussens, elektronisch gestuurde ventilatoren en een luchtcompressor… De installatie weet de toeschouwer (die er voor open staat) midscheeps te raken!
Als mijn info helemaal klopt dan stuurt Raymond Noë, publicist, columnist en redacteur van Boekenkrant en Onze Taal al sedert het gezegende jaar 1997 (!) (toen het internet nog maar pas kwam kijken) onder de naam Laurens Jz Coster, elke werkdag aan de poëzieliefhebbers die dat wensen, per email een gedicht. Het is een fantastische en onvolprezen gedichtenmailservice waaraan ik zelf – samen met duizenden andere liefhebbers – al jaren plezier beleef. Bijgaand en aanvullend is er ook de blog: https://laurensjzcoster.blogspot.com/
Dubbel plezier doet het mij nu dat ik vandaag op zijn onvolprezen de Coster-lijst als “Dichter van de dag mag fungeren”. Dat betekent dat een groot aantal poëzieminnaars vandaag twee gedichten uit mijn recente bundel “Het Omber en het Oker” in hun mailbox krijgen. Waarvoor heel veel dank! Het zijn de gedichten: Okkernoot en Passer. Ik plaats ze hieronder ook nog ’s in hun geheel.
In 2018 kreeg Raymond Noë voor zijn onvolprezen maildienst een Visser-Neerlandia-prijs. Marc van Oostendorp schreef daar in september 2018 toen dit over:
“Toen Noë bijna 20 jaar geleden met zijn werk aan Coster begon, was er nog maar heel weinig literatuur op het internet, en al helemaal nauwelijks Nederlandse lyriek. Het is niet overdreven om te zeggen dat Noë’s inspanningen een belangrijke rol hebben gespeeld om onze dichters een stem te geven op de grote marktplaats die het internet inmiddels is. Het is heel belangrijk voor de literatuur dat mensen blijven proberen nieuwe vormen te vinden om te kunnen blijven genieten van de klassieke letteren. Ik ben blij dat hij deze prijs krijgt. Ik ben trots dat Neerlandistiek de gedichten ook mag plaatsen.”
Dat we trage dieren zijn met een intellect dat schrijnt, het wordt beweerd, het staat geschreven. De okkernoot van ons brein
laat niets aan toeval over. Keer op keer draaien wij de waarheid om en wachten op de lessen die het leven ons moet geven.
Steeds hogerop, ladderdrift mijn deel, wuif ik weg wat ik niet wil weten. In een klassiek en wild gebaar maak ik van elk plafond
een hemel. Wat er nog niet is zal ik maken, hoogmoed zit mij als gegoten, past mij zoals alleen een hoofd kan passen in mijn handen.
•••
Passer
Aan elk schrijven hoort een visioen vooraf te gaan. Eerst komt het oerbos, diep en stil. Bramen, struiken, lianen slingeren zich in touw de bomen uit. Groot en levensvatbaar schrijft de trek zich in de vlucht van vroege vogels in.
Dieren kiezen vasteland. Wie straks rechtop zal staan doemt kruipend op. Figuren, personen breken uit hun lijst. Mensen zwellen in de straten aan. Eentweedrie een optocht. Een mars, een stil protest. Een foto scheurt ze uit.
Tijd vloeit het uurwerk uit. Het punt kruipt opnieuw de passer in. Klank houdt woord. Of het snelsnel of werk van lange adem wordt, moet nog blijken. Wat onomkeerbaar is, is nog lang niet klaar.
Ik schreef het gedicht een aantal jaar geleden. Daarin lees je o.a. over mijn ‘verzuchting’ om ooit – once in a lifetime – naar Carnac en Bretagne te reizen. Dat is deze zomer ook werkelijk gelukt. Een reisverslagje over de paar dagen die we volop aan “megalieten-tijd” spendeerden lees je hier: https://paulrigolle.wordpress.com/2025/08/08/313/ Facebook-bericht van Vr 8/8/2025
Alweer moet ik Albert Hagenaars van harte bedanken! Samen met John Irons vertaalde hij mijn gedicht “Dag Ludwig” naar het Engels: “Hello Ludwig“. Vereerd, da’s het woord!