Mag ik zeggen dat ik met mijn ‘Bitossihart‘ flink vereerd ben met onderstaand wielergedicht dat Antoon Van den Braembussche, dichter, filosoof en vriend op 4/5 publiceerde op zijn FB-bladzijden? Ja hoor dat mag ik luid en met veel overtuiging zeggen…
Deze morgen schreef ik al fietsend het volgende gedicht. Het gedicht draag ik graag op aan Paul Rigolle, een dichter met een ongewone liefde voor de fiets en die overigens samen met Willie Verhegghe en anderen het wielergedicht op de kaart heeft gezet.
Fietsen
Voor Paul Rigolle
Als ik fiets overmant me een vreemd soort geluk.
Elke omwenteling: een omhelzing van de tijd, van wat er ooit is geweest en van wat er ooit zal zijn.
En soms is er enkel nog het nu: een blij en eeuwig vergeten, een ode aan de vergetelheid.
Ik hou van lange, rechte wegen de blik helder en gefixeerd, wonderlijke vorm van meditatie.
Als ik fiets ben ik niet langer een kleine ik, maar alles en iedereen.
Elke trap een ode aan het lichaam, de liefde, de beweging en alles om ons heen.
Vorig weekend werd in het lieflijke Reve-dorp Machelen a/d Leie ‘Tussen de dagen’, de nieuwe roman van Luc Vandromme voorgesteld. De schrijver, die daarmee ondertussen al aan zijn 8° boek toe is, zou Luc Vandromme niet heten als hij van de voorstelling niet een multidisciplinaire gebeurtenis had gemaakt. Zondag stond onder meer een optreden van het Brussels ensemble Bruxell’A Cappella op het programma dat de polyfone muziek uit het boek bracht in de Raveelkapel. In Huis de Leeuw, het mooie galerijhuis in de buurt van het Raveel-museum waar het ook al gonsde van activiteit, liep ondertussen voor het tweede weekend op rij een tentoonstelling met schilderijen van Luc Vandromme (werk dat volledig geënt is op het boek) en keramisch werk van de echtgenote van Luc, Trui Lemaitre.
Ik was er zaterdag en genoot zeer van het werk van beide kunstenaars. Straks hoop ik dat al in even grote mate te kunnen doen met het boek. Ook ons aller grote vriend, warmhartig kunst- en boekenveelvraat Jan Bib was er zaterdag. Voorts blijkt Luc Vandromme een creatieve duizendpoot van je welste te zijn. Hij is behalve schrijver immers ook actief als jazz-zanger, mede-keramieker, fotograaf en beeldend kunstenaar. In bijlage enkele momentopnames van de tentoonstelling op zaterdag 23/3/2024.
Tussen de dagen, Luc Vandromme – Godijn-Publishing 2024 – 506 pg.
Luc Vandromme glundert ‘Tussen de dagen’ – foto Paul RigolleEen greep uit de schilderijen – foto Paul Rigolle“En dan is er koffie!” – vlnr Trui Lemaitre, Luc Vandromme en Jan Bib- foto Paul Rigolle Leesklaar!Machelen a/d Leie – Het Reve-monument – foto Paul RigolleArtikel in Het Nieuwsblad
Het ‘LaM’, het museum voor moderne kunst en art brut in Villeneuve d’Ascq ligt op amper een boogscheut van de Belgische grens en is wel vaker ‘meer dan een kleine omweg waard”. Méritant vraiment le détour… Dit is zeker niet anders voor de Anselm-Kiefertentoonstelling « La photographie au commencement » die er nog even loopt.
We waren er gisteren – schrikkeldag als gewonnen dag – en genoten zeer van een expo die perfect als toemaatje kan dienen voor de ronduit indrukwekkende, zeg maar adem-benemende expo die we laatst in december van Kiefer zagen in het Museum Voorlinden in Wassenaar.
Maar ook nu weer biedt deze tentoonstelling in Villeneuve d’Asq een beeld van de oer-kunstenaar – “Le semeur de troubles” – die Anselm Kiefer is. Zoals steeds bij Kiefer: intimiderend en zelfs bijwijlen verontrustend werk (“une oeuvre angoissante”). In bijlage – ik kan het af en toe écht niet laten – een behoorlijk pak fragmenten uit de expo en ook een paar beelden uit de vaste collectie.
Gedichtendag vandaag! En meteen ook het begin van de Poëzieweek. Ik weet het, het is ‘maar’ een ‘campagne die amper één week duurt’, maar het is en blijft wél een campagne die beroep doet op het gegeven dat de poëzie mensen met elkaar weet te verbinden (en niet tegen elkaar opzet) “door op te trekken met de oude dingen die woorden zijn, en die zoveel hebben gezien en gehoord” (dixit Guido Vanhercke op FB en op zijn website gisteren).
Dus ook hier mag en zal – wat had je gedacht – een gedicht vandaag niet ontbreken! Opgediept uit de archieven: het gedicht ‘Lamp’ uit ‘Van het hart een steen’. (Poëziecentrum, 2009).
De ontdekking van een schrijver! Leesnotities – Op het leeslijstje (14 en 15) Over ‘de Mitsukoshi Troostbaby Company’ en ‘Kinderen van het ruige land’ van Auke Hulst Maandag 22 Januari 2024
“We zijn kamers met de lakens over de meubels”
Er zijn veel manieren om kennis te maken met een auteur die je om godweetwelkeredenenofomstandigheden niet eerder las of zelfs nauwelijks kende. De verdienste van een initiatief als het onvolprezen “Het Penhuis” is dat het op mooie zondagvoormiddagen auteurs naar “het verre Kortrijk” weet te halen waarvan je amper nog een woord had gelezen. Naar aanleiding van de komst van de Groningse auteur en muzikant en zanger Auke Hulst op zondag 12/11/2023 las ik zijn tot hiertoe meest bekende boek met die vreemde en bijna niet te onthouden titel dat in 2022 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs stond: ‘De Mitsukoshi Troostbaby Company’ uit december 2021. Het is een omvangrijk boek van 600 pagina’s dat op geen enkel ogenblik verveelt. Het boek heet een toekomstroman te zijn. Dat is ook zo maar het is nog veel méér dan dat. Anderen noemen het dan weer graag een ‘dystopie’ zoals dat tegenwoordig in deze warrige en onwaarschijnlijke tijden mag heten. Een dystopie voor het jaar 2032? Nee, hoor, wat mij betreft is ‘de Mitsukoshi’ gewoon een ijzersterke roman die hier en daar misschien wat te uitgebreid overkomt maar er zijn zoveel passages over onder meer het schrijven zelf die alles goed maken. Alleen al om de metafoor “We zijn kamers met lakens over de meubels” op pagina 514 zal ik deze schrijver blijven memoreren: “Ik zei dat in jezelf praten belangrijk is. Dat mensen van dieren verschillen omdat ze aan zelfreflectie doen, hoewel we zelfs dan onszelf niet goed kunnen zien. ‘We zijn kamers met lakens over de meubels – je kunt ongeveer raden wat er onder de lakens zit, maar niet precies. Een piano, maar wat voor piano? Een stoel, maar welke stof? Snap je?” (pagina 514). …/… Op zondag 12 november 2023 was Auke Hulst dus te gast in Het Penhuis in Kortrijk (zie foto). In een aangenaam kabbelend gesprek met Karel Alleene, afgewisseld met door Hulst akoestisch gebrachte eigen songs, werd het voor veel Vlaamse lezers een zeer fijne kennismaking met een auteur (én met zijn boeken én zijn gitaar) die hier nog al te weinig bekend is.
In het verlengde van het gesprek, en zeer geïntrigeerd door wat de auteur daarin aan biografische elementen prijsgaf, las ik een andere roman van Auke Hulst van tien jaar eerder (2011): ‘Kinderen van het ruige land’ dat wellicht zijn meest autobiografische boek genoemd kan worden en dat in 2013 bekroond werd met de Cutting Edge Award en het Beste Groninger Boek. Ergens in een gebied in het Noorden van Groningen dat ‘het Ruige Land’ genoemd wordt groeien vier kinderen Kurt, Kai (die onmiskenbaar trekken en trekjes heeft van de auteur zelf), Shirley Jane en Deedee op zonder veel toezicht van een zo goed als altijd afwezige moeder. De vader is al heel vroeg overleden. Het boek is een prachtige wordingsgeschiedenis van kinderen die moeten opgroeien in een gebied waarin het ruige landschap meer is dan een metafoor.
Auke Hulst, Kinderen van het ruige land, Uitgeverij J.M. Meulenhoff bv, 2012, 334 pagina’s,
“Wie De Mitsukoshi Troostbaby Company na zeshonderd pagina’s dichtslaat, hangt uitgeteld in de touwen maar heeft wel een onvergetelijke literaire reis gemaakt.” (Libris-Shortlist-pagina 2022)
Op de poëtische Facebook-pagina “Woordentij” staat sinds gisteren mijn gedicht ‘Rustoord‘. Met dank voor de goeie zorgen van onder meer Tom Veys. Rustoord is een (nogal schrijnend) vadergedicht dat deel uitmaakt van een cyclus ‘dagboekgedichten’, onder de titel ‘Het heimwee van de bladen naar het boek‘. De cyclus is opgenomen in een afgerond typoscript dat voorlopig de werktitel ‘Een jaagpad in de regen‘ heeft meegekregen.
Net voor het jaareinde publiceerde het literaire e-zine ‘De Schaal van Digther’ drie gedichten uit een typoscript dat ik aan het voorbereiden ben. Het zijn de navolgende gedichten en kunt je ze nalezen via de aangegeven link-jes.
Passer (De Schaal van Digther – do 28/12/2023) Respijt (De Schaal van Digther – vr 29/12/2023) Brief aan Baudelaire (De Schaal van Digther – za 30/12/2023)
De voormelde gedichten maken deel uit van een typoscript met als werktitel ‘Een jaagpad in de regen’ (Gedichten 2014-2023). Brief aan Baudelaire werd eerder opgenomen in de bloemlezing ‘Vertalersweelde’, Baudelaire vertaald door Mereie de Jong, samenstelling Kees Godefrooij. Met een voorwoord van Alain Delmotte. (Stichting Spleen, 2022).
Typoscript in wording – Schrijfresidentie Streuvelshuis – November 2020
“dat er ons ondanks al het grijs in de wereld ook dit jaar weer veel moois te beurt mag vallen!”
Mag ik jou, mag ik jullie voor het nieuwe jaar alweer het allerbeste wensen. Ja, hoor, natuurlijk, wel zéker mag ik dat! Héél veel liefde, geluk en nog meer moois om naar uit te kijken voor een zo gezond en creatief mogelijk 2024.
“Stoïcijns waar het kan, alert, waakzaam en veerkrachtig waar het moet!”
In Wiels maakt Francis Alys in ‘The Nature of the Game’ ons duidelijk dat we eigenlijk (en achter alles) geboren zijn om te spelen… Zelfs al zijn de omstandigheden er niet altijd naar. Kinderen zijn met soms maar heel weinig middelen verbluffend vindingrijk om te spelen met wat er is. Met wat voorhanden is, met wat ze vinden en naar hun hand weten te zetten. Alleen jammer dat we dat met zijn allen blijkbaar al na enkele jaren zo snel zijn vergeten…
Ha vrienden, natuurlijk mag ik niet nalaten om jullie, zo mogelijk één voor één, te bedanken voor de vele fijne Facebook- en andere attenties eergisteren maandag bij mijn zoveelste verjaardag! Bedankt!
Vermits veel feestgedruis – zoals al dan niet bekend – niet aan deze jongen besteed is kozen we voor een verlengd weekendje Nederland in een vriendelijke B&B, genaamd B&B Bleiswijk (bij Jacqueline). Een uitstekende uitvalsbasis om in het Museum Voorlinden de adem-be-nemende tentoonstelling ‘Bilderstreit‘ van Anselm Kiefer te bezoeken.
Een expo die een mens met wat kunstzinnige affiniteit gewoon niet mag missen! Nog tot en met 25 februari 2024. In bijlage, omdat we het niet kunnen laten, vijftien fragmenten en impressies uit de expo.
“Martin Pulaski is niet meer!” Sterkte aan familie en aan zijn vele vrienden.
Men moet iemand niet persoonlijk kennen of gekend hebben om van hem of haar te houden… Van al de mensen die ik niet persoonlijk heb gekend is Martin – Matti – Pulaski, schrijver, dichter, blogger, radiomens en wat al niet meer, één van de mannen, één van de mensen die mij het nauwst aan het hart lagen… Ooit heb ik hem in het literaire tijdschrift Digther, toen het nog op papier verscheen, met veel enthousiasme aan het woord gelaten in een reeks die ik destijds “Wie blogt die blijft” getiteld had. Nu moeten we, nu hij vannacht is overleden, noodgedwongen afscheid nemen. Maar blijven zal hij hier bij ons nog een hele tijd blijven doen! Da’s wel zeker!
Talloos zijn de blog-artikelen die ik van Martin heb bewaard. Talloos zijn de muzikanten die hij ons leerde kennen. Talloos zijn de vrienden die hem zullen missen.
Zijn veelgeprezen “Hoochiekoochie”-blog (‘Kroniek van een kamertjeszondaar’) blijft bereikbaar voor iedereen die dat maar wil: https://hoochiekoochie.blog/
R.I.P. Martin. Het ga je goed daar, bij al je geliefde muzikale en poëtische vrienden.
Bericht op Facebook-account van Martin
Aanvulling op 13/12/2023 Ondertussen hebben heel veel mensen op FB en elders hun deelneming betuigd en ook in veel vormen met veel of minder woorden eer gebracht aan wie Martin Pulaski voor hen was. En betekende! Ik haal er hier graag enkele aan: